Amsterdam, 'De Dokwerker'
- Locatie
-
Jonas Daniël Meijerplein 2-4
1011 RH Amsterdam (Amsterdam) - Onthulling
- 1 december 1952
- Ontwerper
- Mari S. Andriessen (1897-1979)
- Herdachte groep(en)
-
– vervolgden Nederland
– verzet Nederland - Geadopteerd door
- – Basisschool Rosj Pina
Amsterdam, 'De Dokwerker'
Vorm en materiaal
Het monument 'De Dokwerker' in Amsterdam is een beeld van een staande mannenfiguur. Het beeld is geplaatst op een voetstuk.
Tekst
De tekst op het voetstuk luidt:
'25 FEBRUARI
FEBRUARISTAKING 1941
DAAD VAN VERZET DER BURGERIJ
TEGEN DE JODENVERVOLGING
DOOR DE DUITSE BEZETTER'.
Symboliek
Met het beeld van de onverschrokken havenarbeider wordt uitdrukking gegeven aan de moedige daad van de mannen en vrouwen die in staking gingen. In 1951 vroeg kunstenaar Mari Andriessen aan de Haarlemse timmerman en aannemer Willem Termetz om voor zijn beeld te poseren. Vermoedelijk zaten Termetz en Andriessen samen in het verzet. De zware soepele lichaamsbouw van Termetz had waarschijnlijk de uitstraling die Andriessen voor zijn beeld zocht.
Bronnen:
Het monument 'De Dokwerker' in Amsterdam is een beeld van een staande mannenfiguur. Het beeld is geplaatst op een voetstuk.
Tekst
De tekst op het voetstuk luidt:
'25 FEBRUARI
FEBRUARISTAKING 1941
DAAD VAN VERZET DER BURGERIJ
TEGEN DE JODENVERVOLGING
DOOR DE DUITSE BEZETTER'.
Symboliek
Met het beeld van de onverschrokken havenarbeider wordt uitdrukking gegeven aan de moedige daad van de mannen en vrouwen die in staking gingen. In 1951 vroeg kunstenaar Mari Andriessen aan de Haarlemse timmerman en aannemer Willem Termetz om voor zijn beeld te poseren. Vermoedelijk zaten Termetz en Andriessen samen in het verzet. De zware soepele lichaamsbouw van Termetz had waarschijnlijk de uitstraling die Andriessen voor zijn beeld zocht.
Bronnen:
- Comité Herdenking Februaristaking 1941
- Om nooit te vergeten - Amsterdamse monumenten en gedenktekens ter herinnering aan de Tweede Wereldoorlog, Mies Bouhuys en Boris Klatser. (Bussum, Produktie Uitgeverij Thoth, 1995). ISBN 90 6868 124 9.
'De Dokwerker' in Amsterdam is opgericht ter nagedachtenis aan de Februaristaking in 1941. Dit was het eerste grootscheepse protest van de Nederlandse bevolking tegen het antisemitisme en de terreur van de bezetter. Deze protestactie wordt jaarlijks herdacht in het besef dat bescherming van vrijheden en mensenrechten onontbeerlijk is, zeker in tijden wanneer er sprake is van uitingen van onverdraagzaamheid en discriminatie.
In de periode voorafgaand aan de februaridagen van 1941 werd er door de bezetter steeds meer druk uitgeoefend op het politieke en economische leven en kregen de anti-joodse maatregelen een steeds grimmiger karakter. De NSB en WA gingen over tot het organiseren van provocaties in joodse buurten. Eigenaars van hotels en cafés werden gedwongen plakkaten op te hangen met de tekst 'Joden niet gewenscht', er werden marktkramen vernield, ruiten van winkels ingegooid en joden mishandeld. Op 11 februari 1941 kwam het op het Waterlooplein tot een ware veldslag, waarbij de WA'er Koot zwaar gewond raakte. Enkele dagen later overleed hij aan zijn verwondingen. Als reactie hierop sloot de bezetter op 12 februari de oude joodse wijk af. Op maandag 17 februari ontstond er veel ophef over het feit dat bij de Nederlandse Scheepbouw Maatschappij in Amsterdam-Noord door loting een aantal ongehuwde arbeiders voor tewerkstelling in Duitsland werden aangewezen. Alle arbeiders verlieten de werf en ook op andere werven legden de arbeiders het werk neer.
