Adopteer een monument

Herdachte groepen: Burgerslachtoffers, Vervolgden Nederland, Verzet Nederland
Ontwerper: Jan Marsman, Jan Tielbeek en Gert Jan 't Holt (30-05-1923)
Onthulling: 1 mei 1998
Adopteer dit monument.

Espelo, monument aan de Haarlerweg (foto: Brenda Menger)
Espelo, monument aan de Haarlerweg (foto: dhr. Stevens)
Espelo, monument aan de Haarlerweg (foto: dhr. Stevens)
Espelo, monument aan de Haarlerweg (foto: dhr. Stevens)
Espelo, monument aan de Haarlerweg (foto: John Bachrach)

Het monument

Vorm en materiaal
Het monument aan de Haarlerweg in Espelo (gemeente Rijssen-Holten) bestaat uit een grote zwerfkei met bronzen plaquette en een zwart-wit foto. Naast de kei ligt een tweede kleinere zwerfkei waarop tevens een bronzen plaquette en twee zwart-wit foto's zijn geplaatst.

Teksten
De tekst op de eerste plaat luidt:

'OM NIET TE VERGETEN
BIJ DE RAZZIA OP 14 OKTOBER 1944
WERD DE 18-JARIGE ONDERDUIKER
MARINUS STEVENS
UIT APELDOORN
OP DEZE PLAATS DOOR DE
DUITSERS DOODGESCHOTEN.
FAM. STEVENS ZIJN VRIENDEN:
FAM. JANSEN G. JANSEN
BUREN HELHUIZEN J. KOPPELMAN
STAATSBOSBEHEER J. MARSMAN
J. TIELBEEK.'

De tekst op de tweede plaat luidt:

'VERZETSMAN GERRIT JAN PIKSEN (27 JAAR)
EN JOODSE ONDERDUIKER MAURITS BACHRACH (26 JAAR)
WERDEN ELDERS IN SALLAND
BIJ DEZE RAZZIA GEDOOD.'

Wijzigingen
De kleine zwerfkei is in juni 2006 aan het monument toegevoegd. In eerste instantie was de tweede plaquette in 2005 onder de eerste plaquette aangebracht, maar dit stuitte op protest. Om deze reden is gekozen voor een tweede kei.

Digitaal Joods Monument
Het joodse oorlogsslachtoffer dat op dit gedenkteken vermeld staat, is tevens opgenomen in het 'Digitaal Monument Joodse Gemeenschap in Nederland'. Hierin vindt u meer informatie over deze persoon met waar mogelijk een korte biografie, familierelaties en adresgegevens.

Onder het kopje 'Geschiedenis' op deze pagina kunt u op de persoonsnaam klikken om doorverwezen te worden naar het Digitaal Joods Monument.

Locatie niet correct? Geef een verbeterde locatie door.

De geschiedenis

Het monument aan de Haarlerweg in Espelo (gemeente Rijssen-Holten) is opgericht ter nagedachtenis aan de 18-jarige onderduiker Marinus Stevens uit Apeldoorn die op 14 oktober 1944 tijdens een razzia door de bezetter is omgebracht. Op zaterdag 14 oktober 1944 werd een grote razzia gehouden in Salland, grofweg het gebied tussen Schalkhaar, Holten, Haarle en Heeten. Mogelijke aanleiding was een wapendropping voor het verzet in de voorgaande nacht, op Twents grondgebied.

De tweede plaquette herinnert aan de twee andere dodelijke slachtoffers van deze razzia.

De namen van de twee slachtoffers luiden:

Mozes (Maurits) Bachrach en Gerrit Jan Piksen.

De Nijverdalse verzetsman Gerrit Jan Piksen werd gedood in Haarle en de joodse onderduiker Mozes (Maurits) Bachrach (geboren te Arnhem) aan de Portlanderdijk tussen nieuw Heeten en Schoonheten.

Oprichting
De oprichting van het gedenkteken was een initiatief van de voormalige verzetsmannen Jan Marsman en Jan Tielbeek, beiden afkomstig uit Raalte. De uitbreiding van het gedenkteken met een tweede zwerfkei was een initiatief van Jan Marsman.

