Beekbergen, 'De Woeste Hoeve'
- Locatie
-
Oude Arnhemseweg 292
7361 TW Hoenderloo (Apeldoorn) - Onthulling
- 21 juli 1945
- Ontwerper
- T. Verrips
- Herdachte groep(en)
- – verzet Nederland
- Geadopteerd door
- – PCbs. De Touwladder
Beekbergen, 'De Woeste Hoeve'
Vorm en materiaal
Het monument 'De Woeste Hoeve' bij Beekbergen (gemeente Apeldoorn) is een groot houten kruis, geplaatst op een voetstuk. Achter het kruis staat een ingelijste glazen gedenkplaat, bevestigd op een gedenksteen. De plaat wordt omgeven door een metalen constructie. Voor het kruis is een pleintje van rode bakstenen aangelegd. Voor het pleintje ligt een gedenksteen met een gedicht van Dietrich Bonhoeffer.
In de glazen gedenkplaat staan in alfabetische volgorde de namen van de 117 gefusilleerden gegraveerd.
Tekst
Het gedicht van Dietrich Bonhoeffer luidt:
'ALS JE VAN IEMAND HOUDT
EN JE BENT VAN DIEGENE GESCHEIDEN
KAN NIETS DE LEEGTE VULLEN
JE MOET DAT NIET PROBEREN
JE MOET EENVOUDIG AANVAARDEN EN VOLHARDEN
DAT KLINKT ERG HARD
MAAR HET IS OOK EEN GROTE TROOST
WANT ZOLANG DE LEEGTE WERKELIJK LEEG BLIJFT
BLIJF JE DAARVOOR MET ELKAAR VERBONDEN'.
Wijzigingen
In 1945 is op de fusilladeplaats het eerste monument onthuld. Dit gedenkteken was een houten kruis met aan de voet zwerfkeien en in de nabijheid een houten bordje met de tekst: 'Op 8-3-'45 werden hier 117 Vaderlanders door de Duitsche overweldigers, op gruwzame wijze vermoord'. In 1948 werd het houten bordje met opschrift vervangen door een bronzen plaat met een gewijzigde tekst: '117 vaderlanders werden hier op 8 maart 1945 door de Duitse overweldiger op gruwzame wijze vermoord.' In 1979 werd het houten kruis vervangen door een groter exemplaar. Ook werd een zitbank bij het monument geplaatst en een parkeerstrook aangelegd. In 1992 is het monument vernieuwd. Aan het gedenkteken is een glasplaat, een gedenksteen met gedicht en een metalen constructie toegevoegd.
Locatie
De Woeste Hoeve is gelegen aan de Oude Arnhemseweg op de Veluwe tussen Hoenderloo en Beekbergen (gemeente Apeldoorn).
Bronnen
Het monument 'De Woeste Hoeve' bij Beekbergen (gemeente Apeldoorn) is een groot houten kruis, geplaatst op een voetstuk. Achter het kruis staat een ingelijste glazen gedenkplaat, bevestigd op een gedenksteen. De plaat wordt omgeven door een metalen constructie. Voor het kruis is een pleintje van rode bakstenen aangelegd. Voor het pleintje ligt een gedenksteen met een gedicht van Dietrich Bonhoeffer.
In de glazen gedenkplaat staan in alfabetische volgorde de namen van de 117 gefusilleerden gegraveerd.
Tekst
Het gedicht van Dietrich Bonhoeffer luidt:
'ALS JE VAN IEMAND HOUDT
EN JE BENT VAN DIEGENE GESCHEIDEN
KAN NIETS DE LEEGTE VULLEN
JE MOET DAT NIET PROBEREN
JE MOET EENVOUDIG AANVAARDEN EN VOLHARDEN
DAT KLINKT ERG HARD
MAAR HET IS OOK EEN GROTE TROOST
WANT ZOLANG DE LEEGTE WERKELIJK LEEG BLIJFT
BLIJF JE DAARVOOR MET ELKAAR VERBONDEN'.
Wijzigingen
In 1945 is op de fusilladeplaats het eerste monument onthuld. Dit gedenkteken was een houten kruis met aan de voet zwerfkeien en in de nabijheid een houten bordje met de tekst: 'Op 8-3-'45 werden hier 117 Vaderlanders door de Duitsche overweldigers, op gruwzame wijze vermoord'. In 1948 werd het houten bordje met opschrift vervangen door een bronzen plaat met een gewijzigde tekst: '117 vaderlanders werden hier op 8 maart 1945 door de Duitse overweldiger op gruwzame wijze vermoord.' In 1979 werd het houten kruis vervangen door een groter exemplaar. Ook werd een zitbank bij het monument geplaatst en een parkeerstrook aangelegd. In 1992 is het monument vernieuwd. Aan het gedenkteken is een glasplaat, een gedenksteen met gedicht en een metalen constructie toegevoegd.
