4meiOverlay

Buigen bij de wachtpost


Buigen bij de wachtpost

Moira (13) en Arthur (10) zitten samen met hun moeder Audrey op de bank bij opa en oma Burger in Den Haag. Aan de muur hangt een doek met een kaart van Indonesië, het land waar opa en oma zijn geboren. Welke herinneringen hebben opa en oma aan de Tweede Wereldoorlog? (lees meer over de Tweede Wereldoorlog in Nederlands-Indië onderaan deze pagina). Wat weten Moira en Arthur hiervan en merken zij er nu nog iets van dat hun familie een bijzondere geschiedenis heeft? 

Buigen bij de wachtpost

Opa Walter
Opa Walter Burger was 7 jaar toen het oorlog werd in Nederlands-Indië, zoals Indonesië toen heette. “Mijn vader was schoolhoofd op het eiland Ambon”, vertelt hij. “Hij zag aankomen dat er oorlog zou komen, en dat het leven op Ambon voor (Indische) Nederlanders heel moeilijk zou worden. Hij stuurde mij, mijn zusje en mijn moeder daarom naar Bandoeng, een stad op het eiland Java. Daar woonden mijn opa en oma. Wij gingen bij hen in huis wonen. Mijn vader werd opgeroepen om in dienst te gaan bij het KNIL (Koninklijk Nederlands-Indisch leger). Al snel werd hij gevangen genomen door de Japanners. Hij was een krijgsgevangene, zoals dat heet. Hij werd door de Japanners overgebracht naar een kamp op het eiland Hainan, in de buurt van Hong Kong.

Wij hoefden niet naar een kamp. Dat kwam omdat onze familie oorspronkelijk uit Duitsland komt. En de Japanners waren tijdens de Tweede Wereldoorlog bevriend met Duitsland. Ook hadden wij – in de ogen van de Japanners –  teveel Indonesisch bloed om naar een kamp gestuurd te worden. Maar ook buiten de kampen was het leven niet makkelijk. School was er niet, dat was verboden door de Japanners.  Mijn moeder had daardoor geen inkomen, want zij mocht niet meer als onderwijzeres werken. Daarom begon zij een koekjeswinkel. Zo verdiende ze een beetje geld om van te leven. Van mijn moeder kreeg ik les in taal en rekenen.

Omdat wij kleine kinderen waren, hadden we niet zo’n last van de Japanners. Die misten hun eigen kinderen, en daarom waren ze niet zo streng voor ons. Maar we moesten wel altijd buigen bij de wachtpost met Japanse soldaten. Vijf meter voordat je bij de wachtpost kwam, moest je van je fiets afstappen. Dan moest je een diepe buiging maken. En vijf meter na de wachtpost mocht je pas weer opstappen en verder fietsen. Maar als de Japanners vonden dat je te dichtbij was gekomen, dan kreeg je klappen.

Bij die wachtpost heb ik iets gezien dat ik nooit meer zal vergeten. Op een dag stonden er drie krijgsgevangen vastgebonden aan palen bij de wachtpost. Ze kregen geen eten en hadden erge dorst. Ze riepen ‘water, water!’ tegen iedereen die langs kwam. Maar we mochten hen niets geven. Uiteindelijk zijn ze door de Japanners gedood en werden hun lichamen langs de weg gelegd. Dat beeld zie ik nog steeds vaak voor me.

Op 15 augustus 1945 gaf Japan zich over en was Nederlands-Indië bevrijd. Toen was de Tweede Wereldoorlog echt voorbij. Die dag is nog steeds heel belangrijk voor me. Vroeger hing ik dan thuis de vlag uit. Mensen in de buurt begrepen niet waar dat voor was. Veel Nederlanders kennen de geschiedenis niet goed. Ik vertelde het ze dan. We moeten ons die dag herinneren, want het mag nooit meer gebeuren.

Pas in 1946 zag ik mijn vader weer. Het kamp waar hij zat, werd toen pas bevrijd. Ik herkende hem meteen. We hadden al die tijd geen contact gehad. We wisten niet eens of hij nog leefde. Er was  natuurlijk nog geen telefoon en brieven sturen was ook niet mogelijk. Hij bleef een maand bij ons, en moest direct weer gaan werken. We zijn in 1947 een tijdje in Nederland geweest, tijdens zijn verlof. Ik was toen 12 jaar. We gingen met de boot, de reis duurde drie weken, maar wij genoten met volle teugen. In Nederland woonden we met zijn allen in een kleine kamer in een pension.

In 1949 gingen we weer terug naar Indonesië, waar we daarna verschillende periodes gewoond hebben. In 1958, toen alle Nederlanders Indonesië moesten verlaten, is mijn familie ook naar Nederland gekomen.

Met mijn vrouw en kinderen heb ik veel gereisd. Ik ben nooit in Japan geweest, dat wilde ik niet. Maar ik eet wel sushi. Een keer ben ik erg geschrokken. Dat was ik in Amerika. Daar waren Japanners in een park gymnastiek aan het doen. Ik moest meteen denken aan de oorlog. We moesten toen verplicht gymnastiek doen op commando van de Japanners.

