‘We herdenken de slachtoffers, geen plegers van oorlogsmisdaden’

De herdenking op 4 mei is altijd in beweging. Door emancipatie en historisch onderzoek komen andere groepen naar voren om een krans te leggen op de Dam. De recentste aanpassing: Indonesische slachtoffers.

Vlak voor de Nationale Herdenking op 4 mei dit jaar was er ineens nieuws. Om half acht verscheen de voorzitter van het Nationaal Comité 4 en 5 mei, Wim van de Donk, in de speciale herdenkingsuitzending van de NOS. Hij vertelde dat in 2022 voor het eerst slachtoffers zouden worden herdacht voor wie er nog geen aandacht was geweest: de inwoners van Indonesië. Niet alleen de Indonesiërs die tijdens de Japanse bezetting omkwamen, maar ook zij die in de oorlog met Nederland daarna het leven lieten.

Maar die laatste periode was toch geen Tweede Wereldoorlog? “Nederland herdenkt op 4 mei niet alleen alle slachtoffers van de Tweede Wereldoorlog, zowel burgers als militairen”, vertelt Jos Coumans, vicevoorzitter van het Nationaal Comité 4 en 5 mei. “We herdenken al sinds heel lang (1961 – red.) ook Nederlandse militairen die zijn omgekomen bij vredesmissies en oorlogssituaties nadien.”

Zo worden de militairen herdacht die in de jaren vijftig sneuvelden in Korea, in de jaren tachtig in Libanon en in de jaren negentig in voormalig Joegoslavië. En dus ook de militairen die eind jaren veertig naar Indonesië werden gestuurd tijdens de zogenoemde politionele acties, waarmee de Nederlandse regering tegen de onafhankelijkheid van de kolonie vocht.

Er klopt iets niet
Enkele jaren geleden ontstond in het bestuur van het comité de gedachte: er klopt iets niet. Voor wat betreft de koloniale oorlog die in Indonesië gevoerd is in de periode 1945 – 1949, is het vreemd dat alleen Nederlandse militaire slachtoffers herdacht worden op 4 mei. Zeker in het licht van het feit dat het een besluit van de toenmalige Nederlandse regering was om vast te houden aan de kolonie en dat ze bereid was om dat met de inzet van militairen af te dwingen. Het geweld dat daardoor ontstond, leidde niet alleen tot slachtoffers aan Nederlandse maar ook aan Indonesische kant. “Bovendien waren er al lange tijd duidelijke signalen dat van Nederlandse kant sprake was geweest van het gebruik van excessief geweld”, vertelt Coumans. “En vergeet daarbij niet dat Indonesiërs destijds als Nederlands onderdaan werden beschouwd”, vult Liane van der Linden aan, ook bestuurslid van het Nationaal Comité. Waarom dan ook niet stilstaan bij die Indonesische slachtoffers? Wat ook niet klopte was het feit dat Indonesische burgers, anders dan de Nederlanders die destijds in Indië waren, niet expliciet herdacht werden als slachtoffers van de Japanse bezetting. Van der Linden: “De tekst bij de krans voor de burgerslachtoffers in Azië sprak niet over de 2,4 miljoen doden alleen al op Java als gevolg van honger tussen 1942 en 1945 en ook niet over de naar schatting vierhonderdduizend Indonesische dwangarbeiders die omkwamen.”

“Velen in Indonesië”, zegt ze, “hebben deze periode van ’42 tot ’49 ervaren als één lange oorlog.” Vanuit Nederland was er tot voor kort weinig aandacht voor het leed dat die oorlog heeft veroorzaakt voor Indonesiërs. De aandacht ging altijd uit naar de Nederlandse kant. Coumans: “Het lange koloniale verleden had een racistische samenleving gecreëerd, met rangen en standen. Maar de Nationale Herdenking dient ruimte te bieden aan onze hele samenleving om oorlogsslachtoffers te herdenken, ongeacht rangen en standen.”

