4meiOverlay

Verrassende oorlogsmonumenten in Berlijn


In Berlijn, de 'schuldige omgeving' bij uitstek, zijn na de eenwording van 1990 veel nieuwe oorlogsmonumenten in het straatbeeld verschenen. De meest bekende is het Holocaust Mahnmal nabij Potsdamer Platz, dat met een immense omvang van 19.000 m2 letterlijk monumentaal is. Er zijn echter ook kleine en intieme monumenten in Berlijn die de voorbijganger op een onverwachte manier kunnen treffen. Als je niet weet dat ze er zijn, loop je er gemakkelijk aan voorbij. 

Verrassende oorlogsmonumenten in Berlijn
door Alex Bakker

Er zijn echter ook kleine en intieme monumenten in Berlijn die de voorbijganger op een onverwachte manier kunnen treffen. Als je het niet weet, loop je er gemakkelijk aan voorbij - of zelfs overheen, zoals bij de Stolpersteine. Daarom volgt hier een overzicht van vijf verrassende, kunstzinnige monumenten in Berlijn, die aantonen dat moderne gedenktekens van de oorlog steeds boeiender en krachtiger worden. Ter inspiratie voor iedereen die nieuwe vormen wil geven aan herdenken.

'Bibliothek'
Aan Unter den Linden ligt de Bebelplatz, die in 1933 nog de Opernplatz heette. Hier vond op 10 mei van dat jaar de beruchte boekverbranding plaats. Nationaal-socialistische studenten gooiden zo'n 20.000 boeken, die ze de weken ervoor hadden verzameld, op een brandstapel. Ze schreeuwden dat deze boeken een 'undeutsche Geist' hadden. Het waren voornamelijk boeken van joodse schrijvers, filosofen en wetenschappers en niet-joodse linkse auteurs.

Wie nu bij dag de Bebelplatz oploopt, ziet het monument voor de boekverbranding niet direct. Maar bij schemer wél. Dan lijkt uit het midden van het plein een lichtschijnsel uit de grond te komen. Hier ligt verzonken in het plaveisel een glasplaat van ongeveer anderhalve meter doorsnee. Je kijkt naar beneden en ziet een witte ruimte met allemaal witte, lege planken. In de ruimte binnen dit onderaards monument passen precies 20.000 boeken.

Het monument 'Bibliothek' is in 1993 door de Israëlische kunstenaar Micha Ullman ontworpen. Een paar meter van het fascinerende en ontroerende gedenkteken vinden we een bronsplaat met een citaat van Heinrich Heine uit 1820. Lees de wrange, verbazingwekkende voorspelling: "(…) dort wo man Bücher verbrennt, verbrennt man am Ende auch Menschen" (waar boeken worden verbrandt, worden uiteindelijk ook mensen verbrand). De boeken van Heine lagen op de brandstapel op dit plein, samen met die van Sigmund Freud, Magnus Hirschfeld, Erich Maria Remarque, Karl Marx. Het zou niet lang duren voor veel schrijvers en intellectuelen Duitsland ontvluchtten. Dit monument herinnert ook aan de leegte, de stilte en het zwijgen nadat vrijdenkend Duitsland was opgehouden te bestaan.

'Der verlassene Raum'

Een minder opvallend plein in Berlin-Mitte is de Koppenplatz, middenin één van de vroegere jodenbuurten. Aan de rand van een parkje met een kinderspeelplaats staan een tafel en twee stoelen. Eén van de stoelen is omgevallen. De meubels staan op een plateau met de visgraatlijnen van een ouderwetse parketvloer. Alles is van brons gemaakt. Opvallend is de maatvoering: de stoelen en tafel zijn nét te groot. Rondom het plateau lees je in bronzen letters een gedicht dat begint met de zin: "O die Wohnungen des Todes..." ('woningen van de dood').

Dit monument heet Der verlassene Raum ('de verlaten kamer') en is in 1996 door de beeldhouwer Karl Biedermann en de landschapsarchitecte Eva Butzmann gemaakt. Het gaat over de verdrijving van de Berlijnse joden uit hun woningen. Verdrijving, doordat ze ervoor kozen te vluchten of doordat ze uit hun huis werden gehaald. Voor ons een welhaast vergeten momentopname in het verhaal van vervolgden. Voor de vervolgden zelf hét moment waarop het normale leven eindigde met het in paniek opbreken van de eigen woonplek, het veilige huis.

De dichtregels zijn van Nelly Sachs, een joodse Berlijnse schrijfster die door haar vlucht naar Zweden het regime overleefde en in 1962 de Nobelprijs voor literatuur won.