Locatie
De Woeste Hoeve is gelegen aan de Oude Arnhemseweg op de Veluwe tussen Hoenderloo en Beekbergen (gemeente Apeldoorn).
Bronnen
- www.kampamersfoort.nl;
- Woeste Hoeve - 8 maart 1945 van Henk Berends (Kampen, Kok Voorhoeve, 1995). ISBN 90 297 1241 4;
- Apeldoorn Monumenten van L.P. van Oppen e.a. (Apeldoorn, 1990);
- Sta een ogenblik stil... Monumentenboek 1940/1945 van Wim Ramaker en Ben van Bohemen. (Kampen, Uitgeversmaatschappij J.H. Kok Matrijs, 1980). ISBN 90 242 0185 3;
- Apeldoorn '40-'45, het verhaal achter de Apeldoornse oorlogsmonumenten van Jan Heerze en Jelle Reitsma (Apeldoorn, 2006).
Het monument 'De Woeste Hoeve' bij Beekbergen (gemeente Apeldoorn) is opgericht ter nagedachtenis aan de 117 mensen (voor het merendeel verzetslieden) die hier op 8 maart 1945 door de bezetter zijn gefusilleerd.
Op 6 maart 1945 hadden de Apeldoornse Binnenlandse Strijdkrachten een tip ontvangen dat de Wehrmacht de volgende ochtend bij een slachterij in Epe 3000 kilo vlees zou ophalen. Omdat er voedselschaarste was, kreeg de verzetsgroep van Geert Gosens de opdracht deze partij vlees te bemachtigen. Gosens had het plan opgevat om met een vrachtwagen van de Wehrmacht het vlees bij de slagerij in te laden. De BS-groep kampte echter met een ernstig transportprobleem. Gosens besloot om nog diezelfde avond met zijn groep een vrachtwagen buit te maken. De groep BS'ers bestond uit: Henk de Weert, Karel Pruis, Wim Kok, twee gedeserteerde SS'ers Sepp Köttinger en Herman Kempfer, en Geert Gosens.
Om ongeveer half tien 's avonds vertrokken de zes mannen per fiets richting Arnhem. Bij herberg 'De Woeste Hoeve' legden zij hun fietsen in de berm en verscholen ze zich, bewapend met stenguns. Omstreeks middernacht naderde de BMW-cabriolet van de meest gevreesde man in Nederland: SS-Obergruppenfuhrer und General der Waffen-SS und der Polizei, Hanns Rauter. De leden van de verzetsgroep, die ten onrechte een vrachtauto meenden te horen, openden het vuur. Na de schietpartij waren de verzetslieden ervan overtuigd dat de inzittenden gedood of stervende waren. Rauter was zwaargewond en ving enkele woorden op, waaruit hij ten onrechte concludeerde dat de aanslag speciaal voor hem was opgezet. Geen van de verzetslieden had echter een vermoeden omtrent de identiteit van de Duitse militairen. Ook konden zij niet vermoeden dat hun daad een van de zwaarste represaillemaatregelen tot gevolg zou hebben.
Rauters taak werd overgenomen door SS-Brigadeführer Schöngarth. Na een ontmoeting met Rauter overlegde Schöngarth met Seyss-Inquart over de represaillemaatregelen. Het was gebruikelijk om bij een dergelijk incident zogenoemde 'Todeskandidaten' (politieke gevangenen) te fusilleren. Op 8 maart werden 53 gevangenen uit Amsterdam zonder enige vorm van proces op het terrein van het theehuis Rozenoord geëxecuteerd. Zes Todeskandidaten uit Utrecht werden naar Fort De Bilt gebracht en daar geëxecuteerd. Elf gevangenen uit de cellenbarakken te Scheveningen werden samen met 27 Todeskandidaten op de Waalsdorpervlakte geëxecuteerd. 116 gevangenen uit diverse gevangenissen werden in vijf groepen van twintig en een van zestien bij Woeste Hoeve op de plaats van de aanslag geëxecuteerd. Een Duitse Oberwachtmeister der Ordnungspolizei die weigerde deel uit te maken van het vuurpeloton, werd ook ter plekke geëxecuteerd. 49 Todeskandidaten in Kamp Amersfoort werden aan het einde van de schietbaan geëxecuteerd.
