Herdachte groepen: Burgerslachtoffers, Vervolgden Nederland, Verzet Nederland
Ontwerper: Wilhelmus C. van Hoorn (architect), Johannes W. Uiterwaal (beeldhouwer)
Onthulling: 1949
Adopteer dit monument.
Dit monument is in 2016-2017 geadopteerd door Spelenderwijs Utrecht

File:Detail Monument voor gevallenen 1940-1945 Zuilen Prins Bernhardplein Utrecht.JPG (Foto afkomstig van Wikipedia)
File:Monument voor gevallenen 1940-1945 Zuilen Prins Bernhardplein Utrecht.JPG (Foto afkomstig van Wikipedia)
Utrecht, 'Monument voor Zuilense Gevallenen' (foto: B. van Bohemen / NIOD)
Utrecht, 'Monument voor Zuilense Gevallenen' (foto: B. van Bohemen / NIOD)

Het monument

Vorm en materiaal
Het 'Monument voor Zuilense Gevallenen' in Utrecht is een bakstenen gedenkmuur met in het midden een zuil. De zuil wordt bekroond door een stalen schaal met een gebeeldhouwde vlam. Voor de muur staan op een halfrond zwart tufstenen plateau twee wit natuurstenen beelden van een mannen- en een vrouwenfiguur in klassieke stijl. In de muur zijn twee schilden van witte natuursteen gemetseld. De gedenkmuur is 16 meter 50 breed.

Teksten
De tekst op het plateau luidt:

'1940 - 1945'.

De tekst op het rechterschild luidt:

'ZUILEN'S BEVOLKING
HEEFT DIT MONUMENT
GESTICHT, OM DE NAGE-
DACHTENIS TE EREN VAN
DE GEVALLENEN IN DE
OORLOG EN IN HET VER-
ZET TEGEN DE OVER-
WELDIGING.'

Hieronder is een gedicht van Muus Jacobse aangebracht:

'GOD DOE ONS DAN DIT WETEN:
WAT VOORBIJGING AAN NOOD EN LEED
IS NIET VERGEEFS GEWEEST
OMDAT UW MARTELAARS HIER OVERWONNEN
EN MET HUN BLOED DE BODEM IS GEWIJD'.

De tekst op het linkerschild luidt:

'J.W. VAN DE SANDT
W.E. SWART
A.F. BARON VAN TUYL
VAN SEROOSKERKEN
W. SMOORENBEEK
S. HEMMINK
W. VAN KNRIMPEN
A. FROOM
H.A. KNIPSCHILD
W.G. DE BOER
R. LOGGERS
K.F.N. TEMPELMAN
G.J. DE BOER
J.J. VAN DER HAM
W.C. BROUWER
E.T. KÖHLER-DE GROOT
F.A.J. ODINOT
S. INNIKEL'.

Symboliek
De mannen- en vrouwenfiguur beelden liefde en vrijheidszin uit. De mannenfiguur heeft een palmtak in zijn hand als teken van vrede. Aan zijn voeten zit een heraldisch vormgegeven leeuw. De vrouwenfiguur heeft een rijk versierde urn bij zich; een symbool van dood en rouw.

Wijziging
Oorspronkelijk stond het gedenkteken aan de J.M. de Muinck Keizerlaan, maar bij de aanleg van de nieuwe brug over de Vecht is het verplaatst naar het plantsoen op het Prins Bernhardplein. In 1994 is een gedenksteen voor de omgekomen werknemers van Werkspoor aan het monument toegevoegd.

Locatie niet correct? Geef een verbeterde locatie door.

De geschiedenis

Het 'Monument voor Zuilense Gevallenen' in Utrecht is opgericht ter nagedachtenis aan zeventien inwoners van de Utrechtse wijk Zuilen die tijdens de bezettingsjaren door oorlogsgeweld zijn omgekomen.

Eén van de zeventien gevallenen is Sofia Hemmink. Hemmink was Jehova's getuige en werd vanwege haar geloof gearresteerd op 7 september 1941. Zij kwam om in Kamp Auschwitz op 12 november 1942.

