Adopteer een monument

Herdachte groepen: Vervolgden Nederland, Verzet Nederland
Ontwerper: Ralph Prins (03-05-1926 - 23-01-2015)
Onthulling: 4 mei 1970
Adopteer dit monument.
Dit monument is in schooljaar 2017-2018 geadopteerd door OBS De Lindelaar.
Dit monument is in schooljaar 2017-2018 geadopteerd door CBS De Wegwijzer.

Hooghalen, Nationaal Monument Westerbork (foto: Herinneringscentrum Kamp Westerbork)
Hooghalen, Nationaal Monument Westerbork (foto: Nationaal Comité 4 en 5 mei )
Hooghalen, Nationaal Monument Westerbork (foto: B. van Bohemen/NIOD)
Hooghalen, Nationaal Monument Westerbork (foto: Nationaal Comité 4 en 5 mei )
Hooghalen, Nationaal Monument Westerbork (Foto: Marieke Geerlings/KNvB)
Hooghalen, Nationaal Monument Westerbork (Foto: Marieke Geerlings/KNvB)

Het monument

Vorm en materiaal
Het Nationaal Monument Westerbork in Hooghalen (gemeente Midden-Drenthe) bestaat uit een veertig meter lange spoorlijn, 97 bielzen, omhoog gebogen rails, een stootblok, vuile en schone kiezels, een muur van Drentse keien en een tweetal tekstplaten.

Tekst
Op de twee marmeren platen staat een tekst uit de Bijbel, Klaagliederen 4:18:

'ZIJ BELAAGDEN ONS BIJ ELKE SCHREDE
ZODAT WIJ OVER ONZE PLEINEN
NIET GAAN KONDEN
ONS EINDE WAS NABIJ
ONZE DAGEN WAREN VERVULD
JA ONS EINDE WAS GEKOMEN!'

Symboliek
Met het gedenkteken wilde ontwerper en oud-kampgevangene Ralph Prins 'op geen enkele wijze een levend wezen afbeelden. Niet omdat ik daar tegen ben, maar omdat vrome joden vanuit hun geloof niet willen dat je een mens of dier afbeeldt.' Toch probeerde hij van het monument een portret te maken, een portret waarin de verbijstering te zien moest zijn dat wat in Westerbork gebeurd was, mogelijk was geweest in een wereld die ook zoveel prachtigs heeft. Als kampgevangene zag hij heel wat transporten vertrekken. Met name de kindertransporten lieten bij hem een onuitwisbare indruk achter. 'Toen daarbij de deuren waren vergrendeld en de kampleiding met gevolg verdwenen waren, hoorde je uit alle wagons kinderen huilen. De trein zag ik vertrekken. Toen de trein uit zicht was, viel er een stilte over het kamp van een beklemmende intensiteit. Het is deze stilte die ik geprobeerd heb gestalte te geven in het monument van het voormalige kamp Westerbork,' aldus Prins.

De rails in het monument hebben een lengte van 90 meter. Aan het eind daarvan heeft Prins geprobeerd te laten zien dat er iets verschrikkelijks is gebeurd en de vraag wordt opgeroepen: "Wat is hier gebeurd?" De omhooggekrulde rails drukken de wanhoop uit. Aan het eind zijn ze bewerkt alsof erop geschoten is. De bielzen laten de vernietiging zien. Hoe dichter bij het eind, hoe meer ze versplinterd zijn. In totaal zijn er 97 bielzen. Aan 93 ervan is de rails vastgeklonken: ze refereren aan het aantal transporten vanuit kamp Westerbork. De overige vier vertrokken van elders in Nederland naar Oost-Europa.

De muur van Drentse zwerfkeien - die half cirkelvormig, iets naar voren hellend en hoger dan een man lang is - lijkt van een afstand op een stapel schedels. Deze muur sluit het monument als het ware voor het oog af. Daarvoor het stootblok, even voor de plaats waar ook in de oorlog de spoorlijn van Hooghalen naar het kamp zijn eindpunt vond. Het authentieke houten stootblok, dat nu nog steeds achter de muur ligt, heeft Ralph Prins bewust niet willen gebruiken. Dat geldt overigens voor alle materialen van het monument: niets is afkomstig uit het kamp zelf, ook de rails niet.

