Bunker Seyss Inquart
- type spoor
-
Bunker
- lokatie
-
Landgoed Clingendael
Den Haag - ontstaan
- september 1942
Bunker Seyss Inquart
Hitler stelt in bezet Nederland Arthur Seyss-Inquart aan als Rijkscommissaris. Seyss-Inquart heeft zijn residentie in Den Haag, maar wil kunnen vluchten als dat nodig is. Daarom laat hij voor bijna twee miljoen gulden een grote commandobunker bouwen op Landgoed Clingendael.
Bronnen:http://www.hitlersatlantikwall.nl/Bunkers%20in%20Clingendael.php
Bronnen:http://www.hitlersatlantikwall.nl/Bunkers%20in%20Clingendael.php
- Hitler's Atlantikwall - Bunkers in Clingendael;
- Militair Erfgoed - Bezoek "Seyss-Inquart" bunker;
- NRC Handelsblad - Arthur Seyss-Inquart, een keurige man;
- Wittebrugpark.nl - Het Wittebrugpark in de Tweede Wereldoorlog;
- Gemeente Den Haag - Historie Clingendael.
Seys-Inquart
Arthur Seyss-Inquart speelt een belangrijke rol bij de Anschluss (aansluiting) van Oostenrijk bij Duitsland in 1938. De rustige, gerespecteerde en gematigde nazi kan bruggen bouwen tussen volken. Hitler stuurt hem daarom in 1940 naar Nederland. Hij is er van overtuigd dat Seys-Inquart de Nederlanders rustig en prettig tot het Nationaal Socialisme kan bekeren. Maar Seyss-Inquart ontdekt dat Nederland zich niet zo makkelijk bij Duitsland aansluit. Tekenend is de bijnaam die Seyss-Inquart al snel na zijn aanstelling kreeg: Zes-en-een-kwart. Seyss-Inquart liep mank. Na verloop van tijd verblijft hij steeds minder vaak in Nederland. Uiteindelijk wordt Seys-Inquart tijdens de Neurenberg processen in 1946 ter dood veroordeeld. Vanwege zijn belangrijke rol in de Jodenvervolging en het neerslaan van het verzet in Nederland.
Stützpunkt
Seyss-Inquart gebruikt Landgoed Clingendael in Den Haag als residentie. Aan het huis zelf verandert hij niet veel. Wel laat hij het land om het gebouw heen versterken om een aanval van bijvoorbeeld parachutisten af te kunnen slaan. Aan de oostkant van Clingendael wordt een tankgracht gegraven en er verschijnen bunkers. Verder laat hij de omgeving van het landgoed, dat vanaf nu Stützpunkt Clingendael heet, ontruimen.
Commandobunker
In september 1942 begint Seyss-Inquart met de bouw van een grote bunker. Bij een aanval moet hij immers het bestuur van Nederland kunnen voortzetten. Albert Speer, Reichsminister en architect van de nazi’s, protesteert officieel tegen de omvang van het gebouw. Maar Seyss-Inquart krijgt zijn zin: de bunker wordt zoals hij gepland heeft.
De zogenaamde commandobunker is 60 bij 30 meter groot en heeft muren van 3 meter dik. Het dak is zelfs 4 meter dik. Van buiten lijkt de bunker op een boerderij. Het heeft een hoog zadeldak met pannen. Onder die pannen is goed te zien hoe de constructie met betonnen spanten boven de bunker is aangebracht. Op het dak staan drie schoorstenen. Er heeft er maar één de functie van een schoorsteen. De andere twee zijn gemaakt voor luchtafweer. Naast de bunker bouwen de Duitsers een kazerne. Na de oorlog krijgt die kazerne de naam ‘Koningin Julianakazerne’.
Na de oorlog
Op Landgoed Clingendael staan nog altijd veel bunkers. Maar de bunker van Seyss-Inquart is de grootste. Hij valt na de oorlog in handen van het Nederlandse leger en wordt tot op de dag van vandaag gebruikt. Natuurlijk is de bunker aangepast, maar er zijn nog veel Duitse invloeden te zien. De dikke stalen deuren bijvoorbeeld. Helaas is de bunker niet toegankelijk voor publiek.
Arthur Seyss-Inquart speelt een belangrijke rol bij de Anschluss (aansluiting) van Oostenrijk bij Duitsland in 1938. De rustige, gerespecteerde en gematigde nazi kan bruggen bouwen tussen volken. Hitler stuurt hem daarom in 1940 naar Nederland. Hij is er van overtuigd dat Seys-Inquart de Nederlanders rustig en prettig tot het Nationaal Socialisme kan bekeren. Maar Seyss-Inquart ontdekt dat Nederland zich niet zo makkelijk bij Duitsland aansluit. Tekenend is de bijnaam die Seyss-Inquart al snel na zijn aanstelling kreeg: Zes-en-een-kwart. Seyss-Inquart liep mank. Na verloop van tijd verblijft hij steeds minder vaak in Nederland. Uiteindelijk wordt Seys-Inquart tijdens de Neurenberg processen in 1946 ter dood veroordeeld. Vanwege zijn belangrijke rol in de Jodenvervolging en het neerslaan van het verzet in Nederland.
Stützpunkt
Seyss-Inquart gebruikt Landgoed Clingendael in Den Haag als residentie. Aan het huis zelf verandert hij niet veel. Wel laat hij het land om het gebouw heen versterken om een aanval van bijvoorbeeld parachutisten af te kunnen slaan. Aan de oostkant van Clingendael wordt een tankgracht gegraven en er verschijnen bunkers. Verder laat hij de omgeving van het landgoed, dat vanaf nu Stützpunkt Clingendael heet, ontruimen.
Commandobunker
In september 1942 begint Seyss-Inquart met de bouw van een grote bunker. Bij een aanval moet hij immers het bestuur van Nederland kunnen voortzetten. Albert Speer, Reichsminister en architect van de nazi’s, protesteert officieel tegen de omvang van het gebouw. Maar Seyss-Inquart krijgt zijn zin: de bunker wordt zoals hij gepland heeft.
De zogenaamde commandobunker is 60 bij 30 meter groot en heeft muren van 3 meter dik. Het dak is zelfs 4 meter dik. Van buiten lijkt de bunker op een boerderij. Het heeft een hoog zadeldak met pannen. Onder die pannen is goed te zien hoe de constructie met betonnen spanten boven de bunker is aangebracht. Op het dak staan drie schoorstenen. Er heeft er maar één de functie van een schoorsteen. De andere twee zijn gemaakt voor luchtafweer. Naast de bunker bouwen de Duitsers een kazerne. Na de oorlog krijgt die kazerne de naam ‘Koningin Julianakazerne’.
Na de oorlog
Op Landgoed Clingendael staan nog altijd veel bunkers. Maar de bunker van Seyss-Inquart is de grootste. Hij valt na de oorlog in handen van het Nederlandse leger en wordt tot op de dag van vandaag gebruikt. Natuurlijk is de bunker aangepast, maar er zijn nog veel Duitse invloeden te zien. De dikke stalen deuren bijvoorbeeld. Helaas is de bunker niet toegankelijk voor publiek.

Terug naar overzicht