Adopteer een monument

Herdachte groepen: Militairen in dienst van het Ned. Kon. 1940-1945, Burgers voormalig Nederlands-Indië
Ontwerper: Mevr. Jaroslawa Dankowa
Onthulling: 15 augustus 1988
Adopteer dit monument.
Dit monument is in schooljaar 2016-2017 geadopteerd door Ver. Vrijzinnig Christelijk Lyceum.

Den Haag, 'Indisch monument' (foto: B. van Bohemen / NIOD)
Den Haag, 'Indisch monument' (foto: B. van Bohemen / NIOD)
Den Haag, 'Indisch monument' (foto: Ars Longa Tentoonstellingen, Amsterdam)
Den Haag, 'Indisch monument' (foto: Ars Longa Tentoonstellingen, Amsterdam)
Den Haag, 'Indisch monument' (foto: www.indieherdenking.nl)
Den Haag, 'Indisch monument' (foto: B. van Bohemen / NIOD)

Het monument

Vorm en materiaal
Het 'Indisch monument' in Den Haag is een bronzen beeldengroep, bestaande uit zeventien figuren (mannen, vrouwen en kinderen). De beeldengroep is geplaatst op een voetstuk van wit marmer. In het midden van het marmer is de kaart van het voormalige Nederlands-Indië gebeiteld. Achter de beeldengroep zijn een hekwerk en een bronzen luidklok geplaatst. Het gedenkteken is 5 meter hoog.

Tekst
De tekst op het voetstuk luidt:

'8 DEC. 1941 - 15 AUG. 1945
DE GEEST OVERWINT
TWEEDE WERELDOORLOG
NEDERLANDS-INDIË'.

Symboliek
De mensenfiguren geven uitdrukking aan het leed dat de Japanse bezetter tijdens de Tweede Wereldoorlog in het voormalige Nederlands-Indië heeft veroorzaakt. Op de baar in het midden ligt de dood, links en rechts geflankeerd door rouwende vrouwenfiguren.De figuren aan uiterste zijden verwijzen naar de bevrijding. Zij zijn wakker geschud en met opgeheven hoofd en gebalde vuisten trekken ze strijdlustig de toekomst tegemoet. Geheel links staat een moeder die haar kind, de nieuwe generatie, een duwtje geeft naar betere tijden. Het hekwerk achter de beeldengroep symboliseert de samenhorigheid van alle slachtoffers en tevens de omheining waarachter men gevangen zat. De luidklok benadrukt dat men bij het monument op een gewijde plek staat.

Wijziging
De Indische klok is in 1995 aan het monument toegevoegd.

Locatie niet correct? Geef een verbeterde locatie door.

De geschiedenis

Het 'Indisch monument' in Den Haag is opgericht ter nagedachtenis aan alle Nederlandse burgers en militairen die het slachtoffer zijn geworden van de Japanse bezetting (1941-1945) van het voormalige Nederlands-Indië. Tevens worden met het gedenkteken de honderdduizenden Romusha's herdacht die tijdens de bezetting zijn omgekomen. Dit waren Indonesische dwangarbeiders die onder valse voorwendselen werden geronseld en werden ingezet voor slavenarbeid. De titel van het gedenkteken luidt: 'De Geest Overwint'.

Hoewel de capitulatie van Duitsland op 5 mei 1945 meestal gezien wordt als het einde van de Tweede Wereldoorlog, was Nederland ook na die datum nog altijd in oorlog. Sinds het begin van 1942 was het voormalige Nederlands-Indië immers bezet door Japan. Pas toen Japan op 15 augustus 1945 capituleerde, was de Tweede Wereldoorlog voor Nederland officieel ten einde. Tussen 1942 en 1945 zijn in totaal circa 16.800 burgergevangenen en 8.500 krijgsgevangenen uit het voormalige Nederlands-Indië omgekomen in interneringskampen of tijdens de dwangarbeid aan spoorlijnen in heel Zuidoost Azië. Talloze anderen werden voor het leven getekend door de ontberingen.