Onthulling
Het monument is onthuld in 1949.

Locatie
Het monument is geplaatst in het plantsoen aan het Prins Bernhardplein in de wijk Zuilen te Utrecht.

Bron
Oorlogsmonumenten in de Provincie Utrecht van Ingrid van Beuzekom, Roland Blijdenstijn en Rob van Olderen. Stichtse Monumenten Reeks (Utrecht, Uitgeverij Matrijs, 1995). ISBN 90 5345 062 9.

Herdenking aanmelden

Op 4 mei vindt de Nationale Herdenking plaats en wordt er in heel Nederland herdacht. Daarnaast zijn er door het jaar heen herdenkingen waar specifieke groepen slachtoffers of bijzondere gebeurtenissen worden herdacht, zoals de Indiëherdenking op 15 augustus en de Nationale Holocaust Herdenking (laatste zondag van januari).
Wij brengen al deze herdenkingen onder in de herdenkingskalender. Alle herdenkingen van de Tweede Wereldoorlog en oorlogssituaties en vredesoperaties daarna in Nederland kunt u aanmelden.
Er is nog geen herdenking bij dit monument aangemeld. Dat kunt u hier doen.

Het geloof hield mijn vader sterk

Joab Hemmink (1942), Utrecht - Utrecht

Kort voor de oorlog laat de vader van Joab Hemmink (Jan Hemmink, 1918-1995) zich dopen als Jehovah’s Getuige. Zijn vrouw Nel volgt hem. Hun keuze heeft veel gevolgen, want Jehovah’s Getuigen vormen in de ogen van de Duitse machthebbers een verboden organisatie. De nazi’s pakken praktiserende broeders en zusters op. Ook in Nederland gebeurt dat: bij een razzia wordt Jan Hemmink gearresteerd en later ook zijn zus Sophia. Ze zitten gevangen in verschillende concentratiekampen. Sophia, dan 21 jaar, overleeft Auschwitz niet. Op het monument voor de Zuilense gevallen in Utrecht staat haar naam. In mei 1945 ziet Joab Hemmink (1942) zijn vader voor het eerst.

Productie: Interakt; tekst: Anita van Stel


Joab Hemmink: “Mijn moeder was in 1941 zwanger van mij. Er vonden toen al razzia’s plaats tegen Jehovah’s Getuigen en mijn ouders waren heel voorzichtig. Ze hanteerden schuilnamen. Mijn vader wist bijvoorbeeld aanvankelijk niet dat zijn jongere zus Sophia ook Jehovah’s Getuige was geworden. Op 6 september 1941 was er een doopplechtigheid in het huis van mijn ouders aan de Fruitstraat in Utrecht. Mijn moeder was daar niet bij, want zij paste op de kinderen van een in ons geloof geïnteresseerde vrouw. Er vond een doelgerichte inval plaats door de SD en dertig geloofsgenoten, onder wie mijn vader, werden opgepakt. Ze werden naar Kamp Amersfoort overgebracht.” 


Kamp Amersfoort
“Later bleek dat een van de veronderstelde geloofsgenoten was geïnfiltreerd en de boel verraden had. Mijn moeder was dus bij toeval niet opgepakt. Kort erna kwam ze de verrader tegen. Hij informeerde naar volgende bijeenkomsten. Mijn moeder schrok zich wezenloos, omdat ze dacht dat deze man ook gearresteerd was. Als voortvluchtige en onderduikster moest ze nu extra opletten. Ze doorkruiste het hele land en logeerde met mij bij geloofsgenoten. Van een foto van mij liet ze tientallen afdrukken maken en gaf die aan iedereen mee die richting Kamp Amersfoort reisde. Zelfs aan de leveranciers, die er brood en groente gingen afleveren. Zo wist mijn vader dat ik geboren was.”

