Adopteer een monument

Herdachte groepen: Vervolgden Nederland
Ontwerper: Ralph Prins (03-05-1926 - 23-01-2015)
Onthulling: 23 april 1990
Adopteer dit monument.
Dit monument is in schooljaar 2017-2018 geadopteerd door De Prinsenhof.

Apeldoorn, monument 'Het Apeldoornsche Bosch' (foto: Jan van den Heuvel)
Apeldoorn, monument 'Het Apeldoornsche Bosch' (foto: Jan van den Heuvel)
Apeldoorn, monument 'Het Apeldoornsche Bosch' (foto: Jan van den Heuvel)
Het Apeldoornsche Bosch (bron: J. Reitsma)
Apeldoorn, monument 'Het Apeldoornsche Bosch' (foto: Jelle Reitsma CC BY 3.0)
Apeldoorn, monument 'Het Apeldoornsche Bosch' (foto: Jelle Reitsma CC BY 3.0)
Apeldoorn, monument 'Het Apeldoornsche Bosch' (foto: Tom Fürstenberg CC BY 3.0)

Het monument

Vorm en materiaal
Monument 'Het Apeldoornsche Bosch' in Apeldoorn is een gebogen gedenkmuur, bedekt met een mozaïek. Op de voorzijde van de muur zijn een davidster en het 'Zwarte Kruis' afgebeeld. In de cirkel hieromheen is in de rand een tekst aangebracht. Op de achterzijde van de muur zijn vlammen afgebeeld. De muur is 2 meter 10 hoog, 4 meter breed en 30 centimeter diep.

Teksten
De tekst in de cirkel luidt:

'22 JANUARI 1943
HET APELDOORNSCHE BOSCH'.

De tekst op het monument is een citaat uit het gedicht Het Carillon van Ida Gerhardt en luidt:

'NOOIT HEB IK
WAT ONS WERD ONTNOMEN,
ZO BITTER LIEFGEHAD'.

Symboliek
Met het monument wilde ontwerper Ralph Prins in eerste instantie niet naar het verschrikkelijke lot van de bewoners van het Apeldoornse Bosch verwijzen (verbeeld met de vlammen aan de achterzijde van het monument), maar naar de liefdevolle band tussen patiënten en verplegend personeel. Het 'Zwarte Kruis' is het embleem dat verplegers in de psychiatrie dragen.

Wijzigingen
Op 27 mei 2009, op de dag van de gehandicaptenzorg, is het monument uitgebreid met een historische wandeltocht door de nieuw te bouwen woonwijk Groot Zonnehoeve. De wandeltocht voert langs twaalf gedenktekens die verwijzen naar sporen van het Apeldoornsche Bosch. De tekens vertellen in woord en beeld het verhaal van 100 jaar zorg in dit gedeelte van Apeldoorn. De plaatsing van de markeringen is een initiatief van ’s Heeren Loo Apeldoorn (de opvolger van Het Apeldoornsche Bosch) en het Herinneringscentrum Kamp Westerbork. Tevens is er ook een semi-permanente tentoonstelling over Het Apeldoornsche Bosch geopend.

Locatie niet correct? Geef een verbeterde locatie door.

De geschiedenis

Monument 'Het Apeldoornsche Bosch' herinnert de inwoners van Apeldoorn aan de deportatie op 21 januari 1943 van circa 1300 patiënten en personeelsleden van deze joodse psychiatrische inrichting.

De psychiatrische inrichting werd in 1909 geopend als instelling van de Vereniging Centraal-Israëlitisch Krankzinnigengesticht in Nederland. Het gesticht groeide uit tot de grootste joodse inrichting in Nederland en had vlak voor de Tweede Wereldoorlog een opnamecapaciteit van ruim 1000 patiënten.

In het eerste jaar van de oorlog werden ruim 100 patiënten meer opgenomen dan de inrichting eigenlijk plaatsen kon. Het merendeel van hen kwam uit het doorgangskamp Westerbork. Op 1 april 1942 kreeg de inrichting de verordening opgelegd: alle niet-joodse personeelsleden moesten ontslagen worden. Ruim een derde van het personeel verliet de inrichting. Nadien werd het personeelstekort ruimschoots opgevuld met de komst van joodse mensen uit met name Amsterdam. Men had het idee dat 'Het Apeldoornsche Bosch' door de bezetter met rust gelaten zou worden en probeerde zo te ontkomen aan een dreigende deportatie. Indertijd kreeg de inrichting de bijnaam 'Jodenhemel'.

