4meiOverlay

Now or never: nieuwe monumenten verbinden generaties


Ondanks dat de oorlog steeds verder achter ons ligt neemt het aantal oorlogsmonumenten nog altijd toe en is de diversiteit van nieuwe monumenten groot. Waarom richt iemand zo lang na de oorlog een oorlogsmonument op? ‘Now or never’, zeggen sommigen over hun motivatie om een monument op te richten. Hoewel de beweegredenen verschillen, zijn de initiatiefnemers intens gemotiveerd, want een nieuw monument staat er niet van de een op andere dag. 

Now or never: nieuwe monumenten verbinden generaties

door Anita van Stel

Indië-monument in TilburgOnder ‘oorlogsmonument’ verstaat het Nationaal Comité alle gedenktekens die herinneren aan de Tweede Wereldoorlog en aan oorlogshandelingen en vredesmissies daarna.  Het meest recent zijn een aantal monumenten opgericht na vredesmissies in Afghanistan, bijvoorbeeld in de woonplaats van een omgekomen militair. Nieuwe monumenten roepen vaak op tot respect en verdraagzaamheid. Bijna zeventig jaar na 1945 verschijnen nog gedenktekens op plaatsen waar geallieerde vliegtuigen in de Tweede Wereldoorlog zijn neergestort. Meestal zijn de namen van de slachtoffers niet eerder op een monument te zien geweest en wordt het oprichten ervaren als ‘inhaalslag’. Een voorbeeld hiervan is onder andere het Tilburgse Indië-monument uit 2001,  ter nagedachtenis van zestig gesneuvelde Tilburgse militairen. “Bij thuiskomst uit Indië voegden wij ons in een samenleving die er weinig over wilde horen", zei Peter Knegtel. 

Voor nabestaanden is de onthulling – zelfs voor de derde generatie – een emotionele aangelegenheid. ‘Now or never’, zeggen sommigen over hun motivatie om een monument op te richten. Hoewel de beweegredenen verschillen, zijn de initiatiefnemers  intens gemotiveerd, want een nieuw monument staat er niet van de een op andere dag.

Net of ze niet bestaan hadden
Monument voor de vervolgde en vermoorde Joodse StadgenotenIemand die daarover mee kan praten is Barry Cohn, oud-voorzitter van de Nederlands Israëlitische Gemeente (NIG) in Leiden. Het was hem een doorn in het oog dat er in Leiden geen monument was voor de vermoorde Joodse stadsgenoten. Cohn: “Bij het Joodse weeshuis is een plaquette voor 51 weggevoerde Joodse kinderen en negen personeelsleden, maar die deed niet voldoende recht aan de omvangrijke Joodse gemeenschap die vóór de oorlog een belangrijke plaats innam in Leiden.” Op de universiteit werkte een aantal Joodse professoren. Eind november 1940 gingen de Leidse studenten als eerste massaal in staking tegen de landelijke maatregel dat alle Joodse hoogleraren en docenten ontslagen moesten worden. Vanaf 1942 werden 270 Joodse Leidenaars opgepakt en in concentratiekampen vermoord.” Cohn: “Het is net alsof die mensen niet bestaan hebben, want ze hebben immers geen grafsteen.” Geruime tijd probeerde Cohn tevergeefs een ingang te krijgen bij de gemeente, tot hij zich begin 2005 rechtstreeks tot burgemeester Lenferink richtte. Deze omarmde het idee en B&W stelde twee jaar later een comité van aanbeveling en advies in. Drie jaar daarna, op 17 maart 2010, werd het monument ‘Bagage’ onthuld: zes koffers van natuursteen op verschillende locaties in Leiden die een historische betekenis hebben voor het Joodse leven  in deze stad. Cohn geeft het comité onder aanvoering van Liesbeth Hesselink en Jetteke Bolten de credits voor de totstandkoming van deze gedenktekens. Hij is blij met het monument: “De koffers zetten aan tot verwondering en ontzetting. Bij wie hoorde die bagage? Het is een symbool voor wat er is gebeurd of kan gebeuren. Volwassenen en kinderen praten bij deze monumenten over de Holocaust.”

