4meiOverlay

Inhaalslag: Indische monumenten zijn relatief nieuw


Van de ongeveer 3500 oorlogsmonumenten in Nederland zijn er ruim 80 die herinneren aan slachtoffers uit voormalig Nederlands-Indië. De meest bekende is het Indisch Monument in Den Haag, dat in 1988 werd onthuld en waar jaarlijks op 15 augustus een herdenking is. Opvallend is dat veel Indische monumenten pas na 1988 zijn opgericht en dat bij diverse Indische herdenkingen elk jaar meer belangstellenden aanwezig zijn. Is deze late oprichtings- en herdenkingsgolf verklaarbaar?  

Inhaalslag: Indische monumenten zijn relatief nieuw

door Anita van Stel

De oorlog in Indië
Ongeveer 140.000 Nederlanders en Indische Nederlanders werden tijdens de oorlog opgesloten in Japanse burger- of krijgsgevangenenkampen in Nederlands-Indië of moesten als dwangarbeider werken aan de Birma-Siam- of Pakan Baroe-spoorweg. Overigens werden ook vele honderdduizenden Indonesiërs aan de spoorlijnen gedwongen te werk gesteld als romusha’s. Velen bezweken tijdens hun gevangenschap aan de ontberingen. De Indische Nederlanders (Nederlanders met Indische (groot-) ouders), beter bekend als Indo’s, mochten op Java buiten de kampen blijven omdat de Japanners hen als Aziaten beschouwden.

De Japanse capitulatie in augustus 1945 betekende nog geen echte bevrijding, want Indonesische nationalisten riepen de onafhankelijkheid van Indonesië uit en keerden zich tegen de voormalige kolonisator. Voor de meeste Nederlanders en een deel van de Indische Nederlanders reden naar Nederland te willen.*

Geruisloos
Van de in totaal 300.000 (Indische) Nederlanders die na 1945 uit Indonesië vertrokken waren er 200.000 van gemengde culturele en etnische afkomst. Zij koesterden hun Nederlandse nationaliteit. In 1951 volgden Molukse militairen, die gediend hadden in het Koninklijk Nederlands-Indisch Leger (KNIL).

Velen kregen een kille en koude ontvangst. Ze werden niet alleen geconfronteerd met klimatologische en culturele verschillen, maar ook met onbegrip, desinteresse en zelfs een denigrerende houding. “Veel Nederlanders bleken volkomen onwetend over het leven in Indië en hoe wij de oorlog doorkwamen. ‘Jullie hadden in elk geval lekker weer in het kamp, terwijl wij hier met de barre Hongerwinter zaten’, was zo’n onnozele opmerking. “Op dat moment besloot ik niet meer over mijn ontberingen te praten”, zei voormalig ‘kampkind’ Ids Talsma in 2004, die gevangen zat in verschillende jongenskampen. In Nederland verliep de integratie van de Indische migrantengroep volgens de Nederlandse overheid geruisloos. Betrokkenen daarentegen herinneren zich het verborgen verdriet en de trauma’s.

Monumenten
In 1960 was in Enschede een 'Indië-monument' onthuld. Bij de herdenking van 25 jaar bevrijding van de Japanse overheersing, in 1970, bleek dat er in Indische kring grote behoefte bestond aan meer herdenkingen en bijeenkomsten. Rudy Boekholt, de inmiddels overleden voormalig voorzitter van de Stichting Herdenking 15 Augustus 1945 en commandant van Bronbeek en adjudant in buitengewone dienst van de Koningin, zei hierover: “Twintig Indische organisaties besloten in 1980 een volgende herdenking te houden en riepen de Stichting Herdenking 15 Augustus 1945 in het leven. Een van de doelstellingen was bij de Nederlandse gemeenschap begrip te kweken voor ons oorlogsverleden in Indië. De koloniale periode was immers een zwarte bladzijde in de geschiedenis, waaraan veel Nederlanders niet graag herinnerd werden. Nederlandse organisaties van verzetsstrijders beschouwden ons als zusters en broeders in het leed. Ook zij waren verbaasd dat pas veertig jaar later enige aandacht ontstond voor het Indische oorlogsverleden.”

