4meiOverlay

In Duitse dienst of gefusilleerd worden

Sjoerd Snoek, Urk - Flevoland

Wat doe je als je wordt ingelijfd in het Duitse leger? Honderd mannen uit Urk worden in 1944 weggevoerd naar Duitsland. Verkleed als Duitse soldaat moeten ze gevaarlijke klussen voor de Duitsers opknappen. Vijfentachtig mannen keren na de oorlog behouden terug naar Urk. Voor de omgekomen oorlogsslachtoffers wordt een monument opgericht. Met daaronder de namen van drie Joodse inwoners van Urk die in een concentratiekamp zijn omgekomen. Niet een apart, maar een gezamenlijk monument. Zodat ze niet weer van ons gescheiden worden, aldus de initiatiefnemers Sjoerd Snoek en Leendert Brouwer.

door Anita van Stel

De eerste Duitsers over de dijk
"We hoorden op 10 mei 1940 op de radio dat het oorlog was. De omroeper ging door Urk. Alle vissersboten moesten de haven uit en naar Amsterdam varen, om te voorkomen dat de Duitsers daarmee Noord-Holland zouden kunnen bezetten. We hoorden het schieten op de Afsluitdijk. De olieraffinaderijen in Amsterdam werden in brand gestoken en de rook dreef over het IJsselmeer. Enkele dagen later - op dinsdag 14 mei - kwamen de eerste Duitsers over de dijk lopen. Ze liepen direct naar de vuurtoren, waar de Nederlandse vlag nog in top hing. De vuurtorenwachter had een afspraak met een kanonneerboot die op een kilometer van Urk af lag. Als de vlag weggehaald zou worden, was Urk bezet en zou de boot wegvaren. Er is die dag niet geschoten." 

Het gewone leven ging door
"De Urkers zochten wegen om verzet te plegen. Je mocht geen oranje dragen. Ik heb een paar uur in de cel gezeten omdat ik op de verjaardag van prins Bernhard een oranje goudsbloem in mijn knoopsgat had gestoken. Op mijn verjaardag in 1940 wilde mijn vader de vlag uitsteken, maar dat was verboden. Mijn moeder hing vervolgens rode, witte en blauwe hemden aan de waslijn. Het gewone leven ging door. Er waren geen gevechten. Eén Urker kotter voer op een mijn."

Verzet
"De eerste jaren zochten de Duitsers vooral mensen van de ondergrondse. Veel Urkers hadden dezelfde namen. Er waren wel twintig Jan Kramers. Bij een ondervraging van de eerste Jan Kramer was de gezochte Jan Kramer al lang gewaarschuwd. Mijn eerste verzetsdaad was dat ik de nummers van de wijken overschilderde, waardoor Urk een doolhof werd en de Duitsers niet wisten waar ze moesten zoeken. Straatnamen kenden we niet in Urk. Sommige verzetsmensen zijn later verraden en in concentratiekampen omgekomen. Dat niets geheim bleef, was tegelijkertijd het nadeel van onze besloten gemeenschap." 

De razzia van 18 november 1944
"Op zaterdag 18 november 1944 ging de dorpsomroeper rond met het bericht dat alle mannen van 18 tot 45 jaar zich moesten melden in de Wilhelminaschool. De vrouw van de gemeentesecretaris waarschuwde dat we niet moesten provoceren. Mijn familie had naast het schildersbedrijf ook een scheersalon, waar de vissers 's avonds voor het laatste nieuws en een scheerbeurt binnenvielen. Ze hielden zich niet aan de sluitingstijd van zes uur. Wij wilden vóór acht uur onderduiken in een ijskelder, waar de vis bewaard werd. Maar dat lukte niet. In een van de steegjes werd ik opgepakt. Met 100 Urkse mannen zaten we in de school. We dachten dat we bij de IJssellinie loopgraven zouden moeten graven. Iedereen veronderstelde dat de oorlog binnen twee weken afgelopen zou zijn."

Nog 85 Urkers over
"Met Waffenboote werden we afgevoerd naar Vollenhove. Daar vandaan gingen we te voet naar Meppel. De bevolking van Vollenhove stopte ons langs de kant van de weg eten toe. Met de trein ging de reis verder naar Haren, 12 kilometer over de Duitse grens. Daar troffen we onder andere 600 Rotterdammers, die op 10 november waren opgepakt, en Russische krijgsgevangenen. Zes weken lang moesten we daar in de sneeuw putten en loopgraven graven. We werden bewaakt door de Grüne Polizei. Van de 100 Urkers waren er nog 85 over. Sommige mannen waren ontsnapt en andere wegens ziekte naar huis gestuurd. In ons slaapverblijf in een school waren de hygiënische omstandigheden slecht. We zaten zo onder de luizen. Het eten was niet meer dan waterige soep en een paar sneetjes brood. Ik heb alles opgeschreven in een dagboek."