Op het monument staan geen namen en er worden evenmin aantallen slachtoffers genoemd. Ralph Prins wilde dat het boven 'Westerbork' zou uitstijgen, dat het niet alleen voor joden en zigeuners is maar voor alle mensen.'

Locatie niet correct? Geef een verbeterde locatie door.

De geschiedenis

Het Nationaal Monument Westerbork in Hooghalen (gemeente Midden-Drenthe) herinnert aan de meer dan 100.000 Nederlandse joden, 245 Sinti, tientallen verzetsmensen en Duitse vluchtelingen, die tussen 1942 en 1945 via het doorgangskamp Westerbork werden gedeporteerd naar de concentratie- en vernietigingskampen Sobibor, Mauthausen, Bergen-Belsen, Auschwitz-Birkenau en Theresienstadt.

Kamp Westerbork is in 1939 als Centraal Vluchtelingenkamp voor uit Duitsland gevluchte joden in gebruik genomen. Aanvankelijk bleef het kamp dun bevolkt, maar eind april telde Westerbork al 749 vluchtelingen. Toen op 10 mei 1940 de Duitse troepen Nederland binnenvielen, besloten de Nederlandse autoriteiten na een mislukte evacuatie om alle joodse vluchtelingen in Westerbork te concentreren.

De Nederlander J. Schol was de eerste commandant in oorlogstijd. Hij legde de basis voor een kamporganisatie die in 1942 door de Duitsers zou worden overgenomen. Er kwamen zogenaamde dienstgroepen voor allerlei werkzaamheden en iedere barak kreeg zijn barakleider. Het waren stuk voor stuk maatregelen die pasten in een verregaande militarisering van het kamp, dat hermetisch van de buitenwereld werd afgesloten. Na februari 1942 werd er driftig gebouwd. Uit alles bleek dat er een flinke hoeveelheid nieuwe bewoners verwacht werd.

Sluipenderwijs werden de joodse Nederlanders steeds meer als een aparte groep van de overige bevolking gescheiden. Een hele reeks voorschriften werd vastgesteld. Niet alleen werden de namen van alle joden vastgelegd, maar nauwkeurig werd omschreven wie als jood beschouwd werd. Dat was het geval als een van de vier grootouders jood was. De ariërverklaring was de volgende stap. Wie bij de overheid werkte, moest met zijn handtekening bekrachtigen geen jood te zijn. Op 2 mei 1942 werd de jodenster ingevoerd, die als het ware de deportaties aankondigde. In het begin van 1942 werd in Berlijn definitief over het lot van de Europese joden beschikt: 'die Endlösung'. Zij zouden worden uitgeroeid. In Westerbork kwam de zaak in een stroomversnelling. Op 1 juli werd het kamp aangewezen als 'Polizeiliches Judendurchgangslager'. De 'Befehlshaber der Sicherheitspolizei und des SD' nam de taak van de Nederlandse kampleiding over.

De nieuwe kampcommandant, Albert Konrad Gemmeker, begreep als geen ander dat Westerbork vooral een kamp van rust en orde hoorde te zijn. Keurig op tijd en in de gewenste omvang moesten de menselijke ladingen ter bestemder plaatse zijn: Auschwitz, Bergen-Belsen, Sobibor, Theresiënstadt... Alles deed hij eraan om te voorkomen dat Westerbork de indruk zou maken van wat het in werkelijkheid was: het voorportaal van de gruwelijke ondergang.

93 treinen zijn er naar het oosten vertrokken. Bijna allemaal vanaf de Boulevard des Misères, want zo werd de lange rechte hoofdlaan met daarnaast een spoorlijn genoemd. Op 15 en 16 juli 1942 waren de eerste reizigers naar het onbekende oosten vertrokken. Eerst denderden de treinen nog zonder vaste regelmaat naar de vernietigings- en werkkampen, maar vanaf februari 1943 gold een vaste 'dienstregeling': dinsdag transportdag. De aantallen werden in Berlijn bepaald. Per telex of telefoon werd Gemmeker ervan op de hoogte gesteld hoeveel joden er de eerstvolgende dinsdag 'abtransportiert' moesten worden.

