Op 4 en 5 mei vindt in bijna iedere Nederlandse gemeente een herdenking, dan wel een viering plaats. Maar ook op andere dagen worden oorlogsslachtoffers herdacht. Vrijwilligers vormen een onmisbare schakel in de organisatie van al deze herdenkingen en vieringen. Wat drijft hen en hoe ervaren zij het organiseren hiervan? Lokale organisatoren aan het woord.
Herdenken en vieren in Utrecht
In Utrecht vindt jaarlijks op 4 mei de Dodenherdenking plaats op het Domplein, en op 7 mei viert Utrecht de Bevrijding van de Stad bij het Polar Bears-monument in het Hogelandsepark.
Voorzitter Youri van Dorssen van het Utrechts Comité 4 mei-Herdenking vertelt dat de Dodenherdenking al direct na de oorlog werd georganiseerd: “Het was een burgerinitiatief vanuit het verzet, niet vanuit de gemeente. Later is dat overgenomen door vrijwilligers, dat zijn wij nog steeds. Dat is lang niet in elke gemeente zo.”
Van Sint Pieterskerkhof naar Domplein
De stille tocht op 4 mei vertrekt van het Sint Pieterskerkhof en eindigt op het Domplein, waar de burgemeester spreekt. Van Dorssen: “We staan stil bij de slachtoffers van de Tweede Wereldoorlog (met een relatie tot Utrecht) en de periode erna tot heden, die waar ook ter wereld zijn omgekomen of vermoord sinds de Tweede Wereldoorlog. Uiteraard is iedereen vrij te herdenken wie hij of zij wil. Wij blijven neutraal, maar sprekers kunnen ook een link leggen met actuele gebeurtenissen.” De belangstelling is groot: soms staan er wel 4.000 mensen op het plein.
Artistiek programma
Johanneke Bedaux, verantwoordelijk voor marketing en communicatie: “Afgelopen jaar werkten we samen met de Hogeschool voor de Kunsten en de Universiteit Utrecht. Dergelijke samenwerkingen zoeken we graag op.” Na de herdenking volgde een artistiek programma in de Domkerk. De theatervertelling Mijn Onderduik door Peter Hein, die als klein jongentje in Utrecht onderdook, werd enorm gewaardeerd. Net als het jeugdtheaterstuk over verzetsvrouw Truus van Lier dat door jong en oud goed werd ontvangen. Bedaux wijst erop dat verzetsvrouwen een belangrijk thema in Utrecht vormen, met als voorbeeld het verzetsmonument met een vrouwenfiguur.
Polar Bears
Sinds 1991 wordt op 7 mei ook de bevrijding van Utrecht herdacht. De stad werd die dag in 1945 bevrijd door een Britse eenheid, bijgenaamd de ‘Polar Bears’, onder Canadees commando. Van Dorssen: “Die dag is naast een bevrijdingsfeest, ook een herdenking. Vlak voor de bevrijding kwamen tien leden van de Binnenlandse Strijdkrachten om het leven toen zij op een grote groep Duitse soldaten stuitten.”Tijdens de bijeenkomst worden gedichten voorgedragen en spreekt een prominente gast, vaak naast een lokale spreker. Dit jaar was dat Philippe van der Zeeuw, die als jongen op een van de pantserwagens zat die de stad binnenreden. Van der Zeeuw is kunstenaar en maakte dit jaar een kunstwerk met de tekst ‘Vrede en Vrijheid 1945-2025’.Van Dorssen: “Zijn persoonlijke, emotionele verhaal raakte veel mensen. Herdenken gaat er ook om wat mensen er nú mee doen.”
De organisatie kent ook uitdagingen. “We moeten in deze tijd meer nadenken over beveiliging en omgaan met tegendemonstraties”, aldus Van Dorssen. “Het vraagt steeds meer professionalisering. Voor vrijwilligers is dat een grote verantwoordelijkheid bij zo’n groot evenement. Gelukkig steunt de gemeente ons daarin.”
Joods Oorlogsmonument in Stadskanaal
Dat het Joods Oorlogsmonument in Stadskanaal in 1986 werd onthuld, was mede te danken aan de inspanningen van Alie Noorlag, onderzoeker en auteur van verschillende historische boeken. In opdracht van de gemeente Stadskanaal onderzocht zij wat er gebeurde met vastgoed van weggevoerde Joodse inwoners en deed ze research naar het oorlogsverleden van Stadskanaal, waar sinds 2014 ook Stolpersteine in de trottoirs te vinden zijn.