Onthulling
Het monument is onthuld op 1 mei 1998 door Albert Stevens, de broer van Marinus.

Locatie
Het monument is geplaatst aan de Haarlerweg, gelegen in het nationaal park 'Sallandse Heuvelrug' in Helhuizen-Espelo (gemeente Rijssen-Holten).

Bronnen

  • Informatie afkomstig van de heer Benny Koerhuis;
  • Dagblad Tubantia van 11 november 2007.

Voor meer informatie

  • Het archief van de Bosschool, tel. 0572 - 32 16 22;
  • De Stentor-Sallands Dagblad, tel. 0572 - 35 66 66.

Herdenking aanmelden

Op 4 mei vindt de Nationale Herdenking plaats en wordt er in heel Nederland herdacht. Daarnaast zijn er door het jaar heen herdenkingen waar specifieke groepen slachtoffers of bijzondere gebeurtenissen worden herdacht, zoals de Indiëherdenking op 15 augustus en de Nationale Holocaust Herdenking (laatste zondag van januari).
Wij brengen al deze herdenkingen onder in de herdenkingskalender. Alle herdenkingen van de Tweede Wereldoorlog en oorlogssituaties en vredesoperaties daarna in Nederland kunt u aanmelden.
Er is nog geen herdenking bij dit monument aangemeld. Dat kunt u hier doen.

Een zwerfkei als definitieve rustplaats

Simon Bachrach, Espelo - Overijssel

De Joodse Simon Bachrach (1916) en zijn twee broers Maurits en Ben wachten in Westenbork op het transport naar Polen. Hun moeder en zusje komen om in Sobibor. Simons verloofde Alijda Jacobs slaagt erin de drie mannen Westerbork uit te smokkelen. Ze duiken onder. Bij de Sallandse razzia in 1944 wordt Maurits Bachrach gedood door Duitse kogels. Onderduiker Marinus Stevens en verzetsman Gerrit-Jan Piksen komen bij dezelfde klopjacht om. In 1998 komt er een zwerfkei als monument voor Marinus Stevens, in 2006 uitgebreid met een tweede zwerfkei voor Maurits Bachrach en Gerrit-Jan Piksen.

door Anita van Stel


Weerzinwekkend
"We woonden in Arnhem, mijn moeder, zusje, twee broers en ik. In september 1942 werd ik met mijn broers Maurits en Ben opgeroep voor de werkkampen. Ben en ik gingen naar Friesland, naar kamp De Witte Paal in Sint Johannesga. Maurits kwam terecht in kamp Linde, ook wel 'It Petgat' in Blesdijke. Al na een paar weken, op 3 oktober, werden alle werkkampen leeggehaald. Iedereen werd overgebracht naar Westerbork, waar wij Maurits ook weer ontmoetten. In Westerbork bivakkeerden op dat moment 40.000 Joden. De omstandigheden waren er weerzinwekkend. Iedereen had diarree en er was nauwelijks te eten. Tweemaal per week, op dinsdag en vrijdag, vertrok een volle trein naar Polen. We hadden geen idee wat ons te wachten stond, maar voelden dat het in Polen niet pluis was."

'Ze komt jullie halen'
"Op een dag werd ik voor mijn barak 62 aangesproken door een man. Hij liet de foto van mijn verloofde Alijda Jacobs zien. Alijda was erachter gekomen dat ik in Westerbork zat. 'Wil je hieruit', vroeg hij. Ik antwoordde dat ik zeker weg wilde, maar alleen samen met de broers. Hij sprak de voor mij nog altijd magische woorden 'ze komt jullie halen'. In die tijd reden vrachtauto's af en aan, met stenen voor de bouw van de barakken. Alijda vond een betrouwbare chauffeur die contact met mij legde. Ze overtuigde een andere chauffeur dat ze het kamp in moest. Hij veronderstelde dat ze typiste in het kamp was, maar nog geen papieren had. Bij het ketelhuis van Westerbork bespraken we hoe de ontsnapping zou verlopen. Moet je je voorstellen hoe enorm dapper Alijda was, een meisje van net twintig."

