Vlissingen en Walcheren
Vlissingen is al vroeg in de geschiedenis belangrijk omdat het een haven heeft. Maar ook omdat Vlissingen aan de Schelde ligt, de toegang tot de haven van Antwerpen. De Duitsers onderkennen in de Tweede Wereldoorlog de strategische positie. In een paar jaar tijd investeren ze tonnen beton en staal om Walcheren en Vlissingen tot een onneembare vesting te maken. Dit alles in het kader van de Atlantikwall.
Een selectie van sporen staat hieronder (klik op de links):
Bronnen:
Een selectie van sporen staat hieronder (klik op de links):
Bronnen:
- Geschiedenis Zeeland
- Stichting Bunkerbehoud
- De Volkskrant,Grimmige tekens in het landschap, 8 november 1998
De verdediging
Omdat Vlissingen en Walcheren zo belangrijk zijn, verdedigen de Duitsers ze in de oorlog goed. De verdediging bestaat uit het kernwerk Vlissingen, het landfront Vlissingen en verdedigingswerken langs de kust van Walcheren.
Het kernwerk Vlissingen bestaat in de Tweede Wereldoorlog uit 47 bunkers. Bijvoorbeeld hospitaalbunkers, geschutsbunkers, stellingen om tanks en infanterie tegen te houden en voorzieningen voor voedsel en water. Het kernwerk is in die tijd te vergelijken met een citadel. De Duitsers kunnen er een langdurend beleg doorstaan. Helaas is van het kernwerk niet veel meer over.
Met landfront Vlissingen zorgen de Duitsers ervoor dat ook een aanval vanaf land gestopt kan worden. De linie begint bij de duinen van Groot-Valkenisse met zogenaamde Drakentanden en loopt via Koudekerke, Groot Abeele en Nieuw Abeele tot aan fort Rammekens. De drakentanden staan in verbinding met een tankgracht van 11 kilometer. Aan die gracht staan 32 zware bunkers met mitrailleurs en antitankgeschut. In Welzingepolder bouwen de Duitsers een tankmuur van 1,5 kilometer die eindigt bij Fort Rammekens, het oudste zeefort van West-Europa. De bezetters bouwen ook nog versterkingen bij Groot-Valkenisse (Federmaus), Koudekerke (Kolberg) en Ritthem (Rommel). De tankmuur in Welzingepolder is nog altijd goed te zien.
Ook langs de kust van Walcheren bouwen de Duitsers veel versterkingen. Ze plaatsen er kanonnen om elke geallieerde boot die naar Antwerpen wil varen te kunnen vernietigen. Een deel van de versterkingen bestaat nog. Er zijn langs de kust dan ook nog veel bunkers te vinden.
De slag om Walcheren
De geallieerden willen de Duitsers definitief verslaan. Maar dan moet de bevoorrading wel op peil blijven. En daarvoor is de haven van Antwerpen belangrijk. In september 1944 start Operatie Market Garden. De geallieerden krijgen de Antwerpse haven in handen, maar de toegang tot de haven niet. Die wordt vanuit Walcheren nog gecontroleerd door de Duitsers. En daarom wordt alles op alles gezet om Walcheren te veroveren. De geallieerden vallen Walcheren niet rechtstreeks aan, maar ze bombarderen de dijken. Walcheren loopt daardoor onder water en is haast niet meer te verdedigen. Bij de aanval vallen veel burgerslachtoffers. Ze kunnen nergens heen omdat de vluchtwegen zijn afgesloten.
De geallieerden vallen bij de invasie van Walcheren op drie plaatsen tegelijk aan. De operaties Infatuate I (landing in Vlissingen vanuit Breskens), Infatuate II (landing in Westkapelle vanuit Oostende) en No name (aanval via de Sloedam vanuit Zuid-Beveland) zorgen uiteindelijk voor succes.
Op 31 oktober vallen Canadezen de Sloedam aan. Er wordt hevig gevochten en de Canadezen verliezen zwaar. Ze kunnen de 1 kilometer lange en 40 meter brede dam niet innemen. Schotse soldaten nemen het op 1 november over, maar ook zij kunnen niet doorbreken. Pas in de nacht van 2 op 3 november, als de geallieerden de Sloe oversteken, wordt de dam geslecht.
Op 1 november om 4.45 uur landen geallieerde soldaten op de stranden van Vlissingen. Een andere groep soldaten valt oostelijker aan. Sluipschutters maken de opmars gevaarlijk, maar toch nemen ze de stad langzaam in. Hotel Britannia is één van de laatste haarden van verzet. Het wordt op 3 november ingenomen.
Op 1 november wordt ook het gebied rond Westkapelle aangevallen. Vanaf meer dan 100 schepen uit Oostende landen Nederlandse, Noorse en Belgische commando’s op de stranden. De opmars gaat langzaam en ook hier zijn verschillende versterkingen nodig om op te kunnen rukken. Op 8 november nemen de geallieerden een bolwerk bij Vrouwenpolder in.
Bij de strijd om Walcheren sneuvelen honderden soldaten.
De overgave
Generaal W.Daser, commandant van de Duitse troepen op Walcheren, kan zich alleen overgeven als er sprake is van overmacht. Als hij zich toch eerder overgeeft worden er maatregelen getroffen tegen zijn familie in Duitsland. Er komen troepentransportvoertuigen en een majoor van het Britse leger wordt tijdelijk bevorderd tot kolonel om de capitulatie te regelen.