Op 11 januari 1943 kwam commandant Aus der Fünten ('Hauptsturmführer van de Zentralstelle für jüdische Auswanderung') naar het inrichtingsterrein kijken. Een week later, op 20 januari, arriveerde een groep van ongeveer honderd mannen van de Ordedienst uit Westerbork (de kamppolitie, bestaande uit Duitse en Nederlandse joden). Aus der Fünten nam de leiding over van de directeur, dr. Lobstein. Diezelfde dag vertelde de spoorwegbeambte Harmannus Kalkema dat op het station van Apeldoorn een trein van veertig wagons met plaats voor zeker 1500 personen in gereedheid werd gebracht. Ongeveer de helft van het personeel (circa 175 personen) en tachtig patiënten zagen kans tijdig te vluchten.

De volgende dag werd het terrein door de Grüne Polizei omsingeld. Onder leiding van Aus der Fünten werd 'Het Apeldoornsche Bosch' ontruimd. Om zeven uur in de ochtend vertrok de trein met circa 1300 joden via Westerbork naar het concentratiekamp Auschwitz-Birkenau. De ongeveer honderd achtergebleven personeelsleden gingen op transport naar Westerbork, tegelijk met zo’n tachtig Apeldoornse joden die kort daarvoor in de inrichting waren ingekwartierd. De meesten van hen werden vrijwel meteen doorgestuurd naar de vernietigingskampen. Lobstein, zijn vrouw en enkele personeelsleden, sommigen met hun gezinnen, moesten nog tot 1 februari op het terrein blijven. Toen gingen ook zij naar Westerbork.

Van de personeelsleden die in eerste instantie naar Westerbork werden gedeporteerd, overleefden waarschijnlijk slechts veertien de kampen. Van de groep gevluchte personeelsleden overleefde waarschijnlijk de helft de oorlog.

Oprichting
De oprichting van het monument was een initiatief van de Stichting Monument Apeldoornsche Bosch, samen met de Stichting Bevrijding '45.

Onthulling
Het monument is onthuld op 23 april 1990 door Hare Koninklijke Hoogheid Prinses Juliana.

Locatie
Het monument is geplaatst in het Prinsenpark, gelegen aan de Frisolaan te Apeldoorn.

Bronnen

  • De heer Jan Heerze;
  • De heer Jelle Reitsma;
  • www.apeldoornendeoorlog.nl;
  • www.apeldoornschebosch.nl;
  • Apeldoorn '40-'45, het verhaal achter de Apeldoornse oorlogsmonumenten van Jan Heerze en Jelle Reitsma (Apeldoorn, 2006);
  • Apeldoorn Monumenten van L.P. van Oppen e.a. (Apeldoorn, 1990);
  • Het Apeldoornsche Bosch, Joodse Psychiatrische inrichting 1909-1943 van Hanneke Oosterhof (Heerlen, 1989).

Herdenking aanmelden

Op 4 mei vindt de Nationale Herdenking plaats en wordt er in heel Nederland herdacht. Daarnaast zijn er door het jaar heen herdenkingen waar specifieke groepen slachtoffers of bijzondere gebeurtenissen worden herdacht, zoals de Indiëherdenking op 15 augustus en de Nationale Holocaust Herdenking (laatste zondag van januari).
Wij brengen al deze herdenkingen onder in de herdenkingskalender. Alle herdenkingen van de Tweede Wereldoorlog en oorlogssituaties en vredesoperaties daarna in Nederland kunt u aanmelden.
Er is nog geen herdenking bij dit monument aangemeld. Dat kunt u hier doen.

Ze zouden een krankzinnigengesticht toch niet naar Polen verplaatsen?

