Adopteer een monument

Herdachte groepen: Burgerslachtoffers
Ontwerper: Jaap de Waart
Onthulling: 1998
Adopteer dit monument.

Vlissingen, monument voor Harry Traast (foto: Theo Snijders)

Het monument

Vorm en materiaal
Het monument voor Harry Traast in Vlissingen is een eenvoudig teakhouten kruis.

Tekst
De tekst op het herdenkingskruis luidt:

'HARRY TRAAST
* 13-3 '26 - † 15-8 '43.'

Wijziging
In 2005 is het oorspronkelijke kruis vervangen door een nieuwe versie.

Op 9 december 2005 is op verzoek van de Bond van Oud- Stoottroepers en Stoottroepers (BOSS) een nieuw kruis geplaatst, omdat het oude kruis in slechte omstandigheden verkeerde. Dit nieuwe kruis werd vervaardigd door de heer J. Filius. Ook is het kruis op een nieuwe locatie geplaatst, namelijk in de Hogeschool in plaats van er buiten. Bij de onthulling waren een generaal buiten dienst, een wethouder van de gemeente, een lid van het college van bestuur van de Hogeschool Zeeland, de voorzitter van de bond voor oud strijders en veel oud-stoottroepers aanwezig. De onthulling werd verricht door de 17-jarige Juda van Moolenbroek, een student van de Hogeschool (Harry was ook 17 jaar).

Locatie niet correct? Geef een verbeterde locatie door.

De geschiedenis

Het monument voor Harry Traast in Vlissingen ter nagedachtenis aan deze 17-jarige jongen die op 15 augustus 1943 bij een bombardement om het leven is gekomen.

De heer J. Filius uit Oost Souburg, die als 11-jarige jongen ook wel eens op de plaats van het drama speelde, heeft het drama als volgt omschreven: 'Zondagavond 15 augustus 1943 ging Harry Traast de weilanden in, genaamd 'de Laagte', nu de locatie Hogeschool Zeeland. Die avond werd Vlissingen getroffen door een hevig luchtbombardement gericht op Duitse doelen. Vele burgers verloren hierbij het leven, waaronder ook Harry, 17 jaar oud. Zijn lichaam is nooit meer teruggevonden...'

Oprichting
Het herdenkingskruis werd geplaatst op verzoek van de zuster van het oorlogsslachtoffer, mevrouw Sunny Traast. Zij is bevriend met de maker, de heer Jaap de Waart.

Onthulling
Het monument is onthuld in 1998.

Locatie
Het monument is geplaatst in de Hogeschool Zeeland, gevestigd aan de Edisonweg te Vlissingen.

Bron
De heer Theo Snijders.

Herdenking aanmelden

Op 4 mei vindt de Nationale Herdenking plaats en wordt er in heel Nederland herdacht. Daarnaast zijn er door het jaar heen herdenkingen waar specifieke groepen slachtoffers of bijzondere gebeurtenissen worden herdacht, zoals de Indiëherdenking op 15 augustus en de Nationale Holocaust Herdenking (laatste zondag van januari).
Wij brengen al deze herdenkingen onder in de herdenkingskalender. Alle herdenkingen van de Tweede Wereldoorlog en oorlogssituaties en vredesoperaties daarna in Nederland kunt u aanmelden.
Er is nog geen herdenking bij dit monument aangemeld. Dat kunt u hier doen.

Oorlogsleed is van alle nationaliteiten

Ko Filius (1928), Vlissingen - Zeeland

Het Zeeuwse Walcheren is in de oorlog een militaire vesting. Ko Filius (1928) maakt er evacuatie's en bombardementen mee. 'Als kind raak je verwilderd en ben je niet meer bang'. Voor de bevrijding in november 1944 zetten de geallieerden Walcheren onder water. Dankzij Filius komen er diverse oorlogsmonumenten op Walcheren. Voor een Franse generaal die in 1940 sneuvelde. Maar ook een nieuw monument voor leeftijdgenoot Harry Traast die bij een bombardement van de geallieerden om het leven komt. In de Hogeschool Zeeland. Onthuld door een student met op de plaquette 'Hij had (nu) jullie klasgenoot kunnnen zijn'.

