Herdachte groepen: Burgerslachtoffers
Ontwerper: Henk Visch (18-09-1950)
Onthulling: 11 oktober 2000
Adopteer dit monument.
Dit monument is in geadopteerd door Montessori College Nijmegen
Dit monument is in 2016-2017 geadopteerd door RKBS De Driemaster

File:Nijmegen - Sculptuur 'De Schommel' van Henk Visch op de Raadhuishof.jpg (Foto afkomstig van Wikipedia)
Nijmegen, 'De Schommel' (Foto: Ars Longa Tentoonstellingen, Amsterdam)
Nijmegen, 'De Schommel' (Foto: Ars Longa Tentoonstellingen, Amsterdam)
Nijmegen, 'De Schommel' (Foto: Ars Longa Tentoonstellingen, Amsterdam)
Nijmegen, 'De Schommel' (Foto: Ars Longa Tentoonstellingen, Amsterdam)

Het monument

Vorm en materiaal
Het monument 'De Schommel' te Nijmegen is een vier meter hoge constructie waarin een zwaar ijzeren zitje aan twee ijzeren kettingen hangt. De schommel is geplaatst in een verhoogd ovaalvorming grasveldje. Een hekwerk omsluit het grasveldje. Een tekstplaatje aan het hek vermeldt de geschiedenis. Het beeld bevindt zich als een eiland te midden van drie kastanjebomen. Twee daarvan stonden op de voormalige speelplaats en zijn de laatste getuigen van deze dramatische gebeurtenis. In de gang, die vanuit de Raadhuishof toegang geeft tot het stadhuis, is een klein drieluik aangebracht met foto's van de omgekomen kinderen.

Locatie niet correct? Geef een verbeterde locatie door.

De geschiedenis

Het monument 'De Schommel' te Nijmegen is opgericht ter nagedachtenis aan de 763 stadsgenoten die zijn omgekomen bij het geallieerde bombardement van 22 februari 1944. Onder hen waren 24 kinderen en acht religieuze zusters van de kleuterschool van de Sociëteit van J.M.J., die op deze plaats stond. De geallieerden lieten bij vergissing hun bommen op de stad Nijmegen vallen.

Op de website 'Oorlogsdoden Nijmegen 1940-1945' staat een overzicht met gegevens over de slachtoffers van dit vergissingsbombardement. Ook is hier informatie te vinden over de bominslag op de kleuterschool van de Sociëteit van J.M.J.

Onthulling
Het monument is onthuld op 11 oktober 2000.

Locatie
Het monument 'De Schommel' staat aan het Raadhuishof te Nijmegen.

Bron

Gemeente Nijmegen.

Voor meer informatie
Bekijk via deze link een filmverslag van De Gelderlander over de herdenking bij dit monument op 22 februari 2009.

Ook is er door de NPO een aflevering van 'Andere Tijden' gemaakt over het bombardement op Nijmegen. Deze aflevering is hier te bekijken.

Herdenking aanmelden

Op 4 mei vindt de Nationale Herdenking plaats en wordt er in heel Nederland herdacht. Daarnaast zijn er door het jaar heen herdenkingen waar specifieke groepen slachtoffers of bijzondere gebeurtenissen worden herdacht, zoals de Indiëherdenking op 15 augustus en de Nationale Holocaust Herdenking (laatste zondag van januari).
Wij brengen al deze herdenkingen onder in de herdenkingskalender. Alle herdenkingen van de Tweede Wereldoorlog en oorlogssituaties en vredesoperaties daarna in Nederland kunt u aanmelden.
Er is nog geen herdenking bij dit monument aangemeld. Dat kunt u hier doen.

Mijn broertje was dood en ik leefde

Addy Hendriks (1938) – Gerrits, Nijmegen - Gelderland

Op 22 februari 1944 overkomt Nijmegen een ramp: Amerikaanse bommenwerpers laten 144 bommen op de binnenstad vallen. Bij het bombardement vinden 880 mensen de dood. Ook de Montessori kleuterschool van de zusters van Jozef, Maria en Jezus wordt getroffen. Addy Gerrits (1938) is dan vijf jaar. Acht zusters en 24 kleuters komen om. Onder hen ook Addy’s broertje Jopie van drie jaar. Addy is een van de zes overlevenden. Nog elk jaar gaat Addy naar de herdenkingen bij monument De Schommel en het monument op de R.K. begraafplaats aan de Daalseweg.

