Op de seconde bereiden zij zich voor. Met hun kalme stem en hun standvastige voorkomen zijn zij de onmisbare schakel bij herdenkingen. Een ode aan vijf afzwaaiende ceremoniemeesters van verschillende toonaangevende herdenkingen in het land die hun publiek jaar na jaar tot stilte brachten.
“Als ceremoniemeester bereid ik de herdenking tot op de seconde voor. Om precies acht uur laat ik het los”
Jos Coumans was jarenlang voor veel Nederlanders een baken van herkenning als ceremoniemeester van de Nationale Herdenking op 4 mei. Dit jaar liet Coumans zijn stem nog één keer klinken op de Dam. Na 9 jaar geeft hij het stokje door aan zijn opvolger Frank van Sprang.
“Toen ik via Defensie gevraagd werd ceremoniemeester te worden bij de Nationale Herdenking op de Dam, voelde het direct als een grote eer om bij te dragen aan het herdenken van de slachtoffers. Het is belangrijk werk. Ik ben officier bij de Mariniers geweest en heb gezien wat oorlog in een samenleving veroorzaakt. Die menselijke kant had vaak meer mijn interesse dan de manier waarop de militaire strijd was gevoerd.
Vaak raken mensen door toeval betrokken bij geweld zoals een bombardement, maar de gevolgen ervan werken nog generaties lang door. Al die persoonlijke verhalen maken deze functie zo boeiend. Ik probeer me te verdiepen en in te leven in wat mensen op 4 mei om 8 uur bezighoudt. Waar zijn hun gedachten? Waarom willen ze twee minuten stil zijn?
Om acht uur lees ik als ceremoniemester het zogeheten Memorandum voor. Dat is een tekst waarmee al sinds 1946 het kader van de Nationale Herdenking wordt aangegeven en waarin is geformuleerd wie we herdenken op 4 mei. De vorm en inhoud van de herdenking en viering zijn blijvend in ontwikkeling. De meest actuele aanpassing in mijn tijd vond plaats in 2022, toen het Nationaal Comité “de koloniale oorlog in Indonesië” opnam in het memorandum als verwijzing naar alle Nederlandse en Indonesische slachtoffers die vielen in de periode 1945-1949. Dit was in lijn met de excuses die de minister-president maakte naar aanleiding van het verschijnen van de resultaten van onderzoek daarnaar. Dat soort wijzigingen kun je niet zomaar op een achternamiddag aanbrengen en vragen om veel zorgvuldigheid.
Een van de herdenkingen die mij in het bijzonder is bijgebleven is die van 2020. Niet alleen omdat die plaatsvond op een volstrekt lege Dam – Nederland zat middenin de eerste corona-lockdown – maar ook vanwege de toespraak van de koning. Die maakte grote indruk.
Zelf heb ik de verhalen over de Tweede Wereldoorlog via mijn ouders en grootouders overgedragen gekregen, maar op 4 mei denkt iedereen aan zijn eigen oorlog. Dat kan ook die in Gaza of Oekraïne zijn. Als ceremoniemeester bereid ik de herdenking tot op de seconde voor. Om precies acht uur laat ik het los. Dan is iedereen even helemaal alleen met zijn eigen gedachten.”
“Je moet een toegevoegde waarde hebben, maar niet opvallen”
Angelique Jansen is sinds 1985 als ceremoniemeester verbonden aan de Nationale Herdenking 15 augustus 1945 in Den Haag. Ze draagt het stokje over aan de volgende generatie.
“In mijn eerste jaar presenteerde ik de concerten van het Orkest van de Koninklijke Landmacht, dat toen het begeleidende orkest was bij de herdenking. Aan de dirigent werd gevraagd of hij nog iemand wist die ceremoniemeester kon zijn. Hij dacht aan mij, en zo is het balletje gaan rollen.
In de loop der jaren veranderde er veel. Voor de komst van het Indisch Monument vond de herdenking plaats op verschillende locaties. Er was destijds een binnen- én een buitenprogramma; later bleef alleen het buitenprogramma over. En sinds de live-uitzending op tv, praat ik vanuit de regiekamer alles aan elkaar. Ik kom niet meer in beeld, prima en begrijpelijk, want alles moet sneller op elkaar aansluiten.
Toch blijft het ook na zoveel ervaring elk jaar spannend. Ben ik in staat er een gedenkwaardige herdenking van te maken? Gelukkig heb ik me in al die jaren nooit versproken. Er is altijd een goede briefing vooraf, vooral over de uitspraak van namen. Die schrijf ik fonetisch op. Wel spannend was altijd het loopje op mijn hakken over het veld naar de sprekersstoel.