door Anita van Stel

De evacuatie
"Voor ons begon de oorlog al in 1939 met de voormobilisatie. De school was in beslag genomen voor militaire doeleinden. Op 10 mei 1940 waren er veel Franse soldaten op Walcheren. Als jongen wilde je daarbij in de buurt zijn. Omdat we dicht bij het vliegveld woonden, dat zwaar gebombardeerd werd, moesten alle bewoners van ons dorp West-Souburg op 13 mei 1940 worden geëvacueerd. We werden in omliggende dorpen ondergebracht. De Duitsers probeerden de Sloedam over te komen, maar stuitten op de Franse troepen. De binnenstad van Middelburg brandde af. Ik heb in vijf jaar oorlog een keer gehuild, op 17 mei 1940, toen onze Franse vrienden zich gewonnen moesten geven. De Franse generaal Deslaurens* sneuvelde op die dag aan de Vlissingse buitenhaven. Hij dekte de aftocht van zijn Franse troepen op een heldhaftige manier en is doodgeschoten door de SS Standarte." 

Onder de kanonnen
"Walcheren was een militaire vesting. Duitse afweer kanonnen neergezet. Van mijn moeder mocht ik niet naar school in Vlissingen, vanwege de bombardementen. 'Ik wil niet dat dat kind doodgegooid wordt', zei ze. Ik ging werken bij een tuinderij waar vier Duitse kanonnen naast stonden. Bij het luchtalarm schuilde ik onder de kanonnen. Later werden er bunkers gebouwd en stond je tegen de muur om te ontkomen aan de granaatscherven. Je hoopte dat de geallieerden geen bommen op de bunkers zouden gooien. Meestal waren het 'overvliegers', die op weg waren naar doelen elders. Op den duur kende je de techniek van de oorlog. Je wist wanneer het gevaarlijk was. De verhouding met de Duitsers naast de tuinderij was redelijk. Zij hadden nergens gebrek aan en wij stalen kolen van ze. 'Schluss' riepen ze en joegen ons weg." 

Springstof in de sloot
"Begin oktober 1944 vielen waarschuwende folders uit de lucht. De geallieerden riepen de 'bewoners van de eilanden in de monding van de rivier de Schelde' op tot onmiddellijke evacuatie. Er stond niet precies in wat er ging gebeuren. De geallieerden zouden Walcheren onder water zetten, om zo de Duitse tegenstand te breken. De mensen waren gewend aan de dagelijkse bombardementen en bleven tot het water kwam. Toen moest je wel weg, anders verzoop je. Wij konden de Sloedam over en bleven in de polders van Nieuw- en Sint-Joosland steken. De Canadezen en Schotten vochten om de Sloedam. Zes dagen hebben we in een boerenschuur in de polder gezeten, middenin de frontlinie. Je zat onder knetterend granaatvuur en alles werd kapotgeschoten. De provisorische schuilkelder zat zo vol, dat ik dikwijls, ook 's nachts, naar buiten ging om een luchtje te scheppen. Op een driesprong van wegen vond ik drie kisten Duitse springstof die ik een sloot gooide. Later bleek dat de Duitsers daarmee de driesprong onbegaanbaar hadden willen maken." 

Niet meer bang
"Ik was niet meer bang. In zekere zin raakte je door de oorlog een beetje verwilderd. Door alles wat je meemaakte veranderde je als kind. Je was eraan gewend slachtoffers van bombardementen te zien. Ik maakte mee dat mijn vader een klap in zijn gezicht kreeg van een Duitser, omdat hij weigerde de weg te wijzen. Op slag haatte ik de Moffen. Het normale houvast en de geborgenheid van het gezin waren door de oorlog weggevallen, want ouders konden je niet beschermen tegen de nachtelijke bombardementen. Wat betekende het gebed 'God, houd ook deze nacht over mij getrouw de wacht'? Je treurde niet over de situatie, want het was nou eenmaal zo." 

Een goede man
"Op mijn vijftiende ging ik de deur uit en bij een boer werken. Een goede man, want iedereen kon van hem melk en aardappels krijgen. Deze familie Boone was zwaar getroffen, want hun beide kinderen waren bij een luchtaanval omgekomen. Oorlogsleed is van alle nationaliteiten. Zo was een Duitse soldaat, Bernhard Homann, bij de familie Boone ingekwartierd. Hij was van goede wil en de omgang was vriendschappelijk. Bernhard beschouwde mevrouw Boone als zijn tweede moeder. Na een overplaatsing is hij in januari 1945 gesneuveld. Zijn broer Heinrich was al eerder omgekomen." 

