Vrijwilligers: de onmisbare drijfveer achter lokale herdenkingen en vieringen

Op 4 en 5 mei vindt in bijna iedere Nederlandse gemeente een herdenking, dan wel een viering plaats. Maar ook op andere dagen worden oorlogsslachtoffers herdacht. Vrijwilligers vormen een onmisbare schakel in de organisatie van al deze herdenkingen en vieringen. Wat drijft hen en hoe ervaren zij het organiseren hiervan? Lokale organisatoren aan het woord.

 


 

Herdenken in het Vondelpark

Op 1 juni vindt in het Amsterdamse Vondelpark voor de vijfde keer de Sobibor Herdenking plaats. De bijeenkomst wordt gehouden bij een bescheiden monument op de plek waar tijdens de bezetting het bord Verboden voor Joden hing.

Naomi Koster, bestuurslid van Stichting Sobibor, vertelt dat de aanleiding voor het monument een uitspraak was van Koning Willem-Alexander tijdens zijn 4 mei-toespraak. “Hij zei: ‘Sobibor begon in het Vondelpark met het bordje ‘Verboden voor Joden’. Toen is een burgerinitiatief ontstaan om op die plek een monument op te richten voor alles wat staat voor discriminatie en sociale uitsluiting. Een kunstenaar heeft een spiegel gemaakt ter grootte van het betreffende bordje. De spiegel nodigt uit om de toeschouwer na te laten denken over de vraag: wat doe jij als je onrecht, racisme, discriminatie of intolerantie bespeurt. Kun je jezelf recht in de ogen kijken?

Levenswerk
De herdenking vindt plaats op 1 juni, de datum waarop Jules Schelvis, oprichter van Stichting Sobibor, werd gedeporteerd. Koster: “Jules Schelvis heeft zelf maar kort in Sobibor gezeten; hij werd als sterke jonge man doorgestuurd naar een werkkamp. Zijn vrouw en schoonouders zijn in Sobibor vermoord.” Er waren maar heel weinigen die het kamp overleefden. Daardoor was het kamp lang relatief onbekend. Schelvis heeft er zijn levenswerk van gemaakt om Sobibor op de kaart te zetten. Ruim 33.000 Joden uit Nederland zijn daar vermoord.

Stichting Sobibor organiseert verdiepings- en herdenkingsreizen, en afgelopen jaar voor het eerst een scholierenreis. Koster vertelt: “Als eindpresentatie hebben deze middelbare scholieren creaties als films en gedichten gepresenteerd. Deze worden gebruikt als basis voor een stuk dat Theater Na de Dam speciaal schrijft voor de herdenking dit jaar. Met deze voorstelling van een half uur start de herdenking; het stuk zal ook op andere locaties te zien zijn.”

Daderperspectief
Daarna volgt een toespraak van de voorzitter. Drie jongeren die mee op reis waren, lezen vervolgens een getuigenis voor van een slachtoffer, een dader en een omstander. “Het is uniek dat wij ook het daderperspectief laten zien”, aldus Koster. Daarna is er een spreker die de verbinding legt met het heden. Dit jaar is dat Ronald Leopold, de voorzitter van de Anne Frank Stichting. Vervolgens zingt Mirjam van Dam twee toepasselijke liederen. De herdenking eindigt met een minuut stilte. Alle bezoekers lopen langs het monument en leggen, volgens Joods gebruik, een steentje neer bij een graf, om te laten weten dat iemand niet vergeten is.

Het is een kleinschalige bijeenkomst; buurtbewoners en andere belangstellenden zijn welkom. De straat wordt afgesloten en er is politiebescherming. “Er is nog wel een wens”, zegt Koster: “We zouden graag zien dat het monument iets prominenter zichtbaar is. Veel mensen die er dagelijks langskomen, kennen het niet. Ik heb de gemeente gevraagd om de directe omgeving net iets meer uitstraling te geven.”

 


 

Herdenken in Arnhem

m acht uur vindt in het centrum van Arnhem de centrale 4 mei-herdenking plaats bij het monument ‘Mens tegen Macht’. Daarnaast telt de stad nog minimaal 74 kleinere monumenten. Voorzitter Roeland van der Zee probeert er met zijn bestuursleden van Stichting Viering Nationale Feest- en Gedenkdagen Arnhem ieder jaar een paar te bezoeken. 