Productie: Interakt; tekst: Anita van Stel


Addy Hendriks – Gerrits: “Ik was het tweede kind in ons gezin. Tonny, mijn zus, is anderhalf jaar ouder. Met mijn jongere broertje Jopie (1940) zat ik op de Montessori kleuterschool van de zusters van JMJ (Jozef, Maria en Jezus), midden in het centrum van Nijmegen. In diezelfde buurt woonden we en had mijn moeder een modeatelier voor dames- en kinderkleding. Ze was coupeuse. Mijn vader regelde de administratie en alles wat er omheen nodig was, zoals de inkoop van stoffen et cetera. Overdag zorgde hij ook voor ons gezin met uiteindelijk vijf kinderen.” 


13.28 uur
“Op die 22e februari 1944 was er rond de middag luchtalarm, gevolgd door het sein ‘veilig’. De meeste kinderen van de kleuterschool bleven tussen de middag over. Ik ook. Als je je brood op had, mocht je buiten gaan spelen. Mijn broertje Jopie was een trage eter. Hij treuzelde nogal met zijn boterham en ik dacht ‘daar ga ik niet op wachten’. Ik had namelijk een snoer kralen van mijn oma gekregen, dat aan de kapstok hing. Dat wilde ik aan mijn vriendinnetjes laten zien. Met Dinie en Elsje Meussen en Elsje Blijdestein was ik in de gang bij de deur toen om 13.28 uur de bommen vielen.”

De school in brand
“Ik kan me een verschrikkelijk lawaai herinneren en daarna was het helemaal stil en donker. Je hoorde een getik, vergelijkbaar met het geluid dat je vroeger in de bioscoop hoorde als een film afgelopen was. Waarschijnlijk kwam dat door de luchtdruk. Ik krijg er nu nog kippenvel van. Ik hoorde de nonnen bidden en roepen ‘bid een weesgegroetje’. Toen raakte ik bewusteloos. We lagen tegen de deur aan. Een brandweerman trapte de grote stalen deur in en vond ons. De beide Elsjes waren dood. Ik weet niet dat ik weggedragen ben, maar kwam ergens anders bij van een slokje brandewijn in mijn keel. Mijn ouders dachten dat we veilig op school zaten en zij waren in de buurt mensen aan het helpen. Toen hoorden ze dat de school in brand stond en wij vermist werden. Gek van angst ging mijn vader zoeken. Pas om half zeven vond hij mij ergens in een winkel. Ik had verder geen verwondingen, alleen een paar schrammen op mijn knie. Later hoorde ik van nonnen die het overleefd hebben, dat zij ook dezelfde ervaring van het pikdonker en het tikgeluid hadden. Dat was fijn, want je wilt je ook geen dingen inbeelden. De gewonde nonnen schreeuwden ‘red de kinderen, red de kinderen’.”

Jopie
“Van de twee klasjes kwamen 24 kinderen om en acht zusters. Jopie was dood. Ik heb jarenlang een schuldgevoel gehad dat ik niet op Jopie gewacht heb. Dan had ik hem misschien kunnen redden. Met mij hebben vijf andere kinderen het overleefd. Mijn vader ging Jopie zoeken. Hij geloofde niet dat hij er niet meer was en bleef zoeken tussen het puin. In de veilinghallen lagen de lijken en daar vond hij een beentje met een schoen van Jopie. Afschuwelijk.” 

Begrafenis
“Mijn vader arriveerde te laat bij de begrafenis van de kinderen, omdat hij weer moest schuilen voor granaten. Alle kinderen zijn op de begraafplaats aan de Daalseweg in één graf begraven, samen met de omgekomen nonnen. Daar is een kapelletje en een gedenkplaat met de 32 namen. Ik zorgde dat er thuis over de oorlog gesproken werd en het niet weggestopt werd. Vanaf jongs af aan wilde ik elk jaar met Allerzielen naar het kerkhof, naar Jopie. Ik hield de herinnering vanuit mijn schuldgevoel levend. Mijn vader kreeg op zijn 36e een hersenbloeding, hoogstwaarschijnlijk van verdriet.”