15 gulden per onderduiker
"Als stukadoor verkleed in een overall onder de kalk - en zonder Jodenster - ging ik met chauffeur Geurt Kreuze het kamp uit. Bij de poort stapten drie Duitse SS-ers in, die naar Assen moesten. Daar schrok ik erg van, maar het liep goed af. In Arnhem aangekomen ontmoetten Alijda en ik het Joodse gezin Moses dat op het punt stond naar Westerbork af te reizen. Ik overtuigde hen ervan dat ze niet moesten gaan. Ze doken onder en hebben de oorlog overleefd. Mijn moeder en zusje Annie zijn op hun onderduikadres in Oosterbeek verraden door een buurman. Hij kreeg er vijftien gulden per stuk voor. Ze zijn omgebracht in de gaskamers van Sobibor. De verrader werd na de oorlog veroordeeld tot twee weken gevangenisstraf."

Meerdere keren onderscheiden

"Alijda ging terug naar Westerbork om mijn broers te halen. Ze kwam net op tijd. De trein waarmee Maurits en Ben naar Polen zouden vertrekken, zat vol en mijn broers konden ontsnappen uit de speciale barakken waarin de treinreizigers samengebracht werden voor vertrek. Ze kwamen net als ik weg uit het kamp met een vrachtwagen plus betrouwbare chauffeur. In totaal hielp Alijda zeven Joodse mannen het kamp uit, onder wie ook mijn vriend Nico Menco. Alijda is daarvoor - en voor het vervolg van haar verzetswerk - na de oorlog meerdere keren onderscheiden. De moedige chauffeur Kreuze is door de Duitsers opgepakt en nooit meer thuisgekomen."

Sallandse razzia
"Eind 1943 doken we met zijn drieën onder in de buurt van Raalte, ieder op een ander adres. We hadden een schuilnaam. Ik was Gerrit Salemink, Maurits heette Hendrik Bakker en Ben was Christiaan Geensen. Bijna niemand had door dat wij Joodse broers waren. Net als andere onderduikers werkten we voor de boeren. Op die 14e oktober 1944, de dag van de Sallandse razzia, lag ik te slapen op mijn onderduikadres bij de familie Vrieling, toen de Duitsers binnenvielen. Ze riepen of er iemand thuis was. De vrouw des huizes was met haar zoon de koeien aan het melken. Ik sleepte mijn warme beddengoed naar de schuilplaats op de vliering en wachtte tot de Duitsers vertrokken. Mijn broers zouden bij onraad ook naar mijn veilige plek komen."

Doodgeschoten
"Maurits sliep in de paardenstal bij boer Strookappe, die hem daar wakker maakte. Ook bij Strookappe waren Landwachters bezig met hun klopjacht. Half aangekleed vluchtte Maurits richting mijn adres. Toen hij een weiland overstak, werd hij van verschillende kanten beschoten. Hij viel dood in de modder. Op mijn slaapkamer hoorde ik de schoten en in een flits zag ik mijn broer rennen. Hij stond na geraakt te zijn nog drie keer op. Ik kreeg iets later de bevestiging dat onderduiker Hendrik Bakker omgekomen was. Mevrouw Vrieling snapte niet waarom ik zo van slag was, maar het was te gevaarlijk om haar te vertellen dat hij mijn broer was. Strookappe heeft Maurits begraven in het weiland en aangifte gedaan in Raalte. Ongeveer een week later werd hij herbegraven in Raalte."

Vier keer begraven

"Oorspronkelijk lag mijn broer bij de geallieerde militairen. Omdat dit Engels gebied is, is hij na enkele maanden op een ander stuk van de begraafplaats herbegraven. Dit gedeelte was gereserveerd voor 'armen, zwervers en passanten'. In graf 48 werden volgens de gegevens van de gemeente Raalte in juni 1944 een 64-jarige landloper uit Almelo, een onbekende Duitse soldaat en Hendrik Bakker begraven. Wij kwamen er pas veel later achter dat hij niet meer bij de Engelse militairen lag. In de zomer van 2006 is Maurits voor de vierde maal begraven op de erebegraafplaats in Loenen. Zijn laatste rustplaats heeft nummer A1000."