“Onze stad staat natuurlijk bekend om de Slag bij Arnhem, en bij de herdenking ervan wordt ieder jaar in september flink uitgepakt. In die zin zijn wij eigenlijk het kleine zusje van de Airborne-herdenking”, zegt Roeland van der Zee. Maar Arnhem heeft ook op 4 mei veel te bieden. Verspreid over de hele stad staan tenminste twaalf oorlogsmonumenten. De een heel klein, de ander wat groter: “Als comité bezoeken we er ieder jaar een aantal. Ieder jaar kiezen we andere, alleen het monument aan de Waterbergseweg is vaste prik,” aldus Van der Zee.

Dit eenvoudige gedenkteken, een houten kruis op een voetstuk van stenen, staat diep in de bossen ten noorden van de stad. Nog steeds trekt het ieder jaar op 4 mei een flink aantal belangstellenden. “Op die plek heeft de bezetter tientallen verzetsmensen gefusilleerd. Nog steeds is dit voor veel Arnhemmers een plek van betekenis”, verklaart Van der Zee.

Stille tocht
In de avond concentreren de activiteiten zich rond het monument ‘Mens tegen Macht’, op een steenworp afstand van de recent gerenoveerde Eusebiuskerk. De genodigden verzamelen zich bij het gemeentehuis en lopen in een stille tocht naar dit monument van Gijs Jacobs van den Hof. Burgemeester en wethouders, genodigden en vertegenwoordigers van diverse Arnhemse organisaties spreken er en leggen er kransen. “Hier proberen we ook jongeren bij te blijven betrekken”, vertelt Van der Zee. “Zo hebben we een gedichtenwedstrijd uitgeschreven onder middelbare scholieren, waarvan de winnaar het gedicht mag komen voorlezen.”

Na de twee minuten stilte om acht uur begeeft iedereen zich naar de naastgelegen Eusebiuskerk voor het traditionele herdenkingsconcert. Dat wordt verzorgd door de Philharmonie Gelre, aangevuld met solisten en vertellers. “Tijdens de herdenking van 80 jaar vrijheid vorig jaar, hebben we het grootser aangepakt en was er bijvoorbeeld een enorm koor bij.”

Concert
Hoewel 2026 geen jubileumjaar is, wordt het concert op verzoek van burgemeester Marcouch toch weer wat grootser aangepakt dan normaal. Zo zal stadsdichter Jesse Laport de muziek van de Philharmonie afwisselen met zijn Arnhemse poëzie. Voor dit concert worden de honderden stoelen in de kerk ieder jaar opnieuw met groot gemak gevuld. “En langs de muren staan ook nog vele tientallen belangstellenden te luisteren”, zegt Roeland van der Zee. “Dat toont voor mij aan dat de belangstelling van de Arnhemse bevolking onverminderd groot is.” 

 


 

Herdenken in Beilen

Niet alleen secretaris John Broekhuis van het 4 mei comité in Beilen is nieuw; vier van de vijf bestuursleden organiseren dit jaar voor het eerst de herdenking in hun dorp. Die blijft in grote lijnen hetzelfde, maar mag wel iets moderner, vinden zij. Dat is dit jaar al te merken.

De oude Stefanuskerk midden in het Drentse dorp Beilen vormt het startpunt van de jaarlijkse 4 mei-herdenking die zal eindigen bij de IJzeren Man, het grootste oorlogsmonument in Beilen. “Als eerste houden we halt bij het monument aan de Esweg. Daar ligt een gedenksteen ter nagedachtenis aan Willem Klein, de wachtmeester van de marechaussee die op deze plek werd doodgeschoten door de bezetter”, vertelt Broekhuis. Onderweg houdt de stoet bij iedere Stolperstein even halt en leggen middelbare scholieren er een witte roos.

Informeler
Deze tocht is een gekoesterde traditie en als het aan Broekhuis en zijn medebestuurders ligt, blijft die ook de komende jaren intact. De veranderingen die zij voor ogen hebben, zitten vooral in de details. “We spreken de mensen tijdens de herdenking wat informeler aan, we willen andere, jongere sprekers uitnodigen en denken na over modernere en andere muziek. Dit jaar wordt bijvoorbeeld voor het eerst een deel uit ‘Het lied der achttien dooden’ van Jan Campert voorgelezen, afgewisseld met een gedicht in het Drents: Tussen Schattenbarg tot Gruunlaand.” 

Aangekomen op het kerkhof naast de Stefanuskerk loopt de stoet langs zestien oorlogsgraven van onder meer Engelse vliegeniers en een Franse parachutist, maar ook van gewone burgers, zoals Nico Viëtor. “Hij was een politieman die veel Joodse onderduikers een schuilplaats bood in zijn woning. Helaas werd hij verraden, de onderduikers werden op transport gezet en Viëtor werd gefusilleerd.”