Oprichting
In het voorjaar van 1986 werd door enkele vooraanstaande Nederlanders het plan opgevat om een monument op te richten 'dat tot uitdrukking brengt wat de toenmalige Nederlands-Indische bevolking in Zuidoost-Azië, zowel burgers als militairen, in de strijd en tijdens de Japanse bezetting, heeft doorgemaakt. De initiatiefnemers waren de heren Verhey, oud-verzetsstrijder en wethouder in Amsterdam', en wijlen de heer Samkalden, burgemeester van Amsterdam. De heer Samkalden had als ambtenaar van het Binnenlands Bestuur in verschillende Japanse kampen gezeten. Hun voorstel tot oprichting van een Indisch monument werd spoedig door een groot aantal prominenten en Indische organisaties gesteund. De Stichting Indisch Monument werd opgericht, onder voorzitterschap van de heer Samkalden. De heer Verhey werd voorzitter van het comité van uitvoering.

De betekenis van dit monument voor de Indische gemeenschap in Nederland werd al gauw duidelijk: 'Dat op nationale schaal aandacht wordt geschonken aan het oorlogsgebeuren in die jaren 1942-1945 in de meest ruime zin; dat de overlevenden, die de oorlog nog dagelijks meedragen in hun bestaan, een vast punt van erkenning en herkenning krijgen, dat van bijzonder grote morele waarde wordt geacht; dat een monument verrijst dat recht doet aan het respect en de waardering voor de moed, de standvastigheid en het vaste vertrouwen dat tienduizenden in Nederlands-Indië hebben getoond in de overwinning op een wrede onderdrukking; dat de opgeroepen solidariteit tussen hen die in Nederland de oorlog beleefden, en hen die dat in Nederlands-Indië deden, een grondslag legt met toekomstwaarde.'

Uit 33 inzendingen werd in het najaar van 1987 zowel door de Stichting Indisch Monument als door de gemeente Den Haag gekozen voor het ontwerp van beeldhouwster Jaroslawa Dankowa. Over deze keuze ontstond enige beroering. Enkele Indische organisaties prefereerden een beeldhouwer met een Indische achtergrond. De stichting deelde dit standpunt niet. Door verscheidene organisaties en particulieren was inmiddels een bedrag van hfl. 330.000,- ingezameld. Deze geldsom werd door het ministerie van WVC aangevuld tot het benodigde bedrag van hfl. 480.000,-. Publieke omroep de AVRO heeft ook aan deze som bijgedragen, door zijn programma’s af te sluiten met de ondertiteling 'een bijdrage te storten ten behoeve van het Indisch Monument'. Deze inzamelingsactie heeft circa hfl. 70.000,- opgebracht.

Onthulling
Het monument is onthuld op 15 augustus 1988 door Hare Majesteit Koningin Beatrix. Aan de voet van het gedenkteken liggen elke dag bloemen. De Indische klok is geplaatst op 11 juli 1995 en werd voor het eerst geluid op de Lustrum-herdenking van 15 augustus 1995, in aanwezigheid van H.M. Koningin Beatrix. De luidklok is vervaardigd door de 'Royal Bell- Foundry en Petit Fransen' te Aarle-Rixtel. Dit is de oudste en een van de bekendste klokkenmakers ter wereld.

Op 27 juli 2005 is in Madurodam een miniatuur van het Indisch monument onthuld ter gelegenheid van de zestigste verjaardag van de Japanse capitulatie en de viering van de Indische Zomer in Den Haag. Dit miniatuur is onthuld door de heer Wim de Haas, weduwnaar van de ontwerpster van het monument en de heer Marc Albers, burgemeester van Madurodam.

Locatie
Het monument bevindt zich bij de Waterpartij in de Scheveningse Bosjes, gelegen aan de Prof. B.M. Teldersweg te Den Haag.

Bronnen

  • Gemeente Den Haag;
  • Stichting Herdenking 15 augustus 1945;
  • Stichting ICODO;
  • NCRV Gids van 13-19 augustus 2005;
  • Spits van 28 juli 2005.