Het monument
"In 1997 namen de Raaltenaren - en voormalig verzetsmensen - Jan Marsman en Jan Tielbeek het initiatief om voor een ander slachtoffer van de razzia, de jonge onderduiker Marinus Stevens, een monument op te richten. Het gedenkteken, een zwerfkei, werd in 1998 onthuld op de plaats waar Marinus Stevens neergeschoten was. In 2004 wilden Marsman en Tielbeek ook voor Maurits Bachrach en de gesneuvelde verzetsman Gerrit Jan Piksen monumenten oprichten. Een herinneringsplaquette voor Maurits Bachrach zou geplaatst moeten worden bij het weiland langs de Portlanderdijk waar hij was doodgeschoten. 'Om zo stille getuige te zijn van deze donkere gebeurtenis', verklaarde Marsman. De zoon van boer Strookappe voelde echter niet voor een monument op die plaats. Vervolgens rees het idee om het monument voor Marinus Stevens uit te breiden met een plaquette voor Maurits Bachrach en Gerrit Jan Piksen. Na overleg met de families Stevens, Bachrach en Piksen werd gekozen voor een tweede zwerfkei, pal naast het monument. In juli 2006 is deze gedenksteen geplaatst. Op deze plek wordt nu elk jaar rond 14 oktober stilgestaan bij de razzia en de drie dodelijke slachtoffers die daarbij waren te betreuren."

Met dank aan John Bachrach en Benny Koerhuis.
Een zwerfkei als definitieve rustplaats

Gedwongen mee te doen doen de waanzin van de oorlog

Jan Marsman, Espelo - Overijssel


Een zwerfkei die symbool staat voor het zwerversbestaan van onderduikers. Dat is het monument dat herinnert aan drie doden bij een grootscheepse razzia in 1944 in de buurt van Holten. Jan Marsman (1923) heeft geluk gehad, zegt hij zelf. Een Duitser vindt hem in een hooiberg, maar laat hem ongemoeid. "Waarom overleef ik 't wel en een andere 18-jarige onderduiker niet?" Marsman zorgt met een andere overlevende voor een monument. Zodat de volgende generatie weet wat er gebeurd is. "Want wij zijn er straks niet meer."

door Anita van Stel

Onderduikershut
"Vanaf de zomer van 1944 hielden de Duitsers regelmatig razzia's, omdat ze een groot tekort aan arbeidskrachten hadden. Opgepakte jongens werden bijvoorbeeld ingezet voor het graven van tankgrachten in Berlijn en Hamburg, maar via de zogenaamde Organisation Todt ook langs de IJssel en elders in de regio waar verdedigingswerken aangelegd moesten worden. Zelf was ik ondergedoken in Holten. Ik zorgde daar voor de distributie van verzetskranten. Als er gevaar dreigde, ging ik net als andere onderduikers naar een onderduikershut. Je wilde de boeren niet nog meer in gevaar brengen."

Grootscheepse razzia
"Op zaterdag 14 oktober 1944 was Holten en omgeving in rep en roer. Het gerucht ging dat er een razzia op komst was. Als vergelding voor het droppen van wapens voor het verzet bij Markelo. De Duitsers kwamen van alle kanten. Ze liepen in linies door de weilanden richting Nieuw Heeten, Haarle en Schoonheten. Het leek wel een drijfjacht. Toen bleek dat er sprake was van een grootscheepse razzia, waarbij Fallschirmjäger, Grüne Polizei en SS-ers betrokken waren. De Duitsers voerden huiszoekingen uit, trapten deuren in en schoten. Vooral jonge mannen werden opgepakt en naar een weiland gevoerd, waar ze hun persoonsbewijzen moesten inleveren. Iedereen probeerde op zijn eigen manier te ontsnappen. Wij vluchtten eerst de bossen van de Holterberg in, maar ze hadden ons omsingeld. Via een weiland moest je zien weg te komen. Ik kroop door het laagste deel van het weiland en verstopte me in een hooiberg." 

