Adopteer een monument

Herdachte groepen: Militairen in dienst van het Ned. Kon. 1940-1945
Onthulling: 10 mei 2003
Adopteer dit monument.

Mill, 'Monument voor Nederlandse Militairen' (Foto: Marcel Jans)
Mill, Spoorwegmonument (Foto: gemeente Mill en St.-Hubert)

Het monument

Vorm en materiaal
Het 'Monument voor Nederlandse Militairen' in Mill (gemeente Mill en Sint-Hubert) is een betonnen zuil met een ingemetseld reliëf van brons, waarop een afbeelding van een kanon en drie artilleristen is aangebracht.

Locatie niet correct? Geef een verbeterde locatie door.

De geschiedenis

Het 'Monument voor Nederlandse Militairen' herinnert de inwoners van Mill (gemeente Mill en Sint-Hubert) aan het krijgshaftige optreden van III-20 Regiment Artillerie op 10 mei 1940.

In het kader van de mobilisatie besloot de Nederlandse regering in juli 1939 tussen Griendtsveen en de Raam een defensieve waterweg aan te leggen, genaamd het Peelkanaal (ofwel het Defensiekanaal). Dit kanaal maakte deel uit van de Peel-Raamstelling, die vanaf Grave langs het riviertje de Raam en door het Peelgebied naar de Belgische grens ten zuidwesten van Weert liep. In die stelling vormde Mill een militair belangrijke plaats. Toen de Tweede Wereldoorlog uitbrak, was het kanaal gereed en in staat van verdediging gebracht. Op de westelijke oever waren met onderlinge afstanden van 200 tot 400 meter kazematten gebouwd. In de meeste sectoren lag achter deze kazemattenlinie nog een tweede lijn, opgebouwd uit hout en grond gemaakte veldversterkingen. Prikkeldraadversperringen, hier en daar aangevuld met mijnenvelden, versterkten de verdedigingslinie. Aanvankelijk werd de Peel-Raamstelling aangelegd in het verlengde van de Grebbelinie, maar toen men besefte dat de Peel-Raamstelling niet aansloot op de Belgische verdediging en er onvoldoende troepen waren om hen in volle sterkte te kunnen verdedigen, werd de stelling een zwak bezette linie, waarmee men de oprukkende vijandelijke troepen wilde vertragen, zodat in de 'hoofdverdediging' de laatste voorbereidingen konden worden getroffen.

Dwars door de stelling liep een van de weinige oost-west lopende spoorlijnen, namelijk van Goch (in Duitsland), via de Maasbrug bij Gennep naar Tilburg. Op 10 mei 1940 vond over dit spoor een opvallend transport plaats. In de vroege ochtend reed een Duitse pantsertrein, gevolgd door een troepentrein (bestaande uit een locomotief en 23 wagons), ongehinderd naar het dorpje Zeeland (ten westen van Mill), waar een infanteriebataljon (circa 1.000 man) werd afgezet. Het transport kwam als een volslagen verrassing voor de Nederlanders. In de sector Mill waren circa 2.000 Nederlandse militairen gelegerd, die deel uitmaakten van I-6 en I-3 Regiment Infanterie. Vlug werd de spoorlijn nabij het spoorbruggetje over het Defensiekanaal alsnog versperd met ijzeren balken en opgegraven landmijnen. Toen de pantsertrein even later terugreed, liep hij door de asperges met een donderend lawaai uit de rails. Verschillende wagons tuimelden van de spoordijk en de rails werden verwrongen. De Duitse soldaten nestelden zich ten zuiden van de spoorlijn en overmeesterden twee kazematten. Ten noorden van het spoor lukte dat niet. Daar ontstond een hevig gevecht met de zich standvastig verwerende Nederlanders. De Duitse soldaten werden gedwongen dekking te zoeken in de trein, waardoor een patstelling ontstond.

Het bij Zeeland uitgeladen Duitse bataljon viel in noordoostelijke richting aan, maar stuitte al snel op een kort tevoren bij Mill gearriveerde III-20 Regiment Artillerie. Dit onderdeel was slechts bewapend met twaalf stokoude kanonnen uit het jaar 1880 (zogenaamde '8 Staal') en een klein aantal pioniers voor het leggen van landmijnen. Door het geschut snel te draaien, waardoor de vuurmonden over elkaar heen moesten schieten, lukte het de kanonniers het aanstormende Duitse bataljon terug te slaan. In de noordelijke richting gestuit, zochten de Duitse militairen hun heil in het zuiden en oosten. De zuidelijke aanval werd afgeslagen door een gemengd groepje infanteristen en keukenpersoneel. Een derde aanval in oostelijke richting langs de spoorweg had meer succes. Door een actie in de rug wisten de Duitse troepen een aantal kazematten te overrompelen, waardoor er een gat in de verdedigingslijn ontstond. Vervolgens probeerden ze opnieuw naar het noorden op te trekken, maar ze werden tegengehouden door het handjevol verdedigers van een compagniescommandopost.

