Adopteer een monument

Herdachte groepen: Burgerslachtoffers
Ontwerper: Marcel Prins
Onthulling: 1 november 1999
Adopteer dit monument.

Den Haag, 'Dwangarbeiders' (foto: Birthe Kulik/Nationaal Comite 4 en 5 mei CC BY 3.0)
Den Haag, 'Dwangarbeiders' (foto: Birthe Kulik/Nationaal Comite 4 en 5 mei CC BY 3.0)
Den Haag, 'Dwangarbeiders' (foto: Birthe Kulik/Nationaal Comite 4 en 5 mei CC BY 3.0)
Den Haag, 'Dwangarbeiders' (foto: Birthe Kulik/Nationaal Comite 4 en 5 mei CC BY 3.0)
Den Haag, 'Dwangarbeiders' (foto: Birthe Kulik/Nationaal Comite 4 en 5 mei CC BY 3.0)
Den Haag, 'Dwangarbeiders' (foto: Birthe Kulik/Nationaal Comite 4 en 5 mei CC BY 3.0)

Het monument

Vorm en materiaal
Het monument 'Dwangarbeiders' in Den Haag is een boom, omgeven door een ophoging van baksteen waarop een roestvrijstalen ring is bevestigd. In de binnenzijde van de ring zijn mensenfiguren afgebeeld. Aan de buitenzijde is een tekst aangebracht. Op de bakstenen rand is een plaquette geplaatst.

Locatie niet correct? Geef een verbeterde locatie door.

De geschiedenis

Het monument 'Dwangarbeiders' herinnert de inwoners van Den Haag aan de razzia van 21 november 1944. Circa 15.000 Haagse mannen werden bijeengedreven en in Duitsland tewerkgesteld.

Op 21 november 1944 vond in Den Haag een razzia plaats waarbij jongemannen door de Duitse bezetter opgepakt en naar Duitsland gestuurd werden om dwangarbeid te verrichten. In de jaren daarvoor werden mannen gedwongen zicht te melden voor de zogenaamde arbeidsinzet. Velen van hen reageerden niet op de oproepen en doken onder. Om toch aan voldoende arbeidskrachten te komen hield de bezetter razzia’s. De razzia van 21 november 1944 had als codenaam Operatie Sneeuwvlok. De straten werden afgezet en mannen van 17 tot en met 40 jaar moesten zich melden met warme kleding, stevige schoenen, dekens en eetgerei. De opgepakte mannen stonden in lange rijen en velen van hen werden afgevoerd naar het gebouw voor Kunsten en Wetenschappen aan de Zwarteweg. Andere verzamelplekken waren de Haagse Dierentuin (waar nu het monument staat) aan de Benoordenhoutseweg en het gymnasium aan de Laan van Meerdervoort. Op 21 en 22 november 1944 zijn ongeveer 8.000 dwangarbeiders uit Den Haag en ongeveer 5000 uit Rijswijk en Voorburg opgepakt.

Op 22 november vertrokken de opgepakte mannen ter voet naar de Laakkade, daar lagen rijnaken afgemeerd. De mannen werden in de ruimen van de schepen gedirigeerd. Via Rotterdam, de Lek, het Merwedekanaal, langs Utrecht gingen zij naar Amsterdam. Van daaruit verder het IJsselmeer over naar onder andere Kampen. Meer dan zevenduizend Hagenaars belandden in de Van Heutzkazerne in Kampen. In Kampen werd de grote groep verdeeld over verschillende plaatsen in Nederland en van daar uit vertrokken zij later naar Duitsland. De slachtoffers van de razzia werden tewerkgesteld in dorpen of steden, maar vaak ook in werk- en strafkampen bij grote havens en belangrijke industriesteden als Hamburg, Dresden, Leipzig en Kiel.

Na de Tweede Wereldoorlog hadden de vele dwangarbeiders grote moeite om weer thuis te komen. Velen kwamen te voet, omdat het treinverkeer naar het westen nog lange tijd onmogelijk was door het verbod om de Gebbelinie te passeren. Pas op 2 jun 1945 kwam de eerste trein met gerepatrieerde dwangarbeiders aan in Den Haag. De ontvangst van de dwangarbeiders was moeilijk. Degenen die terugkeerden uit dwangarbeid werden geconfronteerd met veel onbegrip. De gedachte dat dwangarbeiders vrijwillig naar Duitsland waren gegaan was hardnekkig. Ook werd hen vaak verweten dat zij niet onder waren gedoken.

