Adopteer een monument

Herdachte groepen: Burgerslachtoffers
Onthulling: 15 juni 1985
Adopteer dit monument.

Sliedrecht, plaquette voor Merwedegijzelaars (Foto: Anja van der Starre)
Sliedrecht, plaquette voor Merwedegijzelaars (Foto: Anja van der Starre)

Het monument

Vorm en materiaal
De plaquette voor Merwedegijzelaars in Sliedrecht is uitgevoerd in brons.

Tekst
De tekst op de plaquette luidt:

'OP 16 MEI 1944
WERDEN VAN DEZE PLAATS
MERWEDEGIJZELAARS
WEGGEVOERD NAAR HET
CONCENTRATIEKAMP TE
AMERSFOORT.
15.6.1985'

Locatie niet correct? Geef een verbeterde locatie door.

De geschiedenis

De plaquette voor Merwedegijzelaars in Sliedrecht (gemeente Sliedrecht) is opgericht ter nagedachtenis aan de 589 jonge mannen die tijdens een razzia op 16 mei 1944 zijn opgepakt.

Op 16 mei 1944 werden bij een razzia in Sliedrecht en Hardinxveld 589 jonge mannen tussen de 18 en 25 jaar opgepakt, en bij de Grote Kerk in Sliedrecht en de School met de Bijbel in Hardinxveld bijeengebracht. Deze mannen werden, op een klein aantal na, naar kamp Amersfoort afgevoerd. Na zeven weken mocht een grote groep naar huis terug. De mannen die dat geluk niet hadden, werden naar werkkampen in Duitsland gestuurd. Twaalf van deze mannen uit Sliedrecht zijn aldaar overleden aan de gevolgen van het zware werk, te weinig voedsel en ziekten. De razzia was een vergeldingsactie van de bezetter na het doodschieten van twee NSB-ers door het verzet.

Onthulling
Het monument is onthuld op 15 juni 1985 door de toenmalige burgemeester van Sliedrecht, W. Hendriks.

Er worden geen herdenkingen bij de plaquette zelf meer georganiseerd. Vanaf 1985 tot en met 2000 legden enkele overlevenden en nabestaanden op 16 mei bloemen bij de plaquette. Sinds 2001 is de herdenking van de Merwedegijzelaars geintegreerd in de jaarlijkse herdenking op 4 mei.

Locatie
De plaquette is aangebracht op de muur van de Grote Kerk, gevestigd aan de Kerkbuurt te Sliedrecht.

Bron
Anja van der Starre.

Voor meer informatie
www.merwedegijzelaars.nl

Herdenking aanmelden

Op 4 mei vindt de Nationale Herdenking plaats en wordt er in heel Nederland herdacht. Daarnaast zijn er door het jaar heen herdenkingen waar specifieke groepen slachtoffers of bijzondere gebeurtenissen worden herdacht, zoals de Indiëherdenking op 15 augustus en de Nationale Holocaust Herdenking (laatste zondag van januari).
Wij brengen al deze herdenkingen onder in de herdenkingskalender. Alle herdenkingen van de Tweede Wereldoorlog en oorlogssituaties en vredesoperaties daarna in Nederland kunt u aanmelden.
Er is nog geen herdenking bij dit monument aangemeld. Dat kunt u hier doen.

Die dertien maanden verdwijnen nooit meer uit je gedachten

Job van der Linden (1919-2012), Hardinxveld - Zuid-Holland

Wagons met chemisch afval lossen in de buurt van Leipzig op een bord waterige knollensoep. Job van der Linden (1919-2012) wordt bij een vergeldingsrazzia in 1944 opgepakt. Met nog 900 andere jonge mannen komt hij in Kamp Amersfoort terecht. Vandaar gaan ze naar kampen in voormalig Oost-Duitsland. Ook Van der Linden. Veertig kilo weegt hij als hij na de oorlog gebroken terugkomt. Nachtmerries en maagzweren heeft hij eraan overgehouden. In Sliedrecht en Hardinxveld herinneren plaquettes aan de plek waar hij en de andere 900 jongens zijn weggevoerd.