Op woensdag 19 februari 1941 bestormde de Grüne Polizei ijssalon Koco van de Duitse joodse vluchtelingen Cahn en Kohn in de Van Woustraat. Toen de manschappen al schietend binnendrongen, werd bij hen ammoniak in het gezicht gespoten. Cahn en Kohn werden gearresteerd. Op bevel van Himmler, Seyss-Inquart en Rauter vonden in het weekend van 22 en 23 februari wraakacties plaats in de jodenbuurt. Tijdens een grootschalige razzia werden 427 jonge joodse mannen (in de leeftijd van 18 tot 35 jaar) bij hun gezinnen weggehaald en naar het Jonas Daniël Meijerplein gebracht. Van daaruit werden zij op transport gezet naar de concentratiekampen Buchenwald en Mauthausen. Zij stierven binnen een jaar door mishandeling en ontberingen.
Als reactie op deze schokkende terreurdaad werd in de avonduren van 24 februari 1941 op de Noordermarkt een korte openluchtbijeenkomst gehouden, waaraan veel ambtenaren deelnamen. De circa 250 aanwezigen werden toegesproken door onder meer de gemeentearbeider Dirk van Nimwegen. Nog dezelfde nacht werd door de illegale Communistische Partij Nederland (CPN) het manifest 'Staakt, staakt, staakt !!!' opgesteld, dat in de vroege ochtenduren werd verspreid aan de poort van talrijke bedrijven. De oproep vond breed gehoor onder de Amsterdammers. Overal in de hoofdstad werd het werk neergelegd en ontstond een sfeer van spontane saamhorigheid onder de bevolking. Het openbaar vervoer kwam tot stilstand en bij nagenoeg alle andere gemeentelijke diensten werd het werk ook neergelegd. Er werd gestaakt bij de scheepsbouw en metaalbedrijven in Noord, bij Hollandia-Kattenburg en bij grootwinkelbedrijven als de Bijenkorf. Duizenden mensen bewogen zich die dag door het centrum van de stad. Een dag later breidde de staking zich uit tot de Zaanstreek, Kennemerland (Haarlem en Velsen), Hilversum, Utrecht en Weesp.
De bezetter reageerde furieus. Op 26 februari nam de 'Wehrmachtbefehlshaber' generaal Christiansen het gezag in de provincie Noord-Holland over. Op zijn bevel moest er bij onlusten en samenscholingen met scherp op de menigte geschoten worden. Op 27 februari gingen de stakers in Amsterdam, de Zaanstreek en daarbuiten weer aan het werk. In de weken daarna werden enige honderden stakers en vooral CPN'ers gearresteerd. Sommigen kwamen voor het vuurpeloton te staan, anderen kregen langdurige gevangenisstraffen opgelegd. Desondanks kon het geweld van de bezetter deze eerste grote daad van verzet tegen racisme niet ongedaan maken.
Oprichting
Kunstenaar Mari Andriessen maakte het beeld in opdracht van het Amsterdamse gemeentebestuur. Het beeld is in een Parijse gieterij gegoten. Aanvankelijk stond 'De Dokwerker' met zijn armen gestrekt naar het Waterlooplein. In 1970 is het beeld verplaatst richting de synagoge, vanwege werkzaamheden aan de metro. De keuze voor het Jonas Daniël Meijerplein heeft te maken met de razzia's van 1941, maar ook met de onzekerheid over hoe de jodenbuurt zou worden opgeknapt. Het monument is niet alleen de centrale plaats van de herdenking van de Februaristaking, het is ook een aantal keren het begin of eindpunt geweest van demonstraties tegen racisme.
Onthulling
Het monument is onthuld in december 1952 door Hare Majesteit Koningin Juliana.