Het begon in 1985 met een artikel in het Nieuwsblad van het Noorden. Alie Noorlag las over een aantal mensen dat graag een monument voor hun vermoorde joodse geloofsgenoten wilde oprichten in Stadskanaal. “Hier in de omgeving zaten veel Joodse veehandelaren en slagers. Ze hadden goede contacten met boeren uit de omgeving en als het nodig was konden ze bij hen onderduiken. In verhouding tot de rest van de provincie Groningen zijn hier relatief weinig Joden gedeporteerd.”
Om daar een plek van herinnering aan te geven ging de groep aan de slag. “We hebben een comité opgericht en zijn geld gaan inzamelen bij burgers, bedrijven en organisaties hier in de buurt. Op 16 april 1986 is het monument onthuld.” Er staat een tekst op uit de Talmoed: ‘‘Wee om hen die verloren gingen en niet meer gevonden worden”. Het vermeldt de 136 namen en leeftijden van Joden die tijdens de Tweede Wereldoorlog uit Stadskanaal zijn weggevoerd en vermoord.
Stolpersteine
In 2014 verschenen de eerste Stolpersteine in het straatbeeld van Stadskanaal. Deze vierkante, messing herinneringssteentjes zijn in het trottoir geplaatst voor de huizen waar eens Joodse burgers woonden. Ze zijn bedoeld om de huidige inwoners even te laten stilstaan bij wie er uit hun stad verdwenen zijn. Alie Noorlag: “Ieder jaar voor de herdenking maken scholieren die Stolpersteine schoon. Binnen een dag liggen ze er weer glimmend bij. Op deze manier betrekken we de leerlingen bij hun eigen geschiedenis.”
4 mei-herdenking
Het Joods Oorlogsmonument staat ieder jaar centraal bij de 4 mei-herdenking in Stadskanaal. De Stille Tocht eindigt bij het monument, waar ieder jaar andere sprekers voor worden uitgenodigd, soms ook uit Duitsland.Ook wordt het joods gebed voor de gedeporteerden gezegd. Alle namen op het monument worden voorgelezen door scholieren of volwassenen uit ons dorp. “In 1986 begonnen we op 4 mei de herdenking met de paar Joodse mensen die er nog woonden. Langzaam maar zeker kwamen er meer mensen en tegenwoordig zien we toch twee- tot driehonderd mensen die de herdenking bijwonen.”
Nationale Stiltewandeling in Rotterdam
Op 4 mei vond in Rotterdam voor de negende keer de Nationale Stiltewandeling plaats. Dit initiatief van Iddo Drevijn, oprichter van stichting Het Onverharde Pad, biedt ruimte voor bezinning in aanloop naar de Nationale Dodenherdenking. Het thema dit jaar was: ‘Wat betekent strijd in onze tijd?’
Volgens Drevijn schieten de gebruikelijke twee minuten stilte tekort. “Vroeger was de wereld trager en maakten die twee minuten indruk. In de snelle wereld waarin we leven is dat anders. Daarom wilde ik een collectief moment creëren: een uur lang in stilte wandelen, dwars door de stad, langs plekken en monumenten die herinneren aan de Tweede Wereldoorlog. In Rotterdam vind je die op bijna elke straathoek.”
Tijd voor reflectie
Dit uur stilte geeft de wandelaars de gelegenheid om te herdenken, maar ook om na te denken over de huidige tijd waarin we als samenleving opnieuw grote veranderingen doormaken. “Juist nu is het van waarde om samen stil te staan en te reflecteren op wat vrijheid voor ons betekent.”
Het pakt goed uit; elk jaar trekt de wandeling meer bezoekers, een heel diverse groep mensen. “Hoe mooi is het om in zo’n harde, moderne stad een tegenwicht te bieden met verzachting. Ik merk dat de behoefte steeds groter wordt van mensen, juist nu de wereld zo onrustig en polariserend is. Je krijgt de tijd om na te denken over het verleden en je af te vragen welke lessen je mee kunt nemen naar de toekomst. Iedereen (her)denkt op zijn eigen manier, en loopt met eigen gedachtes rond, dat maakt het zo mooi.”