Voor meer informatie

  • Website van de Stichting Herdenking 15 augustus 1945 http://www.indieherdenking.nl/;
  • Meer informatie is te vinden op de website http://www.herdenken-denhaag.nl/. De website Sporen uit het verleden, blik op de toekomst is een initiatief van Stichting 3 maart '45. Met de website wil de stichting duidelijk maken dat herdenken méér is dan terugkijken naar het verleden (1940-1945). Herdenken is ook een brug slaan tussen verleden en heden, als een les voor de toekomst. Uitgangspunt van de website zijn Haagse monumenten uit de bezettingsperiode, gegroepeerd in zeven thema's: oorlog, bezetting, bevrijding, verzet, terreur, discriminatie en slachtoffers.

Herdenking aanmelden

Op 4 mei vindt de Nationale Herdenking plaats en wordt er in heel Nederland herdacht. Daarnaast zijn er door het jaar heen herdenkingen waar specifieke groepen slachtoffers of bijzondere gebeurtenissen worden herdacht, zoals de Indiëherdenking op 15 augustus en de Nationale Holocaust Herdenking (laatste zondag van januari).
Wij brengen al deze herdenkingen onder in de herdenkingskalender. Alle herdenkingen van de Tweede Wereldoorlog en oorlogssituaties en vredesoperaties daarna in Nederland kunt u aanmelden.
Er is nog geen herdenking bij dit monument aangemeld. Dat kunt u hier doen.

Door de ogen van mijn zoon zag ik het Indisch Monument

Peter Slors (1939), Den Haag - Zuid-Holland

Van zijn moeder heeft hij het meegekregen. Niet polariseren, maar cultuurverschillen tussen Japanners en westerlingen overbruggen. Anders omgaan met het vijandbeeld is waar Peter Slors zich vanaf 1995 voor inzet. De oorlog heeft hij als klein jongetje in Nederlands-Indië meegemaakt. Daarover wordt bij hem thuis niet gesproken. De onthulling van het Indisch Monument in Den Haag is voor hem een keerpunt. Door de ogen van zijn zoon ziet hij het belang van zo’n monument. Vanaf dat moment zet hij zich in voor een andere benadering van Japan.

 

Productie: Interakt; tekst: Anita van Stel


De dreiging uit Japan

"Mijn grootvader was KNIL-militair en mijn vader werkte als procuratiehouder bij de Nederlandsche Indische Landbouw Maatschappij in West-Java en Zuid-Sumatra. Mijn moeder was helemaal Europese. Mijn oudere zus Daniëlle is in 1937 in Batavia geboren. Ikzelf in 1939 tijdens een verlof in Nederland, tot mijn spijt, want ik voel mijn Indische wortels. Mijn moeder vertelde ons later dat de eerste jaren na 1939 in het teken stonden van de dreiging uit Japan. In de kampen was mijn moeder blij dat ze laat kinderen had gekregen, anders had ze moeten ervaren dat ik van haar afgenomen werd en naar een jongenskamp gestuurd."

Een eeuw voor een kind van vijf
"We gingen in 1941 naar Bandung. Vrij snel na de capitulatie werden de mannen geïnterneerd. Pas vanaf de tweede helft van 1942 werden de 20.000 vrouwen en kinderen ondergebracht in de wijk Tjihapit, in eerste instantie nog zonder hek er omheen. We waren met vele anderen in een vrij klein huisje gepropt, en sliepen met z’n drieën in het keukentje. Uit deze tijd heb ik slechts enkele vage beelden in herinnering. Anders is dat voor kamp Moentilan, waarheen mijn moeder, zus en ik in november '44 gebracht werden. We zaten 48 uur in gesloten treinwagons. Dat moet een eeuw geweest zijn voor een kind van vijf jaar, maar het merkwaardige is dat ik er niets meer van weet."