In Duitsland hebben tijdens de Tweede Wereldoorlog zo'n twaalf miljoen dwangarbeiders gewerkt. Zij kwamen met name uit de Sovjet-Unie en Polen, en voor ongeveer de helft waren het vrouwen jonger dan twintig jaar. Er kwamen echter ook dwangarbeiders uit andere Oost- en Midden-Europese landen en uit de West-Europese landen die bezet waren door de Duitsers. Zo'n 600.000 Nederlandse mannen werden tewerkgesteld in het Duitse Rijk. Zij waren werkzaam in de landbouw, de industrie, de dienstensector (bijvoorbeeld als dienstmeid), maar vooral in de wapenindustrie. Het werk viel de meeste dwangarbeiders zwaar. Ze moesten meestal zo'n twaalf uur per dag werken, terwijl ze leden onder honger, vermoeidheid en koude en onder streng toezicht stonden (meestal van SS'ers).

Oprichting
De oprichting van het gedenkteken was een initiatief van de heer P.M. Kool. Het monument is geplaatst bij het provinciehuis van Zuid-Holland, waar vroeger een dierentuin was gevestigd. Vanaf deze plek werden de Haagse dwangarbeiders samengebracht voor transport naar Duitsland.

Onthulling
Het monument is onthuld in november 1999.

Locatie
Het monument is geplaatst op het binnenplein van het Provinciehuis van Zuid-Holland, gelegen aan het Zuid-Hollandplein te Den Haag.

Bronnen

Herdenking aanmelden

Op 4 mei vindt de Nationale Herdenking plaats en wordt er in heel Nederland herdacht. Daarnaast zijn er door het jaar heen herdenkingen waar specifieke groepen slachtoffers of bijzondere gebeurtenissen worden herdacht, zoals de Indiëherdenking op 15 augustus en de Nationale Holocaust Herdenking (laatste zondag van januari).
Wij brengen al deze herdenkingen onder in de herdenkingskalender. Alle herdenkingen van de Tweede Wereldoorlog en oorlogssituaties en vredesoperaties daarna in Nederland kunt u aanmelden.
Er is nog geen herdenking bij dit monument aangemeld. Dat kunt u hier doen.

Een half miljoen Nederlanders werkte als dwangarbeider in Duitsland

Piet Kool (1924-2009), Den Haag - Zuid-Holland

In 1942 wordt hij opgeroepen voor de Arbeitseinsatz in Duitsland. Piet Kool (1924-2009) probeert er onderuit te komen. Vergeefs. Vlakbij Stuttgart moet hij werken in de fabriek van Daimler Benz, regelmatig doelwit van bombardementen van de geallieerden. Pas in mei 1945 keert hij terug naar Nederland. Voor de ervaringen van ex-dwangarbeiders is er dan weinig begrip. Maar met lotgenoten lukt het 'm het Gedenkteken Dwangarbeid op te richten in Den Haag. Daarmee is voor hem rechtgetrokken dat er tot dan toe weinig aandacht voor ex-dwangarbeiders is geweest.

Productie: Interakt; tekst: Anita van Stel

Binnen drie weken zat ik in Duitsland
"Vanaf mijn twaalfde werkte ik in de bakkerij van mijn vader in Scheveningen. Eind 1942 moesten we op last van de Duitsers Scheveningen uit. De bakkerij werd gesloten en we gingen bij familie in Delft wonen. Van lieverlee merkte je dat de situatie verslechterde. Cafés gingen dicht, we moesten verduisteren en je zag joden met davidsterren. Ik werd opgeroepen voor de Arbeitseinsatz in Duitsland. Mijn vader schreef een brief dat hij me nodig had in de bakkerij. Dat was natuurlijk niet waar, want er was geen bakkerij meer. Binnen drie weken zat ik in Duitsland. Eerst in het dorp Kaldenkirchen, niet ver over de Duitse grens. We waren in een groot kamp ondergebracht, waar het een stinkende, losgeslagen bende was. Iedere morgen moest je in een kring staan en selecteerden de Duitse fabrieken hun arbeiders."

Autofabriek Daimler-Benz
"Na een dag of vier was ik aan de beurt. Met achttien andere jongens vertrok ik met de trein richting Stuttgart. We moesten in de autofabriek van Daimler-Benz aan de slag. Personenauto's, vliegtuigvleugels en -neuzen, brandweerauto's en Mercedessen voor de Wehrmacht werden er gemaakt. Ik wisselde de mallen waarmee de onderdelen van plaatstaal werden geperst en verdiende daarmee 27 Duitse mark per week."

