De grootsheid van de oorlog terugbrengen tot één persoon

Je kwetsbaar opstellen voor een klas vol pubers door je pijnlijke familiegeschiedenis uit de oorlog met hen te delen.  Dat is wat de tweehonderd gastsprekers van het Landelijk Steunpunt WOII-Heden doen. Jaarlijks geven ze samen 2.000 gastlessen op scholen, bij herdenkingen en in diverse media. Ze bereiken daarmee 48.000 leerlingen. De motivatie van de gastsprekers varieert, maar ze hebben gemeen dat ze – juist nu in tijden van oorlog en polarisatie – met jongeren in gesprek willen over wat oorlog betekent.  

Sipke Witteveen is coördinator van het Steunpunt, dat al sinds 1999 integraal onderdeel is van Herinneringscentrum Kamp Westerbork. Samen met zijn collega’s zorgt hij voor de juiste match tussen een school en een gastspreker. Witteveen: “Ongeveer de helft van onze gastsprekers maakte als kind de Tweede Wereldoorlog mee. De andere helft bestaat uit mensen van de tweede, derde of zelfs vierde generatie. Met hun authentieke familie-ervaring geven ze verdieping aan het geschiedenisonderwijs, en steeds vaker ook aan burgerschapslessen. De verhalen van onze gastsprekers zijn Joodse familiegeschiedenissen, of gaan over verzet, Nederlands-Indië, burgerervaringen, Roma en Sinti, een NSB-verleden, VN-missies, of Molukse herinneringen van mensen die in Schattenberg geboren zijn.”

Anders zijn
Een van de gastsprekers uit de eerste generatie is de Joodse Josua Ossendrijver. Hij wordt in 1943 geboren op een onderduikadres. Tien minuten na zijn geboorte staat zijn moeder hem af. Vader, moeder en broertje David wacht een gruwelijk lot: ze zijn verraden en worden vijf maanden later in Auschwitz vermoord. Josua groeit als Klaas Slegt op bij zijn pleegouders. Hij weet niet dat hij een Joods kind is. Zijn hele leven zijn er aanwijzingen dat hij anders is, maar pas als hij 67 jaar is ontdekt hij zijn ware identiteit. Josua: “Toen voelde ik eindelijk rust.” Josua geeft sinds 2013 zestig gastlessen per jaar, door het hele land heen. Daarin koppelt hij zijn eigen ‘anders zijn’ in de oorlog aan uitsluiting op het schoolplein. Hij vraagt de leerlingen wat zij doen als een klasgenoot gepest wordt.         

Geschikte spreker
Witteveen noemt de gastsprekers ‘het goud dat op de plank ligt’. Hij en zijn collega’s kaderen met de gastspreker de onderwerpen in de verhalen af: “Je kunt in een lesuur niet alles vertellen. Ook willen we niet dat de leerlingen met een steen in hun maag naar huis fietsen.” Het team bevraagt de school: “Als ze bezig zijn met Nederlands-Indië, dan zoeken wij daar een geschikte gastspreker bij.” Dat kan ook het verhaal van gastspreker Wim Ensing (1959) zijn. De ouders van de gepensioneerd docent Geschiedenis zijn in de oorlog aangesloten bij de NSB, net als tientallen andere jonge boeren in het Drentse dorp Peize. Vader doet in de oorlog tegenstrijdige dingen: hij staat op de uitkijk bij een razzia, maar helpt tegelijkertijd mensen in het verzet aan onderduikplekken. Na de oorlog zit hij 2,5 jaar gevangen, onder andere in Kamp Westerbork. Als jongen van 16 komt Wim achter dit NSB-verleden. Nu vertelt hij aan leerlingen uit groep 7 en 8 en de onderbouw van het voortgezet onderwijs over zijn vader, zoals hij zelf zegt ‘zonder gêne’: “Vader was een aardige man die slechte keuzes maakte. Ik laat die andere kant van de medaille zien en vraag de leerlingen bijvoorbeeld wat het gedrag van mijn vader over míj zegt.”   

Gewone mensen
“Sommige gastsprekers zijn beter met basisschoolleerlingen en andere met die van de middelbare school”, zegt Sipke. “De kracht zit ‘m erin dat de gastsprekers gewone mensen zijn. Een oude meneer of mevrouw die op de hoek woont, met wie je een bijzondere ontmoeting hebt. Wij brengen de grootsheid van oorlog terug tot één persoon. Leerlingen – én ook docenten – geven ons terug dat ze nog nooit zo over oorlog nagedacht hebben. Sommige gastsprekers zeggen dat zij zelf door de lessen ook makkelijker in familiekring over hun ervaringen kunnen praten.” Josua kreeg eens de onverwachte vraag van een leerling ‘wat zou u tegen uw moeder willen zeggen’? Hij was er even stil van. Toen antwoordde hij dat hij haar zou bedanken dat ze hem twee keer het leven heeft geschonken, bij zijn geboorte én toen ze hem afstond

Energie
Dat gastsprekers van allerlei leeftijden zijn, bewijst Plony Irrgang–van Buschbach (1978) die werkzaam is als leidinggevende in een ziekenhuis en in haar vrije tijd langs de klaslokalen gaat. Zij vertelt: “Mijn vader was gastspreker en ik wil dit voortzetten. Ook nu is er weer oorlog en ik laat kinderen zien wat er dan kan gebeuren. Als jongen van 19 jaar moest mijn vader voor de Arbeitseinsatz naar Duitsland. Na een ontsnapping viel hij toch weer in handen van de Duitsers, die hem gevangen zetten in verschillende concentratiekampen. Hij kwam de oorlog door. Ondanks alle ontberingen, ziekte en een pistool van een SS’er op zijn hoofd was mijn vader een optimistische man. Ik krijg van de lessen enorm veel energie.” 

Toenemende vraag
Sipkes team ziet een toenemende vraag naar gastsprekers. “Waarschijnlijk mede door het besef dat de eerste generatie er nog is. Oorlog is helaas ook dichterbij dan we lange tijd voor mogelijk hielden. Onze gastsprekers zijn er niet gerust op. Ze vinden het moeilijker om erover te praten, maar zeggen dat ze zich juist nu willen inzetten.” 


Dit artikel verscheen eerder in NC Magazine nr. 29 (voorjaar 2026). Het artikel is geschreven door Anita van Stel, de foto’s zijn van Lief van Siets Fotografie.

Tooltip contents