Harrie Verheij, ex-verzetsstrijder en wethouder in Amsterdam, en Ivo Samkalden, oud-burgemeester van Amsterdam, die de oorlog in Indië meemaakte, namen het initiatief om een nationaal Indisch monument op te richten, ter nagedachtenis aan álle gevallenen en voor allen die hebben geleden onder de bezetting: militairen, mensen in en buiten de kampen, het Indisch verzet, de Indonesische bevolking en in het bijzonder de honderdduizenden Indonesische dwangarbeiders (romusha’s).

Als locatie was Den Haag logisch, want de residentie heeft door haar ambtenarenapparaat een lange traditie met Nederlands-Indië. Het Indisch Monument, een beeldengroep van zeventien bronzen mannen, vrouwen en kinderen, van de Bulgaarse kunstenares Jaroslawa Dankowa, heeft als begeleidende tekst op het voetstuk '8 dec. 1941 - 15 aug. 1945, De geest overwint, Tweede Wereldoorlog Nederlands-Indië'. Op 15 augustus 1988 verrichtte Koningin Beatrix de onthulling. Boekholt: “Voor mij een hoogtepunt in de strijd voor erkenning van de Indische gemeenschap.”

Eveneens in 1988 werd in Roermond het Nationaal Indiëmonument 1945 – 1962 onthuld, door Prins Bernhard. Het monument eert de 6200 Nederlandse militairen die tussen 1945 en 1962 in Nederlands-Indië/Indonesië en Nieuw-Guinea omkwamen.

Bronbeek
In de mooie tuin bij het Koninklijk Tehuis voor Oud-Militairen, Museum Bronbeek en het Indisch Herinneringscentrum Bronbeek in Arnhem vonden de diverse organisaties van Indische slachtoffergroepen een plaats voor hun eigen gedenkteken, zoals de monumenten voor de Japanse vrouwenkampen (vanaf 1985), KNIL (1988), Jongenskampen (1988), Birma-Siam-spoorweg (1989), Glodok (1996), Indisch Verzet (1997), Dampit (2001), Japanse zeetransporten (2004) en Papua strijders (2012). In de zomer vinden daar herdenkingen – met aansluitende reünie onder het genot van een Indische rijsttafel – plaats.


Iets achtergelaten

Tijdens de afgelopen twintig jaar richtten veel lokale Indische organisaties in het land Indische monumenten op, soms - heel praktisch - ingegeven door de afgenomen mobiliteit van ouderen met een Nederlands-Indische achtergrond. Dit vanuit de behoefte aan algemene zichtbaarheid en erkenning van het oorlogsverleden, maar ook gestimuleerd door de uitstraling van bekende monumenten, zoals het Indisch Monument in Den Haag en het Nationaal Indië monument 1945-1962 in Roermond. De Indische monumenten variëren in vorm en opzet: soms gedenken ze alle slachtoffers van de Japanse overheersing, soms een specifieke groep.

Zestig Tilburgse soldaten sneuvelden tussen 1945 en 1962 in het voormalige Nederlands-Indië. “Eigenlijk is het Tilburgse Indië-monument een inhaalslag op het verleden. Wij voelden ons als veteranen schuldig dat we geen eerbetoon voor de gevallen kameraden hebben georganiseerd toen we in 1950 thuiskwamen. We hebben ons te snel gevoegd in een samenleving die er weinig over wilde horen", zegt Peter Knegtel over het monument uit 2001.

Ted Hielckert, in 1940 geboren op Java, richtte in Zwolle een monument op omdat hij bij een herdenking op 15 augustus bij het algemene oorlogsmonument, ‘het gevoel had dat we er niet goed stonden’. In 2002 is het monument Indië- Nieuw-Guinea 1941-1962 onthuld. Hielckert: “Het is het enige in zijn soort, want het omspant drie periodes: de Tweede Wereldoorlog in Indië, de Indonesische onafhankelijkheidsstrijd met 6200 Nederlandse militaire slachtoffers en de oorlog in Nieuw-Guinea. De jaarlijkse herdenking in Zwolle trekt steeds meer mensen - eerste generatie overlevenden van binnen en buiten de kampen -, veteranen, maar ook familieleden van Indische mensen en leden van de Molukse gemeenschap. We hebben er allemaal iets achtergelaten.”

*Meer informatie over de Tweede Wereldoorlog in Nederlands-Indië:

Indië in de oorlog.