Adopteer een monument

Herdachte groepen: Algemeen, Geallieerde militairen
Onthulling: 26 juni 1954
Adopteer dit monument.

Westkapelle, monument aan de Markt (foto: Theo Snijders)
Westkapelle, monument aan de Markt (foto: Theo Snijders)

Het monument

Vorm en materiaal
Het monument aan de Markt in Westkapelle (gemeente Veere) is een ingemetselde gedenksteen van graniet.

Tekst
De tekst op de gedenksteen luidt:

'IN 1944 WESTKAPELLE SUFFERED INEVITABLE IN THE
BATTLE FOR FREEDOM.
IN 1954 THIS STONE WAS ADDED TOWARDS THE RECONSTRUCTION OF THE
VILLAGE AND UNVEILED BY
REAR-ADMIRAL A.F. PUGSLEY C.B., D.S.O.,
WHO COMMANDED THE NAVAL ASSAULT GROUP IN 1944.

IN 1944 WERD WESTKAPELLE NOODGEDWONGEN IN DE STRIJD OM DE VRIJHEID
VERWOEST.
IN 1954 WERD DEZE STEEN AAN DE HERBOUW VAN HET DORP TOEGEVOEGD
EN ONTHULD DOOR
REAR-ADMIRAL A.F. PUGSLEY C.B., D.S.O.,
DIE DE MARITIEME LANDINGSSTRIJDKRACHTEN IN 1944 COMMANDEERDE.
26 JUNI 1954.'

Locatie niet correct? Geef een verbeterde locatie door.

De geschiedenis

Het monument aan de Markt herinnert de inwoners van Westkapelle (gemeente Veere) aan de verwoesting van hun dorp tijdens de bevrijdingsstrijd in 1944 en aan de wederopbouw.

Om de haven van Antwerpen optimaal te kunnen gebruiken, was een vrije doorvaart van de Westerschelde essentieel voor de geallieerden. Maar Zuid-Beveland en Walcheren waren nog steeds bezet, waardoor de bezetter alle bewegingen op de Westerschelde controleerde. De planningsstaf van het hoofdkwartier van Cresars First Canadian Army (Simons en admiraal Ramsay) beschouwde Walcheren als de grootste hindernis bij het openen van de Schelde. De Zeeuwse kust was een sterk uitgebouwd onderdeel van de Atlantikwall. Deze diende de westkust van het Duitse Rijk te vrijwaren van een geallieerde invasie.

Op Walcheren bevonden zich zo'n veertig batterijen artillerie, die meestal in betonnen kazematten werden opgesteld. De batterijen werden door een netwerk van kleine bunkers, loopgraven, mortierposities, mitrailleursnesten en versperringen van prikkeldraad omgeven. Daarnaast waren er langs de hele kust mijnenvelden gelegd en hindernissen opgeworpen. De kracht van deze verdedigingsmuur maakte een aanval vanuit zee bijna onmogelijk. De enige verbinding over het land was de Sloedam, een lange toegangsweg vanaf Zuid-Beveland. Omdat deze dam erg belangrijk was, waren door de bezetter aan beide uiteinden sterke verdedigingen opgeworpen. Het hele gebied rond de Sloedam werd door de bezetter als 'Stützpunkt Scharnhorst' aangeduid, genoemd naar Pruisische militair Gerhard Johann David von Scharnhorst. Het 'Stutzpunkt' werd bevolkt door militairen van de 70ste infanteriedivisie.

Om de bezetter tot overgave te dwingen, werd door de geallieerden besloten Walcheren middels luchtaanvallen onder water te zetten, gevolgd door een amfibieaanval. Op 2 oktober 1944 werden de bewoners van Zeeland via de BBC en Radio Oranje gewaarschuwd dat er een zware strijd op komst was op de eilanden 'gelegen in de monding van de rivier de Schelde'. Diezelfde waarschuwing was ook te lezen op de pamfletten, die in grote getale op 2 en 3 oktober boven Zeeland werden afgeworpen. De bewoners werden opgeroepen om onmiddellijk te evacueren: 'gaat weg zonder uitstel' en 'verlaat de eilanden'. In de middag van de derde oktober vond het vernietigende bombardement op Westkapelle plaats. De dijk werd over een lengte van 120 meter totaal weggevaagd. Het oude dorp werd vrijwel geheel verwoest, waarbij zo'n 160 mensen om het leven kwamen. Op 7 oktober volgde de vernieling van de Nolledijk bij Vlissingen, waar een gat van 20 meter ontstond. Ook de zeedijk bij Rammekens werd die dag gebombardeerd, waardoor een gigantische gat in de 400 meter lange dijk was ontstaan. Tenslotte moest de zeewering tussen Vrouwenpolder en Veere er op 11 oktober aan geloven. Door deze enorme gaten stroomde het laaggelegen eiland langzaam vol. Alleen de hooggelegen delen van Walcheren, zoals de duinen en de stads- en dorpscentra bleven droog.