Op 13 september 1944 vertrok de laatste trein met 279 personen naar Bergen-Belsen. Daaronder waren 77 kinderen die op hun onderduikadressen gepakt waren. Bijna 107.000 joden waren, grotendeels via Westerbork, naar het oosten weggevoerd. Daarnaast 245 Sinti en enkele tientallen verzetsstrijders. Het vaakst reden de treinen naar Auschwitz. Van de 60.330 gedeporteerden overleefden minder dan 4000 dit kamp. De cijfers voor het concentratiekamp Sobibor zijn nog troostelozer: 34.313 'Westerborkers' gingen, 18 keerden terug. Naar Theresienstadt werden 4870 joden gedeporteerd, 3000 van hen werden later doorgestuurd naar Auschwitz. Zij zijn bijna allen vermoord. In Theresienstadt kwamen in het getto meer dan 175 Nederlandse joden om. Relatief gunstiger was Bergen-Belsen: van de 3751 gedeporteerden bleven er ongeveer 2050 in leven. Een veel kleiner aantal werd afgevoerd naar de kampen Buchenwald en Ravensbrück: 150 gedeporteerden en minder dan 10 overlevenden.

Oprichting
Het gedenkteken was het resultaat van de derde poging om een herinneringsteken op te richten bij het voormalig kampterrein. Eerdere initiatieven van het provinciaal bestuur van Drenthe sneuvelden, onder meer als gevolg van verzet in de joodse gemeenschap: 'Een monument in Westerbork zal zeker voor het nageslacht geen enkele betekenis hebben.' De tijd bleek nog niet rijp te zijn. Dat was hij wel aan het eind van de jaren zestig.

Onthulling
Het monument is tweemaal onthuld. Bij de officiële onthulling op 4 mei 1970 door Hare Majesteit Koningin Juliana was slechts een select groepje hoogwaardigheidsbekleders aanwezig. Vandaar dat het Nederlands Auschwitz Comité een tweede onthulling organiseerde, in september van datzelfde jaar. Zo'n honderdvijftig overlevenden woonden deze bijeenkomst bij.

Locatie
Het monument bevindt zich op het terrein van het voormalige kamp Westerbork in Hooghalen (gemeente Midden-Drenthe). Kijk voor routebeschrijvingen en openingstijden op de website van Herinneringscentrum Kamp Westerbork.

Bronnen

Voor meer informatie
Foto-impressie Nationaal Monument Westerbork (Hooghalen, Stichting Voormalig Kamp Westerbork, 1989). ISBN: 90-72-486-10-2

Herdenking aanmelden

Op 4 mei vindt de Nationale Herdenking plaats en wordt er in heel Nederland herdacht. Daarnaast zijn er door het jaar heen herdenkingen waar specifieke groepen slachtoffers of bijzondere gebeurtenissen worden herdacht, zoals de Indiëherdenking op 15 augustus en de Nationale Holocaust Herdenking (laatste zondag van januari).
Wij brengen al deze herdenkingen onder in de herdenkingskalender. Alle herdenkingen van de Tweede Wereldoorlog en oorlogssituaties en vredesoperaties daarna in Nederland kunt u aanmelden.
Er is nog geen herdenking bij dit monument aangemeld. Dat kunt u hier doen.

Een leven lang geluk

Ralph Prins, Hooghalen, Westerbork - Drenthe

De kunst redt hem als hij in 1944 met zijn moeder en oma via Westerbork in Theresienstadt belandt. "Mijn moeder zei altijd dat ik een zondagskind ben", zegt beeldend kunstenaar Ralph Prins (1926-2015). Hij mag van de kampcommandant naar Zwitserland om aan de 'Kunstgewerbeschule' in Zürich te studeren. Na de oorlog ontwerpt hij diverse herdenkingsstekens. 'Monument' was toen nog een te beladen woord. Van zijn vriend Otto Treumann neemt hij de opdracht over om een ontwerp te maken van wat later het Nationale Monument in Westerbork is geworden. Naarmate je de omhoog gebogen rails volgt, wordt de ramp bijna tastbaar.

door Anita van Stel

Anne Frank
"Mijn ouders zijn gescheiden toen ik anderhalf jaar was. Ik was enig kind en woonde bij mijn moeder in Amsterdam. Mijn vader, de historicus Izak Prins, zag ik regelmatig. Hij was intens geïnteresseerd in zowel het Jodendom als in beeldende kunst. Als jong kind werd ik al meegenomen naar musea. In 1942 moest ik het Amsterdams Lyceum verlaten en werd geplaatst op het Joods Lyceum, waar Anne Frank een klas lager zat. Zij was de beste vriendin van een klasgenote van mij, waarmee ik een verjaardag bij Anne thuis vierde. Curieus, als je bedenkt dat ik later een gedenkteken voor de slachtoffers van die school in de Amsterdamse Stadstimmertuinen heb vormgegeven." 

