Soesterberg, 'Monument voor Gefusilleerde Verzetsmensen'
- Locatie
-
Verlengde Paltzerweg 3
3769 ZK Soesterberg (Soest) - Onthulling
- 1946
- Herdachte groep(en)
- – verzet Nederland
- Geadopteerd door
- – De Egelantier
Soesterberg, 'Monument voor Gefusilleerde Verzetsmensen'
Vorm en materiaal
Het 'Monument voor Gefusilleerde Verzetsmensen' op vliegbasis Soesterberg (gemeente Soest) is een eikenhouten kruis met gedenkplaatje. Bij het kruis is een bloemperk aangelegd. Het gedenkteken is 1 meter 50 hoog, 70 centimeter breed en 20 centimeter diep.
Tekst
De tekst op het gedenkplaatje luidt:
'HIER WERDEN VELE NEDERLANDERS
DOOR DUITSE HAND GEFUSILLEERD
1940 - 1945'.
Wijziging
Later is een tweede tekst toegevoegd:
'HIER WERDEN VELE NEDERLANDERS
DOOR DUITSE HAND GEFUSILLEERD.
R.O.I.V. SOEST.'
Symboliek
Het kruis staat symbool voor het offer dat 33 verzetsmensen brachten voor een leven in vrijheid.
Locatie
Het monument is geplaatst op de militaire vliegbasis aan de Verlengde Paltzerweg te Soesterberg (gemeente Soest). Hier bevindt zich ook het 'Monument voor Gevallen Vliegers'. Het terrein is niet vrij toegankelijk en alleen te bezoeken met toestemming van de vliegbasis Soesterberg. Ook is het moeilijk toegankelijk voor mindervaliden.
Bronnen
Bureau Voorlichting Vliegbasis Soesterberg
0346 - 33 61 00
bicssb@thgssb.af.dnet.mindef.nl
Het 'Monument voor Gefusilleerde Verzetsmensen' op vliegbasis Soesterberg (gemeente Soest) is een eikenhouten kruis met gedenkplaatje. Bij het kruis is een bloemperk aangelegd. Het gedenkteken is 1 meter 50 hoog, 70 centimeter breed en 20 centimeter diep.
Tekst
De tekst op het gedenkplaatje luidt:
'HIER WERDEN VELE NEDERLANDERS
DOOR DUITSE HAND GEFUSILLEERD
1940 - 1945'.
Wijziging
Later is een tweede tekst toegevoegd:
'HIER WERDEN VELE NEDERLANDERS
DOOR DUITSE HAND GEFUSILLEERD.
R.O.I.V. SOEST.'
Symboliek
Het kruis staat symbool voor het offer dat 33 verzetsmensen brachten voor een leven in vrijheid.
Locatie
Het monument is geplaatst op de militaire vliegbasis aan de Verlengde Paltzerweg te Soesterberg (gemeente Soest). Hier bevindt zich ook het 'Monument voor Gevallen Vliegers'. Het terrein is niet vrij toegankelijk en alleen te bezoeken met toestemming van de vliegbasis Soesterberg. Ook is het moeilijk toegankelijk voor mindervaliden.
Bronnen
- Gemeente Soest;
- Mevrouw Marion ter Horst-Siedenburg;
- Comité Herdenking Februaristaking 1941;
- De drieëndertig van Soesterberg van J.W. Ooms en B.J. van Os (Baarn, Boschen Keuning, 1974). ISBN 90 2464 1640.
Bureau Voorlichting Vliegbasis Soesterberg
0346 - 33 61 00
bicssb@thgssb.af.dnet.mindef.nl
Het 'Monument voor Gefusilleerde Verzetsmensen' in Soesterberg (gemeente Soest) is opgericht ter nagedachtenis aan 'de 33 van Soesterberg'. De Duitse Weermacht heeft deze verzetsmensen op 19 november 1942 in het geheim geëxecuteerd.
De namen van de gefusilleerden luiden:
Verzetsgroep Deventer-Terwolde-Twello-Voorst: Klaas Bakker, Hendrik Eekhuis, Jan Eekhuis, Gerrit van 't Einde, Bernard Immerzeel, Wilhelmus Lenssen, Cornelis Lugthart, Wilhelm van der Maten, Gerrit Nieuwenhuis, Anton Siedenburg, Franciscus Teelen, Frederik de Weerd, Willem de Weerd, Gerrit van Werven.
Verzetsgroep Amsterdam: Willem Auener, Willem Bouwhuis, Johannes Gerritze, Johannes Glas, Abraham Haspels, Wilhelmus Kraan, Thomas Prins, Cornelis van Teeseling, Heike Top, Carl Vastenhoud, Antoon Wolfswinkel, Bertus Wolfswinkel, Johan IJsberg.
Verzetsgroep Oranjevendel, Hengelo: Martinus Cavaljé, Henri Moquette, Gerrit Prinsen, Gerrit Wilmink.
Onafhankelijken: Pieter van den Heuvel en Johannes Rodert.
De verzetslieden die in het bos bij de militaire vliegbasis van Soesterberg werden gefusilleerd, waren vanaf het eerste uur betrokken bij het verzet en kwamen voornamelijk uit Hengelo (verzetsgroep 'het Oranjevendel'), Deventer en de omgeving van Amsterdam. De meesten van hen zijn opgepakt doordat ze werden verraden.