Productie: Interakt; tekst: Anita van Stel
Van de oorlog merkte je niet veel
"21 was ik in 1940. Ik woonde in Boven-Hardinxveld. Van de oorlog merkte je niet veel. Er waren Duitse soldaten ingekwartierd in grote huizen en cafés, maar over het algemeen was het rustig. In mei 1944 werkte ik bij een bouwmaterialenhandel in Gorinchem. Elke morgen om 6 uur ging ik in mijn oude overall en op klompen de deur uit. Op 16 mei was ik iets later. Klokslag zeven uur begon toen de razzia. Overal waar je keek zag je Duitse SS'ers en foute Nederlanders. Bij elke trap over de dijk stonden ze. Er was geen ontkomen aan."

Waarom die razzia?
Die razzia op 16 mei 1944 in Sliedrecht, Giessendam, Hardinxveld, Sleeuwijk, Werkendam en de Biesbosch was een vergeldingsactie van de Duitsers. Een knokploeg uit Sliedrecht wilde wraak nemen op de moord op een onschuldige bakker uit Giessendam, Wouter Smit. Tijdens een vuurgevecht vielen er doden aan de kant van de landwacht. Een reactie van Duitse zijde kon niet uitblijven. Op 11 mei namen ze elf prominenten in gijzeling. Maar kennelijk was dat niet genoeg. Vandaar de razzia.

Kampbaas Kotälla was een echte beul
"Ik moest mee, maar had geen idee wat me te wachten stond. Ze brachten me naar het schoolplein dat vol stond met jongens zoals ik. In Sliedrecht gebeurde hetzelfde bij de kerk. Daarvandaan werden we 's avonds naar Kamp Amersfoort vervoerd. De volgende dag hoorde je pas dat je in Amersfoort was. We belandden in slechte omstandigheden. Als er iets gebeurde, lieten ze je twee dagen op appel staan, zonder eten of drinken. Je mocht niet eens naar de wc. We kregen nauwelijks te eten. Kampbaas Kotälla was een echte beul. Hij liet zijn hond een pan soep met dikke stukken vlees leegvreten, terwijl wij hongerig moesten toekijken. Het enige lichtpuntje was een pakket van het Rode Kruis, eens per veertien dagen, met wat te eten en een half pakje shag."
 
In tentjes van hardboard
"Mijn vader kreeg bericht dat hij een koffer moest komen brengen in Amersfoort. Mijn ouders moesten speciaal een koffer aanschaffen, want arbeiders gingen niet op reis. Toen besefte ik dat ik niet snel thuis zou zijn en dat Amersfoort ook voor mij een 'Durchgangslager' werd. Met een gewone passagierstrein vertrokken we naar Duitsland. Als oudste kreeg ik de verantwoordelijkheid voor de coupé. Als er een van de tien medegijzelaars zou vluchten, zou ik doodgeschoten worden. Niemand ontsnapte. We kwamen aan in Halle en vertrokken een dag later naar Peres, in de buurt van Leipzig. Van gijzelaar werden we 'Arbeits Entziehungs Häftling', werkweigeraar in gevangenschap. Op ons groene werkpak stonden de letters AEH. In het kamp 'De Kippe' sliepen we met zestien man in tentjes van hardboard. Als het regende moest je het dak vasthouden. Dekens had je niet en je gebruikte je koffer als hoofdkussen. Als varkens lagen we in het stro. Overdag moesten we wagons met chemisch afval lossen, ontzettend vies werk. Eens per vierentwintig uur kreeg je een bord waterige knollensoep met een stukje brood. De Duitsers hadden toen zelf overigens ook niet veel eten meer." 

Ineens was er geen Duitser meer te bekennen
"Een keer ben ik letterlijk aan de dood ontsnapt: met een man of wat moesten we ontluisd worden, in een speciale ruimte. Daar stonden we spiernaakt en kregen een soort chemisch spul over ons heen dat ons de adem benam. Door een raam kapot te slaan en elkaar te helpen ontkomen, hebben we het overleefd. Het was een gaskamer, realiseerde ik me later. Ik was er tegen het eind van de oorlog slecht aan toe, woog nog maar 40 kilo en had hongeroedeem. Ik kon niet meer werken. Het front kwam dichterbij. Vlak voor de bevrijding waarschuwde iemand me dat mijn naam op een lijst van ongewenste personen stond, waarschijnlijk vanwege werkweigering. Ik ben toen 's nachts over het prikkeldraad geklommen en heb de benen genomen. Bijna een week heb ik alleen in een schaapskooi gezeten, tot een Duitse soldaat me ontdekte. Ik dacht dat het gebeurd was. Hij nam me mee naar een verzamelplaats in het dorpje Oudegast, bij Leipzig, waar uit de hele omtrek gevangenen zaten. Het was begin april. Ineens waren we de dag erna bevrijd en was er geen Duitser meer te bekennen."