In Duitse dienst
"Na die zes weken kwamen we in een kazerne in Oldenburg terecht. Op een avond kregen we zuurkool met aardappel, met pudding toe. De ochtend erna kondigde de Duitse luitenant aan dat we Duits soldaat geworden waren. Wie daartegen in opstand zou komen, zou geliquideerd worden. Uniformen lagen klaar. We werden dus ingelijfd in het Duitse leger. De twee Urkse predikanten in onze groep zeiden dat we geen keuze hadden. Bij verzet zou je onherroepelijk gefusilleerd worden. Zij zeiden dat Urk ons na de bevrijding hard nodig zou hebben. We moesten ons gezonde verstand gebruiken. Aan het front zouden we niet komen, zo redeneerden wij, want de Amerikanen zouden met drie weken aan de poort van de kazerne staan."

Toen besefte ik pas wat oorlog was
"Onze opleiding duurde zes weken. De omstandigheden in de kazerne waren niet slecht. We kregen 28 Mark salaris, zestien sigaretten en een stuk brood. Na die zes weken werden we over heel Duitsland verspreid. Na een treinreis van acht dagen met beschietingen kwam ik in Karlsruhe terecht, dicht bij het Amerikaanse front. Binnen vijf minuten na aankomst sloegen de bommen een krater van vier bij vier meter in ons kamp. Vijf Duitsers vonden de dood. Toen besefte ik pas wat oorlog was."

Duitse officieren raadden ons aan te ontsnappen
"Op zeker moment moesten alle manschappen naar Berlijn. In maart '45 kwamen we door de puinhopen heen in Oost-Berlijn terecht, waar we bomen moesten zagen. De Duitse officieren vertelden op zeker moment dat het geen zin meer had om voor hen te vechten. Ze raadden ons aan om 's nachts te ontsnappen, zodat we – als de Russen in Berlijn zouden arriveren - niet door represaillemaatregelen getroffen zouden worden. Dat Duitse uniform ging snel uit. Papieren hadden we niet meer. Met een Russische verklaring van de Zweedse ambassade waarin stond dat we Nederlander waren, trokken we van opgeblazen brug tot brug. Anderhalve maand liepen we met twintig man door de Russische zone langs de Elbe, op zoek naar een doorgang naar het westen. Er zaten nog overal Duitse militairen die zich dood vochten. Ik heb zoveel doden en gewonden gezien. Tussen de Russen hoorden wij op de Engelse radio de blije bewoners van bevrijd Den Haag 'Oranje boven' en het Wilhelmus zingen. Toen hebben we echt gehuild van ellende. Wij dachten dat we in Siberië zouden eindigen. Eindelijk bereikten we de Amerikanen, waar we ons voor vijftig procent bevrijd voelden. Bij de ontluizing dacht ik dat ze mijn dagboek in beslag zouden nemen en dat we er toch nog bij zouden zijn, als voormalig Duits soldaat. Half juni 1945 was ik terug op Urk."

Monument voor de razzia
"Leendert Brouwer en ik namen in 2005 het initiatief om een monument op te richten dat moest herinneren aan de razzia van 18 november 1944. Dertien van ons kwamen daarbij om. Maar symbolisch is dat de anderen, inclusief wij, behouden op Urk zijn teruggekeerd. Het monument staat op de plaats waar de Wilhelminaschool vroeger was en waar vandaan we weggevoerd zijn. Voor de oprichting kregen we alle medewerking van de gemeente. Brouwer en ik hebben op diverse scholen ons verhaal verteld. Elk jaar is er een herdenking bij het monument."

Joodse oorlogslachtoffers op Urk
"In de oorlog woonde op Urk een joodse familie, vader Israël Kropveld met de bijnaam Japien de Joode, zijn vrouw Hendrika de la Penha en hun enige dochter Lea. Zij weigerden onder te duiken omdat ze de Urker mensen niet in gevaar wilden brengen. Ze zijn op 9 april 1943 vermoord in Sobibor. Om hen te eren hebben we voorgesteld onderaan het monument voor de razzia een rand toe te voegen met een tekst erin. In het bijzijn van rabbijn Jacobs, veel joodse mensen en Jelle van Slooten, een predikant die een studie deed naar de familie Kropveld, is de rand onthuld."

Aanvullende bron:

  • Na de razzia, dagboek van Sjoerd Snoek; Deel VII in de serie Urker Uitgaven; 1984.
In Duitse dienst of gefusilleerd worden