Eli Asser (1922), Apeldoorn - Gelderland

"We moeten onderduiken", probeert de Joodse Eli Asser (1922) zijn ouders te overtuigen. Ze weigeren dit, want ze vinden dat vluchtende Joden anderen in gevaar brengen. In 1942 ontkomt Eli Asser aan de Arbeitseinsatz door als verpleger te gaan werken in de Joodse psychiatrische inrichting Het Apeldoornse Bosch. Zijn vriendinnetje Eefje Croiset haalt hem daar op de avond voor de ontruiming over om te vluchten. Dit redt hun leven. De 1.300 patiënten en vijftig verplegers wacht de dood in Auschwitz. Vader, moeder en zusje Rebecca Asser komen om in Sobibor.

Productie: Interakt; tekst: Anita van Stel

Arm 
"Wij woonden aan het begin van de oorlog in de Joden Houttuinen in Amsterdam. Ons milieu omschrijf ik als kleinburgerlijk en we waren heel erg arm, net als de andere Joden in de buurt. Mijn vader was standwerker op de markt. Hij verkocht scheermesjes. Ik werd naar het chique Barlaeus gymnasium gestuurd, want voor Joden is het van belang dat de oudste zoon het minimaal tot professor schopt. Ik dacht advocaat te worden."

Overtuigd zionist
"Via de Joodse zionistische jeugdvereniging leerde ik Eefje Croiset kennen. Zij werd mijn vriendinnetje. Eefje woonde met haar moeder op de Weesperzijde. Bij haar thuis kwamen al in de jaren dertig veel vluchtelingen - Joden en communisten - uit Duitsland, waardoor ze al heel jong politiek bewustzijn had. Eefje en ik waren overtuigd zionist* en we werden dat nog sterker tijdens de golf van antisemitisme die Nederland overspoelde. We waren van plan om als pioniers naar Palestina te vertrekken."

Traploper van de Joodsche Raad
"Mijn ouders waren onder de toenemende repressie tegen Joden voornamelijk bang, maar ze redeneerden dat het 'wel niet over ons zou gaan'. Eefje had - door haar milieu van bohemiens en kunstenaars - de instelling dat de moffen haar nooit te pakken zouden krijgen. Tussen twee razzia's door haalde ik mijn gymnasiumdiploma. Mijn vader zat inmiddels in de steun. Ik verdiende de kost met allerhande baantjes, onder andere als kwitantieschrijver bij de Joodsche Raad**. Voor 2,50 gulden in de week moest ik kwitanties van boven naar beneden brengen en vice versa. Ik was de traploper van de Joodsche Raad. Achteraf heb ik van dit werk spijt, want ik was onderdeel van de machine die meewerkte aan de deportatie van de Joden."

Vrijgesteld van Arbeitseinsatz
"Begin '42 liep ik oud-klasgenoot Theo tegen het lijf die in het verzet zat. Hij bood aan ons gezin te helpen onderduiken. Mijn vader en moeder weigerden dit want 'de Joodsche Raad zei dat vluchtende Joden de anderen in gevaar brachten'. 'Lees nog maar eens na hoe je eigen broodheren hierover denken', zei mijn vader terwijl hij het Joodsche Weekblad onder mijn neus schoof. Ik was woedend en teleurgesteld. Overigens was ik in die tijd roekeloos, want ik ging gewoon zonder Jodenster de straat op en haalde de meest waanzinnige dingen uit. Half april kreeg ik een oproep voor 'internering in een van de daartoe ingerichte werkkampen in Nederland', maar de Joodsche Raad kon 'helaas, helaas' niets voor me doen, want de vrijstellingen begonnen daar pas bij de derde etage. Mijn vriend Leo wist dat Joden vrijgesteld konden worden van Arbeitseinsatz als ze bereid waren aan het werk te gaan in het Apeldoornsche Bosch. Een Joodse psychiatrische inrichting, waar in het voorjaar '42 alle niet-Joodse personeelsleden waren ontslagen. Leo zorgde binnen twee weken voor een verlossend stempel op mijn persoonsbewijs: ‘Inhaber dieses Ausweises is bis auf weiteres vom Arbeitseinsatz freigestellt’***. Op 4 mei 1942 stapte ik op de trein naar Apeldoorn."

