Adopteer een monument

Herdachte groepen: Verzet Nederland
Ontwerper: H.W. Gijsen, C.J.H. Bijlmakers
Onthulling: 31 augustus 1947
Adopteer dit monument.
Dit monument is in schooljaar 2017-2018 geadopteerd door RKBS De Sleye.

Het monument

Vorm en materiaal
Het monument voor Willem Heber en Mathieu Rutten in Heel (gemeente Maasgouw) is een gemetselde zuil. Op de voorkant is een granieten plaquette bevestigd met een afbeelding van de Nederlandse leeuw. De voet van de zuil is circa 1 meter breed en de top circa 60 centimeter breed.

Tekst
De tekst op de plaquette luidt:

'GEVALLEN
VOOR VRIJHEID
EN RECHT
WILLEM HEBER
MATHIEU RUTTEN
1944'.

Locatie niet correct? Geef een verbeterde locatie door.

De geschiedenis

Het monument voor Willem Heber en Mathieu Rutten in Heel (gemeente Maasgouw) is opgericht ter nagedachtenis aan twee dorpsgenoten die tijdens de Tweede Wereldoorlog onderduikers hebben geholpen en die in een concentratiekamp om het leven zijn gekomen.

In het voorjaar van 1943 doken duizenden Nederlanders onder om aan de tewerkstelling in Duitsland te ontkomen. 'Wehrmachtsbefehlshaber' generaal F. Christiansen had namelijk aangekondigd dat 300.000 Nederlandse militairen alsnog in krijgsgevangenschap zouden worden afgevoerd. Hierdoor werd de vraag naar onderduikplaatsen op het platteland enorm groot. Aannemer-timmerman Linssen uit Beegden richtte in de bossen een klein kamp in voor vluchtelingen en onderduikers, maar de bezetter ontdekte deze schuilplaats. Vervolgens bouwde Linssen drie nieuwe onderkomens in de bossen bij Beegden, Baexem en Haelen. Ook landbouwer Willem Heber uit Heel richtte in de buurt van zijn boerderij een schuilplaats in. Linssen en Heber besloten te gaan samenwerken en kregen steun van het Midden-Limburgse verzet, met name van Mathieu Rutten en diens vader. Tientallen onderduikers uit zowel de directe omgeving als het westen van het land werd hier onderdak verschaft. De geestelijkheid uit de omringende parochies, die ook nauw betrokken was bij het verzet en de hulp aan onderduikers, zorgde voor boeken en huisraad.

Ondanks het voortdurende gevaar ontdekt te worden, waren lang niet alle onderduikers altijd even voorzichtig. Tijdens een kermis in de buurt zongen een aantal van hen een lied met de tekst 'en dat wij onderduikers zijn, dat willen wij weten'. Bij de leiding van het onderduikkamp werd meteen groot alarm geslagen. Om ieder risico te voorkomen werd besloten de onderduikers elders te huisvesten. Eerder hadden enkele onderduikers een wat agressieve houding aangenomen tegenover een stroper die ze vaak in de bossen zagen rondscharrelen. De stroper ontdekte het volledig ingerichte kamp en meldde dit aan een Roermondse NSB'er en aan het hoofd van de Roermondse politie. De marechaussee in het rayon Heythuysen werd verzocht in te grijpen, maar zag hiervan af omdat het kamp buiten hun dienstsector lag. Intussen was de evacuatie van het onderduikerskamp in volle gang. Alle 45 bewoners vertrokken en maakten gebruik van de overvalwagen van de Roermondse politie.

Toen er wekenlang geen politieman kwam opdagen, betrokken 26 onderduikers opnieuw het kamp. Maar de districtsleiding van de Landelijke Organisatie voor hulp aan Onderduikers achtte dit veel te riskant en bracht de kampbewoners onder bij boeren en particulieren. Op nadrukkelijk verzoek van de politiechef in Roermond bemoeide ten slotte de Sicherheitsdienst zich met de onderduikers. De SD'ers Ströbl, Nitsch en Conrad kwamen vanuit Maastricht naar Heel om met manschappen van de Ordnungspolizei de bossen vanaf het klooster Exaten tot aan Beegden uit te kammen. In totaal werden 18 personen gearresteerd. Sommigen kwamen na enige tijd vrij, anderen werden via kamp Amersfoort naar Duitsland getransporteerd. Twee gevangenen zagen kans te ontsnappen. Een van hen had in het onderduikerskamp een dagboek bijgehouden. Zijn vader liet aan het verzet weten dat bij de overval op het kamp het dagboek van zijn zoon in handen van de bezetter was gevallen. Dat werd de boeren Heber en Rutten noodlottig. De onderduikers hadden bij hen thuis naar uitzendingen van de Engelse radio geluisterd, wat ook in het dagboek genoteerd stond. Heber en Rutten werden gearresteerd. Willem Heber overleed op 25 maart 1945 in het concentratiekamp Mauthausen en Mathieu Rutten op 31 mei 1945 in Bergen-Belsen.

Onthulling
Het monument is onthuld op 31 augustus 1947 door burgemeester P. Bongaarts.

Bronnen

  • Bedreigd Bezet Bevrijd - Gids ter herinnering aan 5 jaar oorlog in het Leudalgebied van Chris Clout, Cor Jansen, Harrie Mintjens (Haelen, Stichting Herdenkingsmonument Militairen), ISBN 90-901 4704-7;
  • Limburgse monumenten vertellen 1940-1945 van H.J. Mans en A.P.M. Cammaert. (Maastricht, Stichting Historische Reeks Maastricht, 1994). ISBN 90 70356 67 8;
  • Sta een ogenblik stil... Monumentenboek 194/|1945 van Wim Ramaker en Ben van Bohemen. (Kampen, Uitgeversmaatschappij J.H. Kok Matrijs, 1980). ISBN 90 242 0185 3.

Herdenking aanmelden

Op 4 mei vindt de Nationale Herdenking plaats en wordt er in heel Nederland herdacht. Daarnaast zijn er door het jaar heen herdenkingen waar specifieke groepen slachtoffers of bijzondere gebeurtenissen worden herdacht, zoals de Indiëherdenking op 15 augustus en de Nationale Holocaust Herdenking (laatste zondag van januari).
Wij brengen al deze herdenkingen onder in de herdenkingskalender. Alle herdenkingen van de Tweede Wereldoorlog en oorlogssituaties en vredesoperaties daarna in Nederland kunt u aanmelden.
Er is nog geen herdenking bij dit monument aangemeld. Dat kunt u hier doen.

Persoonlijke bijdragen van onze bezoekers

Heeft u een persoonlijk verhaal met betrekking tot dit monument en/of de geschiedenis waarnaar deze verwijst? Deel uw verhaal hier en help ons de herinnering aan de Tweede Wereldoorlog levend te houden.

Let op: wilt u een wijziging voor deze monumentpagina (bijvoorbeeld een correctie of aanvulling) doorgeven? Neem dan contact met ons op.

Heeft u een vraag of wilt u ons iets melden? Kijk bij de veel gestelde vragen of stuur ons een bericht