Ik kon brood en koeken versieren
"Met vierhonderd Nederlanders en Belgen zat ik in een kamp. Er waren nog drie andere kampen met duizend Russen en Russinnen, vierhonderd Franse krijgsgevangenen en een met vierhonderd gedeserteerde Italiaanse soldaten, die door de Duitsers krijgsgevangen waren gemaakt. Nederlanders mochten het kampterrein verlaten, de krijgsgevangenen niet. Na twaalf uur werk en een bakje koolsoep rende je naar het dichtbij gelegen dorp voor een bonloze maaltijd in een van de cafés. Eten was er trouwens nooit genoeg. Dat veranderde een beetje toen ik eind '43 op zaterdagmiddag bij de bakker in het dorp aan de slag ging. Ik kon daar regelmatig brood en koeken versieren. Zelfs de sigarettenpeuken die de bakker in een hoek smeet, nam ik mee. De jongens keken uit naar mijn terugkomst, want we verdeelden alles. Dat smokkelen van brood was levensgevaarlijk. Een Poolse jongen werd op het kampplein opgehangen omdat hij een paar aardappels had gestolen. Ik ben gelukkig nooit gesnapt."

Van de hel in de hemel
"De fabriek werd door de Engelsen en Amerikanen vaak langdurig gebombardeerd. Ik heb maar liefst tachtig bombardementen meegemaakt en nog altijd heb ik er last van. Na het grote bombardement - half 1944 - lag de hele fabriek in puin. Er kon niet meer gewerkt worden en ik nam de benen. Bij de bakker kon ik meteen aan de slag. Ik kwam van de hel in de hemel, met een klein kamertje waarin mijn bed elke dag werd opgemaakt. Ik mocht aan tafel mee-eten, terwijl het voor Duitsers eigenlijk verboden was met buitenlanders om te gaan. Ze waren voor Hitler, maar ze waren ook goed voor mij. De bakker vroeg een werkvergunning voor me aan. De Duitsers waren al lang blij dat er iemand uit het kamp weg was, want zij wisten ook niet wat ze met 5.000 dolende dwangarbeiders aanmoesten."

Bevrijd
"Na de bevrijding in mei 1945 deed Nederland niets voor onze repatriëring. Ik werd gerepatrieerd door de Fransen. Alle Nederlanders in de buurt kregen de opdracht te verzamelen in een bepaald dorp, waar we zelf onderdak moesten zoeken. Ontluisd werden we via Parijs naar Tours in Frankrijk gebracht. We konden niet naar huis, want er was hongersnood in Nederland. Met een trein vol andere jongens zat ik zes weken in een klein dorp. Uiteindelijk werden we in Tilburg opgevangen. De burgemeester sprak de woorden 'jullie zijn in Nederland en moeten je nu weer netjes gaan gedragen'. Alsof we een stelletje schooiers waren!"

Gezien als collaborateurs
"Met een rijnaak kwam ik eind augustus in Delft aan. Mijn ouders waren inmiddels naar Den Haag verhuisd. Ik ging gewoon weer in een bakkerij werken. Ik weet niet wat voor ons erger is geweest, het verblijf in Duitsland of de ontvangst in Nederland. Tot tien, vijftien jaar geleden is er voor de ex-dwangarbeiders praktisch geen aandacht geweest. Dat heeft ons veel pijn gedaan. Wij werden gezien als collaborateurs, omdat we in Duitsland hadden gewerkt, vooral ook door mensen die zogenaamd in het verzet hadden gezeten en hun leven hadden gewaagd. En dan te bedenken dat tienduizenden dwangarbeiders met een geweer in de rug weggehaald zijn. Vaak bij razzia's, zoals die van Den Haag. Sterker nog, van de 500.000 Nederlandse dwangarbeiders zijn er 36.000 omgekomen door bombardementen, honger, uitputting, ziekte of doodslag."

Verbonden

"Ex-dwangarbeiders voelen zich met elkaar verbonden. Onze omstandigheden waren zonder uitzondering slecht. Het maakte niet uit of je in kamp a of b zat. Mensen uit heel Europa waren lotgenoten, zaten allemaal in dezelfde ellende. Die eerste maanden liep ik met een paar duizend man bij bombardementen over de aardappelvelden, omdat er nog geen schuilkelders waren. Iedereen op de vlucht voor de fosfor. Het schreeuwen van een Rus klinkt hetzelfde als dat van een Nederlander, hoor. Bij toeval heb ik al in 1946 en 1947 een paar Nederlandse ex-dwangarbeiders ontmoet. Daar is een krantje uit voortgekomen, waaraan ik heb meegewerkt. Daarna is het lang stil geweest. In 1987 plaatste een Duitse sociaal-werker een oproep in de krant voor een bijeenkomst voor ex-dwangarbeiders. Hij wilde een Europese vereniging oprichten. Die is er nooit gekomen, maar hij gaf impliciet het startsein voor de vereniging in Nederland."