Bericht dat vader nog leefde
"In juni 1945 werden we overgebracht naar kamp Banjabiroe, zestig kilometer ten noorden van Moentilan. Daarvan herinner ik me niets meer. Vrij snel na de capitulatie van Japan, op 15 augustus 1945, arriveerden de Engelsen in het kamp. Moeder leed aan hongeroedeem en voor zowel moeder als mijzelf volgde opname in het militaire hospitaal van Magelang, waar we heel goed verzorgd werden. We kregen daar bericht dat vader nog leefde. Eerder was een telegram gearriveerd dat hij overleden was."

Krijtrotsen afschaven
"De geschiedenis van mijn vader is er een van ontberingen. Hij werd in maart '42 geïnterneerd in Bandung. Via een kamp in Tjilatjap, aan de zuidkust van Midden-Java werd hij in februari '43 overgebracht naar Tjimahi. In april volgde transport met een krijgsgevangenenschip naar het eiland Flores, waar de gevangenen met hun handen krijtrotsen moesten afschaven voor de aanleg van een vliegveld. Met een ziekentransport werd hij in januari '44 naar Batavia gebracht."

Scheepsramp met de Yunio Maru
"In september '44 volgde transport naar Padang, met het Japanse vrachtschip de Yunio Maru, dat op 18 september werd getorpedeerd door de Engelse onderzeeër Tradewind. Het was de commandant niet bekend dat er krijgsgevangenen aan boord waren en bij deze vergissingsaanval kwamen 5620 krijgsgevangenen om. Slechts zo’n 750 mensen overleefden de ramp, en van hen overleefden slechts 150 de oorlog. Het is de grootste scheepsramp in de geschiedenis. Mijn vader hield zich vast aan een stuk wrakhout en na zestien uur in het water werd hij opgepikt door een Japanse 'gunboat'. Na verblijf in de gevangenis van Padang moest hij gaan werken aan de aanleg van de Pakan Baru spoorweg, die - hoe wrang en vreemd - gereed kwam op 15 augustus 1945, de dag van de Japanse capitulatie. Vader zei dat zijn goede huwelijk de grootste motivatie was om in leven te blijven."

Met een pistool onder zijn kussen
"Mijn vader was een echte koloniaal. Hij vond dat 'Indië van ons was' en in 1948 keerden we terug naar Indonesië, om de boel weer op te bouwen. Mijn vader sliep met een pistool onder zijn kussen, uit angst voor aanslagen. Mijn moeder was meer internationaal georiënteerd. Zij had contact met vrouwen van vooraanstaande Indonesiërs in de Women's International Club. Met boeken probeerde ze zich zelfs al vóór de internering te verdiepen in de Japanse geest. Door de kamptijd hadden mijn vader en moeder geen idee van de ontwikkelingen in de Indonesische maatschappij."

Terug naar Nederland
"De gezagsoverdracht van Nederland aan de Republiek Indonesia in Batavia maakte ik in 1949 live mee. Door zijn zwakke gezondheid werd mijn vader in 1951 afgekeurd voor werk in de tropen. Wij vertrokken definitief naar Nederland. Mijn vader was verbitterd, want hij vond dat al zijn werk voor niets was geweest. De kamptijd speelde door in mijn opvoeding, want ik moest leren koken, sokken stoppen en dergelijke, zodat ik altijd zou kunnen overleven. Dit was dwangmatig, maar ik heb het niet als negatief ervaren."

Documentaire
"Indonesië bleef trekken. Toen ik als econoom in de jaren zestig de kans kreeg om voor UNESCO in alle provincie-hoofdsteden van Indonesië onderwijsplanbureaus op te zetten, aarzelde ik geen moment. Met mijn vrouw en drie kinderen woonde ik er drie jaar. Ik ging op 51-jarige leeftijd met vervroegd pensioen en besloot in 1992 in Indonesië een gefilmde documentaire te gaan maken, 'Een waarheid met vele gezichten'. De film gaat over hoe drie generaties Indonesiërs terugkijken op hun relatie met Nederland en de Nederlanders. In 1999/2000 maakte ik een documentairefilm over hoe Indische Nederlanders en Japanners terugkijken op de Tweede Wereldoorlog in Azië. Tot 1995 wist ik eigenlijk weinig van mijn eigen oorlogsgeschiedenis. Ik had ook niet veel nare herinneringen. Mijn ouders weigerden stil te staan bij wat gebeurd was, ze wilden vooruitkijken en hadden niets met monumenten, want die leidden tot polarisatie. Hun brieven van vlak na de oorlog kwamen na de dood van mijn moeder te voorschijn uit een ijzeren kist. Pas toen begon de oorlogstijd voor me te leven."

