4meiOverlay

Vannacht bent u Duits soldaat geworden

Leendert Brouwer , Urk - Flevoland

Wat doe je als je wordt ingelijfd in het Duitse leger? Honderd mannen uit Urk worden in 1944 weggevoerd naar Duitsland. Verkleed als Duitse soldaat moeten ze gevaarlijke klussen voor de Duitsers opknappen. Vijfentachtig mannen keren na de oorlog behouden terug naar Urk. Voor de omgekomen oorlogsslachtoffers wordt een monument opgericht. Met daaronder de namen van drie Joodse inwoners van Urk die in een concentratiekamp zijn omgekomen. Niet een apart, maar een gezamenlijk monument. Zodat ze niet weer van ons gescheiden worden, aldus de initiatiefnemers Leendert Brouwer en Sjoerd Snoek.

door Anita van Stel

Het gewone leven ging door
"Aan het begin van de oorlog werkte ik bij mijn vader in de groentezaak, in wijk 6. Urk was verdeeld in wijken en er waren geen straatnamen. Er zaten Oostenrijkse luchtmachtofficieren in de pastorie. Maar het gewone leven ging door. De vissersboten voeren uit, met op elke boot een Duitser om te voorkomen dat ze de oversteek naar Engeland maakten." 

De kleine huisjes waren overvol
"In 1943 werden de levensmiddelen schaars, ook de groente. Waarschijnlijk hoefde ik niet op te komen voor de Arbeidsdienst, omdat ik enig kind was en mijn moeder niet meer leefde. Tijdens de crisisjaren waren veel Urkse vissersgezinnen naar de Noord- en Zuid-Hollandse kust vertrokken, maar bij de aanleg van de bunkers voor de Atlantikwall werden hun huizen afgebroken en keerden ze allemaal terug naar Urk. De kleine huisjes waren overvol, ook door de onderduikers. Ieder huis had een onderduikplek, soms onder de bedstee."

Verzetskern
"Op Urk had je een kleine verzetskern. Die hielp joden onderduiken en bracht Engelse piloten, die met hun vliegtuigen waren neergestort in het IJsselmeer, onder in speciale kelders. Op Urk bleef niets geheim. Er vonden regelmatig razzia's plaats. Sommige verzetsmensen zijn verraden en in concentratiekampen omgekomen. Bij kleinere razzia's werden anderen opgepakt en gevangen gezet in Kamp Amersfoort, maar zij kwamen weer terug." 

De razzia van 18 november 1944
" De razzia van 18 november 1944 was van een andere orde. Die was groots opgezet. Vanaf de Lemmerdijk kwam de Duitse Wehrmacht met geladen karabijnen en handgranaten in hun laarzen het dorp binnenlopen. Er ging een enorme dreiging vanuit. De dorpsomroeper verspreidde het bericht dat alle mannen van 18 tot 45 jaar zich moesten melden in de Wilhelminaschool. De vrouw van de gemeentesecretaris waarschuwde dat we niet moesten provoceren. Ik heb me toen maar gemeld."

Nog 85 Urkers over
"Met Waffenboote werden we afgevoerd naar Vollenhove. Vanuit Vollenhove gingen we te voet naar Meppel. De bevolking van Vollenhove stopte ons langs de kant van de weg eten toe. Met de trein ging de reis verder naar Haren, 12 kilometer over de Duitse grens. Daar troffen we 600 Rotterdammers, die op 10 november waren opgepakt, en Russische krijgsgevangenen. Zes weken lang moesten we daar in de sneeuw putten en loopgraven graven. We werden bewaakt door de Grüne Polizei. Van de 100 Urkers waren er nog 85 over. Sommige mannen waren ontsnapt en andere wegens ziekte naar huis gestuurd."

Kämpfen gegen das Kommunismus
"De ochtend erna kondigde een Duitse luitenant op het appel aan: 'Heute Nacht sind Sie Soldat geworden om mit uns zu kämpfen gegen das Kommunismus. Wer nicht mit uns ist, ist gegen uns und werd rücksichtslos vernichtigt.' Uniformen lagen klaar. We werden dus ingelijfd in het Duitse leger. De twee Urkse predikanten in onze groep zeiden dat we geen keuze hadden. Bij verzet zou je onherroepelijk gefusilleerd worden. Zij lieten ons inzien dat de Urkse vaders en moeders niets aan een dode held hadden. We dachten dat de oorlog snel voorbij zou zijn."

Ingezet voor de gevaarlijke klussen

"We kregen een strenge opleiding van zes weken. Vijf Urkers kwamen niet door de keuring en konden naar huis. Na die zes weken werden we over heel Duitsland verspreid. In de treinen maakten we diverse beschietingen mee. Ik kwam in Kempten, Beieren, terecht. We werden ingezet voor de gevaarlijke klussen. Zo stonden we altijd aan de buitenkant bij het drielinggeschut, als schild. Of we moesten munitie uitzoeken die kon ontploffen."

Urker humor
"Als we met Heil Hitler moesten groeten, riepen we uit protest 'drei liter'. We zeiden dat het aan ons dialect lag. Het is de Urker humor en overlevingsdrang, met natuurlijk de voorzienigheid, die ons op de been heeft gehouden. Het kon altijd nog slechter. Tegen het eind van de oorlog moesten alle manschappen op transport naar Berlijn. De Führer zou het geheime wapen gaan inzetten. Ik ben in Spandau, aan de Engelse kant van Berlijn, door de Russen bevrijd."

Terug in Nederland
"Zo kwam ik al vóór de bevrijding van Urk terug in Nederland. Met grote Engelse vrachtauto's arriveerden wij in bevrijd Brabant, waar ik in de buurt van Oisterwijk nog een poos bij een boer ingekwartierd werd. Met een koffer vol levensmiddelen ging ik in mei '45 over de kapotte bruggen naar huis. Alle Urkers keerden behouden terug. Dat mocht kennelijk zo gebeuren. Een jongen kwam pas in augustus '45 terug op Urk, omdat hij krijgsgevangen was gemaakt door de Amerikanen. Hij had zijn Duitse uniform aangehouden."

Monument voor de razzia
"Sjoerd Snoeken ik namen in 2005 het initiatief om een monument op te richten dat moest herinneren aan de razzia van 18 november 1944. Dertien van ons kwamen daarbij om. Maar symbolisch is dat de anderen, inclusief wij, behouden op Urk zijn teruggekeerd. Het monument staat op de plaats waar de Wilhelminaschool vroeger was en waar vandaan we weggevoerd zijn. Voor de oprichting kregen we alle medewerking van de gemeente. Snoek en ik hebben op scholen ons verhaal verteld. Elk jaar is er een herdenking bij het monument."

Joodse oorlogslachtoffers op Urk
"In de oorlog woonde op Urk een joodse familie, vader Israël Kropveld met de bijnaam Japien de Joode, zijn vrouw Hendrika de la Penha en hun enige dochter Lea. Zij weigerden onder te duiken omdat ze de Urker mensen niet in gevaar wilden brengen. Ze zijn op 9 april 1943 vermoord in Sobibor. Om hen te eren hebben we voorgesteld onderaan het monument voor de razzia een rand toe te voegen met een tekst erin. In het bijzijn van rabbijn Jacobs, veel joodse mensen en Jelle van Slooten, een predikant die een studie deed naar de familie Kropveld, is de rand onthuld."

Aanvullende bron:

  • Na de razzia, dagboek van Sjoerd Snoek; Deel VII in de serie Urker Uitgaven; 1984
Vannacht bent u Duits soldaat geworden