Het is nooit bekend geworden wie opdracht tot de vergeldingsmaatregelen heeft gegeven, maar Schöngarth was degene die voor de uitvoering ervan verantwoordelijk was. Schöngarth werd door een Britse militaire rechtbank ter dood veroordeeld. Hij werd opgehangen. Op 1 april 1948 begon het proces tegen Rauter voor het Bijzonder Gerechtshof in Den Haag. Het boek over het proces omvat meer dan 600 bladzijden. Op 4 mei 1948 werd hij ter dood veroordeeld en op 25 maart 1949 werd hij geëxecuteerd. Van de mannen behorend tot de verzetsgroep werden Karel Pruis en Herman Kempfner een week na de aanslag doodgeschoten door de leden van een Duitse patrouille. Gosens en zijn ploeggenoten hebben de volledige verantwoordelijkheid voor de aanslag op zich genomen. Na de oorlog (in 1946) verscheen hun verhaal in een boek over het Apeldoorns verzet getiteld Ik draag U op (door de historicus J. Middelbeek).
Onthulling
Op 21 juli 1945 is op de fusilladeplaats het eerste monument onthuld. Dit was een initiatief van de Nederlandse Binnenlandse Strijdkrachten uit Loenen. De eerste jaren na de oorlog werden bij de Woeste Hoeve op 8 maart of op 4 mei herdenkingen gehouden, die werden georganiseerd door de Reünistenvereniging van Oud-Illegale Werkers. Op 4 mei 1947 was koningin Wilhelmina bij de herdenking aanwezig. In 1948 lieten nabestaanden weten dat zij graag een plaquette met namen van de gefusilleerden bij het monument geplaatst wilden hebben. De gemeenteraad besloot op 9 december 1948 het volgende: 'De raad acht het wenselijk geen namen bij het monument te publiceren e.e.a. terwille van een drietal niet nader te noemen personen.' Wel werd enige tijd later het houten bordje met opschrift vervangen door een bronzen plaats met een gewijzigde tekst.
Op 8 maart 1970 (25 jaar na de fusillade) werd de (voorlopig) laatste officiële herdenking bij de Woeste Hoeve gehouden. Op 8 maart 1985 (40 jaar na de fusillade) werd toch weer een herdenking georganiseerd. Op 21 september 1991 vond in Arnhem een bijeenkomst plaats van een aantal nabestaanden van de slachtoffers. Er werd besloten tot oprichting van Stichting Monument Woeste Hoeve. Doelstelling van de stichting was verbetering van het monument en vooral het aanbrengen van plaquettes met namen. Op 4 mei 1992 onthulde de Commissaris van de Koningin in Gelderland, dr. J.C. Terlouw het nieuwe monument met de namen van de slachtoffers. Hoewel zij de uitvoering graag anders hadden gewild, is het huidige monument er vooral gekomen dankzij de inspanningen van de heer en mevrouw Hemelrijk.
Op 6 maart 1945 hadden de Apeldoornse Binnenlandse Strijdkrachten een tip ontvangen dat de Wehrmacht de volgende ochtend bij een slachterij in Epe 3000 kilo vlees zou ophalen. Omdat er voedselschaarste was, kreeg de verzetsgroep van Geert Gosens de opdracht deze partij vlees te bemachtigen. Gosens had het plan opgevat om met een vrachtwagen van de Wehrmacht het vlees bij de slagerij in te laden. De BS-groep kampte echter met een ernstig transportprobleem. Gosens besloot om nog diezelfde avond met zijn groep een vrachtwagen buit te maken. De groep BS'ers bestond uit: Henk de Weert, Karel Pruis, Wim Kok, twee gedeserteerde SS'ers Sepp Köttinger en Herman Kempfer, en Geert Gosens.
Om ongeveer half tien 's avonds vertrokken de zes mannen per fiets richting Arnhem. Bij herberg 'De Woeste Hoeve' legden zij hun fietsen in de berm en verscholen ze zich, bewapend met stenguns. Omstreeks middernacht naderde de BMW-cabriolet van de meest gevreesde man in Nederland: SS-Obergruppenfuhrer und General der Waffen-SS und der Polizei, Hanns Rauter. De leden van de verzetsgroep, die ten onrechte een vrachtauto meenden te horen, openden het vuur. Na de schietpartij waren de verzetslieden ervan overtuigd dat de inzittenden gedood of stervende waren. Rauter was zwaargewond en ving enkele woorden op, waaruit hij ten onrechte concludeerde dat de aanslag speciaal voor hem was opgezet. Geen van de verzetslieden had echter een vermoeden omtrent de identiteit van de Duitse militairen. Ook konden zij niet vermoeden dat hun daad een van de zwaarste represaillemaatregelen tot gevolg zou hebben.