Keerpunt
"Twee momenten zorgden voor een keerpunt. Bij het samenstellen van een tentoonstelling, ter gelegenheid van vijftig jaar bevrijding in 1995, zag ik in een foto van 'een' jongetje in een kamp ineens mezelf terug. Een ander moment is dat waarop ik door toevallige omstandigheden bij de onthulling van het Indisch monument aanwezig was, in het gezelschap van mijn oudste zoon. Hij was enorm onder de indruk van de plechtigheid en door zijn ogen werd ik wakker. Ik realiseerde me het belang van het monument voor de Indische gemeenschap en daarmee ook voor mij."

Meer dan een oorlogsmonument
"Het monument betekent voor de Indische Nederlanders een erkenning van een tijdperk en van hun eigen geschiedenis. Daarmee is het meer dan een oorlogsmonument. Vanaf die tijd probeer ik alles te weten te komen van mijn Indisch verleden. Ook besloot ik me in te gaan zetten voor de Stichting Herdenking 15 augustus 1945. Ik was vijf jaar lid van het bestuur. Binnen het bestuur heb ik altijd gepleit voor een andere benadering van Japan en voor het omvormen van het vijandbeeld. Zo maakte ik voor de Stichting de documentairefilm 'Oude Pijn, in Nederland en Japan'. Ten tijde van het bezoek van de Japanse keizer aan Nederland heb ik de voorzitter ervan kunnen overtuigen dat hij bij het diner voor de keizer aanwezig moest zijn. Ik heb steeds en overal uitgedragen dat bij het beoordelen van Japanners als 'de' vijand altijd de fundamentele cultuurverschillen tussen Japanners en Westerlingen in de beschouwing moeten worden meegenomen, iets wat mijn moeder in de oorlog al deed, evenals de manier waarop het Westen Japan vóór de oorlog heeft gekleineerd."

Door de ogen van mijn zoon zag ik het Indisch Monument

De vergeten geschiedenis levend maken

Rudy Boekholt, Den Haag - Zuid-Holland

Belangstelling voor de Indische zaak en begrip voor het gezamenlijk oorlogsverleden. Dat is wat het Indisch Monument in Den Haag wil bewerkstelligen. Meer dan veertig jaar na dato, dat wel. Rudy Boekholt (1926-2011) is bij de totstandkoming van het monument betrokken. Zelf noemt hij zich een zondagskind. Met zijn Indisch-Nederlandse ouders woont hij op Java als de oorlog uitbreekt. Met veel geluk komt hij er ongeschonden doorheen. In 1946 vertrekt hij naar Nederland. Daar volgt hij een militaire loopbaan en wordt hij uiteindelijk benoemd tot adjudant in buitengewone dienst van de Koningin, een functie voor het leven.

door Anita van Stel

De oorlog in Nederlands-Indië
"Na de Japanse invasie op Java capituleerde Nederlands-Indië op 9 maart 1942. De Japanners namen hun intrek in gebouwen in Batavia. Veel Nederlandse mannen werden als krijgsgevangene afgevoerd naar kampen. Wij kregen als Indische Nederlanders een identiteitsbewijs waar op stond: 'blanda peranakan', Indo-Europeaan. Daarmee mocht je buiten de kampen verblijven. Indo-Europese jongeren die blijk gaven van hun Nederlandse sympathieën, werden door de Japanners als bedreiging gezien. Wij mochten niet vergeten dat we Indonesisch bloed hadden en dat we bij Japan hoorden, zo werd ons verteld. Vervolgens kreeg je de vraag of je bereid was samen te werken met het Japanse en het Indonesische volk. Mijn antwoord, en ook van mijn twee broers, was overtuigd 'anti'. Wij wisten dat we daarmee de kans liepen opgepakt te worden door de politie. De Japanners probeerden ons te indoctrineren, zonder succes. Op een dag in augustus vertelden zij dat de oorlog afgelopen was en dat we vrij waren."