De enige die vanwege zijn jeugdige leeftijd niet gefusilleerd werd, was de 17-jarige Christian Lugthart uit Voorst. Hij heeft tot aan het einde van de oorlog in verschillende kampen gezeten. Zijn vader, Cornelis Lugthart, die invalide was en beide benen miste, werd op een stoel gebonden en tussen zijn medestrijders geplaatst voor de executie.
De Amsterdamse groep bestond uit gemeente- en bedrijfsarbeiders, die een belangrijke rol hebben gespeeld bij de organisatie van de Februaristaking in 1941. Hun herbegrafenis vond na 1945 plaats op begraafplaats 'De Nieuwe Ooster' in Amsterdam.
Hoewel de executies in het geheim waren uitgevoerd, waren er toch geruchten waardoor er na de oorlog op het terrein naar sporen werd gezocht. Het graf, dat gecamoufleerd werd door ingegraven boomstammen, werd onder leiding van majoor W.J. Siedenburg blootgelegd. Zijn zoon was ook op deze plek geëxecuteerd. De majoor wist dat zijn zoon was gedood, maar niet waar hij begraven lag.
Vlak na de bevrijding is er een onderzoek ingesteld naar de 'stille fusillade' van 19 november 1942. Het onderzoek naar het massagraf is uitgevoerd door majoor A. Siedenburg, Hoofd Dienst Identificatie en Berging Massagraven. Ergens in augustus of november 1945 heeft deze het massagraf gelokaliseerd in het complex van de munitiebunkers, iets ten noorden van het huidige herdenkingskruis. Het stoffelijk overschot van de 33 slachtoffers van de executie bevond zich in een Engelse bomkrater van circa tien tot twaalf meter diep. De slachtoffers zijn op diverse begraafplaatsen herbegraven.
Oprichting
De oprichting was een initiatief van de heer Pasman en van de gemeente Soest.
Onthulling
Het monument is onthuld in het najaar van 1945.
De namen van de gefusilleerden luiden:
Verzetsgroep Deventer-Terwolde-Twello-Voorst: Klaas Bakker, Hendrik Eekhuis, Jan Eekhuis, Gerrit van 't Einde, Bernard Immerzeel, Wilhelmus Lenssen, Cornelis Lugthart, Wilhelm van der Maten, Gerrit Nieuwenhuis, Anton Siedenburg, Franciscus Teelen, Frederik de Weerd, Willem de Weerd, Gerrit van Werven.
Verzetsgroep Amsterdam: Willem Auener, Willem Bouwhuis, Johannes Gerritze, Johannes Glas, Abraham Haspels, Wilhelmus Kraan, Thomas Prins, Cornelis van Teeseling, Heike Top, Carl Vastenhoud, Antoon Wolfswinkel, Bertus Wolfswinkel, Johan IJsberg.
Verzetsgroep Oranjevendel, Hengelo: Martinus Cavaljé, Henri Moquette, Gerrit Prinsen, Gerrit Wilmink.
Onafhankelijken: Pieter van den Heuvel en Johannes Rodert.
De verzetslieden die in het bos bij de militaire vliegbasis van Soesterberg werden gefusilleerd, waren vanaf het eerste uur betrokken bij het verzet en kwamen voornamelijk uit Hengelo (verzetsgroep 'het Oranjevendel'), Deventer en de omgeving van Amsterdam. De meesten van hen zijn opgepakt doordat ze werden verraden.
De enige die vanwege zijn jeugdige leeftijd niet gefusilleerd werd, was de 17-jarige Christian Lugthart uit Voorst. Hij heeft tot aan het einde van de oorlog in verschillende kampen gezeten. Zijn vader, Cornelis Lugthart, die invalide was en beide benen miste, werd op een stoel gebonden en tussen zijn medestrijders geplaatst voor de executie.
De Amsterdamse groep bestond uit gemeente- en bedrijfsarbeiders, die een belangrijke rol hebben gespeeld bij de organisatie van de Februaristaking in 1941. Hun herbegrafenis vond na 1945 plaats op begraafplaats 'De Nieuwe Ooster' in Amsterdam.
Hoewel de executies in het geheim waren uitgevoerd, waren er toch geruchten waardoor er na de oorlog op het terrein naar sporen werd gezocht. Het graf, dat gecamoufleerd werd door ingegraven boomstammen, werd onder leiding van majoor W.J. Siedenburg blootgelegd. Zijn zoon was ook op deze plek geëxecuteerd. De majoor wist dat zijn zoon was gedood, maar niet waar hij begraven lag.
Vlak na de bevrijding is er een onderzoek ingesteld naar de 'stille fusillade' van 19 november 1942. Het onderzoek naar het massagraf is uitgevoerd door majoor A. Siedenburg, Hoofd Dienst Identificatie en Berging Massagraven. Ergens in augustus of november 1945 heeft deze het massagraf gelokaliseerd in het complex van de munitiebunkers, iets ten noorden van het huidige herdenkingskruis. Het stoffelijk overschot van de 33 slachtoffers van de executie bevond zich in een Engelse bomkrater van circa tien tot twaalf meter diep. De slachtoffers zijn op diverse begraafplaatsen herbegraven.
Oprichting
De oprichting was een initiatief van de heer Pasman en van de gemeente Soest.
Onthulling
Het monument is onthuld in het najaar van 1945.

Terug naar overzicht