Barakken schilderen
"Door de talrijke razzia's liep het aantal leerlingen op het Joods Lyceum drastisch terug. Ook ik verliet de school. We droegen davidssterren. Bij velen van ons was bekend dat deportaties plaatsvonden, maar in Joodse gezinnen werd daar nauwelijks over gesproken en al helemaal niet in het bijzijn van kinderen. Ik volgde een cursus 'huisschilderen' op de Joodse Ambachtsschool. Ik dacht wellicht in een Duits kamp te kunnen overleven door bijvoorbeeld barakken te schilderen. Op die school herkende ik in het vak 'Beletteren' mijn grote fascinatie voor alfabetten, de basis voor mijn latere typografische werk. Ook ontdekte ik dat een kwast in mijn hand woonde, alsof hij er thuishoorde." 

De Barneveldergroep

"Uit verveling ging ik huisgenoten natekenen. Mensen waren verrast over de kwaliteit van mijn werk en suggereerden dit te laten zien aan Jaap Kaas, de directeur van de Joodse Kunstnijverheidsschool. Hij nodigde me uit voor een bezoek aan de schoolateliers bij De Waag, een verzamelplaats van bedrijvige kunstenaars. Ik voelde mij daar meteen als een vis in het water en voorvoelde dat kunst mijn leven zou bepalen. In 1943 werden mijn moeder, oma en ik vrijwillig geïnterneerd op kasteel De Schaffelaar in Barneveld, samen met 652 andere Joden, de zogenoemde Barneveldergroep. De Barnevelders hadden gemeen dat ze allen een vooraanstaande positie hadden in de Joodse gemeenschap. Mijn moeder was hoofd van een tehuis voor moeilijk opvoedbare kinderen. Ik mocht daar mijn studie vervolgen onder het mentorschap van de latere professor Hans van de Waal." 

Westerbork
"Ondanks onze bevoorrechte positie gingen alle Barnevelders in 1944 toch op transport naar Westerbork. Mannen en vrouwen werden apart in grote barakken ondergebracht. Ik werd ordonnans van de strafbarak en bracht berichten rond. In mijn laarzen smokkelde ik brieven van gevangenen naar en van het 'vrije kamp'. Het stelde niet veel voor in vergelijking met echte ondergrondse bezigheden. Ook in Westerbork schetste ik regelmatig en keek graag toe als bijvoorbeeld Leo Kok of Jos Gosschalk aan het tekenen waren. Over de trein naar Auschwitz werd het liefst niet gesproken." 

De geur van elite
"Iedere dinsdag vertrok een transport naar Auschwitz met 1.000 à 2.000 mensen. Dat bepaalde voor iedereen het leven daar. Als je zeker wist niet op de aanstaande transportlijst te staan, scheen het leven 'normaal'. Kinderen speelden, er was zelfs een kampcabaret en vrouwen en mannen konden elkaar ontmoeten. Er bestaan zoveel Westerborken als er mensen waren. Wij Barnevelders waanden ons heel lang veilig. Wij dachten uitgesloten te zijn van transport. Een hoge ambtenaar op Binnenlandse Zaken, Frederiks, zorgde er aanvankelij voor dat we niet naar Duitsland hoefden. Pas in februari 1944 werd de Barneveldgroep naar Theresienstadt vervoerd. De geur van elite bleef om ons hangen." 