Onderdrukkers worden beschermers
"Na de Japanse capitulatie was de oorlog voor ons nog niet voorbij. Indonesische extremisten uitten openlijk hun haat tegen de Indo-Europeanen. Ze moordden en plunderden. Als in de kampong op de tong-tong (holle boomstam) werd geslagen en we de aanvalskreet 'bersiap' hoorden, wisten wij dat ze op weg waren naar de Nederlandse wijken. De Japanners kregen na de capitulatie de opdracht de kampen te beschermen tegen deze aanvallen. Een vreemde zaak, want de gehate onderdrukkers waren zo ineens onze beschermers. Met de komst van de Nederlandse militairen, begin 1946, keerden orde, gezag en veiligheid terug in Batavia. Zij waren onze echte bevrijders."

Integratie verliep geruisloos
"Terug naar school viel niet mee na de wilde jaren ervoor. Ik wilde in militaire dienst. Mijn vader vond dat ik in Nederland mijn HBS moest afmaken. Op 5 juli 1946 vertrok ik naar Nederland. In de jaren erna repatrieerden in totaal 300.000 Indische Nederlanders. Veel van deze repatrianten kregen een kille en koude ontvangst. Ze werden niet alleen geconfronteerd met klimatologische en culturele verschillen, maar ook met onbegrip, desinteresse en zelfs een denigrerende houding. Veel Nederlanders bleken volkomen onwetend over hun verre overzeese rijksdeel en over hoe wij daar leefden. De integratie van de Indische migrantengroep verliep geruisloos en vlekkeloos, maar dat lag niet aan de Nederlandse samenleving. De Indische migranten hebben dit zelf gepresteerd, ondanks het verborgen verdriet, de trauma's en de wettelijke achterstelling."

Militaire loopbaan
"Ik paste me snel aan en voelde me gauw weer 'senang'. Ik kreeg verkering met mijn overbuurmeisje in Den Haag en met haar ben ik later getrouwd. Met de Koninklijke Militaire Academie startte mijn militaire loopbaan, die me op veel andere plaatsen in de wereld heeft gebracht: in Korea en van 1962 tot 1965 in Suriname. Via allerlei leidinggevende functies werd ik in 1983 benoemd tot adjudant in buitengewone dienst van H.M. de Koningin, een functie voor het leven. Na beëindiging van mijn actieve militaire carrière werd ik in 1987 gevraagd voor de functie van commandant van het Koninklijk Tehuis voor oud-militairen in Bronbeek. Dat heb ik van 1988 tot 1991 met veel plezier gedaan. In die tijd kwam ik veel met Indische organisaties in aanraking. Veel veteranen en Indische organisaties hielden hun reünies op Bronbeek. Er kwam een reüniecentrum en diverse monumenten werden opgericht. Door alle activiteiten vervulde Bronbeek een brugfunctie tussen de groepen Indië-veteranen en de Indische Nederlanders."