Waarom had ik geluk en Marinus pech?
"Een Duitse soldaat ontdekte mij in die hooiberg. Hij keek me recht in de ogen. Ik dacht: laat ik maar te voorschijn komen, want het is voorbij. 'Goedemorgen,' zei ik, 'ik ben hier gewoon aan het werk, hoor'. Maar de Duitser trok het hooi weer voor het gat en deed alsof hij mij niet had gezien. Waarom weet ik nog steeds niet. Misschien was hij ook maar gedwongen aan de waanzin van de oorlog mee te doen. Jan Tielbeek is wonder boven wonder evenmin gevonden. Hij heeft urenlang in een schuur onder het stro gezeten. De Duitsers prikten er met hun bajonetten in. Met onderduiker Marinus Stevens liep het slechter af. Vanuit de hooiberg hoorde ik schoten klinken. Naderhand bleek het om Marinus te gaan, die probeerde de schuilhut in het bos te bereiken. Hij werd door een jonge SS-er ontdekt en met twee schoten in de rug gedood. Hij viel voorover op de grond. Ik heb me later regelmatig afgevraagd waarom ik geluk had en Marinus zoveel pech."

Een zwerfkei als symbool voor het zwerversbestaan van onderduikers
"In 1997 hebben Jan Tielbeek en ik de Stichting Gedenkteken Helhuizen opgericht. We vonden dat we de gebeurtenissen aan de volgende generaties door moesten geven. Straks zijn wij er niet meer. Ook was dankbaarheid een drijfveer; wij hebben de verschrikking van de oorlog immers overleefd, Marinus Stevens en veel andere onderduikers niet. We kregen veel bijval voor ons plan een monument op te richten. Het moest komen op de plaats waar Marinus Stevens neergeschoten is. Ook Marinus' broer Albert, die eerst wat terughoudend was, kon zich vinden in het plan. Hij heeft op 1 mei 1998 de onthulling verricht. We kozen voor een zwerfkei, om het zwerversbestaan van de onderduikers te symboliseren. Bovendien past de kei in de bosachtige omgeving. We houden jaarlijks een herdenking, meestal op 14 oktober. Kinderen van de Bosschool uit Espelo hebben het monument geadopteerd en leggen dan bloemen. In 2000 is ook het onderduikershol in ere hersteld."

Gerrit Jan Piksen en Maurits Bachrach

"Tijdens de razzia op 14 oktober 1944 zijn naast Marinus Stevens nog twee andere mannen doodgeschoten. Gerrit Jan Piksen (1917) was een belangrijk verzetsman in Nijverdal. Hij werd in Haarle gearresteerd, verhoord en nog diezelfde dag geliquideerd. De joodse onderduiker Maurits Bachrach (1917), alias Hendrik Bakker, zat ondergedoken op de boerderij van Strookappe tussen Nieuw Heeten en de Raalter buurtschap Schoonheten. Hij werd op de vlucht door meerdere landwachters beschoten en dodelijk getroffen. Voor hen hebben we in juli 2006 een tweede gedenksteen geplaatst pal naast het monument voor Marinus Stevens. Dat is gebeurd in overleg met de families. Op deze plek kunnen we nu elk jaar stilstaan bij die verschrikkelijke razzia en de drie doden die daarbij zijn gevallen."

Bron: 

  • Benny Koerhuis, De Stentor;
  • Huis aan huis, Informatieblad voor de gemeente Apeldoorn.
Gedwongen mee te doen doen de waanzin van de oorlog

Persoonlijke bijdragen van onze bezoekers

Heeft u een persoonlijk verhaal met betrekking tot dit monument en/of de geschiedenis waarnaar deze verwijst? Deel uw verhaal hier en help ons de herinnering aan de Tweede Wereldoorlog levend te houden.

Let op: wilt u een wijziging voor deze monumentpagina (bijvoorbeeld een correctie of aanvulling) doorgeven? Neem dan contact met ons op.

Heeft u een vraag of wilt u ons iets melden? Kijk bij de veel gestelde vragen of stuur ons een bericht