Rode bal: ter dood veroordeeld
“Ondanks dat Kamp Amersfoort vooral doorgangskamp was, - Polizeiliches Durchgangslager onder leiding van de Sicherheitspolizei en SD - , zat mijn vader er tot begin ’43. De omstandigheden waren beroerd en de kampleiding stond bekend om haar wreedheden. De geloofsgenoten droegen een paarse driehoek op de borst, voor de nazi’s het herkenningsteken voor Jehovah’s Getuigen. Mijn vader haalde soms restjes brood uit de varkenstroggen die zich dicht bij de officiersmess bevonden. Dat weinige brood werd dan gedeeld met de andere gevangenen uit zijn barak. Bij een van die pogingen werd hij gesnapt door een jonge Duitse bewaker. Hij probeerde weg te komen en deed bij de omheining of hij stond te plassen. Dat kwam hem op beschuldiging van een poging tot ontsnapping en de daarbij horende terdoodveroordeling te staan. Hij werd niet gefusilleerd, maar in de bunker opgesloten. Tegelijkertijd moest hij een zogenaamde rode bal op zijn rug gaan dragen, wat inhield dat hij een levende schietschijf was en te allen tijde door bewakers beschoten mocht worden.” 

Anderhalf jaar in Kamp Vught
“Begin ’43 verhuisde hij naar SS concentratiekamp Vught, waar hij in eerste instantie ook in een bunker gevangen gezet werd. Een min of meer bevriende Oostenrijkse bewaker Heinz, die net als hij ook van Amersfoort naar Vught overgeplaatst was, pleitte bij zijn superieuren dat mijn vader onschuldig was. Zo kwam hij van de rode bal af en mocht hij uit de bunker. Hij bleef echter afgezonderd van zijn geloofsgenoten. Als werktuigbouwkundig tekenaar moest hij bijdragen aan de opbouw van het kamp. Later werkte hij op de tekenkamer van het Philips Commando. Met andere Jehovah’s Getuigen hield hij in het geheim Bijbellezingen en Erediensten. Begin september ’44 werd Kamp Vught ontruimd, vanwege de opmars van de geallieerden. Een transport naar kampen in Oranienburg en Sachsenhausen volgde. Daar moest mijn vader in de Henkel vliegtuigfabriek werken, waar overigens geen werk meer was, door de chaos van het naderende einde van de oorlog.” 

Trouw aan haar geloof
“Mijn tante Sophia Hemmink heb ik nooit gekend. Zij was lerares op de Zondagsschool. Een dag later dan mijn vader, op 7 september 1941, werd ze thuis opgehaald en gearresteerd. Via de gevangenis aan de Maliebaan in Utrecht kwam ze in het Duitse kamp Ravensbrück terecht. Ze was een grote, mollige vrouw, die door haar verschijning – in een mannennachthemd - opviel. Ook in gevangenschap bleef ze trouw aan haar geloof, zelfs toen ze gestraft werd met stokslagen en gedurende lange tijd geen warm voedsel kreeg. Medegevangenen vertelden later dat ze bepaalde werkzaamheden weigerde, zoals het naaien van kleding voor de Duitse militairen. Omdat ze zich niet voegde, volgde deportatie naar Auschwitz. Kort na haar aankomst is ze daar overleden, op 12 november 1942. Nadien hoorden mijn opa en oma dat ze in Auschwitz is gefusilleerd, maar daar is geen bewijs van. De familie ontving wel een overlijdensbericht.” 

Afzweringsverklaring nauwelijks ondertekend 
“In het weekblad Zuilen Vooruit van 5 mei 1948 staat geschreven: “Zij waren het mikpunt van de plagerijen en mishandelingen van het Herrenvolk. Blijmoedig droegen de Jehovagetuigen echter hun lot. Het heeft ons steeds weer verwonderd dat deze de mensen de plagerijen en spotternijen van de Duitsers zo goed doorstonden. In hun gezamenlijke gebeden in het kamp smeekten zijn God om het hun vervolgers niet aan te rekenen en ook hun genade aannemen. Ook na de oorlog zijn er over deze mensen nog vele praatjes rondgestrooid.” Mijn vader vertelde me later ook dat het geloof hem sterk hield. Dat gold voor vele Jehovah’s Getuigen. Ze konden hun vrijheid terugkrijgen als ze een verklaring ondertekenden dat hun geloof een dwaalleer was, dat zij zich losmaakten van de geloofsgemeenschap en dat zij andere gelovigen zouden aangeven. Vanaf eind ’38 was het een standaard afzweringsverklaring, die overigens nauwelijks ondertekend werd.”

