Adopteer een monument

Herdachte groepen: Verzet Nederland
Ontwerper: Theodoor van Reijn (1884-1954)
Onthulling: 1950
Adopteer dit monument.
Dit monument is in schooljaar 2017-2018 geadopteerd door Schoter Scholengemeenschap.
Dit monument is in schooljaar 2018-2019 geadopteerd door Koningin Emmaschool.

Het monument

Vorm en materiaal
Het verzetsmonument in Haarlem is een in Franse kalksteen uitgevoerde beeldengroep van een knieldende man en vrouw die samen een krans leggen. Het beeld is geplaatst op een voetstuk. Het beeld is 1 meter 60 hoog, 95 centimeter breed en 84 centimeter diep. Het voetstuk is 1 meter 14 hoog, 1 meter 17 breed en 1 meter 08 diep.

Tekst
De tekst op de voorzijde van het voetstuk luidt:

'EN NU BLIJFT GELOOF
HOOP EN LIEFDE DEZE
DRIE DOCH DE MEESTE
VAN DEZE IS DE LIEFDE

I COR.: 13, 13'.

Op de zijkant van het voetstuk zijn de namen van acht omgekomen verzetsmensen en de datum '12-2-1945' aangebracht.

Symboliek
Het beeld heeft een sober karakter. Beide figuren 'zijn verenigd in de bedoeling van hun handeling om gezamenlijk de krans als eerbetuiging neer te leggen. De man tracht door een innerlijke sterkte zijn emoties te beheersen, terwijl de vrouw, gebogen van houding met haar hand op het hart, zich meer overgeeft aan haar innerlijke smart'.

Wijziging
Na de bevrijding is bij de Jan Gijzenbrug een houten herdenkingskruis neergezet. In 1951 is dit vervangen door de beeldengroep.

Locatie niet correct? Geef een verbeterde locatie door.

De geschiedenis

Het verzetsmonument in Haarlem is opgericht ter nagedachtenis aan de acht verzetsmensen die hier op 12 februari 1945 door de bezetter zijn geëxecuteerd.

De namen van de acht slachtoffers luiden: Bastiaan van Beveren (21 jaar), Klaas de Boer (32 jaar), Bernardus G.J. Genemans (25 jaar), Walraven van Hall (39 jaar), Ds. Hendrik R. de Jong (33 jaar), Frederik Nieuwenhuijsen (39 jaar), Johannes W. Oudenaller (68 jaar) en Egbert Snijder (32 jaar).

De executie was een represaille voor de aanslag van het verzet op twee Duitse officieren op 11 februari 1945. De acht slachtoffers waren door de bezetter gearresteerd omdat ze verdacht werden van verzetsactiviteiten en zaten opgesloten in het Huis van Bewaring aan de Weteringenschans te Amsterdam. Op 12 februari 1945 werden de gevangenen per vrachtauto naar de Jan Gijzenbrug in Haarlem vervoerd. Bij de brug werd door Duitse soldaten een groep burgers bijeen gedreven, terwijl de acht mannen naast elkaar werden opgesteld op de Rijksstraatweg. Vervolgens werd het vuurpeloton opgesteld en gaf een officier het bevel tot executie.

Een van de slachtoffers was Henk de Jong. Hij werd geboren op 20 oktober 1911 in Wijmbritseradeel Heeg in Friesland. Drie weken voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog trouwde hij met Joop Wiersma (nu geheten Joop Lindeboom). Het echtpaar ging in Venlo wonen, waar predikant De Jong zijn eigen gemeente had. Al spoedig raakte De Jong betrokken bij het verzet. Hij had contact met de Landelijke Organisatie voor hulp aan Onderduikers en de Knokploeg. Omdat begin 1944 in Venlo vele verzetsleden werden opgepakt, besloot De Jong onder te duiken in Amsterdam. Hier raakte hij betrokken bij het Nationaal Steunfonds en de Trouwgroep. Op 27 januari 1945 was op een geheim adres een vergadering van het Landelijk Werkcomité gepland, waarbij De Jong zou worden ingeleid. Maar de verzetsmensen werden opgewacht door een groep SS'ers die hen arresteerden. Na een aantal weken kreeg Joop Lindeboom via een koerierster van de Trouwgroep het bericht dat haar man op 12 februari op de Jan Gijzenbrug in Haarlem was gefusilleerd. Na de oorlog is het stoffelijk overschot van Henk de Jong in de duinen nabij Haarlem opgegraven en werd hij herbegraven op de Erebegraafplaats in Overveen.

Naar aanleiding van een interview met de weduwe van Henk de Jong in het maandblad Libelle heeft een ooggetuige van de fusillade (een naar Australië geëmigreerde vrouw) op 12 november 1997 een brief geschreven aan mevrouw Lindeboom: 'Van mijn schoonzus ontving ik verschillende Libelles, waaronder het april/meinummer 1996 met het ontroerende verslag van Joop Lindeboom en haar eerste man Henk de Jong. Ik óók was een van de getuigen, geforceerd door de Duitse soldaten. Ik was zeventien jaar en die dag heeft een enorme indruk op mij gemaakt; is mij al die jaren bijgebleven. Ik ben zo ontzettend blij dat ik u ervan kan vertellen, het zal u een grote troost zijn.