Patiëntenrevues
"In het psychiatrisch ziekenhuis werkte ik als leerling-verpleger. Naast het reguliere werk organiseerden we toneelvoorstellingen en patiëntenrevues, waarin de onzekere situatie zeker ook leitmotiv was": 

'We staan hier als artisten

En laten ons niet kisten
Wij uitverkoren joden
Wij laten ons niet doden

Ze halen ons door de molen
Ze kraken ons moreel
Maar 't rottigste kamp in Polen
Heeft vast wel een toneel

De patiëntenrevue, de patiëntenrevue
Die sleept ons er doorheen
De patiëntenrevue, de patiëntenrevue
Die houdt ons op de been.'

In het Apeldoornse Bosch
"Het aantal patiënten nam hand over hand toe tot ongeveer 1.500. We waren met 350 personeelsleden. Na enkele maanden kwam ook Eefje naar het Apeldoornse Bosch. Zij kon als schoonmaakster aan de slag. We waren heel verliefd en we zochten elkaar 's nachts via brandladders stiekem op, op straffe van ontslag. Eefje had vervalste persoonsbewijzen bij zich, voor het geval dat. De ongerustheid over de verslechterende situatie buiten de inrichting nam toe. Maar iedereen dacht veilig te zijn, want geen mof zou het in zijn hoofd halen om een heel krankzinnigengesticht met alles erop en eraan naar Polen te verplaatsen. In augustus '42 hoorde ik dat mijn moeder en zusje uit Amsterdam weggevoerd waren."

Per se overleven
"Op 11 januari 1943 bracht Aus der Fünten**** een bezoek aan het Apeldoornse Bosch. Hij wilde er een ontspanningsplek voor SS'ers onderbrengen. Toen op de avond van 20 januari '43 honderd man van de Joodsche Ordedienst uit Westerbork arriveerden, drong tot ons door dat een ontruiming op handen was. De ordedienst was er kennelijk te vroeg, want de SS'ers zouden pas de daarop volgende morgen arriveren. Eefje vroeg me die avond te vluchten. Je had op dat moment drie keuzes: mee naar Polen, onderduiken of zelfmoord plegen. Eefje en ik waren te verliefd en wilden per se overleven. Ik stond hevig in dubio, want ik wilde mijn patiënten niet in de steek laten. Veel collega verplegers zouden met de patiënten op reis gaan. Ogenschijnlijk leek het veel gevaarlijker om onder te duiken. Als je meeging had je een goede kans om te overleven, want de moffen zouden toch niet zulke beulen zijn dat ze psychiatrisch patiënten zouden vermoorden, redeneerden we."

Voor het blok
"Eefje, die als schoonmaakster geen band had met de patiënten, zette me voor het blok. Ze zei dat ze wegging want ze had haar moeder beloofd niet gehoorzaam te zijn aan de Duitsers. Ze geloofde heilig dat iedereen eraan zou gaan. Haar stelligheid was cruciaal, want ik besloot met haar mee te gaan. Maar pas na mijn dienst, die tot 21.30 uur duurde. Later verklaarde Eefje dat ze bij me gebleven zou zijn, als ik toch voor de reis naar Polen had gekozen. Onze naïeve levenshouding heeft ons het leven gered. We begrepen niets van wat er allemaal gebeurde. We waren twee jonge hondjes en iedereen vond onze liefde aandoenlijk."

Als beesten in vrachtwagens
"In de nacht van 20 op 21 januari vertrokken we uit het Apeldoorne Bosch. De volgende morgen arriveerden de SS'ers die het hele ziekenhuis 'ausradierten'. Van de 175 personeelsleden vluchtte een kleine groep. Ongeveer dertig personeelsleden gingen op transport naar Westerbork. De overige patiënten en personeelsleden werden als beesten in vrachtwagens gestouwd. Ooggetuigen vertelden later: 'Sommigen werden met bed en al ingeladen, daarna ging er weer een laag patiënten overheen en dan nog een laag. Net zo lang tot het vol was. Het was een gebonk en gekerm, verschrikkelijk gewoon. Er kwamen ook vrachtwagens langs waaruit helemaal geen geluid meer kwam.' Op het station van Apeldoorn gingen ze op de trein, waar niemand van de omstanders een poot uitstak. Via Westerbork naar Auschwitz-Birkenau, waar iedereen direct na aankomst werd vergast."