Stilstaan
De start is zoals altijd om 19.00 uur op het Noordplein. Elk jaar zijn de route en het eindpunt anders. Een uur lang lopen de deelnemers door de straten en parken van de stad, langs de monumenten waar kransen liggen en vuren branden. “Precies om 20.00 uur komen ze tot stilstand en staan ze twee minuten stil.” Daar is ruimte voor een overdracht met een verhaal, een gedicht en muziek. Zo’n groep mensen die in stilte loopt maakt ook indruk op de omgeving; omstanders houden vaak spontaan in.
Herdenken bij het RAF-monument in Nieuw-Dordrecht
In Nieuw-Dordrecht vindt de jaarlijkse herdenking plaats bij het RAF-monument op de begraafplaats. Dit monument is in 1980 opgericht ter nagedachtenis aan 24 RAF-bemanningsleden die tijdens de Tweede Wereldoorlog in de gemeente Emmen zijn gesneuveld.
Leonie Ruinemans is sinds negen jaar voorzitter van Stichting RAF Monument Nieuw-Dordrecht, samen met Jeroen Bik (penningmeester), Sandra Muller, Harrie Vorsteveld en Jens Kemna. Elf jaar geleden reageerde Leonie op een oproep in de dorpskrant. Het toenmalige bestuur was op leeftijd en zocht jonge aanwas. “Op mijn basisschool de Dordtse Til, de adoptieschool van het monument, leerden we tijdens gastlessen in groep 7 en 8 over de vliegers die tijdens de oorlog in Nieuw-Dordrecht zijn neergestort. Ik vind het belangrijk dat het herdenken blijft bestaan, dus heb ik me aangemeld” vertelt Leonie Ruinemans.
Witte kerkje
De herdenking start bij het Witte Kerkje in Nieuw-Dordrecht. Vanaf daar loopt een stille tocht naar de begraafplaats. “De schoolkinderen dragen de bloemstukken. Op de begraafplaats houden we twee minuten stilte. Een trompettist speelt de Last Post, gevolgd door het Nederlandse en Engelse volkslied. Schoolkinderen lezen eigen gedichten voor. Daarna vindt de kranslegging plaats en kunnen belangstellenden langs de graven lopen” aldus Ruinemans.
Nabestaanden en veteranen
Tijdens lustrumjaren, zoals de afgelopen 4 mei, worden nabestaanden van de gesneuvelde RAF-bemanningsleden uitgenodigd, veelal afkomstig uit Engeland. “In de beginjaren kwamen er wel honderd mensen. Nu zijn dat er nog vijftien; ook zij worden ouder. Er is nog één overlevende, inmiddels 101 jaar. Hij kan de reis niet meer maken, maar we zorgen voor een liveverbinding.” Ook vindt voorafgaand aan de herdenking tijdens een lustrumjaar een dienst plaats in de kerk. Op 5 mei worden de gasten meegenomen langs de crashlocaties van de neergestorte vliegtuigen, waarna de dag gezamenlijk wordt afgesloten met een diner. “Ze vertellen ons altijd hoezeer ze dit waarderen” zegt Ruinemans. “Zo besteden we rondom Kerst aandacht aan de graven door er kerststukjes en lichtjes neer te zetten. Zo tonen we ook de nabestaanden dat er nog altijd zorg en respect is.”Naast de nabestaanden van gesneuvelde RAF-bemanningsleden zijn er ook al ruim dertig jaar leden van The Royal British Legion aanwezig bij de herdenking. Dit zijn Engelse veteranen die in Duitsland wonen. “Zij lopen voorop met de vaandels en brengen later achter de graven een eresaluut. Dat is altijd indrukwekkend om te zien,” vertelt Ruinemans.
Tot slot organiseert de gemeente een aantal weken na 4 mei een diner voor alle herdenkingscomités binnen de gemeente Emmen. Ruinemans: “Daar horen we hoe het elders is verlopen en leren we van elkaars ervaringen. Dat is heel waardevol.”
Dit artikel verscheen eerder in NC Magazine nr. 28 (najaar 2025). Het artikel is geschreven door Linda Huijsmans en Dorine van der Wind, de foto’s zijn van Ben Houdijk.