Op de dag van de fusillade waren mijn broer en ik op weg om sprokkelhout te vergaren voor mijn moeder. [...] De vorige dag waren we getuige van het neerschieten van een Duitse officier op een fiets, die over de brug reed. We vlogen vlug terug naar huis van angst om onze moeder hiervan te vertellen. Op diezelfde plaats, een beetje verder van de brug, is uw man vermoord, de volgende dag, op dezelfde tijd. Wij werden ruw door Duitse soldaten langs de kade geforceerd tezamen met andere mensen op een zekere plaats te staan. Toen arriveerde de Duitse overvalwagen met SS'ers en soldaten en acht schamel geklede personen, waaronder een zeer lange man en een jonge man. De oudere man had zijn arm om de snikkende jonge man. Ik was zo ontsteld van het feit dat deze (wat ik dacht) vader en zoon tezamen vermoord zouden worden, dat ik mijn ogen niet van hen kon afhouden. (Ik herkende uw man van de foto's in de Libelle). Hij had zijn bril afgedaan en in zijn jaszak gestoken. Hij sprak tot de anderen en de jonge man, kalm en zijn ogen waren vol met, wat ik wil noemen, 'heiligheid' en 'liefde'. Zijn gelaat is mij tot heden bij gebleven en dierbaar geworden.

Het was een hartverscheurende ervaring voor een jong meisje van zeventien jaar. Ik herinner mij nog de explosie van de geweren van de Duitse soldaten. Wij waren verslagen, bang en vol haat. We werden geforceerd langs de slachtoffers te lopen, maar ik wilde niet kijken. Mijn broer hing aan mijn rok met zijn gezicht in mijn heup gedrukt, hij was slechts elf jaar oud. Ik keek met neergeslagen ogen naar de voeten, de grote schoenen van uw man gekruist over elkaar en de voeten van de jonge man eroverheen.

Drie keer in mijn leven heb ik zware operaties moeten ondergaan en iedere keer stond zijn gelaat mij voor de ogen als ik onder narcose ging. Hij heeft mij met zijn rechtvaardig gezicht gedurende mijn leven moed gegeven. Al die jaren heb ik gedacht dat het vader en zoon waren. De troost van uw man geschonken aan de jongere man was zo met liefde. Nu, na het lezen van de Libelle, kan ik het begrijpen, wetende dat hij predikant was en in Jezus geloofde en ook zijn liefde voor u moet gelezen worden in zijn stralende ogen.

Mijn hand bibbert en de tranen lopen langs mijn wangen terwijl ik dit schrijf. Mijn man, kinderen en kleinkinderen hebben deze treurige ervaring gehoord over de jaren. Iedere keer als voorbeeld van goedheid en moed en ik hoop dat als mijn laatste uur komt, ik ook een voorbeeld kan geven, dank zij Henk de Jong; ik ben zo innig blij nu een naam te kunnen geven aan deze speciale persoon.'

Rob Hahn was negen jaar toen hij zag hoe de bezetters de acht mannen executeerden. Als Hahn in 2002 weer op de plek staat waar hij in februari 1945 stond, wijst hij naar de overkant van de weg: 'Daar is het gebeurd. Anders dan iedereen denkt, zijn ze niet op de plaats van het monument neergeschoten, maar aan de overkant. Ze stonden zo dat het schootsveld van de Duitsers over het water van de Jan Gijzenvaart lag. [...] Elke keer als ik bij het monument sta, vraag ik mij af hoeveel mensen echt weten wat voor verschrikkelijks zich aan de overkant van de weg heeft afgespeeld.'

Volgens biograaf Ton Kors was Hannie Schaft ook getuige van de fusillade. Haar aanwezigheid wordt ook bevestigd door een commandant van het Haarlems verzet, die na het verhaal in Libelle contact zocht met de weduwe van Henk de Jong.

Ooggetuige Jan Heerze, die in 1945 tien jaar oud was, heeft in 1975 de executie beschreven in het kinderboek Februari '45, een verhaal uit de hongerwinter.

Oprichting
De oprichting van het gedenkteken was een initiatief van Comité Monument Gevallenen Haarlem Noord.

Onthulling
Het monument is onthuld in 1950.

Locatie
Het monument is geplaatst aan de Jan Gijzenvaart bij de Jan Gijzenbrug te Haarlem.

Bronnen

  • Gemeente Haarlem;
  • Archiefdienst voor Kennemerland;
  • Libelle van april/mei 1996;
  • Een Nieuwsbrief van Stichting Nationale Hannie Schaft-Herdenking;
  • Krantenartikel Haarlems Dagblad van 4 mei 2002;
  • Houdt de toorts van het verzet brandend van de Bond van Oud-Illegale Werkers (BOIW);
  • Sta een ogenblik stil... Monumentenboek 1940/1945 van Wim Ramaker en Ben van Bohemen. (Kampen, Uitgeversmaatschappij J.H. Kok Matrijs, 1980). ISBN 90 242 0185 3.

Herdenking aanmelden

Op 4 mei vindt de Nationale Herdenking plaats en wordt er in heel Nederland herdacht. Daarnaast zijn er door het jaar heen herdenkingen waar specifieke groepen slachtoffers of bijzondere gebeurtenissen worden herdacht, zoals de Indiëherdenking op 15 augustus en de Nationale Holocaust Herdenking (laatste zondag van januari).
Wij brengen al deze herdenkingen onder in de herdenkingskalender. Alle herdenkingen van de Tweede Wereldoorlog en oorlogssituaties en vredesoperaties daarna in Nederland kunt u aanmelden.
Er is nog geen herdenking bij dit monument aangemeld. Dat kunt u hier doen.

Persoonlijke bijdragen van onze bezoekers

Heeft u een persoonlijk verhaal met betrekking tot dit monument en/of de geschiedenis waarnaar deze verwijst? Deel uw verhaal hier en help ons de herinnering aan de Tweede Wereldoorlog levend te houden.

Let op: wilt u een wijziging voor deze monumentpagina (bijvoorbeeld een correctie of aanvulling) doorgeven? Neem dan contact met ons op.

Heeft u een vraag of wilt u ons iets melden? Kijk bij de veel gestelde vragen of stuur ons een bericht