De daaropvolgende amfibieaanval verliep via drie lijnen: landing in Vlissingen (vanuit Breskens), landing bij Westkapelle (vanuit Oostende) en een aanval op de Sloedam vanuit Zuid-Beveland. Engelsen en Schotten van de Lowland Division landden in Vlissingen bij de Oranjemolen. Na een hevige strijd was de Duitse opperbevelhebber generaal Reinhardt gedwongen zich op 3 november 1944 over te geven. Ondertussen had ook de landing bij Westkapelle plaatsgevonden. Achtereenvolgens werden Westkapelle, Domburg, Grijpskerke en Aagtekerke (op 1 november) en vervolgens Zoutelande, Biggekerke en Meliskerke (op 2 november) bevrijd. Via Ritthem en Souburg (4 november) rukten de bevrijders op naar de geïsoleerde Zeeuwse hoofdstad, die volgepakt zat met vluchtelingen. Middelburg werd op 6 november 1944 bevrijd.

De tegenstand die de geallieerden ondervonden op Walcheren, behoorde tot de zwaarste die zij ontmoetten bij landingen op de Europese kust. Onderdelen van de 5de Canadese Infanterie Brigade (de regimenten The Black Watch of Canada, The Calagary Highlanders en het Régiment de Maisonneuve) zetten op 31 oktober 1944 via de Sloedam de aanval in. Zij slaagden er echter niet in een doorbraak via 'the bloody causeway' te forceren. Pas op 2 november lukte het de Schotten van de 52ste infanteriedivisie van de Glasgow Highlanders elders in het Sloegebied de Duitse linies te doorbreken. Op 5 november werden Arnemuiden en Nieuw- en Sint Joosland bevrijd. Sint Laurens en Veere volgden op 7 november. Een dag later werden Serooskerke, Oostkapelle en Vrouwenpolder ook bevrijd.

Toen uiteindelijk op 9 november 1944 heel Walcheren was bevrijd, konden de geallieerden de balans opmaken. De verliezen bedroegen 27.633 man (voornamelijk Canadezen en Britten), terwijl er 10.000 krijgsgevangenen werden gemaakt. Na de grote strijd om Walcheren en Zuid-Beveland werd de Nederlandse Prinses Irene Brigade op 14 november 1944 naar Zeeland verplaatst. Toen de brigade op Walcheren aankwam, trof deze een ontredderde bevolking aan. Het eiland stond voor het grootste gedeelte onder water en vele dorpen waren verwoest. Walcheren was weer vrij en de wederopbouw kon beginnen. Maar eerst moest het eiland worden drooggemaakt. Op 22 februari 1946 werd als laatste het gat in de dijk bij Rammekens gedicht.

Op 1 november 1944, tijdens de landing van de geallieerden in Westkapelle, werd het oude stadhuis door een granaat verwoest. Tot de opening van het nieuwe stadhuis in april 1954 was het stadhuis gevestigd in een barak. De wederopbouw van Westkapelle was toen bijna voltooid.

Onthulling
Het monument is onthuld op 26 juni 1954 door rear-admiral A.F. Pugsley.

Bronnen

  • De heer Theo Snijders;
  • 'Straatbeeld'Walcheren van Nico Oud (1993);
  • Van obelisk tot oorlogsgraf - Kleine monumenten en ornamenten in Zeeland, deel 2 van Jan J.B. Kuipers en Peter Sijnke (Provincie Zeeland, oktober 2002). ISBN: 90-71565-70-x.

Herdenking aanmelden

Op 4 mei vindt de Nationale Herdenking plaats en wordt er in heel Nederland herdacht. Daarnaast zijn er door het jaar heen herdenkingen waar specifieke groepen slachtoffers of bijzondere gebeurtenissen worden herdacht, zoals de Indiëherdenking op 15 augustus en de Nationale Holocaust Herdenking (laatste zondag van januari).
Wij brengen al deze herdenkingen onder in de herdenkingskalender. Alle herdenkingen van de Tweede Wereldoorlog en oorlogssituaties en vredesoperaties daarna in Nederland kunt u aanmelden.
Er is nog geen herdenking bij dit monument aangemeld. Dat kunt u hier doen.

Persoonlijke bijdragen van onze bezoekers

Heeft u een persoonlijk verhaal met betrekking tot dit monument en/of de geschiedenis waarnaar deze verwijst? Deel uw verhaal hier en help ons de herinnering aan de Tweede Wereldoorlog levend te houden.

Let op: wilt u een wijziging voor deze monumentpagina (bijvoorbeeld een correctie of aanvulling) doorgeven? Neem dan contact met ons op.

Heeft u een vraag of wilt u ons iets melden? Kijk bij de veel gestelde vragen of stuur ons een bericht