'The missing house'

Vlakbij de Koppenplatz vinden we een monument dat eveneens betrekking heeft op woning en huis. In 1990 ontwierp de Franse kunstenaar Christian Boltanski voor de tijdelijke tentoonstelling 'Die Endlichkeit der Freiheit' ('de vergankelijkheid van vrijheid') een installatiekunstwerk met de titel 'The missing house' (het verdwenen huis). Ter hoogte van de nummers 15 en16 van de Große Hamburgerstrasse was een lege plek, ontstaan bij een hevig bombardement op Berlijn in voorjaar 1945. De bewoners van dit pand waren ofwel dodelijk getroffen, ofwel per direct dakloos.

Boltanski achterhaalde wie in de jaren voorafgaand aan 1945 in dit huis hebben gewoond. Op de twee aangrenzende buitenmuren van de buurhuizen schilderde hij vervolgens hun namen. De namen staan op de exacte hoogte en breedte van hun woningen. Zo wordt een lege plek opeens ingevuld met personen uit het verleden - zowel joodse vervolgingsslachtoffers als 'gewone' Duitsers die door het oorlogsgeweld werden getroffen. H. Budzislawski woonde hier van 1933 tot 1942 en ze was Geflügelhändlerin (poelier). Wat is er met haar gebeurd? Dat staat er niet bij. Zo wordt je verbeelding geprikkeld. Terwijl je kijkt naar een soort röntgenfoto van een onzichtbaar huis, daagt langzaam het besef van al die voorbije levens in de vele verwoeste Berlijnse huizen.

'Stolpersteine'

Op de stoep van The missing house ligt er eentje. Een Stolperstein, letterlijk vertaald een struikelsteen. En wat zien we daar? Volgens de steen woonde hier Herbert Budzislawski, geboren in 1920, in 1943 ter dood gebracht in Plötzensee. Dat moet wel de echtgenoot zijn geweest van de kippenverkoopster. Zou Herbert dan van 1942 tot 1943 in het Berlijnse concentratiekamp Plötzensee hebben gezeten, of is het echtpaar nog samen verhuisd?

Stolpersteine
zijn betonnen steentjes van 10 bij 10 centimeter met een messinglaag. Ze liggen op de stoep, voor de deur van huizen waar vervolgingsslachtoffers hun laatste woonplek hadden. Kunstenaar Günter Demnig ontwierp ze in 1992. Het eerste gebruik was in Keulen; vanaf 1996 zijn de Stolpersteine in Berlijn te vinden. Wandelend door de stad kom je geregeld een goudglimmend steentje tegen dat je even doet stilstaan. Het aanvankelijke protest tegen het idee dat er letterlijk over de namen van vermoorde mensen werd gelopen, is inmiddels verstomd. Terecht, want het effect van de duizenden minimaal kleine monumentjes is indrukwekkend.

Günter Demnig vervaardigt en plaatst de steentjes nog altijd zelf. Naam, geboortejaar en overlijden stanst hij in eenvoudige letters in het messingplaatje. Eind 2006 heeft hij zo'n 9000 stenen in meer dan 190 plaatsen gelegd. De namen en gegevens worden aangeleverd door particulieren of door scholen. Net als het Nederlandse 'Adopteer een Monument', is dit project in veel steden in Duitsland een groot succes. Scholieren doen research en zijn betrokken bij de plaatsing van de Stolpersteine. (www.stolpersteine.com)

'Gleis 17'
Dit laatste voorbeeld van een modern Berlijns monument is juist weer groots van omvang. Het bevindt zich diep in West-Berlijn bij Bahnhof Grunewald, een flink eind buiten het centrum. Hier vandaan zijn van oktober 1941 tot en met maart 1945 tienduizenden Berlijnse joden weggevoerd. Grunewald is nu een groot station van de S-Bahn, maar het buitenste perron, Gleis 17, is een verstild monument.

De joodse bevolking van Berlijn, ongeveer 55.000 mensen, werd via de drie stations Pulitzstrasse, Anhalter Bahnhof en Grunewald gedeporteerd. De treinen gingen direct naar de kampen Theresienstadt, Riga, Lodz en Auschwitz. Voor elke jood werd door de Deutsche Bahn, de Duitse spoorwegen, een 3e klas kaartje aan de joodse gemeenschap berekend. Grunewald, een mooie, groene bourgeois wijk waar veel rijkere joden woonden, beschikte over een goederenstation. Dit bleek een geschikte deportatieplek.

In 1998 gaf de Deutsche Bahn de opdracht voor een gedenkteken aan de architecten Nikolaus Hirsch, Wolfgang Lorch en Andrea Wandel. Zij maakten een indrukwekkend monument. Langs de lengte van het gehele voormalig perron 17 zijn beiderzijds 183 ijzeren platen aangebracht. Voor elk transport, elke deportatietrein één. Op de plaat staan de datum, het aantal gedeporteerden en de bestemming. Zo is te zien dat het laatste transport op 27 maart 1945 nog plaatsvond: 18 joden naar Theresienstadt.