Terug
“Op 21 april 1945 werd concentratiekamp Sachsenhausen ontruimd en begonnen de ‘dodenmarsen’*. Op 3 mei werd hij bij Schwerin door de Russen bevrijd. Hij kwam in een no man’s land tussen het Amerikaanse en Russische leger terecht. Te voet en soms liftend op boerenwagens arriveerde hij 23 mei bij zijn zus in Almelo. Toen de IJssellinie begin juni werd opgeheven** kon hij terug naar Utrecht. Ik zag mijn vader voor het eerst en moest erg aan die dunne man met stoppelbaard wennen. Volgens mijn moeder was hij veranderd, ruwer geworden. Zijn lever en maag waren door het slechte water en de ondervoeding in de kampen aangetast. Met moeite ging hij weer aan het werk, tot 1975, toen het echt niet meer ging. Mijn vader overleed in 1995.” 

Onderbelicht
“Alleen God kan het geweld in de wereld stoppen. We herdenken onze gevallen geloofsgenoten wel, maar in gebed en door met elkaar over hen te praten. Toch ben ik er trots op dat er nu aandacht is voor mijn vader en zijn te jong gestorven zus. De vervolging en het droevige lot van onze broeders en zusters is te lang onderbelicht geweest.” 

In Duitsland protesteren Jehovah’s Getuigen ruim voor de oorlog tegen de ideologie van Hitler. Hun protest breidt zich uit. In 1934 besluit een internationaal congres van geloofsgenoten 20.000 protestbrieven naar Hitler te versturen. Ook weigeren ze de Hitlergroet te brengen, Heil Hitler uit te spreken, in militaire dienst te gaan of op een andere manier bij te dragen aan de oorlogsvoering. Al vanaf 1935 worden Jehovah’s Getuigen in Duitsland opgepakt. Men gelooft hun verhalen over concentratiekampen niet. Sommigen vluchten naar Nederland. Op 29 mei 1940 wordt de Internationale Vereeniging van Bijbelvorschers (zoals de organisatie van Jehovah’s Getuigen zich toen noemde) in Nederland opgeheven, via een verordening van de Rijkscommissaris. Tot 1945 worden er in Duitsland 10.000 Jehovah’s Getuigen gevangen gezet, van wie 2000 in concentratiekampen. Van hen komen er 1200 om en 250 getuigen worden wegens dienstweigering gefusilleerd. 

In Nederland vinden tijdens de oorlog 468 arrestaties plaats. In gevangenschap overlijden 126 broeders en zusters, de meeste als gevolg van ziekte en ontberingen. Ongeveer 205 Jehovah’s Getuigen worden op enig moment tijdens de gevangenschap vrijgelaten.*** 

*Dodenmarsen: De nazi’s wilden de sporen van concentratiekampen uitwissen: tussen de herfst 1944 en april 1945 ontruimden ze de kampen en dwongen de gevangenen tot een dodenmars. Tijdens deze dodenmarsen kwam ongeveer een kwart miljoen mensen om het leven.
**IJssellinie: Verdedigingslinie die vanaf 1 maart 1945 alleen met een speciale vergunning kon worden gepasseerd. 
***(bron: Tineke Piersma, Getrouw aan hun geloof, de vervolging van de Nederlandse Jehovah’s Getuigen in de Tweede Wereldoorlog; Diemen, 2005).

Het geloof hield mijn vader sterk

Persoonlijke bijdragen

Heeft u een persoonlijk verhaal met betrekking tot dit monument en/of de geschiedenis waarnaar deze verwijst? Deel uw verhaal hier en help ons de herinnering aan de Tweede Wereldoorlog levend te houden.