Vijf mei zal een enerverende dag worden voor schrijver en presentator Splinter Chabot: ’s middags houdt hij de Vrijheidslezing in Utrecht, daarna is zijn podium het ponton op de Amstel en presenteert hij het 5 mei-concert. “Ik denk helaas dat het steeds gemakkelijker wordt om aan jongeren uit te leggen wat de betekenis is van Bevrijdingsdag.”
Ze bellen me vast voor advies over een Instagram-campagne ofzo, dacht Chabot toen hij een gemiste oproep op zijn mobiel had van het Nationaal Comité 4 en 5 mei. Een beetje verbijsterd was hij wel, toen hij vervolgens gevraagd werd voor deze eervolle ‘klussen’. En hij dacht terug aan een bezoek in Servië. “Daar is de politie niet je beste vriend en moest ik nadenken over of ik een roze trui aan kon doen met mijn glittersokken.” Maar Nederland als het ultiem vrije land waar je alles kunt zeggen en doen, is ook niet de realiteit, ervaart de schrijver. “Ik heb voor mijn boek Conffettiregen over mijn coming-out zeker honderd scholen bezocht, lezingen gegeven, ben met klassen in gesprek gegaan. Wat betekent vrij zijn? Elke huidskleur te mogen hebben, elke religie of elke seksuele geaardheid te mogen aanhangen, dat is vrijheid. Toch waren er leerlingen die me vertelden het gevoel hebben niet te mogen bestaan. Die zich niet geaccepteerd voelden in de samenleving of in de klas.”
Chabot herkent dat gevoel. Hij worstelde in zijn tienerjaren met zijn geaardheid. En ook al is hij nu openlijk homo, gemakkelijk is het niet. Als homo slaan soms deuren voor hem dicht. “Er zijn scholen waar ik niet mag komen spreken. Er zijn boekhandels die mijn boek niet verkopen, omdat het ‘homopropaganda’ zou zijn. Laatst wilden enkele ouders van een streng-islamitische school hun kinderen thuishouden op de dag dat ik zou komen. De dappere schoolleiding zei: “Die kinderen moeten naar school, school is verplicht, anders volgt er een 1”, en alle leerlingen kwamen. Voor zo’n optreden op een school trek ik een blauw pak aan, niks flamboyants. Ik sta daar al met 6-o achter. En ergens voel ik ook verwantschap, want dat meisje met haar hoofddoek weet net als ik wat uitsluiting is. Zij kent ook de onzichtbare wetten van de samenleving.” Als hij met zijn vriend door Amsterdam loopt, zijn er de afkeurende blikken, scheldwoorden, klodders spuug. Er was een vader met een kindje op de arm die Chabot en zijn vriend uitschold. “Mijn vriend met zijn Uggs en lipgloss kan een magneet zijn van haat.” Is het niet op straat, dan is de virulente homohaat voelbaar in zijn DM-inbox. Ja, die vele negatieve reacties zijn soms beangstigend, maar het weerhoudt hem er niet van zich te manifesteren. Chabot is van de barokke vergelijkingen en van de filosofische terzijdes. “Je moet iets voelen van onvrijheid om de waarde van vrijheid te begrijpen”.
Vandaag in Amsterdams grand-café De Plantage is hij gestoken in een blauw pak (“Beetje saai hè”), hij heeft een strak afspraken-schema voor de boeg. En dan zit hij ook nog in de allerlaatste schaaf-fase van zijn roman Twee prinsen. Net dertig jaar geworden, maar Chabot is al een aantal jaren alom tegenwoordig: in de literaire scene (o.a. Confettiregen, Roze brieven, met zijn ouders en broers schreef hij het Boekenweekgeschenk 2024: Gezinsverpakking), in televisieland (o.a. presentator van talkshow SPLINTR!, Moltalk), op Instagram en in verschillende podcasts. Hij was voorzitter van de JOVD, nam deel aan Wie is de Mol, ging op zoek naar zijn wortels en is een graag geziene gast aan talkshowtafels.
Splinter Chabot mag de Vrijheidslezing houden, allerlei gedachten dwarrelen al door zijn hoofd, de huidige wereldpolitiek levert wrang genoeg bakken inspiratie op. Met zijn drie broers had hij het er laatst over, wat als… Zouden ze in het leger gaan om Nederland te dienen? Om voor de vrijheid in Europa te vechten? “Ik weet niet of ik zou vechten als de nood aan de man komt. Ik hoop het. We moeten terugslaan. Van meerdere kanten is onvrijheid in opkomst: het religieus-dogmatisme is gevaarlijk, de annexatiepolitiek van Trump en Poetin, de groeiende nationalistische en rechts-extremistische organisaties.” ‘Wat als de Russen komen’, is niet meer een belegen opmerking daterend uit de Koude Oorlog. Chabot voelt onrust over de oorlog op de flanken van Europa, het ongegeneerde machtsvertoon van Poetin. 5 mei was lang ‘gewoon een leuke, vrije dag’, zegt hij. “De onvrijheid komt dichterbij. Ik denk helaas dat het steeds gemakkelijker wordt om aan jongeren uit te leggen wat de betekenis is van Bevrijdingsdag. Vrijheid is zuurstof. Zolang het er is, merk je het niet. Pas als het er niet meer is, weet je wat je mist.”
Even later: “Tien jaar geleden had je me niet de vraag gesteld of ik bereid zou zijn te vechten voor mijn vrijheid. Zelensky die Nederland bezoekt, ik krijg er elke keer kippenvel van. We denken na over een noodpakket en wat daar in moet, Rutte die als NAVO-chef zegt dat we op dit moment niet in oorlog zijn, maar dat we ook niet echt in vrede zitten. Je voelt dat er iets zwaarders meereist in al die boodschappen, dat eigenlijk gevraagd wordt: Kunnen we nog een offer brengen? Lang waren we in Nederland verwend en dachten we onze tanks niet nodig te hebben.” (Met een lachje) “Dat had Rutte ook niet gedacht toen hij als minister-president jarenlang onbekommerd bezuinigde op Defensie.”
Dit artikel verscheen eerder in NC Magazine nr.29 (voorjaar 2026). Het artikel is geschreven door Larissa Pans, de foto is van Paul Tolenaar.