4meiOverlay

Thank you for 65 years of freedom


Overal in Nederland vind je oorlogsmonumenten die onze bevrijders eren. Deze monumenten zijn in vele opzichten divers. Ze zijn kort na de oorlog of pas veel later opgericht, bedoeld voor alle geallieerden of voor specifieke slachtoffers en ook de uitvoering varieert sterk. Uit alle gedenktekens spreekt echter de onveranderlijk grote dankbaarheid ten opzichte van de geallieerde militairen. Wie waren die dappere mannen en wat vertellen de monumenten? 

Thank you for 65 years of freedom

Vliegersmonument in 1945

door Anita van Stel

“Ik weet wat het is om van je vrijheid beroofd te worden. Daarom zal ik, zolang ik leef, onze bevrijders herdenken. We móeten onze, door schade en schande opgedane wijsheden doorgeven aan onze kleinkinderen.” Aan het woord is Joop Hermeler uit Den Helder, ex-gevangene van Kamp Amersfoort en een van de vele Nederlanders die zich inzet voor het behoud van oorlogsmonumenten. Hij hield zijn pleidooi naar de gemeente net zo lang vol tot twee oorlogsmonumenten in oude glorie waren hersteld, waaronder het Vliegersmonument voor twee in 1943 gesneuvelde Engelse piloten van de RAF. Kidd en Stevenson, beiden 22 jaar oud, crashten in de Tweede Vroonstraat van Den Helder. Een straatcomité richtte dit gedenkteken  al in augustus 1945 op. Hermeler vertelt: “Een bijpassende plaquette, die beschikbaar was gesteld door de familie van oud-oorlogsvliegers van de RAF, was lang zoek maar is uiteindelijk toch op het Vliegersmonument geplaatst. In 2002 is het gerenoveerd. Elk jaar leggen we op 4 mei bloemen. In 2010 stond op het lint ‘thank you for 65 years of freedom’.”

War cemeteries

In Limburg en Noord-Brabant, waar hevige gevechten plaatsvonden, werden al in 1944 ‘war cemeteries’ ingesteld. Duizenden gesneuvelde geallieerde militairen vonden er hun laatste rustplaats. Het bekendste ereveld is Margraten, met 8302 vooral Amerikaanse graven. Voor Britse erevelden geldt overal ter wereld een uniforme inrichting: bij elk graf is een identieke zerk van witte natuursteen. In het midden staat het ‘Cross of sacrifice’. Naast enkele grote ‘war cemeteries’ vind je op veel lokale begraafplaatsen Britse graven. De meeste van de zeshonderd Franse slachtoffers werden gerepatrieerd. In Kapelle is een Frans ereveld met een erezuil. In Groesbeek bevindt zich het grote Canadian War Cemetery, voor 2339 Canadese slachtoffers.  Bij de jaarlijkse herdenkingen zijn altijd veteranen of familieleden van geallieerde militairen aanwezig. Op 6 mei 2010 bezochten premier Balkenende en de Canadese premier Stephen Harper de Canadese oorlogsbegraafplaats (968 gesneuvelde militairen) in Bergen op Zoom. Veteraan Jack Gardiner, tankcommandant van het South Alberta Regiment, stelde met genoegen vast dat de jeugd de torch of history overneemt, opdat zijn gevallen kameraden niet vergeten worden.

Oude en nieuwe monumenten
Naast deze vele erevelden herinneren monumenten aan de inzet van  een bepaalde brigade of eenheid die een dorp of stad van de Duitse bezetting verloste. Zo is het landingsmonument in het Zeeuwse dorp Westkapelle, uit 1946, een van de oudste oorlogsmonumenten. Het staat op de plaats waar op 1 november 1944 de Britse 4e Commandobrigade landde om het eiland Walcheren te bevrijden en gedenkt ‘allen van de Koninklijke Britse marine en mariniers die aan boord van de landingsvaartuigen van het support Squadron Eastern Flank voor deze kust hun leven hebben gegeven’. Het Airborne-monument in Oosterbeek (gemeente Renkum) dateert eveneens uit 1946. Op de gedenkzuil zijn in reliëf vier voorstellingen aangebracht: de oostkant stelt de landing van de geallieerde troepen voor. In de decennia na de oorlog verrijzen met enige regelmaat en op allerlei plaatsen nieuwe monumenten voor de geallieerde bevrijders. Een grote metalen bevrijdingswimpel siert sinds 1980 een plantsoen aan de Amsterdamse Apollolaan. ‘Amsterdam dankt zijn Canadezen, mei 45 – mei 80’, luidt de begeleidende tekst.

Een ereschuld inlossen
Opvallend is dat er relatief weinig gedenktekens zijn voor Poolse oorlogsslachtoffers, terwijl er toch vijfhonderd Polen op Nederlandse bodem sneuvelden. De Poolse 1e Onafhankelijke Parachutistenbrigade vocht in de Slag om Arnhem. Op 29 oktober 1944 werd Breda bevrijd door de 1e Poolse Pantserdivisie van generaal Maczek. Daarna stootte de divisie door naar Duitsland. In april 1945 maakte de toen 18-jarige Ruud Nobbe in het Oost-Groningse Bourtange mee dat een Poolse Sherman-tank van deze 1e Poolse Pantserdivisie door een Duitse granaat werd getroffen. Drie jonge Polen waren op slag dood. Nobbe zag hoe ze uit de tank gehaald werden. Vele jaren later bevreemdt het hem dat in Bourtange niets aan deze mannen herinnert: “In 1995 ben ik op zoek gegaan naar de achtergronden van deze jongemannen. Kort erna bleek dat er dichtbij Bourtange nog drie andere Polen, van het Tweede Poolse Corps, gesneuveld waren.” Nobbes inspanningen om – zoals hij zelf zegt - een ereschuld in te lossen, vinden gehoor: op 14 april 2005 onthult de Poolse ambassadeur in Bourtange een plaquette ter nagedachtenis aan de zes Polen, op de plaats waar het Poolse hoofdkwartier ondergebracht was.

Het monument voor Lil’ Max
Ook nu nog worden nieuwe monumenten voor bevrijders opgericht. De Historische Vereniging Rijswijk ontdekte dat bewoners nog altijd spreken over het neerstorten van een Amerikaanse bommenwerper, Liberator B-24J, met de bijnaam Lil’ Max. Exact vijfenzestig jaar later, op 26 september 2009, is een gedenkteken met het propellerblad in de Rijswijkse Hoekpolder onthuld. Initiatiefnemer Bart Tent vertelt: “De door Duits afweergeschut getroffen bommenwerper zwalkte een half uur rond, voordat hij tussen vier boerderijen ter aarde stortte. Negen jongens konden springen met parachutes. De piloot en co-piloot, Gill en Rayner, moesten het met de dood bekopen. Ooggetuige Nico van der Voort, nu 88 jaar, wees me de exacte plaats van de crash aan. Daar staat het monument. We mogen nooit vergeten wat deze jongens voor ons hebben gedaan. Zonder hun heldhaftige optreden waren we waarschijnlijk in mei 1945 nog lang niet bevrijd.”