Derderangsburgers
"Nog vijf weken heb ik in een bioscoop gebivakkeerd, waarna we op open vrachtwagens terug naar Nederland gingen. We werden naar Kamp Amersfoort gebracht, waar we - schandalig genoeg - als derderangsburgers werden ontvangen. Ik had een Duitse militaire jas, tegen de kou, maar moest die afstaan, net als achttien Duitse Marken. Je werd er aan je lot overgelaten. Ik regelde zelf een lift naar huis met een Rode Kruis-auto. In de middag van 6 juni 1945 arriveerde ik thuis, berooid en meer dood dan levend. Er werd niet naar je omgekeken en ik was te zwak om te werken." 

Nooit meer
"Tussen mijn veertigste en zestigste had ik veel last van nachtmerries en was ik 's nachts aan het spoken. Alles uit Duitsland kwam terug. 's Ochtends werd ik gebroken wakker. Door de stokslagen is mijn rug beschadigd. Later kreeg ik maagzweren van de emoties, maar ik prijs me gelukkig dat ik het overleefd heb. Een hoop mannen zijn in Duitsland omgekomen of net na terugkeer. 'We hebben het hier beter dan in Peres', zei Bas Egas, een andere nog in leven zijnde Merwedegijzelaar uit Hardinxveld tegen me. Die dertien maanden verdwijnen alleen nooit meer uit je gedachten."

Gerelateerde links

Die dertien maanden verdwijnen nooit meer uit je gedachten

Zonder het te weten zat je thuis eigenlijk altijd in de oorlog

Michiel de Ruyter (1961), Sliedrecht

Het oorlogsverleden van zijn vader Cees de Ruyter (1926-1981) bepaalt het gezinsleven. Pas als zijn vader overlijdt, realiseert Michiel de Ruyter (1961) zich dat. Met zware tbc komt Cees de Ruyter terug van een werkkamp bij Leipzig. In Sliedrecht en Neder-Hardinxveld herinneren plaquettes aan de plaats waar zijn vader met anderen als gijzelaars zijn weggevoerd. Als leraar combineert De Ruyter de jaarlijkse skiwerkweek van 'zijn' VMBO-school met een bezoek aan Dachau. Om de leerlingen ervan te doordringen dat de oorlogsgruwelen ook vandaag op de loer liggen.

door Anita van Stel

Op het verkeerde moment op de verkeerde plaats

"Mijn vader Cees de Ruyter was de jongste van een gezin met twaalf kinderen. Ze waren oudgereformeerd en streng in de leer. Mijn vader werkte als schippersknecht in Werkendam. Op weg naar zijn werk werd hij op 16 mei 1944 bij het pontje van Boven-Hardinxveld naar Werkendam opgepakt en vervolgens naar het schoolplein gebracht. Hij was op het verkeerde moment op de verkeerde plaats. Een vergeldingsrazzia. Ook zijn vriend Rijk de Jong en zijn oudere broer Bas waren onder de gijzelaars. Via Kamp Amersfoort is hij per trein naar voormalig Oost-Duitsland vervoerd. Na de bevrijding slaagde hij erin thuis te komen. Ernstig ziek, dat wel. Zijn broer is kort na de bevrijding op weg naar huis bezweken aan de ontberingen. Het was Gods wil dat er twee kinderen naar Duitsland weggevoerd waren, redeneerden mijn grootouders." 

Waarom die razzia?
De razzia op 16 mei 1944 in Sliedrecht, Giessendam, Hardinxveld, Sleeuwijk, Werkendam en de Biesbosch was een vergeldingsactie van de Duitsers. Een knokploeg uit Sliedrecht wilde wraak nemen op de moord op een onschuldige bakker uit Giessendam, Wouter Smit. Tijdens een vuurgevecht vielen er doden aan de kant van de landwacht. Een reactie van Duitse zijde kon niet uitblijven. Op 11 mei namen ze elf prominenten in gijzeling. Maar kennelijk was dat niet genoeg. Vandaar de razzia.