Trein naar Zwitserland
"Op een bepaald moment kwam er bericht van kampcommandant Rahm. Er zou een trein naar Adlesville in Zwitserland vertrekken, waarvoor iedereen zich kon aanmelden. De enige voorwaarde voor vertrek was dat je duidelijk moest kunnen maken waarom uitgerekend jíj met deze trein naar Zwitserland zou mogen afreizen. Veel mensen vertrouwden dit niet. Ik vond het zo Kafkaiaans in zijn onmogelijkheid dat ik in de rij ben gaan staan. Toen ik aan de beurt was vroeg ik Rahm of ik met hem mocht spreken alsof het geen oorlog was. Ik vertelde hem vervolgens dat mijn levensdoel was kunstenaar te worden en dat ik hoopte student op de Kunstgewerbeschule in Zürich te worden. Hij lachte er om, maar gaf wel zijn toestemming. Ook voor mijn moeder en grootmoeder." 

Zondagskind
"In Adlesville waren we weer geïnterneerd, maar al snel zat ik op de 'Kunstgewerbeschule'. Een commissie die een rapport moest maken over het Zwitsers Kunstonderwijs bezocht ook onze klas. De Oostenrijkse beeldhouwer Fritz Wotruba was een van de commissieleden. Hij vroeg mij of ik me bewust was van mijn eigen talent. Hij zorgde ervoor dat ik een atelieruitrusting kreeg. Via de Nederlandse ambassade in Bern regelde hij dat ik na de bevrijding op de Koninklijke Academie voor Beeldende Kunsten in Den Haag een vrij rooster mocht volgen. Mijn moeder verzuchtte altijd dat ik een zondagskind was. Ik voel dat ook zo, omdat ik in mijn leven altijd de juiste mensen op de juiste tijd ontmoette. Zo ontmoette ik op de academie de ontwerper Otto Treumann, met wie ik zeer bevriend ben geraakt." 

Monument voor Westerbork
"In 1968 kreeg Otto Treumann opdracht een monument voor Westerbork te ontwerpen. Hij werd echter ziek en vroeg mij dit project van hem over te nemen. Direct wist ik dat de treintransporten naar Auschwitz een markante plaats in het monument moesten innemen. Bij het ontwerpen van het monument voor Westerbork was het wel een voordeel dat ik in Westerbork gezeten had, omdat ik de rampen kon invoelen. De rails liet ik een eigen rol spelen, waarbij zich aan het eind een grote ramp lijkt te voltrekken. Naarmate je dichter bij het einde komt, wordt de ramp tastbaarder. 

De lassers van Werkspoor hebben precies die stukjes uit de rails gebrand die ik met geel krijt had getekend op de spoorstaven. Het maken van de muur luisterde ook nauw. De muur is flauw cirkelvormig en naar voren hellend. Op een onzichtbare betonnen kern zijn Drentse zwerfkeien geplakt, dus zonder cement. De keien komen uit de buurt van Westerbork. Een positief gevoel gaf het feit dat de opperrabbijn zijn goedkeuring hechtte dat er een tekst uit de Klaagliederen 4:18 op kwam: zij belaagden ons bij elke schrede/zodat wij over onze pleinen/niet gaan konden/ons einde was nabij/onze dagen waren vervuld/ja ons einde was gekomen!

Dwaze Moeders

"Eén van mijn uitgangspunten was het monument zo te realiseren dat een ieder zijn eigen verhaal er in kon herkennen. Het moest een sfeer van waarachtigheid oproepen en niet van vals pathos. Veel mensen zijn geraakt door de verbeelding. Ik beschouw het als een compliment dat de Dwaze Moeders uit Argentinië de plaats kozen om hun verdriet te overdenken. Overigens werd er, toen ik eind jaren zestig de opdracht kreeg, gesproken over een herdenkingsteken, want het woord 'monument' riep toen te veel negatieve herinneringen op. Op een dag was dit herdenkingsteken een Nationaal Monument."


Een leven lang geluk

Persoonlijke bijdragen van onze bezoekers

Heeft u een persoonlijk verhaal met betrekking tot dit monument en/of de geschiedenis waarnaar deze verwijst? Deel uw verhaal hier en help ons de herinnering aan de Tweede Wereldoorlog levend te houden.

Let op: wilt u een wijziging voor deze monumentpagina (bijvoorbeeld een correctie of aanvulling) doorgeven? Neem dan contact met ons op.

Heeft u een vraag of wilt u ons iets melden? Kijk bij de veel gestelde vragen of stuur ons een bericht