4meiOverlay

Utrecht is acht Struikelstenen rijker


Maarten-Jan Vos schrijft over de plaatsing van Struikelstenen in de Utrechtse wijk Oog in Al

Utrecht is acht struikelstenen rijker

In het rituelenproject kijken we niet alleen naar oorlogsherdenkingen maar ook naar monumenten en de rituelen daaromheen. Maarten-Jan Vos schrijft over de plaatsing van acht nieuwe Struikelstenen.



Het grootste monument in Europa ter nagedachtenis aan de tijdens de Tweede Wereldoorlog vermoorde Joden, Roma en Sinti is vandaag (maandag 23 april d.d.) weer gegroeid. Acht struikelstenen werden gelegd in de Utrechtse wijk Oog en Al. De wijkvereniging bestaat dit jaar 80 jaar, wat als aanleiding werd gezien om de binding met de weggevoerde Joodse bewoners van vroeger te herstellen. Hun verhaal moet doorverteld worden.

Van de 25 beoogde stenen zijn er nu acht gelegd. Daarmee komt het totaal in de stad Utrecht op 23. De plaatsingen van struikelstenen, Stolpersteine in het Duits, worden altijd ritueel omkleed met een kleine herdenking. Zo ook vandaag in Utrecht. Gijs Bannink van de wijkvereniging legde uit hoe belangrijk het is om de impact van de Holocaust te tonen.. En om verbinding te leggen met de bewoners van nu. Dat is wat de struikelstenen in zijn ogen doen. De verhalen van de weggevoerde bewoners worden vastgelegd op een nieuwe website. 

Filmmaker en initiateefneemster van deze struikelstenen Inge Eijsenga,sprak bij de eerste bewoner die werd herdacht, verzetsstrijder en oprichter van verzetsgroep de Oranje Vrijbuiters Klaas Post.. Ze vertelde over zijn verzetswerk, de mensen die hij redde, zijn moed en zijn dood. Hij werd gefusilleerd op de Waalsdorpervlakte. Daarna liet ze een stilte vallen. Iedereen zweeg terwijl kunstenaar Gunter Demnig de laatste hand legde aan het messing plaatje met Posts naam. Een mooi moment.  

Eijsenga voerde ook het woord aan de Petrarcalaan, waar Demnig vijf steentjes legde voor Rudolf Breslauer en zijn gezin. De maker van de beroemde Westerbork film – nu Unesco werelderfgoed- woonde  het laatste jaar voor zijn deportatie naar Westerbork aan de Petrarcalaan in Utrecht. Eijsenga  herdacht zijn leven, het belang van zijn unieke film en vertelde over zijn dood in Auschwitz. Vervolgens kreeg de doorgaans zwijgzame Demnig het woord. Iemand vroeg hem wat voor hem de aanleiding was geweest om met dit gigantische project te beginnen, zoveel jaar terug. Demnig antwoordde op zachte en gedragen toon dat het een moment was geweest in Keulen, in 1990. Hij had een monument gemaakt voor de slachtoffers van een transport van meer dan duizend Roma en Sinti. Een vrouw had hem gezegd ”ik wist hier niets van.” Daarop besefte Demnig dat mensen worden vergeten als je hun naam niet meer weet en hij besloot  de namen te gaan vastleggen. Vijf jaar later legde hij de eerste stenen. In Europa liggen nu ca. 68.000 stenen verspreid over 21 landen. Zijn spontane toevoeging was een prachtige afsluiting van deze plaatsingen.

Wat viel mij op? Vooral dat er geen nabestaanden of bewoners bij betrokken leken. Het is altijd gedoe om nabestaanden te traceren, weet ik uit eigen ervaring. Ze zijn inmiddels oud en wonen lang niet altijd in Nederland. En het kan beladen zijn voor ze. Toch kan een paar  woorden van een nabestaande iemand heel dichtbij brengen. Nu waren de verhalen respectvol maar wel  op afstand. Waren de nabestaanden niet gecontacteerd? Niet meer te vinden? Of niet bereid gevonden om te spreken? Aan de andere kant: gelukkig worden zonder nabestaanden de levens van deze mensen toch herdacht door betrokken buurtbewoners. 

Ten tweede, ik ken de Stolpersteineals monumentjes voor vermoorde Joden, Roma en Sinti, en andere vervolgde groepen. Maar wat schetst mijn verbazing: hier werd een steen gelegd voor een niet-Joodse Nederlandse verzetsman, en een voor een Joodse overlevende, namelijk de dochter van Breslauer, Ursula. Zij leeft nu in Israël. Een mooi gebaar zeker, maar gebeurt dit vaker? En is dit ook in de geest van Demnig?

