Adopteer een monument

Herdachte groepen: Verzet Nederland
Adopteer dit monument.

Monument voor prof.mr. R.P. Cleveringa (foto: Vysotsky/ wikipidia)
Prof.mr. R.P. Cleveringa (foto: website Universiteit Leiden)

Het monument

Vorm en materiaal
Het monument voor prof. mr. R.P. Cleveringa in Leiden is een borstbeeld.

Locatie niet correct? Geef een verbeterde locatie door.

De geschiedenis

Het monument voor prof. mr. R.P. Cleveringa in Leiden is opgericht ter nagedachtenis aan de Leidse hoogleraar die op 26 november 1940 in het Academiegebouw aan het Rapenburg een vlammend betoog hield tegen het ontslag van zijn joodse collega E.M. Meijers aan de Rijksuniversiteit Leiden. Zijn rede leidde tot een studentenstaking en uiteindelijke sluiting van deze universiteit.

Rudolph Pabus Cleveringa werd geboren in Appingedam op 2 april 1894. Hij was de zoon van rechter Jacobus Pieters Cleveringa en Ludgerdina Catharina Lucretia Schleurholts. Op vierjarige leeftijd verhuisde Cleveringa naar Heerenveen toen zijn vader daar tot kantonrechter was benoemd. In 1913 ging Cleveringa in Leiden studeren. Hij legde zijn doctoraalexamen af op 27 juni 1917. Van 1917 tot begin 1919 was hij werkzaam bij de IJzer- en Staaldistributie. In die tijd schreef hij ook de dissertatie waarop hij op 16 januari 1919 cum laude promoveerde bij zijn Leidse promoter E.M. Meijers. Vervolgens aanvaardde Cleveringa een functie bij de Koninklijke Nederlandsche Stoombootmaatschappij.

In 1922 trad hij in het huwelijk met Hiltje Boschloo, die hem op cruciale momenten in zijn leven, met name in zijn beslissing te protesteren tegen het ontslag van Meijers in 1940, onmisbaar ter zijde stond. In 1926 werd Cleveringa in Alkmaar tot rechter benoemd. Al het jaar daarop werd hij, als opvolger van F.G. Scheltema, hoogleraar in het handelsrecht en het burgerlijk procesrecht aan de Rijksuniversiteit te Leiden. Daar heeft hij, met een gedwongen onderbreking van vier en een half jaar gedurende de bezetting, 31 jaar gedoceerd.

Op 23 november 1940 verstuurden de Duitse autoriteiten de brieven waarin het joodse personeel van universiteiten en hogescholen het ontslag werd aangezegd. In Leiden zou o.a. professor Meijers door deze maatregel getroffen worden. De juridische faculteit besloot te protesteren, en Cleveringa, die op dat moment decaan was, zag het als zijn taak dat protest uit te spreken. Op het normale college-uur van Meijers, van 10-11 uur, op 26 november 1940, formuleerde Cleveringa zijn afkeuring over het ontslag van Meijers. Hij las de ontslagbrief 'in zijn kale naaktheid' voor, zonder poging tot nadere verduidelijking. 'Hun daad kwalificeert zich zelf afdoende.' Daarnaast beschreef hij de betekenis van zijn leermeester Meijers: 'Het enige wat ik thans begeer, is: hen uit het gezicht en beneden ons te laten, en Uw blik te richten naar de hoogte, waarop de lichtende figuur staat van hem wie onze aanwezigheid hier geldt. Want het lijkt mij goed, dat wij ons op dit ogenblik nog eens duidelijk te binnen trachten te brengen, wie het is, dien een macht, welke op niets dan enkel zich zelf kan steunen, hier na een dertigjarige werkzaamheid achteloos ter zijde schuift.' De rede van Cleveringa was een weloverwogen protest. Hij onthield zich bewust van enige politieke uitspraak en ging niet in op het racistische principe van de ontslagmaatregel en de rede was bovendien bedoeld om onberedeneerde studentenacties te voorkomen. Zijn betoog was uiterst effectief. De dag erop staakten de studenten uit protest het collegebezoek en sloot General-Kommissar F. Wimmer de universiteit. Cleveringa heeft in de oorlog twee keer gevangen gezeten: één keer na zijn rede (van 27 november 1940 tot in de zomer van 1941) in het 'Oranjehotel', en één keer in Vught (van 5 januari tot 23 juli 1944) als gijzelaar. In zijn Gedenkschriften (Leiden, 1983) doet hij daarvan uitgebreid verslag.

Na de oorlog hervatte Cleveringa gewoon zijn professoraat. Hij trad op 10 mei 1946 op als erepromotor van Winston Churchill en was van 1946 tot 1947 rector magnificus. Jarenlang was hij decaan van de Juridische Faculteit en hij begeleidde de promotie van wel drieëndertig juristen. Op 64-jarige leeftijd besloot hij met emeritaat te gaan. Hem werd toen een andere functie aangeboden, die van lid van de Raad van State. Tot 1963 zou hij die functie vervullen. Al in 1945 was hij staatsraad in buitengewone dienst geworden. Na zijn weggaan als gewoon lid in 1963 zou hij deze positie nog weer tot 1969 bekleden. Cleveringa overleed in 1980.

Lees hier de Protestrede, uitgepsroken op 26 november 1940 door prof. mr. Rudolph Pabus Cleveringa.

Locatie
Het monument is geplaatst in het Academiegebouw van de Rijksuniversiteit, gelegen aan de Rapenburg te Leiden.

Bronnen

  • Gemeente Leiden;
  • Jaarboek van de Dirk van Eck-stichting, 1 mei 2004;
  • www.inghist.nl

Herdenking aanmelden

Op 4 mei vindt de Nationale Herdenking plaats en wordt er in heel Nederland herdacht. Daarnaast zijn er door het jaar heen herdenkingen waar specifieke groepen slachtoffers of bijzondere gebeurtenissen worden herdacht, zoals de Indiëherdenking op 15 augustus en de Nationale Holocaust Herdenking (laatste zondag van januari).
Wij brengen al deze herdenkingen onder in de herdenkingskalender. Alle herdenkingen van de Tweede Wereldoorlog en oorlogssituaties en vredesoperaties daarna in Nederland kunt u aanmelden.
Er is nog geen herdenking bij dit monument aangemeld. Dat kunt u hier doen.

Persoonlijke bijdragen van onze bezoekers

Heeft u een persoonlijk verhaal met betrekking tot dit monument en/of de geschiedenis waarnaar deze verwijst? Deel uw verhaal hier en help ons de herinnering aan de Tweede Wereldoorlog levend te houden.

Let op: wilt u een wijziging voor deze monumentpagina (bijvoorbeeld een correctie of aanvulling) doorgeven? Neem dan contact met ons op.

Heeft u een vraag of wilt u ons iets melden? Kijk bij de veel gestelde vragen of stuur ons een bericht