Het hoogtepunt is voor mij telkens hetzelfde: als het officiële gedeelte is afgesloten en bezoekers me vertellen dat ze een goede herdenking hebben gehad. Zeker wanneer de mensen die er direct bij betrokken zijn en zelf de gruwelen van de oorlog hebben meegemaakt dat zeggen. Dat groepje wordt helaas steeds kleiner, en dat is verdrietig om te constateren.
Er is echter ook reden tot optimisme. Het goede nieuws is dat zoveel jonge mensen de handdoek oppakken en zich inzetten voor de herdenking. De belangstelling is alleen maar toegenomen. Ze spelen niet alleen een rol bij de uitvoering, maar ook in het beleid van de stichting. Om hen de kans te geven, wil ik het stokje zelf graag doorgeven aan de volgende generatie. Daarom heb ik dat aangekaart bij het bestuur, maar als er nog niemand is, doe ik het met liefde nog een jaar! Mijn tip aan mijn opvolger is mijn eigen stijlregel: je moet een toegevoegde waarde hebben, maar niet opvallen.”
“De verhalen van de veteranen raken me nog steeds en moeten verteld blijven worden”
Roger Beets begon in 1995 als kaartjesknipper bij de Airborne Wandeltocht in Oosterbeek en werd uiteindelijk ceremoniemeester bij het Airborne-monument in Arnhem. Bij zijn afscheid kreeg hij het beeldje Arnhems Meisje van burgemeester Ahmed Marcouch.
“De hele maand september is Airborne-maand in deze regio en dat is voor ons altijd een drukke periode. We beginnen met de Airborne Wandeltocht in Oosterbeek, de grootste eendaagse herdenkingswandeltocht waar jaarlijks tienduizenden mensen uit binnen- en buitenland aan meedoen. Daar begon ik in 1995 als kaartjesknipper en zo ben ik er langzaam ingerold. Tot op de dag van vandaag ben ik op die dag de spreekstalmeester en dat doe ik met veel plezier.
Rond 17 september vinden de officiële herdenkingen van de Slag om Arnhem, onderdeel van Operatie Market Garden, plaats. Bij de herdenking in Arnhem, onderaan de John Frostbrug, was ik van 2013 tot 2022 ceremoniemeester. Pouwel Vos was destijds ceremoniemeester bij die officiële Airborne Herdenking en vroeg mij er in 2004 bij. Eerst verleende ik alleen hand- en spandiensten, maar toen hij ziek werd heeft hij mij ingewerkt in de rol van ceremoniemeester. Dat heb ik tien jaar gedaan.
Een van mijn hoogtepunten was in 2024. Toen werd ik verrast door koning Charles III van het Verenigd Koninkrijk, die mij de onderscheiding van Member of the Most Excellent Order of the British Empire verleende voor mijn bijdragen aan de herdenkingen en de support aan de WOII-veteranen in de afgelopen dertig jaar.
Door de jaren heen heb ik wel gemerkt dat het steeds complexer en duurder wordt om dit soort manifestaties te organiseren. Er worden hoge eisen gesteld aan de veiligheid en het milieu. Bij de parachutelandingen op de Ginkelse Heide, bijvoorbeeld, komen soms meer dan honderdduizend mensen. Je moet heel wat uit de kast trekken om dat in goede banen te leiden. Toen ik net begon bij de Wandeltocht, bestond de vergunningsaanvraag uit een paar pagina’s. Nu is het een boekwerk van ruim zeshonderd bladzijdes. Toch blijft belangrijk om deze evenementen te blijven organiseren. De verhalen van de veteranen raken me nog steeds en moeten verteld blijven worden. Zij hebben zoveel doorgemaakt in hun strijd voor onze vrijheid. Daar mogen we af en toe best bij stilstaan.”
“Op het podium wil ik verder kijken dan de Joodse wereld en ruimte geven aan wie zich met ons verbindt”
Linda Clewits neemt afscheid als ceremoniemeester van de Nationale Holocaust Herdenking, die elke laatste zondag van januari plaatsvindt in Amsterdam. Zij is sinds februari de nieuwe voorzitter van het Nederlands Auschwitz Comité, waarvan zij al jarenlang deel uitmaakt.
“De eerste keer dat ik de herdenking mocht leiden, was vanzelfsprekend spannend. Ik was bang me te verspreken. Als voorbereiding heb ik andere herdenkingen teruggekeken en zag dat mijn voorganger zich ook wel eens versprak. Dat was helemaal niet erg. Zelfs burgemeester Halsema had dat wel eens, zag ik. Dat gaf me rust.