Monument voor de ‘Bankier van het verzet’


Hans Weijers, gepensioneerd huisarts uit Vlijmen, was stellig: “Geen stenen zerk, maar een kunstwerk. Op het Frederiksplein in Amsterdam ligt daarom sinds 3 september 2010 een omgevallen boom van brons.” Ook bij Weijers was verwondering de aanleiding tot een initiatief: “Weliswaar herinnert een plaquette in de Effectenbeurs aanWalraven van Hall, de bankier van het verzet, maarer was nergens eenaansprekend oorlogsmonument. Onbegrijpelijk, want duizenden Nederlanders in de illegaliteit konden dankzij hem overleven.” (zie voor een artikel over Walraven van Hall op pagina……) Weijers: “Ik heb me sinds 2005 in het oprichten van een monument vastgebeten. Een brief naar de Koningin, een bericht op de voicemail van de kleindochter van Van Hall, een onderhoud met Nout Wellink van De Nederlandsche Bank, en de bal ging op zeker moment rollen. Veel prominente Amsterdammers namen zitting in het erecomité en de toenmalige burgemeester Cohen van Amsterdam stelde een ambtenaar beschikbaar. Zoon Aad van Hall en de verdere familie waren erg enthousiast. Na vijf jaar kon het monument onthuld worden. Gelijktijdig ontwikkelde het Verzetsmuseum een tentoonstelling met website over Walraven van Hall. Weet u wat mooi is? Elke keer als ik bij het monument kom, liggen er bloemen.”

Diversiteit 
Monument voor bombardementsslachtoffers in EdeDe diversiteit van nieuwe monumenten én initiatiefnemers is groot. De gemeente Echt-Susteren herbergt vanaf 2007 een serie van zes gedenktekens voor vliegtuigbemanningen: een origineel vliegtuigonderdeel markeert elke crashplaats. ‘Zij vlogen voor een blijvend onbedreigde veiligheid voor ieder van ons, voor hen die de thuisbasis niet haalden’, luidt de begeleidende tekst. In Ede ontwierpen leerlingen van het ROC in 2009 een monument voor de 69 burgerslachtoffers van geallieerde bombardementen. Een ander voorbeeld is het oorlogsmonument in het ING-kantoor op de Haarlemmerweg in Amsterdam, waarvan het origineelverloren ging. In 2008 besloot de directie van ING het nieuwe monument Fantoompijn te laten maken, ter nagedachtenis aan vijftig collega’s van de voormalige Postcheque- en Girodienst Rijkspostspaarbank en de Gemeentegiro Amsterdam die tijdens de Tweede Wereldoorlog omkwamen. “Zij werden soms letterlijk achter hun bureau weggehaald”, vertelt Sanne ten Brink van ING Art Management. “Het monument dient om deze gevallen collega’s te herdenken, maar ook als trefpunt, en het geeft de mogelijkheid er stil te staan bij het verlies van een collega, door ziekte, oorlog of een ongeluk.”

Internet- monument  voor 104.000 personen
Een geheel ander gedenkteken is het Digitaal Monument voor de Joodse Gemeenschap in Nederland. Dit monument op internet houdt de herinnering levend aan alle Joodse mannen, vrouwen en kinderen in Nederland die de Sjoa niet hebben overleefd. Emeritus hoogleraar Ies Lipschits (overleden in 2008) was in 2000 de initiatiefnemer. In april 2005 ging het monument online. Sinds 2006 is het onderdeel van het Joods Historisch Museum (JHM). Anat Harel, webredacteur, licht toe: “Alle 104.000 personen die in het monument zijn opgenomen hebben een eigen persoonspagina waarop zij worden herdacht. Op deze persoonspagina vind je de basisgegevens van een persoon.Daarnaast is, waar mogelijk, het gezinsverband gereconstrueerd. Digitaal Monument Joodse Gemeenschap Via een momentopname maken we de leefsituatie zichtbaar. De toepassingsmogelijkheden van een digitaal monument zijn onbegrensd; zo kan het bijvoorbeeld de geschiedenis van uitsluiting en vervolging heel direct inzichtelijk maken voor leerlingen die het monument online bezoeken. Dat vind ik bijzonder.”

Het NC en het JHM hebben hun databases gekoppeld: Joodse namen op de monumenten zijn gelinkt en bezoekers van de websites kunnen met enkele clicks informatie van beide sites vinden.