Ik praat niet graag over de oorlog, ik vind het niet nodig om het er over te hebben. Maar ik wil niet dat zoiets nog een keer gebeurt. Daarom vind ik het belangrijk om het te blijven herdenken. Ik doe dat elk jaar bij het Indisch Monument in Den Haag.”

Oma Magda
Oma Magda Burger is in 1943 geboren in Batavia, de hoofdstad van Nederlands-Indië. Die stad heet nu Jakarta. Ze was heel klein tijdens de oorlog. Daarom heeft ze er geen herinneringen aan. Ze kent alleen de verhalen van haar moeder. Ze is een paar keer terug geweest naar Indonesië. Ook zij is elk jaar bij de herdenking op 15 augustus.

Audrey
Toen Audrey klein was, werd er thuis niet veel over de oorlog gepraat. In families die uit Nederlands-Indië zijn vertrokken, gebeurt dat vaker, zegt Audrey. Pas toen ze ouder werd, is ze haar vader gaan vragen naar zijn ervaring in de oorlog.

“Toen ik klein was, had ik een romantisch beeld van mijn oma, de moeder van mijn vader. Een oma met een koekjeswinkel, dat vond ik geweldig! Pas later snapte ik dat ze dat moest doen om het gezin te kunnen onderhouden”.

Ik kreeg interesse in de familiegeschiedenis door de vader van mijn vader, mijn opa dus. Of ‘opi’, zoals ik hem noemde. Hij was echt mijn held. Ik wist dat hij in een Jappenkamp had gezeten, en ik wilde hem daarnaar vragen. Maar ik durfde het niet, want ik was bang hoe hij zou reageren. Hij is overleden toen ik 19 jaar oud was. Ik heb hem dus niet echt kunnen spreken over zijn herinneringen aan de Tweede Wereldoorlog. Wel zijn we met het gezin nog naar Indonesië gegaan, en daar hebben we allerlei plaatsen bezocht die belangrijk waren in de geschiedenis van onze familie.

Ik ben wel eens bij mijn vader gaan zitten met een laptop, om al zijn verhalen over de oorlog op te schrijven. Ik wilde er een boek van maken over de familie. Ik heb ook een familie-stamboom gemaakt.

De Indische families in Nederland zijn te bescheiden, vind ik. We moeten ons verhaal veel duidelijker naar buiten brengen. Daarom doe ik mee aan de herdenking op 15 augustus. De geschiedenis van Nederlands-Indië is nog veel te onbekend in Nederland!

Moira
Een paar jaar geleden heeft Moira met haar moeder, tante en opa een krans gelegd bij het Indisch Monument. Haar moeder heeft dat toen aan haar meester in groep 8 verteld. Die meester heeft daarna in de klas van alles verteld over de geschiedenis van Nederlands-Indië. Maar in haar schoolboeken leest Moira er maar weinig over. Dat vindt ze jammer. Ze gaat altijd mee met haar familie naar de herdenking bij het Indisch Monument. 

Arthur
Arthur is 10 jaar. Hij heeft op school nog niet zoveel gehoord over de Tweede Wereldoorlog. Hij vindt het best moeilijk om te zien dat zijn opa tijdens het interview met veel verdriet over de oorlog praat. Op zijn kamer hangt een grote wereldkaart. Bij Indonesië hangt een plakvelletje. Daar staat op: “Ooit”. Hij wil namelijk heel graag een keer op reis naar Indonesië. Dan gaat hij alle plaatsen zien waar zijn opa en oma hebben gewoond. 



De Tweede Wereldoorlog in Nederlands-Indië

De familie Burger komt oorspronkelijk uit Indonesië. Dat land heette vroeger Nederlands-Indië en het was een kolonie van Nederland. Een kleine groep Nederlanders woont en werkt daar. Ze zijn de baas over de oorspronkelijke bewoners van Indonesië. Tijdens de Tweede Wereldoorlog werd het land in 1942 bezet door de Japanners. Die wilden dat de Europeanen uit Azië vertrokken en dat Azië van de Aziaten zou zijn.

Tijdens de oorlog werden veel Europeanen opgesloten in kampen. Mannen moesten verplicht werken voor de Japanners. Vrouwen en kinderen zaten gevangen. Ze hadden weinig te eten en de Japanners waren wreed. Veel mensen stierven in deze kampen. Pas maanden nadat Nederland was bevrijd, stopte de oorlog in Indonesië. Op 15 augustus 1945 gaf Japan zich over. Maar de mensen in de kampen konden nog niet naar huis. Indonesië wilde onafhankelijk worden van Nederland. Dat ging niet zomaar. Nederlandse soldaten vochten tegen Indonesische onafhankelijkheidsstrijders. In 1948 werd Indonesië onafhankelijk. Veel Nederlanders en Indo-Europeanen (mensen van gemengde afkomst) zijn na 1945 naar Nederland vertrokken. Ook de familie Burger.