5 november 1944
"Toen de Schotten de Sloedam veroverd hadden, ben ik met ze meegetrokken. Achter alle binnendijken zaten nog Duitsers en de strijd kon daar zo weer oplaaien. Ooit was ik er door een Duitse soldaat gered bij een luchtaanval en vervolgens wees ik de Schotse soldaten waar de Duitsers zich verscholen. Voor een van de Schotse militairen groef ik een schuttersput in een dijktalud. Als dank kreeg ik het embleem van zijn baret, mijn eerste militaire onderscheiding. Op 5 november 1944 werden we bevrijd. Het duurde nog anderhalf jaar voordat we terug naar huis konden, want het water stond tot aan de zolder. Het dak was eraf en de ruiten waren verdwenen. Er lag vijfentwintig centimeter modder op de vloer. Het duurde jaren voordat het dorp weer opgebouwd was, gefinancierd uit de Marshall hulp. Ik ben als bouwvakker gaan werken in de renovatie. Na vier jaar lagere school heb ik nooit meer een school van binnen gezien." 

Altijd vermist gebleven
"In de Laagte in Vlissingen, de weilanden vlakbij de Marinehaven, gingen wij bij de Duitsers kolen stelen. Een groep Vlissingse jongens, onder wie Harry Traast, deed hetzelfde. Op zondag gingen wij niet op kolen uit, omdat je dan je nette pak aanhad. Harry was vaak in de weilanden, omdat hij er in de buurt woonde. Op de zondagavond van 15 augustus 1943 werd Vlissingen zwaar getroffen door geallieerde bombardementen op Duitse militaire doelen. Eenenveertig burgers kwamen daarbij om het leven. Ook Harry Traast, die toen zeventien jaar was. Zijn vader heeft weken gezocht in de bomtrechters, maar nooit meer iets van hem teruggevonden, geen schoen, niks. Hij is altijd vermist gebleven." 

In de Hogeschool
"Op de plaats van het bombardement, naast de Hogeschool Zeeland, stond een houten kruisje als gedenkteken voor Harry Traast. Ik verzorgde dit monument altijd. In 2005 besteedde de nationale tentoonstelling 'Oorlogskind' aandacht aan het monument. Ik heb toen bij de Hogeschool bepleit om een zelfde kruis in het schoolgebouw te plaatsen. Het schoolbestuur vond dit een goed plan. Ik heb het gedenkteken gemaakt. Op een bijgevoegd plaatje staat de boodschap aan de studenten van de Hogeschool 'Harry Traast, 17 jaar; hij had (nu) jullie klasgenoot kunnen zijn'. De student Juda van Moolenbroek heeft het nieuwe gedenkteken op 9 december 2005 onthuld." 

Nog elk jaar
"Oost- en West-Souburg hadden geen oorlogsmonument, terwijl daar 100 mensen zijn omgekomen. Dat heb ik aangezwengeld en er is op 5 mei 1995 een monument op het Marnixplein gekomen. In het dorp IJzendijke zijn 37 geallieerde militairen gesneuveld. Daarvoor heb ik in 1997 een oorlogsmonument ontworpen. Drie jongens uit Hansweert zijn niet teruggekomen uit de strijd in Nederlands-Indië. Zij worden met een gedenkteken geëerd. Voor de manmoedige generaal Deslaurens stond eerst een provisorisch bord langs de kant van de Oostsouburgseweg. In 2001 is een echt gedenkteken met een marmeren plaat onthuld, door de zoon van Deslaurens. Nog elk jaar komt zijn familie uit Frankrijk naar Vlissingen voor de herdenking." 

Niet haten
"Na mijn pensionering weten ze me te vinden. Op scholen vertel ik het verhaal van de oorlog. Je moet de geschiedenis doorgeven, want het nageslacht moet het weten. Zodat het nooit meer kan gebeuren. Ik heb in de oorlog leren stelen, liegen en de Duitsers leren haten. Gelukkig is daar weinig meer van over. Op scholen probeer ik de leerlingen mee te geven dat ze niet moeten haten, want haat is het begin van alle kwaad."

Oorlogsleed is van alle nationaliteiten

Persoonlijke bijdragen van onze bezoekers

Heeft u een persoonlijk verhaal met betrekking tot dit monument en/of de geschiedenis waarnaar deze verwijst? Deel uw verhaal hier en help ons de herinnering aan de Tweede Wereldoorlog levend te houden.

Let op: wilt u een wijziging voor deze monumentpagina (bijvoorbeeld een correctie of aanvulling) doorgeven? Neem dan contact met ons op.

Heeft u een vraag of wilt u ons iets melden? Kijk bij de veel gestelde vragen of stuur ons een bericht