Het Molukse verhaal van Kamp Westerbork

Herinneringscentrum Kamp Westerbork gaat meer aandacht besteden aan de Molukse geschiedenis van het kamp. Van 1951 tot 1971 werden voormalig KNIL-militairen en hun families er gehuisvest en heette het Woonoord Schattenberg. “In de vaste expositie is een klein deel gewijd aan dat verhaal, dat vonden we wel erg weinig.”

door Bjarn van den Berg, foto’s Sake Elzinga

Halverwege het terrein van voormalig Kamp Westerbork, voorbij de twee goederenwagons van het type dat voor deportaties uit dit Judendurchgangslager werd gebruikt, staan aan de linkerkant vier witte raamkozijnen. Die herinneren niet aan de 107.000 Joden, Roma en Sinti die vanaf deze plek naar veelal Oost-Europese vernietigingskampen gedeporteerd werden, maar staan symbool voor een andere geschiedenis die zich op precies hetzelfde terrein afspeelde: de kozijnen zijn afkomstig uit een keuken van Molukse families, die hier van 1951 tot 1971 gehuisvest werden.

“Dat gedenkteken is het enige Molukse monument op het kampterrein”, vertelt Joost Tanasale, communicatiemedewerker in het herinneringscentrum in Hooghalen. Bertien Minco, directeur van Herinneringscentrum Kamp Westerbork vult aan: “Ook in de vaste expositie is maar een klein gedeelte aan het Molukse verhaal gewijd, dat vonden we wel erg weinig. Want niet alleen de Holocaust heeft hier belangrijke sporen achtergelaten, ook de dekolonisatie. De Molukkers zaten hier onder erbarmelijke omstandigheden, in hetzelfde akelige barakkendorp met prikkeldraad als de Joden, Sinti en Roma.”

Molukse mannen waren zeer gewilde soldaten voor het Koninklijk Nederlands-Indisch Leger (KNIL) en vochten tijdens de Indonesische Onafhankelijkheidsoorlog (1945-1949)  mee aan Nederlandse zijde. Daardoor konden ze na de Indonesische onafhankelijkheid niet terugkeren naar de Molukken. Zo’n 4000 KNIL-militairen kwamen met hun families terecht in Nederland en werden onder meer ondergebracht in voormalig Kamp Westerbork, dat vanaf toen Woonoord Schattenberg heette. Minco: “De Molukkers zouden er tijdelijk verblijven, maar het werd ruim twintig jaar.”

Al enige tijd worden er in Herinneringscentrum Kamp Westerbork Schattenbergrondleidingen gegeven – ook door oud-bewoners – en de Molukse gemeenschap organiseert er zelf herdenkingen. Maar vanwege die lange Molukse woongeschiedenis, en omdat het verhaal niet bij iedereen bekend is, vonden Minco en Tanasale het hoog tijd om het nog meer onder de aandacht te brengen. Het jaar 2026 werd omgedoopt tot ‘themajaar Schattenberg’, aangezien het in maart precies 75 jaar geleden was dat de eerste Molukkers er kwamen wonen. De geschiedenis kreeg landelijk meer aandacht toen premier Jetten afgelopen juni namens de Nederlandse regering excuses aanbood voor de manier waarop Molukkers destijds behandeld werden. Zo volgde na aankomst in Nederland een harteloos ontslag uit militaire dienst.

In het kader van het themajaar opende ook de tentoonstelling Maria Austria was hier, te zien tot 2027. “De Joodse fotograaf Maria Austria bood een uitkomst,” zegt Minco, “omdat zij twee grote geschiedenissen van deze plek representeert.” De moeder, zus en broer van Austria zaten tijdens de Tweede Wereldoorlog gevangen in Westerbork en in 1952 bezocht Austria Schattenberg om er een Moluks orkest te fotograferen. In de expositie zijn niet alleen die foto’s te zien, maar ook beelden die Austria in Amsterdam maakte in de onderduik én haar naoorlogse theaterfotografie. Ook kun je op grote schermen die tegenover elkaar staan naar twee losstaande slideshows kijken, waarvan de ene het Holocaust- en de andere het Schattenbergverhaal vertelt. “Dat voelt enorm”, aldus Minco.

Ze omschrijft het als een ‘hele eenvoudige, maar ook complexe opdracht’ om het verhaal van zowel de Holocaust als Schattenberg naast elkaar te vertellen. “Het gaat er niet om welk verhaal langer of erger is. Maar het kennisniveau dat wij hier over de Holocaust hebben, hebben we nog niet over Schattenberg. We hebben archieven met documenten, spullen en foto’s, maar dat alles is nog niet ontsloten. En we hebben simpelweg nog weinig ervaring met het presenteren van de Schattenberggeschiedenis. Dit themajaar is wat dat betreft eveneens een soort pilot, we kunnen er ervaring mee opdoen.”

Tanasale heeft een Molukse achtergrond, Minco een Joodse. Dat helpt bij het vertellen van beide verhalen, zegt Tanasale. “Het zorgt voor vertrouwen binnen de gemeenschappen. Een andere collega is het aanspreekpunt voor de Molukse gemeenschap, die legt contacten, doet kennis op. Dan hoor je: ‘O, er werken ook Molukkers bij jullie, dat is fijn’.” Minco haakt daar op in: “Eigenlijk wil ik op elk functieniveau iemand met een Molukse achtergrond hebben, zodat Joost niet de enige Molukker van dienst is hier, zoals ik de enige Jood van dienst ben. Hoe dan ook voelt het als een grote eer om als representanten van onze gemeenschappen bij te dragen aan de wijze waarop de verschrikkelijke geschiedenissen herinnerd worden.”

En dan zijn er ook nog andere geschiedenissen te vertellen: Kamp Westerbork ontstond in 1939 als opvangkamp voor Duits-Joodse vluchtelingen en was na de oorlog, tussen 1945-1951, achtereenvolgens ook nog een internerings-, militair en repatriëringskamp. Bij het herinneringscentrum wordt hard gewerkt om aan die gelaagde geschiedenis recht te doen, zeggen Minco en Tanasale. Er zal een volledig nieuw museum gebouwd worden, met meer ruimte voor alle verhalen én de vele bezoekers.

Andere vernieuwingen die op de planning staan: langs de Herdenklaan komen monumenten ter herinnering aan de transporten uit Westerbork en het vrij lege kampterrein wordt ‘meer tastbaar’. Dat betekent onder andere dat er op het kampterrein uiteindelijk ook een Molukse zone ingericht wordt. Hoe die er precies uit gaat zien, daar kunnen ze nog niet veel over zeggen. Minco: “Dat gaan we invullen in samenspraak met de Molukse gemeenschap. We willen dat zorgvuldig doen, in kleine stappen.”

Tooltip contents