Confrontatie met vergeten oorlogsleed
"In 1984 woonde ik de emotionele Junyo Maru* herdenking bij. Het was mijn eerste directe confrontatie met het vergeten oorlogsleed van Indische mensen. Ik besloot op die dag me in te gaan zetten voor de Indische zaak. Op 15 augustus 1970 was er een herdenking geweest van 25 jaar bevrijding van de Japanse overheersing. Het was de bedoeling eenmalig het einde van de oorlog in Azië te herdenken, maar er bleek grote behoefte aan meer herdenkingen en bijeenkomsten. In 1980 was er weer een herdenking.Twintig Indische organisaties zegden hun medewerking toe en besloten de Stichting Herdenking 15 augustus 1945 in het leven te roepen. De herdenking van 1980 kreeg veel publieke belangstelling. Ook Koningin Beatrix en Prins Claus waren aanwezig. In de jaren erna volgden bescheiden herdenkingen overal in het land. In 1985 vond weer een grote bijeenkomst in Den Haag plaats. Toen hebben twee voormalige geïnterneerden een bronzen gedenkplaat onthuld, ter nagedachtenis aan alle gevallenen in Nederlands-Indië en Zuidoost-Azië tijdens de Tweede Wereldoorlog. Deze gedenkplaat kreeg een plaats in de Tweede Kamer. Ik vind het mooi dat de Kamerleden er elke dag langs moeten lopen."

Gezamenlijk verleden
"In 1985 werd ik voorzitter van de Stichting Herdenking 15 augustus 1945. Een van onze doelstellingen was bij de Nederlandse gemeenschap belangstelling te wekken voor de Indische zaak. De koloniale periode was voor veel Nederlanders immers een zwarte bladzijde in de geschiedenis, die zo snel mogelijk vergeten moest worden. Wij wilden deze geschiedenis juist benoemen om begrip te kweken voor ons gezamenlijke verleden. Nederlandse oorlogsorganisaties bezochten onze herdenkingsbijeenkomsten steeds vaker. Ze noemden ons 'zusters en broeders in het leed'. Zij waren er verbaasd over dat er pas veertig jaar later enige aandacht ontstond voor het Indische oorlogsverleden."

Het Indisch Monument
"Begin 1986 namen Verhey, oud-verzetstrijder en wethouder in Amsterdam en Samkalden, burgemeester van Amsterdam, het initiatief om een Indisch monument op te richten. Samkalden had in verschillende Japanse kampen gevangen gezeten. Zij kregen steun van veel Indische organisaties en prominenten. Gezamenlijk definieerden we de betekenis van het monument: 'dat op nationale schaal aandacht wordt geschonken aan de oorlog in de jaren 1942-1945 in de meest ruime zin.' Het monument herinnert aan álle gevallenen en allen die hebben geleden onder de bezetting: militairen, mensen in en buiten de kampen, het Indisch verzet, de Indonesische bevolking en in het bijzonder de honderdduizenden Indonesische dwangarbeiders of romusha's. Op 15 augustus 1988 heeft Koningin Beatrix het monument onthuld. Het is een ontwerp van beeldhouwster Jaroslawa Dankowa. Haar beeldengroep van zeventien bronzen mannen, vrouwen en kinderen symboliseert het lijden, met als tekst op het voetstuk '8 december 1941-15 augustus 1945, De geest overwint, Tweede Wereldoorlog Nederlands-Indië'. Sindsdien wordt de jaarlijkse herdenking op 15 augustus bij het Indisch Monument gehouden."

* De Junyo Maru is een Japans transportschip dat voor de westkust van Sumatra ter hoogte van Bengkulu op 18 september 1944 werd getorpedeerd door de Britse onderzeeër HMS Tradewind. Aan boord bevonden zich 6500 Nederlandse, Engelse, Australische en Amerikaanse krijgsgevangenen en Indonesische dwangarbeiders. Bij deze grootste ramp uit de maritieme geschiedenis kwamen 5620 opvarenden om.

Bron:

    In het gareel, Rudy Boekhol (Zutphen, Walburg Pers, 2004).

De vergeten geschiedenis levend maken

Persoonlijke bijdragen van onze bezoekers

Heeft u een persoonlijk verhaal met betrekking tot dit monument en/of de geschiedenis waarnaar deze verwijst? Deel uw verhaal hier en help ons de herinnering aan de Tweede Wereldoorlog levend te houden.

Let op: wilt u een wijziging voor deze monumentpagina (bijvoorbeeld een correctie of aanvulling) doorgeven? Neem dan contact met ons op.

Heeft u een vraag of wilt u ons iets melden? Kijk bij de veel gestelde vragen of stuur ons een bericht