Evacueren
“Kort voor het bombardement had er een Duitse overvalwagen voor de deur gestaan, om mijn vader op te halen. Hij weigerde in het atelier namelijk uniformen voor de Duitsers te maken. Gelukkig was mijn vader niet thuis. Toen was er het bombardement en vervolgens moesten we evacueren. De toren van de Sint-Stevenskerk stond op instorten en ons huis was daar pal achter. Eerst werden we ondergebracht bij de familie Smits op de Grote Markt, maar daar konden wij niet blijven. We vertrokken naar mijn opa en oma in Babberich. De Duitsers hingen na het bombardement pamfletten op waarop stond ‘van je vrienden moet je het hebben’. Nadien heb ik bij mijn ouders nooit veel woede ten opzichte van de Amerikanen gevoeld, maar ik weet dat anderen er moeite mee hadden en geen Amerikanen bij de herdenking wilden.” 

Uit de vlammen
“Het gebeurde gaat een eigen leven leiden. Als kind hield ik me rustig, want ik wilde niet dat mijn ouders nog meer verdriet hadden. Ik deed alles om het hen naar de zin te maken. In 1945 is mijn jongste broertje geboren, die ook weer Jopie genoemd werd. Dat ging vroeger zo. Ik zorgde voor hem alsof het mijn eigen kind was. Later heb ik veel therapie gehad, waarin duidelijk werd dat ik nog steeds mijn broertje uit de vlammen wilde redden.” 

Schouder
“Later ontmoette ik bij de onthulling van het monument De Schommel de andere overlevenden. Gek genoeg – of misschien niet – is iedereen iets in de hulpverlening gaan doen. Ik heb al jaren fibromyalgie aan de linkerkant, in mijn schouder en arm. De reumatoloog snapte er niets van, want in mijn rechterschouder was geen sprake van slijtage, totdat hij hoorde dat ik bij het bombardement met die linkerschouder tegen de zware ijzeren deur aan gesmeten ben. Sinds anderhalve maand heb ik een nieuwe schouder. Het lijkt nu alsof met die oude schouder ook alle narigheid eruit gesloopt is. Ik heb op die bewuste 22 februari 1944 geluk gehad. Het was mijn tijd nog niet. Die gedachte geeft me extra kracht. Ik heb nog altijd het gevoel dat Jopie me helpt.” 

Sla ik nooit over
“Elk jaar ga ik op 22 februari naar de herdenking bij de Schommel. Dat sla ik nooit over. Bij de onthulling in 2000 waren alle overlevenden aanwezig. Mijn ouders leefden toen nog. Het was een emotioneel moment. De Schommel staat op de plek waar vroeger de speelplaats van de school was. Twee van de drie kastanjebomen van toen staan er ook nog. Met Allerzielen, op 1 november, leggen we bloemen op het graf van Jopie.” 

Honderden Amerikaanse en Britse vliegtuigen vertrokken op 22 februari 1944 om 8.00 uur richting Duitsland. Het doelwit was een wagonfabriek in Gotha. De aanval maakte deel uit van een groot offensief 'Plan Argument' dat gericht was tegen de Duitse luchtmacht. Aangekomen in Gotha, was het weer zo slecht dat de talloze vliegtuigen moesten omkeren. Dat was door het grote aantal vliegtuigen niet eenvoudig en er ontstond chaos. Uiteindelijk splitsten de vliegtuigen zich in kleine groepjes en keerden ze om naar nieuwe doelen. Toen bleek dat het ook daar te bewolkt was, kregen de vliegers de opdracht zelf een aanvalsdoel te kiezen op Duits grondgebied. De vliegers bombardeerden echter Nederlandse plaatsen, net na de grens. Zowel Nijmegen als Arnhem (57 doden), Deventer (1 dode) en Enschede (40 doden) werden gebombardeerd. 144 bommen van 500 pond kwamen in Nijmegen midden in het centrum terecht, omdat men daar – en ook in Arnhem - het spoorwegemplacement probeerde te raken. Pas later werd duidelijk dat de Nederlandse steden niet getroffen hadden mogen worden.

Mijn broertje was dood en ik leefde

Persoonlijke bijdragen

Heeft u een persoonlijk verhaal met betrekking tot dit monument en/of de geschiedenis waarnaar deze verwijst? Deel uw verhaal hier en help ons de herinnering aan de Tweede Wereldoorlog levend te houden.