We vonden elkaar terug
"Ik dook gescheiden van Eefje onder met een vals persoonsbewijs. Op curieuze wijze vonden wij elkaar in 1944 terug, in de buurt van Utrecht. Na de oorlog trouwden we. We kregen drie kinderen, twee dochters en een zoon. In 1951 kreeg ik bericht van het Rode Kruis dat mijn vader, moeder en zusje in Sobibor waren omgekomen. Eefje overleed in 2002. We zijn 65 jaar samen geweest. Mijn oudste zoon is advocaat geworden."

Vooropgezette administratieve moordpartij
"Het is onvoorstelbaar dat een heel volk van ogenschijnlijk keurige mensen heeft gewerkt aan de Holocaust. Met behulp van papier en documenten…mensen moesten zich in laten schrijven om te worden vermoord. De Duitsers wisten precies wat ze deden, opruimen, keurig met gas. Er werden handtekeningen gezet, door directeuren van de moordenaarsgestichten. De opzet en ontruiming van het Apeldoornse Bosch is een afschrikwekkend voorbeeld van een vooropgezette administratieve moordpartij, die op de tekentafel was uitgedacht. Als ik in Duitsland kom - het heeft lang geduurd voordat ik er weer heen ging - ontmoet ik soms keurige Duitsers en denk dan onwillekeurig 'misschien was jouw vader ook zo'n nette man die mijn vaders naam op een lijst gezet heeft in Sobibor'." 

Het monument in Apeldoorn
"Eefje en ik woonden vaak de herdenkingen bij voor de slachtoffers van het Apeldoornsche Bosch bij. Het mooie monument is van kunstenaar Ralph Prins. De laatste jaren valt de tocht erheen me zowel geestelijk als lichamelijk te zwaar. Soms kan ik nog steeds niet bevatten wat er is gebeurd."

* Zionist: een aanhanger van het zionisme; een nationale beweging en ideologie die een Joods thuisland of Joodse staat ondersteunt in het gebied waar in vroeger tijden de Joodse koninkrijken Israël en Judea lagen. De term verwijst naar de berg Zion waarmee Jerusalem wordt aangeduid

** De Joodsche Raad: een op last van de Duitse bezetter in februari 1941 in het leven geroepen Joodse organisatie die de Joodse gemeenschap in Nederland moest besturen. Hij werd opgericht als 'Joodsche Raad voor Amsterdam', maar kreeg al snel de bevoegdheid over geheel Joods Nederland. Via deze raad gaf de bezetter bevelen door aan de Joodse gemeenschap en haar leiders. De Joodsche Raad werd zo het doorgeefluik van de anti-Joodse maatregelen. In september 1943 werd de leiding van de Joodsche Raad zelf naar het doorgangskamp Westerbork afgevoerd, en hield de raad de facto op te bestaan.

*** 
De eigenaar van dit persoonsbewijs is tot nader order vrijgesteld van verplichte tewerkstelling

**** SS'er 
Aus der Fünten kreeg in 1941 als Hauptsturmführer (kapitein binnen de SS) de informele leiding over het bureau dat in Nederland de deportatie van de Joden uit moest voeren, de Zentralstelle für jüdische Auswanderung (Centraal bureau voor Joodse emigratie). Dit bureau fungeerde van voorjaar 1941 tot najaar 1943.

Ze zouden een krankzinnigengesticht toch niet naar Polen verplaatsen?

Persoonlijke bijdragen van onze bezoekers

Heeft u een persoonlijk verhaal met betrekking tot dit monument en/of de geschiedenis waarnaar deze verwijst? Deel uw verhaal hier en help ons de herinnering aan de Tweede Wereldoorlog levend te houden.

Let op: wilt u een wijziging voor deze monumentpagina (bijvoorbeeld een correctie of aanvulling) doorgeven? Neem dan contact met ons op.

Heeft u een vraag of wilt u ons iets melden? Kijk bij de veel gestelde vragen of stuur ons een bericht