'Dwangarbeiders, wat zijn dat eigenlijk?'
"Ik werd voorzitter van de afdeling Zuid-Holland Noord en nam het initiatief om in 1994 de vijftigjarige herdenking van de razzia in Den Haag te organiseren. Dat heeft twee jaar lang bloed, zweet en tranen gekost. Gelukkig was ik op tijd begonnen. Een vuistdikdossier herinnert er aan. Een hoge ambtenaar vroeg me 'dwangarbeiders, wat zijn dat eigenlijk?'. Ik heb me ingehouden, ook toen de burgemeester bij de herdenking zei dat iedereen 'op uitnodiging van de gemeente Den Haag aanwezig was."

Heel Europa
"In november 1999 is op mijn initiatief het Gedenkteken Dwangarbeid tot stand gekomen. Het is oorspronkelijk een herinneringsmonument voor de razzia in Den Haag, maar ik heb vanaf het begin altijd benadrukt dat het voor de dwangarbeiders uit heel Europa is. Het monument staat bij het Provinciehuis, op de plek waar de mensen bij de razzia verzameld werden. De commissaris van de Koningin heeft toegezegd het monument te onderhouden en elk jaar een herdenking te organiseren."

Overwinning
"Ik zie het monument als overwinning op de bureaucratie en als erkenning van het leed. Met het monument is rechtgetrokken dat er altijd weinig aandacht voor ex-dwangarbeiders is geweest. Schadevergoeding was er niet bij. Wij hebben nooit een cent gekregen. De landelijke vereniging is opgeheven. De provinciale besturen, zoals wij, zijn op eigen houtje doorgegaan. Twee jaar geleden, na de zestigjarige herdenking, heb ik het bijltje er bij neergegooid. We zijn allemaal uit de jaren '20. Ik sta bijna elke maand op een kerkhof voor de begrafenis van een kameraad. Als oud-voorzitter voel ik me verplicht om een woordje te spreken."

Aanvullende bronnen:

  • In 2004 verscheen Operatie Sneeuwvlok van Reinold Vugs over de razzia in Den Haag. Piet Kool gaf de aanzet tot dit boek. Operatie Sneeuwvlok was de codenaam voor de Duitse razzia van 21 november 1944 in Den Haag.
  • Aanspraak, een uitgave van de Pensioen- en Uitkeringsraad van september 2004, bevat een interview van Ellen Lock.
Een half miljoen Nederlanders werkte als dwangarbeider in Duitsland

Persoonlijke bijdragen van onze bezoekers

Heeft u een persoonlijk verhaal met betrekking tot dit monument en/of de geschiedenis waarnaar deze verwijst? Deel uw verhaal hier en help ons de herinnering aan de Tweede Wereldoorlog levend te houden.

Let op: wilt u een wijziging voor deze monumentpagina (bijvoorbeeld een correctie of aanvulling) doorgeven? Neem dan contact met ons op.

Heeft u een vraag of wilt u ons iets melden? Kijk bij de veel gestelde vragen of stuur ons een bericht

Bijdragen

Mw.A.Leemeijer | 6 mei 2017

De woorden van de heer Piet Kool over zijn dwangarbeiderschap doen mij denken aan het spaarzame dat mijn man heeft verteld over zijn jarenlange verblijf als dwangarbeider bij Juncker's vliegtuigfabriek. Pas op zijn sterfbed wilde hij opschrijven hoe verschrikkelijk het daar was,maar toen kon hij dat niet meer. Zijn hele leven heeft hij die afschuwelijke periode in stilte met zich meegedragen. Dubbel erg was dat mijn man zijn Russische vrouw, die hij in het kamp had leren kennen en waarmee hij getrouwd was vóór ze naar Nederland teruggingen, al snel door ziekte verloor. Hoewel geld geen verdriet uitwist,was het bizar dat de aanvraag voor een klein bedrag als Wiedergutmachung werd afgewezen:verschillende kampgenoten van mijn man kregen wel iets; anderen niet.
Het schijnt dat Prins Bernhard zich 1 miljoen D-Mark heeft toegeëigend van het geld dat Duitsland als Wiedergutmachung aan de oorlogsslachtoffers gaf (NRC Handelsblad 7 juni 2008:"Duits geld heimelijk naar prins Bernhard").
Mijn man die al jong als weduwnaar met twee kleine kinderen achterbleef, had tóén een kleine tegemoetkoming goed kunnen gebruiken.
Ik hoop dat we vrede kunnen behouden zodat er niemand meer sneuvelt of weggevoerd wordt om te werken onder erbarmelijke omstandigheden voor de bezetter.