Voorbereiding is essentieel. Ik probeer mijn Amsterdamse accent wat te neutraliseren en rustig te praten. Ik wil geen bril op, dus ik heb de teksten heel groot uitgeprint. Verder is een goede opnameleider alles. Die geeft mij een seintje wanneer ik iets moet zeggen, daar wacht ik braaf op. Er was één jaar waarin het optreden niet stopte en steeds hetzelfde deuntje klonk, maar het was niet mijn taak daar iets van te zeggen. Een volgende keer zou ik dat wel doen. Maar nee, er zijn nooit grote dingen misgegaan.
Tijdens de herdenking zelf voel ik niet direct de aanwezigheid van het grote publiek. Ik ben redelijk ontspannen. Dat hoor ik ook terug van mensen die erbij waren: dat ik zo rustig en duidelijk ben. Of ze zeggen: je staat er met zoveel flair, terwijl ik dat zelf niet zo ervaar. Ik hoef niet zo nodig in het middelpunt te staan, maar ik vind herdenken belangrijk om er energie in te stoppen.
Ik ben een mens van verbinden en wil de polarisatie tegengaan. Op het podium wil ik verder kijken dan de Joodse wereld en ruimte geven aan wie zich met ons verbindt. Zoals vorig jaar Herman van Veen. De wens om hem uit te nodigen had ik al jaren, maar dat was nog nooit gelukt. Het bleek een heel goede keuze want het was niet alleen een prachtig optreden maar ik hoorde hem later ook in verschillende programma’s over de herdenking spreken. Zo bereik je veel mensen.
Ook bij de jongerenreizen die het comité organiseert, staat verbinding centraal. Islamitische jongeren reizen mee naar Auschwitz. Ik denk vanuit de Joodse gedachte: red je één mens, dan red je de wereld. Ik ben altijd op zoek naar verbinding, heb ook contact met imams. Als je bundelt, heb je meer kracht; zonder je eigen identiteit als comité te verliezen.”
“Omdat ik ervaring had als radiopresentator nam ik de rol van ceremoniemeester op me”
Toen twee homoseksuele mannen in 1970 op 4 mei een krans wilden leggen op de Dam in Amsterdam, werden ze door de politie verwijderd. Het idee voor een eigen Homomonument begon daarna te groeien. Het kwam er in 1987. Menne Vellinga maakte er dertig jaar lang een professioneel georganiseerde bijeenkomst van. Onlangs is hij afgezwaaid.
“De gemeente wilde ons een klein hoekje op het Museumplein geven, maar wij wilden echt een eigen plek. Dat werd de Westermarkt, vlak bij de Westerkerk aan de Keizersgracht in Amsterdam. Daar ligt nu al bijna veertig jaar een eenvoudig maar sprekend monument dat bestaat uit drie roze granieten driehoeken die onderling verbonden zijn en één grote driehoek vormen, ontworpen door Karin Daan. Het verleden wordt gesymboliseerd door de driehoek op straatniveau met de tekst: ‘Naar vriendschap zulk een mateloos verlangen’. Het heden is de driehoek met de treden die naar het water aflopen en waar ieder jaar de bloemen en de kransen worden neergelegd. De verhoogde driehoek midden op het plein symboliseert de springplank naar de toekomst.
De eerste keer, in 1988, kwam een bescheiden groepje mensen opdagen dat om acht uur twee minuten stilte hield en bloemen neerlegde. In die tijd kwam ik zelf vaak bij de Indiëherdenking in Amstelveen en daar waren onder meer een militaire kapel en een ceremoniemeester die alle namen van de kransenleggers noemde. Zo wilde ik het ook; professioneel en goed georganiseerd. Omdat ik ervaring had als radiopresentator nam ik de rol van ceremoniemeester op me. Ik kondigde de kransenleggers aan en zorgde dat het om acht uur stil was. Langzaam maar zeker wilden steeds meer organisaties meedoen – nu zijn het er ieder jaar zo’n 45 – en werd het steeds meer werk om alles in goede banen te leiden. Tegenwoordig mogen we de bloemen en kransen in de Westerkerk klaarleggen, waar ze op de juiste volgorde door de juiste mensen opgehaald en naar het monument gebracht worden.
Ik heb het dertig jaar gedaan. In 2024 heeft Pim van Nugteren het van me overgenomen. Pim is van een andere generatie dan ik en hij doet het goed. Ik kan het met een gerust hart aan hem overlaten.
De herdenking op 4 mei en de viering de dag erna worden nog ieder jaar goed bezocht. Er staan nu ook artiesten op het podium die ik niet ken, maar ze spreken de nieuwe generatie aan en dat is belangrijk. Want de tolerantie voor iedereen die afwijkt van het gemiddelde moeten we blijven koesteren. Meer dan ooit.”
Dit artikel verscheen eerder in NC Magazine nr. 28 (najaar 2025). Het artikel is geschreven door Dorine van der Wind en Linda Huijsmans, de foto’s zijn van Rogier Veldman.