Niet over oud brood klagen
"Mijn vader heeft twee jaar voor het raam op bed gelegen, met zwaar tbc. Daarna is hij een jaar in sanatorium Zonnegloren verpleegd, waar hij ook geopereerd is. Van twee longen hield hij driekwart long over. De periode tot zijn overlijden in 1981 takelde hij lichamelijk steeds meer af. Lichaamfuncties vielen uit, door een gebrek aan zuurstof. Ik wist niet beter dan dat mijn vader ziek was. Hij moest regelmatig naar het ziekenhuis, voor een grote revisiebeurt, zoals wij zeiden. Ik vroeg me niet af hoe dat kwam. De oorlog speelde slechts zijdelings een rol. We moesten niet over oud brood klagen, want in het kamp waren ze blij met een beschimmelde homp. Een vriend van mijn vader had psychische problemen door de oorlog. Mijn vader niet. We kregen wel een degelijke anti-Duitse opvoeding. Hij werd emotioneel bij het voornemen van premier Van Agt in 1972, om de Drie van Breda, onder wie de kampbeul van Kamp Amersfoort Kotälla, gratie te verlenen. Ik herinner me dat nog scherp. Sinds mijn jeugd heb ik affiniteit met de Tweede Wereldoorlog, want je zat er thuis - zonder dat je je dat realiseerde - eigenlijk altijd in." 

Diep spoor
"Toen mijn vader in 1981 overleed, was ik pas negentien jaar. Dan mis je dus heel veel van wat je met een vader wilt delen. Ik heb ooit een keer met hem gevoetbald. Na drie keer tegen een bal schoppen was hij buiten adem. Hij kon ook niet lang buiten zijn, want de lucht was snel te koud voor zijn longen. Ondanks zijn ziekte was hij een ras-positief mens, maar de oorlog heeft zijn leven verpest en ook de loop van het mijne bepaald. Tot een jaar of vijf geleden stond ik daar niet bij stil. Toen is mijn vader herbegraven en besefte ik ineens welk diep spoor de oorlog getrokken heeft. Het gevoel was onbewust heel ver weggestopt. Ik voel extreem dat ik nu dingen met mijn zoon móet doen, omdat ik ze van mijn vader zo gemist heb."

De link naar het heden
"Ik vind dat ik een opvoedende taak heb en de geschiedenis moet doorgeven aan mijn leerlingen van veertien, vijftien jaar. Dat gaat moeizaam, want de oorlog is immers meer dan zestig jaar geleden, zeggen zij. Ze kunnen niet bevatten dat er zes miljoen Joden zijn vermoord. Ook collega's stellen het jaarlijkse bezoek aan Dachau soms ter discussie. Ik vind dat het moet en leg de link naar het heden. Mensen worden nog steeds uitgemoord. Denk maar aan Servië, Darfur of Kenia. Ik probeer ze mee te geven welke keuze ze op een bepaald moment hebben. We bereiden het bezoek aan Dachau heel goed voor. Ze zijn er stil en laten de geschiedenis op zich inwerken. Nog maanden nadien komen ze met vragen. In Hardinxveld-Giessendam en Sliedrecht herinneren plaquettes aan het droeve lot van de gijzelaars. Er zullen niet dagelijks mensen bij stilstaan, maar het is goed dat ze er zijn. We mogen nooit vergeten wat er is gebeurd." 

Aanvullende bron:

Zonder het te weten zat je thuis eigenlijk altijd in de oorlog

Persoonlijke bijdragen van onze bezoekers

Heeft u een persoonlijk verhaal met betrekking tot dit monument en/of de geschiedenis waarnaar deze verwijst? Deel uw verhaal hier en help ons de herinnering aan de Tweede Wereldoorlog levend te houden.

Let op: wilt u een wijziging voor deze monumentpagina (bijvoorbeeld een correctie of aanvulling) doorgeven? Neem dan contact met ons op.

Heeft u een vraag of wilt u ons iets melden? Kijk bij de veel gestelde vragen of stuur ons een bericht

Bijdragen

Anja van der Starre | 23 maart 2018

Op de website www.merwedegijzelaars.nl staan vele verhalen van de in Sliedrecht op 16 mei 1944 opgepakte jonge mannen.