De situatie bij Mill noopte tot ingrijpen. Die taak werd toegewezen aan het 2de Regiment Huzaren-Motorrijders, dat uit slechts 500 man bestond. Vroeg in de middag vielen de huzaren aan en wisten een gedeelte van het bezette stellinggebied, inclusief een aantal kazematten, te heroveren. Bij die actie werd ook de achtergebleven Duitse goederentrein in brand gestoken. Inmiddels waren de eerste Duitse troepen de Maas overgestoken en raakte de Peelstelling bij Mill in het nauw. Hier waren twee complete Duitse divisies (254ste en 256ste) gearriveerd, bestaande uit meer dan 30.000 man. Er ontstonden hevige gevechten, maar de Nederlanders hielden stand. Aanval na aanval werd afgeslagen. De Duitse troepen moesten ten slotte hun luchtmacht te hulp roepen. Van zes tot zeven uur 's avonds volgde een verschrikkelijk bombardement van de beruchte 'Stuka' duikbommenwerpers. Terwijl de Nederlandse militairen dekking zochten, maakten de Duitse soldaten met lichtkogels hun positie kenbaar om niet geraakt te worden. Direct na het bombardement vielen de Duitse troepen weer met grote kracht aan. De bezetter slaagde er in de late avonduren in bij Mill over het Defensiekanaal te komen en een bres in de verdediging te slaan. De divisie drong in nachtelijke gevechten door naar het noorden. De toestand werd hopeloos en er was ten slotte geen houden meer aan. Tot in de morgen van 11 mei moesten de Duitse troepen vechten om de laatste restanten Nederlandse militairen letterlijk uit hun bunkers te schieten.

In de strijd bij Mill zijn 32 Nederlandse militairen gesneuveld. De Duitse verliezen bedroegen een veelvoud daarvan. Het oorlogsgeweld kostte het leven van negen burgers. In Mill waren vele tientallen boerderijen, woningen, fabrieksgebouwen en stallen verwoest. Ongeveer 400 inwoners waren dakloos geworden.

Onthulling
Het monument is onthuld op 10 mei 2003 door toenmalig luitenant-adjudant, de heer H.A. Robbé Groskamp, die destijds een cruciale rol speelde in de commandovoering en de verbindingen binnen de afdeling. De onthulling van het gedenkteken ging gepaard met militair ceremonieel, toespraken, muziek en een eresaluut uit de loop van een 25-ponder.

Locatie
Het monument is geplaatst op de hoek Zeelandsedijk/Dellenweg te Mill (gemeente Mill en Sint-Hubert).

Bronnen

Herdenking aanmelden

Op 4 mei vindt de Nationale Herdenking plaats en wordt er in heel Nederland herdacht. Daarnaast zijn er door het jaar heen herdenkingen waar specifieke groepen slachtoffers of bijzondere gebeurtenissen worden herdacht, zoals de Indiëherdenking op 15 augustus en de Nationale Holocaust Herdenking (laatste zondag van januari).
Wij brengen al deze herdenkingen onder in de herdenkingskalender. Alle herdenkingen van de Tweede Wereldoorlog en oorlogssituaties en vredesoperaties daarna in Nederland kunt u aanmelden.
Er is nog geen herdenking bij dit monument aangemeld. Dat kunt u hier doen.

Persoonlijke bijdragen van onze bezoekers

Heeft u een persoonlijk verhaal met betrekking tot dit monument en/of de geschiedenis waarnaar deze verwijst? Deel uw verhaal hier en help ons de herinnering aan de Tweede Wereldoorlog levend te houden.

Let op: wilt u een wijziging voor deze monumentpagina (bijvoorbeeld een correctie of aanvulling) doorgeven? Neem dan contact met ons op.

Heeft u een vraag of wilt u ons iets melden? Kijk bij de veel gestelde vragen of stuur ons een bericht