Adopteer een monument

Herdachte groepen: Burgerslachtoffers
Onthulling: 11 oktober 2004
Adopteer dit monument.

Het monument

Vorm en materiaal
Het monument 'De Sinterklaasrazzia' in Haarlem is een zwarte plaquette met goudkleurige letters.

Tekst
De tekst op de gedenkplaat luidt:

'VAN HIER WERDEN OP 6 DECEMBER 1944
ONGEVEER 1300 MANNEN DIE WAREN OPGEPAKT BIJ
DE SINTERKLAASRAZZIA IN HAARLEM E.O.
NAAR REES, BIENEN EN PRAEST GEDEPORTEERD.
MINSTENS 81 VAN HEN OVERLEDEN DAAR DOOR
UITPUTTING, ZIEKTE EN MISHANDELING.

ONTHULD OP 11 OKTOBER 2004.'

Locatie niet correct? Geef een verbeterde locatie door.

De geschiedenis

Het monument 'De Sinterklaasrazzia' in Haarlem herinnert aan de razzia waarbij ongeveer 1.300 mannen door de bezetter zijn opgepakt en via het centraal station op transport gesteld naar de Duitse werkkampen Rees, Bienen en Praes. Van hen hebben 81 Haarlemse mannen de Tweede Wereldoorlog niet overleefd.

In de nacht van 5 op 6 december 1944 werd Haarlem en omgeving door de bezetter hermetisch van de buitenwereld afgesloten en begon de jacht op mannen tussen de 17 en 40 jaar: de zogeheten Sinterklaasrazzia. Omstreeks 1.300 mannen uit de Kennemerland werden opgepakt en naar werkkampen in Rees, Bienen en Praest gestuurd - plaatsjes vlak over de grens in de buurt van Emmerich. Deze kampen hadden eerder het karakter van een concentratiekamp dan van een Arbeitslager. Ook mannen uit Den Haag, Rotterdam, Delft en Apeldoorn kwamen er terecht, in totaal zo'n 3.000. In een paar maanden tijd kwamen minstens 300 van hen om het leven door koude, honger en mishandeling.

Initiatief
De oprichting van het gedenkteken was een initiatief van journalist Dick Verkijk, wiens vader bij die razzia werd opgepikt maar die Rees wel overleefde. In zijn boek De Sinterklaasrazzia van 1944 heeft hij de lotgevallen van de Kennemerlanders van minuut tot minuut beschreven aan de hand van een honderdtal interviews en op basis van unieke documenten uit openbare en particuliere archieven.

Zijn boek beschrijft niet alleen de weinig bekende afschuwelijke toestanden in die kampen, maar ook de grootscheepse, grotendeels illegale hulp van Achterhoekers en 'goede' Duitsers waardoor honderden levens werden gered - in zijn ogen de grootste reddingsoperatie uit de bezettingstijd.

Onthulling
Het monument is onthuld op 11 oktober 2004. De onthulling van de gedenkplaat was illegaal, omdat de NS geen medewerking wilde verlenen.

Locatie
De gedenkplaat is aangebracht in het stationsgebouw van de Nederlandse Spoorwegen, gevestigd aan het Stationsplein te Haarlem.

Bron
Krantenartikel Brabants Dagblad van 12 oktober 2004.

Voor meer informatie

Herdenking aanmelden

Op 4 mei vindt de Nationale Herdenking plaats en wordt er in heel Nederland herdacht. Daarnaast zijn er door het jaar heen herdenkingen waar specifieke groepen slachtoffers of bijzondere gebeurtenissen worden herdacht, zoals de Indiëherdenking op 15 augustus en de Nationale Holocaust Herdenking (laatste zondag van januari).
Wij brengen al deze herdenkingen onder in de herdenkingskalender. Alle herdenkingen van de Tweede Wereldoorlog en oorlogssituaties en vredesoperaties daarna in Nederland kunt u aanmelden.
Er is nog geen herdenking bij dit monument aangemeld. Dat kunt u hier doen.

Persoonlijke bijdragen van onze bezoekers

Heeft u een persoonlijk verhaal met betrekking tot dit monument en/of de geschiedenis waarnaar deze verwijst? Deel uw verhaal hier en help ons de herinnering aan de Tweede Wereldoorlog levend te houden.

Let op: wilt u een wijziging voor deze monumentpagina (bijvoorbeeld een correctie of aanvulling) doorgeven? Neem dan contact met ons op.

Heeft u een vraag of wilt u ons iets melden? Kijk bij de veel gestelde vragen of stuur ons een bericht

Bijdragen

Yvon Oudenaarde | 2 februari 2018

Mijn ouders zijn vlak vor het begin van de oorlog getrouwd. Ze woonden in Scheveningen vlak bij de boulevard en moesten worden geevacueerd in verband met het gebiedsverbod. Ze kwamen in Haarlem terecht. Mijn vader was één van de 1300 mannen die zijn opgepakt. Hij werd tijdens een huis aan huis razzia meegenomen. Tijdens het transport heeft hij bekenden gezien die geprobeerd hebben te vluchten maar tijdens de vlucht zijn doodgeschoten. Zelf heeft hij in het kamp zijn enkel gebroken en is naar een hospitaaltje gebracht. Daar hoorde hij een gesprek af dat de gewonden de volgende dag weer naar het kamp zouden worden gebracht. Hij heeft zich 's nachts verstopt in een ruimte waar mensen lagen die aan tyfus leden. En de volgende dag is hij gevlucht. Hij heeft bij een Duits klooster aangeklopt en daar hebben ze hem opgenomen en tot het einde van de oorlog verzorgd. Na de bevrijding is hij door het rode kruis naar Amsterdam gebacht en daar heeft hij een lift van Canadeze militairen gekregen die hem in Haarlem voor zijn huis hebben afgezet. Helaas was mijn moeder op dat koment onderweg naar Amsterdag op een fiets zonder banden. Zij had bericht gekregen dat zij mijn vader in Amsterdam kom ophalen. Ze had van het laatste meel dat ze had een pannenkoek voor hem gebakken. Maar in Amsterdam wist niemand iets van hem af. Ontgoocheld en diep verdrietig is zijn weer terug gefietst. De baby was bij de bovenbuurvrouw en daar kwam ze huilend binnen. En daar zat mijn vader op haar te wachten. Mijn moeder heeft de hongerwinter moeten overleven met mijn zusje die toen een half jaar was.