Ten derde, wat is het toch jammer dat deze herdenkingen zo superlokaal zijn dat verder niemand er vanaf weet. Buurtbewoners zijn erbij – hier zo’n 70 man- maar verder? Ik was nu benaderd door  Inge Eijsenga in verband met het project Open Joodse Huizen dat ik organiseer. Andere plaatsingen in Utrecht zijn helemaal langs mij heengegaan omdat er gewoon geen bekendheid aan gegeven wordt. Dat is jammer want de steenplaatsingen zijn de weinige momenten dat er individuen met een verhaal herdacht worden. Individuen die in onze buurt, in onze straten, in onze samenleving geleefd hebben als ieder ander. Hun verhalen mogen gehoord worden.

Maarten-jan Vos

Maarten-Jan Vos is historicus gespecialiseerd in de Holocaust en coördinator van het herdenkingsprogramma Open Joodse Huizen. Hij werkt momenteel bij het Arq Kenniscentrum Oorlog, Vervolging en geweld als beleidsonderzoeker. 


 

Reactie van Inge Eijsenga, filmmaker en initiateefneemster


In 2015 maakte ik de film Kinderen van Toen in de wijk van Nu, een portret over de wijk Oog in Al tijdens de Tweede Wereldoorlog. Bij de voorbereiding sprak ik met veel mensen. Er waren veel persoonlijke verhalen over mensen die hier hadden gewoond tijdens de oorlog, maar deze herinneringen waren niet of nauwelijks opgetekend. Bizar vond ik de gedachte, dat wij zoveel vrijheid kennen, terwijl er in diezelfde wijk zovelen van hun vrijheid zijn beroofd, zijn weggevoerd of vermoord, alleen om wie zij waren of waar zij voor stonden. 

Stolpersteine kende ik al; ik struikelde zelf een paar jaar geleden over een steentje in de Schoutenstraat. Diepe indruk maakte dat op mij. Het samenkomen van mijn film en de Stolpersteine heeft zo moeten zijn. De namen in een blijvende herinnering, zodat wij niet vergeten. 

Drie jaar later zijn de eerste acht steentjes gelegd. In de geest van Gunter Demnig, die maximaal acht steentjes per keer legt voor iedereen die tijdens de Tweede Wereldoorlog omwille van afkomst, geloof of overtuiging is weggevoerd, vermoord, en ook voor wie is bevrijd. Zo heeft hij het bedacht en zo hebben we het uitgevoerd.

Aan de legging van de steentjes is veel voorafgegaan. Zo heb ik veel research gedaan naar de verhalen achter de namen. En zonder de betrokkenheid van de wijkvereniging, de gemeente Utrecht en de bewoners van Oog in Al was dit niet gelukt. 

Ik ben bij alle betreffende huizen langs gegaan om te vertellen over het idee van de Stolpersteine. Sommige bewoners wisten van deze geschiedenis, sommigen niet. De persoonlijke verhalen hebben diepe indruk gemaakt. Ik wilde een gesprek aangaan, waarbij ook zij die hun twijfels hadden, zich konden uiten. Want dat is ook wat de steentjes in mijn ogen doen: een dialoog op gang brengen. Bij de legging van de steentjes waren zowat alle nabestaanden en huidige bewoners aanwezig: neven, nichten, achterkleinkinderen. Hoewel de jongste 10 jaar, zij kennen hun familiegeschiedenis. Ursula Breslauer, zij leeft nu onder de naam Chanita Mozes in Israël, hebben we jammer genoeg niet op tijd kunnen bereiken, ondanks alle pogingen daartoe. We blijven proberen, tot het is gelukt.  

Vergeet niet wat de (blijvende) impact is van de legging. Hoe klein ook, het heeft impact. Ik sprak vandaag een moeder, die vertelde dat haar zoon van 9 jaar oud zo onder de indruk was van de legging, dat hij zijn spreekbeurt op school gaat houden over de oorlog. Ook werd ik gebeld door een mevrouw van in de 90, die haar dankbaarheid toonde voor het doorgeven van de herinnering. En zo zijn er meer. 

Ik ben dankbaar dat de steentjes er liggen. Stolpersteine zijn tastbaar en blijvend. Zo geven we de herinnering door. Ook over 100 jaar.