Herstel en behoud
Het herstel van het eiland duurt lang. Het laatste gat in de dijk wordt in 1946 gedicht. Vijf jaar later worden de eerste oogsten van het land gehaald.
De provincie Zeeland en de stichting Bunkerbehoud proberen het landfront van Vlissingen te behouden. Ze willen het landfront toegankelijk maken en de route van het landfront in het landschap verduidelijken. En dat levert een uniek aantal zichtbare sporen op.
Omdat Vlissingen en Walcheren zo belangrijk zijn, verdedigen de Duitsers ze in de oorlog goed. De verdediging bestaat uit het kernwerk Vlissingen, het landfront Vlissingen en verdedigingswerken langs de kust van Walcheren.
Het kernwerk Vlissingen bestaat in de Tweede Wereldoorlog uit 47 bunkers. Bijvoorbeeld hospitaalbunkers, geschutsbunkers, stellingen om tanks en infanterie tegen te houden en voorzieningen voor voedsel en water. Het kernwerk is in die tijd te vergelijken met een citadel. De Duitsers kunnen er een langdurend beleg doorstaan. Helaas is van het kernwerk niet veel meer over.
Met landfront Vlissingen zorgen de Duitsers ervoor dat ook een aanval vanaf land gestopt kan worden. De linie begint bij de duinen van Groot-Valkenisse met zogenaamde Drakentanden en loopt via Koudekerke, Groot Abeele en Nieuw Abeele tot aan fort Rammekens. De drakentanden staan in verbinding met een tankgracht van 11 kilometer. Aan die gracht staan 32 zware bunkers met mitrailleurs en antitankgeschut. In Welzingepolder bouwen de Duitsers een tankmuur van 1,5 kilometer die eindigt bij Fort Rammekens, het oudste zeefort van West-Europa. De bezetters bouwen ook nog versterkingen bij Groot-Valkenisse (Federmaus), Koudekerke (Kolberg) en Ritthem (Rommel). De tankmuur in Welzingepolder is nog altijd goed te zien.
Ook langs de kust van Walcheren bouwen de Duitsers veel versterkingen. Ze plaatsen er kanonnen om elke geallieerde boot die naar Antwerpen wil varen te kunnen vernietigen. Een deel van de versterkingen bestaat nog. Er zijn langs de kust dan ook nog veel bunkers te vinden.
De slag om Walcheren
De geallieerden willen de Duitsers definitief verslaan. Maar dan moet de bevoorrading wel op peil blijven. En daarvoor is de haven van Antwerpen belangrijk. In september 1944 start Operatie Market Garden. De geallieerden krijgen de Antwerpse haven in handen, maar de toegang tot de haven niet. Die wordt vanuit Walcheren nog gecontroleerd door de Duitsers. En daarom wordt alles op alles gezet om Walcheren te veroveren. De geallieerden vallen Walcheren niet rechtstreeks aan, maar ze bombarderen de dijken. Walcheren loopt daardoor onder water en is haast niet meer te verdedigen. Bij de aanval vallen veel burgerslachtoffers. Ze kunnen nergens heen omdat de vluchtwegen zijn afgesloten.
De geallieerden vallen bij de invasie van Walcheren op drie plaatsen tegelijk aan. De operaties Infatuate I (landing in Vlissingen vanuit Breskens), Infatuate II (landing in Westkapelle vanuit Oostende) en No name (aanval via de Sloedam vanuit Zuid-Beveland) zorgen uiteindelijk voor succes.
Op 31 oktober vallen Canadezen de Sloedam aan. Er wordt hevig gevochten en de Canadezen verliezen zwaar. Ze kunnen de 1 kilometer lange en 40 meter brede dam niet innemen. Schotse soldaten nemen het op 1 november over, maar ook zij kunnen niet doorbreken. Pas in de nacht van 2 op 3 november, als de geallieerden de Sloe oversteken, wordt de dam geslecht.
Op 1 november om 4.45 uur landen geallieerde soldaten op de stranden van Vlissingen. Een andere groep soldaten valt oostelijker aan. Sluipschutters maken de opmars gevaarlijk, maar toch nemen ze de stad langzaam in. Hotel Britannia is één van de laatste haarden van verzet. Het wordt op 3 november ingenomen.
Op 1 november wordt ook het gebied rond Westkapelle aangevallen. Vanaf meer dan 100 schepen uit Oostende landen Nederlandse, Noorse en Belgische commando’s op de stranden. De opmars gaat langzaam en ook hier zijn verschillende versterkingen nodig om op te kunnen rukken. Op 8 november nemen de geallieerden een bolwerk bij Vrouwenpolder in.
Bij de strijd om Walcheren sneuvelen honderden soldaten.
De overgave
Generaal W.Daser, commandant van de Duitse troepen op Walcheren, kan zich alleen overgeven als er sprake is van overmacht. Als hij zich toch eerder overgeeft worden er maatregelen getroffen tegen zijn familie in Duitsland. Er komen troepentransportvoertuigen en een majoor van het Britse leger wordt tijdelijk bevorderd tot kolonel om de capitulatie te regelen.
Herstel en behoud
Het herstel van het eiland duurt lang. Het laatste gat in de dijk wordt in 1946 gedicht. Vijf jaar later worden de eerste oogsten van het land gehaald.
De provincie Zeeland en de stichting Bunkerbehoud proberen het landfront van Vlissingen te behouden. Ze willen het landfront toegankelijk maken en de route van het landfront in het landschap verduidelijken. En dat levert een uniek aantal zichtbare sporen op.
Sporen in de omgeving

Terug naar overzicht