4meiOverlay

De stand van vrijheid


Het vieren van 75 jaar bevrijding inspireerde het Nationaal Comité 4 en 5 mei en het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) tot een gezamenlijke beschouwing over de stand van vrijheid in Nederland anno 2020. Een toelichting van Kim Putters, directeur van het SCP. 

Door Alex Bakker

De stand van vrijheid

Hoe beleven we de betekenis van vrijheid? 
In hoeverre speelt de herinnering aan de Tweede Wereldoorlog daarin nog een rol? Hoe krijgt de uitoefening van vrijheid in het dagelijks leven vorm? Wat als belangen daarbij botsen? Grote, maar noodzakelijke vragen, want vrijheid is geen abstractie die uit zichzelf blijft voortbestaan: het blijft werk in uitvoering. De stand van vrijheid is op 21 april gepubliceerd. De inhoud van deze essaybundel is gebaseerd op het jaarlijkse Nationaal Vrijheidsonderzoek van het Nationaal Comité en op langlopend onderzoek van het SCP. Kim Putters, directeur van het SCP en bestuurslid van het Nationaal Comité, legt uit hoe het onderzoek tot stand kwam en wat de meest opvallende uitkomsten zijn. Zijn die veranderd nu de wereld in de ban is van het coronavirus? 

Kim Putters, u bent verbonden aan beide organisaties. Van wie kwam het initiatief tot deze samenwerking?
“Het Nationaal Comité en het SCP hielden al langer contact over de betekenis van vrijheid in de huidige samenleving. Beide verrichten we publieksonderzoek: het Nationaal Comité vanuit het denken over 4 en 5 mei, het SCP vooral met de focus op hoe kwaliteit van leven wordt ervaren. Die perspectieven vullen elkaar aan, zo blijkt uit onze onderzoeken. Nederlanders beschouwen vrijheid namelijk als een fundamentele basis voor een goed bestaan. De herinnering aan de Tweede Wereldoorlog en het herdenken en vieren op 4 en 5 mei speelt daarbij een grote rol.” 

Wat vindt u de meest opvallende uitkomsten en wat zeggen die over ‘de stand van vrijheid’ in Nederland?
“Als je mensen in Nederland vraagt naar wat ze belangrijk vinden in ons land, noemen ze het woord ‘vrijheid’ het vaakst. Ze zijn er trots op en zien het als een onlosmakelijk onderdeel van de Nederlandse identiteit. Liefst 55% noemt de Tweede Wereldoorlog als gebeurtenis die het meest bepalend is geweest voor hun denken over vrijheid en onvrijheid. Het bewustzijn over vrijheid is dus groot. Mensen hechten sterk aan hun persoon- lijke autonomie maar onderschrijven ook universele rechten als vrijheid van meningsuiting, vrijheid van religie en vrijwaring van discriminatie. Deze vrijheden lijken goed verankerd in de Nederlandse sociale normen.” 

Een optimistisch beeld dus? 
“Toch zijn er schaduwkanten en die hebben vooral te maken met onzekerheid en zorgen die leven. Het uitoefenen van ongelimiteerde persoonlijke vrijheid kan botsen met sociale cohesie. Worden goede omgangsvormen voldoende gerespecteerd; wanneer ontaardt vrije meningsuiting in kwetsende vooroordelen die de vrijheid van een ander beperken? Niet iedereen voelt zich in gelijke mate onderdeel van de samenleving, er heerst angst om buitengesloten te raken vanwege etniciteit, inkomen, opleiding, leeftijd of identiteit. Mensen maken zich zorgen over de effecten van grote internationale ontwikkelingen als globalisering, klimaatverandering, migratie en terrorisme. Door technologische ontwikkelingen en veiligheidsmaatregelen zijn veel mensen ongerust over vrijheid en de bescherming van privacy.” 

Stand van vrijheid

Hoe kijkt u naar de beleving van deze spanningsvelden? 
“Mensen ervaren het als bedreigend als er geen garantie op vrijheid is. De spanningsvelden die dat oplevert zijn, denk ik, heel belangrijk om te onderkennen. Grenzen rondom vrijheid verschuiven, en opvattingen over vrijheid zullen altijd op nieuwe manieren conflicteren. Dat zien we nu in de coronacrisis. Als je die spanningen onbenoemd laat, wordt het alleen maar lastiger om verbinding in de samenleving te behouden. Daarom moeten we van het begrip vrijheid geen onaantastbare grootheid maken. We moeten juist in dialoog blijven over de complexe kanten van de beleving van vrijheid, daar waar het schuurt. Oplossingen zoeken voor de zorgen die mensen ervaren. Deze nieuwe bundel doet een voorzet door de spanningsvelden in kaart te brengen.” 

U noemde net de coronacrisis. In welk licht plaatst dat de inzichten over vrijheid in nederland?
“De coronacrisis maakt de beleving van vrijheid – beter gezegd: onvrijheid – opeens een stuk scherper. Het is pijnlijk duidelijk geworden dat vrijheid maar in begrensde mate maakbaar is. Zo’n virus treft iedereen, gaat dwars door rangen en standen heen. We zien wel dat de mensen in Nederland de beknottingen in vrijheid vooralsnog goed accepteren en begrijpen dat individuele bewegingsvrijheid nu moet wijken voor het algemeen belang. De vraag is wel hoe lang dat zo blijft en of we die beperkingen op de langere termijn gerechtvaardigd vinden. Vrijheid is diep verankerd in de identiteit van Nederlanders.”

Wat voor effect zal de crisis op de lange termijn hebben op ideeën over vrijheid?
“Dat is heel lastig te zeggen. Ik denk dat de drang om de persoonlijke vrijheid terug te grijpen heel groot is. Maar ik kan me voorstellen dat bepaalde vrijheden worden ingeruild voor dwingende regels, bijvoorbeeld een vaccinatieplicht en verordeningen in de openbare ruimte. 

De afgelopen jaren stond de individuele vrijheid centraal, ook bij het nemen van risico’s. Het zelf kiezen van je ziektekostenverzekering, zelf organiseren van je werk, je sociale voorzieningen. Soms leken we vergeten te zijn dat de basis van de verzorgingsstaat juist ligt in het collectieve aspect van verzekeringen, van sociale premies, pensioenen, uitkeringen. Met als achterliggend mechanisme: je moet er iets voor laten, zoals een stuk persoonlijke vrijheid of autonomie, maar je krijgt er iets voor terug, namelijk veiligheid en gezondheid. Ook de notie dat de overheid de grondwettelijke taak heeft om voor sociale bescherming van de burgers te zorgen, leek soms naar de achtergrond gedrukt. De coronacrisis maakt duidelijk dat de overheid nu de verantwoordelijkheid draagt om collectieve risico’s te verdelen. Want de markt lost het niet op, en de burgers evenmin. Er zal een debat over publieke dienstverlening moeten worden gevoerd om de rol van de overheid te herijken in het zorgdragen voor de veiligheid en gezondheid van de bevolking. En ook dat zal de discussie over individuele en collectieve vrijheden raken.”