Maatschappelijk debat
Vanzelfsprekend leidde het besluit om Indonesische slachtoffers op 4 mei te gedenken tot fel maatschappelijk debat, dat was onvermijdelijk. Daders en slachtoffers krijgen nu immers beiden een kranstekst op de Dam. Coumans: “Dat is ook lastig geweest voor ons als comité. We wilden nadrukkelijk niet dat de veteranen zich vervreemd zouden voelen van de herdenking. Tegelijk wilden we dat de slachtoffers zich zouden herkennen. Er zijn zo’n twee miljoen Nederlanders die een connectie hebben met het voormalige Indië; dat zijn heel veel mensen in onze samenleving.”

Er is tijdens de voorbereiding van deze wijziging veel gesproken met alle betrokkenen. Ook met activistische groepen, van diverse kanten. “Er werd ons dan voorgehouden wie ‘het meeste’ slachtoffer is. Of sommigen willen dat wij als comité het kolonialisme als systeem afwijzen. Begrijpelijk, en we blijven deze groepen ook opzoeken, maar wij willen bij onze opdracht blijven”, zegt Van der Linden. “Ons doel is aandacht voor het leed dat anderen is aangedaan tijdens de lange Tweede Wereldoorlog.”

Maar iemand kan zeggen: ‘Jullie herdenken nu degene die mijn opa doodschoot!’ Van der Linden: “Wij bepalen niet wie er wordt herdacht, dat doet ieder voor zich. Wij bieden een kader. We zijn ons ervan bewust dat in een koloniale oorlog het onderscheid tussen slachtoffers en daders niet eenduidig is. Wel heel duidelijk voor ons is: we herdenken slachtoffers, geen plegers van oorlogsmisdaden.”

Dat is waarom de koerswijziging pas een half uur voor de Nationale Herdenking op de Dam werd bekendgemaakt. Veel organisaties waren het eens met de wijziging of konden er op zijn minst mee leven, zeggen de twee, dat was van tevoren duidelijk. Van der Linden: “Vaak zijn het kleine organisaties die een hele grote mond opzetten.” Coumans: “We wilden niet dat die vanuit een loopgraaf zouden gaan schreeuwen als dit een paar dagen tevoren in het nieuws kwam en dat ze zo de herdenking zouden kapen.” Van der Linden: “Veel mensen zouden zich dan niet uitgenodigd voelen. Herdenken is helen, niet heftige discussies aanwakkeren die pijn veroorzaken.”

Zijn ze bevreesd dat 4 mei verwatert door steeds meer mensen te herdenken? Sinds 1945 zijn er immers voortdurend ‘nieuwe’ groepen slachtoffers toegevoegd. “Natuurlijk denken we daarover na. Maar wij zien die verwatering niet; openstaan voor nieuwe groepen verbindt juist”, zegt Van der Linden. Coumans: “Soms zeggen mensen tegen ons: we moeten terug naar hoe de Nationale Herdenking oorspronkelijk was. Maar dan zouden we alleen de verzetshelden van de Tweede Wereldoorlog herdenken.”


In het debat over het extreme geweld dat Nederland eind jaren veertig in Indonesië heeft gebruikt, speelde het boek van Rémy Limpach uit 2016, De brandende kampongs van Generaal Spoor, een grote rol. Begin 2022 verschenen de resultaten van het omvangrijke onderzoeksprogramma ‘Onafhankelijkheid, dekolonisatie, geweld en oorlog in Indonesië, 1945-1950’. Daarna erkende de regering dat ‘stelselmatig en wijdverbreid extreem geweld is gebruikt’, zoals premier Rutte het in februari van dit jaar verwoordde, ‘waarbij de opeenvolgende kabinetten consequent wegkeken’.


Dit artikel verscheen eerder in NC Magazine nr.22 (voorjaar 2022). Het artikel is geschreven door Monique van Hoogstraten, de foto is van Ben Houdijk.

Tooltip contents