Geschiedenis gaat leven
Moderniseren betekent ook investeren in de jeugd. De betrokkenheid van de scholen in Beilen is groot en Broekhuis en zijn bestuursleden willen die koesteren en waar mogelijk verder vergroten. “Nu al gaat ieder jaar een groep leerlingen van een middelbare school een week van tevoren op pad om de Stolpersteine glimmend te poetsen. Twee basisscholen uit het dorp hebben elk een monument geadopteerd: dat aan de Esweg en de IJzeren Man.” 

En dat werkt, ziet Broekhuis: “De geschiedenis gaat leven voor ze. De kinderen krijgen een lespakket en horen zo ook de verhalen van individuen die zich inzetten voor de vrijheid”, zegt hij. Na een groet bij het Indië-monument eindigt de stoet tegen acht uur bij de IJzeren Man. Daar wordt de Last Post geblazen, gevolgd door twee minuten stilte. Dat zijn tradities die voorlopig niet zullen veranderen.

 


 

Herdenken in Leeuwarden

Op 15 april, de dag van de bevrijding van Leeuwarden, staat het Christelijk Gymnasium Beyers Naudé stil bij (oud-)leerlingen die tijdens of kort na de Tweede Wereldoorlog zijn omgekomen.

Jelte Pinkster, docent Fries, werkt sinds drie jaar op de school. “Voordat ik hier begon, had ik een gesprek met mijn voorganger. Ik vertelde dat ik sommige dingen misschien anders zou aanpakken en vroeg of er ook zaken waren waar ik vanaf moest blijven. De herdenking was daar een voorbeeld van; die was hij gestart met de oud-rector. Hij hoopte dat ik die zou voortzetten.”

Muurschildering
Deze herdenking vindt plaats bij een bijzondere muurschildering in de school. Op 18 oktober 1947 werd deze onthuld ter nagedachtenis aan vijftien oud-leerlingen die tijdens of vlak na de oorlog omkwamen. Het kunstwerk werd aangeboden bij het 25-jarig jubileum van het gymnasium. De muurschildering toont een engel die een stervende de kroon van de overwinning, een Griekse erekrans, aanreikt. Met haar andere hand duwt zij een in uniform gestoken soldaat, de bezetter, opzij.

Pinkster vertelt dat de herdenking altijd plaatsvindt op 15 april, de dag waarop Leeuwarden werd bevrijd. “Vooraf nodig ik Arjan Hut, dichter van Friesland, uit voor gastlessen. Hij verzorgt workshops voor de eerstejaars over wat poëzie is en hoe je een gedicht schrijft. Daarna schrijven de leerlingen zelf een gedicht, geïnspireerd op de eerste zin op de muurschildering: ‘Vrees niet wat gij zult lijden.’ We vertalen die boodschap naar deze tijd: wees niet bang. Ik hoop natuurlijk dat ze in het Fries schrijven, maar elke taal is toegestaan. Bij beeldende vorming maken ze daarnaast een snijwerk in lino: een afbeelding die aansluit bij hun gedicht.”

Traditie
“De gedichten en linosneden worden bij de muurschildering tentoongesteld”, vertelt Pinkster. “Enkele leerlingen dragen hun werk voor; Arjan Hut begeleidt hen daarbij.” De herdenking krijgt zo vorm vanuit de leerlingen zelf. Pinkster gaat als voorbereiding met hen in gesprek over de invulling: hoe moet herdenken er volgens hen uitzien? Soms leidt dat tot kaarsen bij het monument, soms tot bloemen of een krans.

“Het is uniek dat we een eigen monument in de school hebben. Het is waardevol dat leerlingen zelf verantwoordelijkheid dragen voor de herdenking en dat verschillende vakken hierin samenwerken. Dat maakt meer indruk dan een losse les of een film over de oorlog: ze zijn er actief mee bezig. Gelukkig zien de leerlingen ook zelf het belang van blijven herdenken. Ik ben er trots op dat onze school dit doet, dat we meer doen dan alleen lesgeven. Dus ja, ik zet deze traditie graag voort”, besluit Pinkster.

 


Dit artikel verscheen eerder in NC Magazine nr.29 (voorjaar 2026). Het artikel is geschreven door Dorine van der Wind en Linda Huijsmans, de foto’s zijn van Ben Houdijk.

Tooltip contents