In de periode voorafgaand aan de februaridagen van 1941 werd er door de bezetter steeds meer druk uitgeoefend op het politieke en economische leven en kregen de anti-joodse maatregelen een steeds grimmiger karakter. De NSB en WA gingen over tot het organiseren van provocaties in joodse buurten. Eigenaars van hotels en cafés werden gedwongen plakkaten op te hangen met de tekst 'Joden niet gewenscht', er werden marktkramen vernield, ruiten van winkels ingegooid en joden mishandeld. Op 11 februari 1941 kwam het op het Waterlooplein tot een ware veldslag, waarbij de WA'er Koot zwaar gewond raakte. Enkele dagen later overleed hij aan zijn verwondingen. Als reactie hierop sloot de bezetter op 12 februari de oude joodse wijk af. Op maandag 17 februari ontstond er veel ophef over het feit dat bij de Nederlandse Scheepbouw Maatschappij in Amsterdam-Noord door loting een aantal ongehuwde arbeiders voor tewerkstelling in Duitsland werden aangewezen. Alle arbeiders verlieten de werf en ook op andere werven legden de arbeiders het werk neer.
Op woensdag 19 februari 1941 bestormde de Grüne Polizei ijssalon Koco van de Duitse joodse vluchtelingen Cahn en Kohn in de Van Woustraat. Toen de manschappen al schietend binnendrongen, werd bij hen ammoniak in het gezicht gespoten. Cahn en Kohn werden gearresteerd. Op bevel van Himmler, Seyss-Inquart en Rauter vonden in het weekend van 22 en 23 februari wraakacties plaats in de jodenbuurt. Tijdens een grootschalige razzia werden 427 jonge joodse mannen (in de leeftijd van 18 tot 35 jaar) bij hun gezinnen weggehaald en naar het Jonas Daniël Meijerplein gebracht. Van daaruit werden zij op transport gezet naar de concentratiekampen Buchenwald en Mauthausen. Zij stierven binnen een jaar door mishandeling en ontberingen.
Als reactie op deze schokkende terreurdaad werd in de avonduren van 24 februari 1941 op de Noordermarkt een korte openluchtbijeenkomst gehouden, waaraan veel ambtenaren deelnamen. De circa 250 aanwezigen werden toegesproken door onder meer de gemeentearbeider Dirk van Nimwegen. Nog dezelfde nacht werd door de illegale Communistische Partij Nederland (CPN) het manifest 'Staakt, staakt, staakt !!!' opgesteld, dat in de vroege ochtenduren werd verspreid aan de poort van talrijke bedrijven. De oproep vond breed gehoor onder de Amsterdammers. Overal in de hoofdstad werd het werk neergelegd en ontstond een sfeer van spontane saamhorigheid onder de bevolking. Het openbaar vervoer kwam tot stilstand en bij nagenoeg alle andere gemeentelijke diensten werd het werk ook neergelegd. Er werd gestaakt bij de scheepsbouw en metaalbedrijven in Noord, bij Hollandia-Kattenburg en bij grootwinkelbedrijven als de Bijenkorf. Duizenden mensen bewogen zich die dag door het centrum van de stad. Een dag later breidde de staking zich uit tot de Zaanstreek, Kennemerland (Haarlem en Velsen), Hilversum, Utrecht en Weesp.
De bezetter reageerde furieus. Op 26 februari nam de 'Wehrmachtbefehlshaber' generaal Christiansen het gezag in de provincie Noord-Holland over. Op zijn bevel moest er bij onlusten en samenscholingen met scherp op de menigte geschoten worden. Op 27 februari gingen de stakers in Amsterdam, de Zaanstreek en daarbuiten weer aan het werk. In de weken daarna werden enige honderden stakers en vooral CPN'ers gearresteerd. Sommigen kwamen voor het vuurpeloton te staan, anderen kregen langdurige gevangenisstraffen opgelegd. Desondanks kon het geweld van de bezetter deze eerste grote daad van verzet tegen racisme niet ongedaan maken.
Oprichting
Kunstenaar Mari Andriessen maakte het beeld in opdracht van het Amsterdamse gemeentebestuur. Het beeld is in een Parijse gieterij gegoten. Aanvankelijk stond 'De Dokwerker' met zijn armen gestrekt naar het Waterlooplein. In 1970 is het beeld verplaatst richting de synagoge, vanwege werkzaamheden aan de metro. De keuze voor het Jonas Daniël Meijerplein heeft te maken met de razzia's van 1941, maar ook met de onzekerheid over hoe de jodenbuurt zou worden opgeknapt. Het monument is niet alleen de centrale plaats van de herdenking van de Februaristaking, het is ook een aantal keren het begin of eindpunt geweest van demonstraties tegen racisme.
Onthulling
Het monument is onthuld in december 1952 door Hare Majesteit Koningin Juliana.

Terug naar overzicht