Rauters taak werd overgenomen door SS-Brigadeführer Schöngarth. Na een ontmoeting met Rauter overlegde Schöngarth met Seyss-Inquart over de represaillemaatregelen. Het was gebruikelijk om bij een dergelijk incident zogenoemde 'Todeskandidaten' (politieke gevangenen) te fusilleren. Op 8 maart werden 53 gevangenen uit Amsterdam zonder enige vorm van proces op het terrein van het theehuis Rozenoord geëxecuteerd. Zes Todeskandidaten uit Utrecht werden naar Fort De Bilt gebracht en daar geëxecuteerd. Elf gevangenen uit de cellenbarakken te Scheveningen werden samen met 27 Todeskandidaten op de Waalsdorpervlakte geëxecuteerd. 116 gevangenen uit diverse gevangenissen werden in vijf groepen van twintig en een van zestien bij Woeste Hoeve op de plaats van de aanslag geëxecuteerd. Een Duitse Oberwachtmeister der Ordnungspolizei die weigerde deel uit te maken van het vuurpeloton, werd ook ter plekke geëxecuteerd. 49 Todeskandidaten in Kamp Amersfoort werden aan het einde van de schietbaan geëxecuteerd.
Het is nooit bekend geworden wie opdracht tot de vergeldingsmaatregelen heeft gegeven, maar Schöngarth was degene die voor de uitvoering ervan verantwoordelijk was. Schöngarth werd door een Britse militaire rechtbank ter dood veroordeeld. Hij werd opgehangen. Op 1 april 1948 begon het proces tegen Rauter voor het Bijzonder Gerechtshof in Den Haag. Het boek over het proces omvat meer dan 600 bladzijden. Op 4 mei 1948 werd hij ter dood veroordeeld en op 25 maart 1949 werd hij geëxecuteerd. Van de mannen behorend tot de verzetsgroep werden Karel Pruis en Herman Kempfner een week na de aanslag doodgeschoten door de leden van een Duitse patrouille. Gosens en zijn ploeggenoten hebben de volledige verantwoordelijkheid voor de aanslag op zich genomen. Na de oorlog (in 1946) verscheen hun verhaal in een boek over het Apeldoorns verzet getiteld Ik draag U op (door de historicus J. Middelbeek).
Onthulling
Op 21 juli 1945 is op de fusilladeplaats het eerste monument onthuld. Dit was een initiatief van de Nederlandse Binnenlandse Strijdkrachten uit Loenen. De eerste jaren na de oorlog werden bij de Woeste Hoeve op 8 maart of op 4 mei herdenkingen gehouden, die werden georganiseerd door de Reünistenvereniging van Oud-Illegale Werkers. Op 4 mei 1947 was koningin Wilhelmina bij de herdenking aanwezig. In 1948 lieten nabestaanden weten dat zij graag een plaquette met namen van de gefusilleerden bij het monument geplaatst wilden hebben. De gemeenteraad besloot op 9 december 1948 het volgende: 'De raad acht het wenselijk geen namen bij het monument te publiceren e.e.a. terwille van een drietal niet nader te noemen personen.' Wel werd enige tijd later het houten bordje met opschrift vervangen door een bronzen plaats met een gewijzigde tekst.
Op 8 maart 1970 (25 jaar na de fusillade) werd de (voorlopig) laatste officiële herdenking bij de Woeste Hoeve gehouden. Op 8 maart 1985 (40 jaar na de fusillade) werd toch weer een herdenking georganiseerd. Op 21 september 1991 vond in Arnhem een bijeenkomst plaats van een aantal nabestaanden van de slachtoffers. Er werd besloten tot oprichting van Stichting Monument Woeste Hoeve. Doelstelling van de stichting was verbetering van het monument en vooral het aanbrengen van plaquettes met namen. Op 4 mei 1992 onthulde de Commissaris van de Koningin in Gelderland, dr. J.C. Terlouw het nieuwe monument met de namen van de slachtoffers. Hoewel zij de uitvoering graag anders hadden gewild, is het huidige monument er vooral gekomen dankzij de inspanningen van de heer en mevrouw Hemelrijk.

Terug naar overzicht