Oorlogsmonumenten - Spoor details

Het Achterhuis (foto: Egbert Sepp)
Het Achterhuis
type spoor
Overig
lokatie
Prinsengracht 267 1016 GV
Amsterdam
ontstaan
1942

Het Achterhuis

Het Achterhuis is één van de bekendste sporen van de oorlog. Anne Frank zit er ruim twee jaar ondergedoken en schrijft er haar dagboeken. Dan worden zij en haar familie verraden.

Bron:
De Anne Frank Stichting

De familie Frank
Otto Frank (1889) is bankier in Duitsland. Hij trouwt in 1925 met Edith Holländer (1900). In 1926 en 1929 krijgen zij twee dochters, Margot en Anne. Met z’n vieren leiden ze een rustig leven in Frankfurt am Main. Tenminste, totdat begin jaren ’30 de economische situatie slecht wordt. Als de nazi’s in 1933 de macht krijgen, geven ze de joden de schuld van alle problemen.

Omdat de familie Frank joods is, zoekt Otto Frank een manier om uit Duitsland weg te komen. Als snel krijgt hij via zijn zwager de kans om in Nederland een bedrijf op te zetten. Hij grijpt die kans met beide handen aan. Het is dan maart 1933. Edith en de dochters Margot en Anne blijven in eerste instantie bij oma in Aken. Maar als Otto in november een woning vindt aan het Merwedeplein in Amsterdam, komt Edith al snel over. In december komt ook Margot en in februari 1934 volgt Anne. De kinderen gaan naar school en leren daar Nederlands.

Oorlog
Op 10 mei 1940 begint de oorlog in Nederland. Het nazi-regime waarvoor de familie Frank gevlucht is, achterhaalt hen. Maar gelukkig verandert er in het begin nog niet veel. Na verloop van tijd wel. Er komen steeds meer verordeningen die de vrijheid van de joodse gemeenschap beperken.
En dan, op 5 juli 1942, krijgt Margot een oproep om zich te melden voor werk in een Duits werkkamp. Duizenden andere Amsterdamse joden krijgen deze oproep ook. Het is dan al duidelijk dat het hele gezin wordt opgepakt als Margot zich niet meldt. Otto en Edith hebben dit zien aankomen. Ze zijn al een tijdje in het geheim een onderduikadres aan het voorbereiden.

Onderduiken
Al vanaf begin 1942 houden Edith en Otto er rekening mee dat ze moeten onderduiken. Omdat het achterhuis van Otto’s bedrijf aan de Prinsengracht bijna niet gebruikt wordt, maken ze dat klaar als onderduikadres. Een paar medewerkers van het bedrijf helpen mee. Onder andere Miep Gies.
Op 6 juli 1942 is het zover. De familie Frank duikt onder. De familie van mededirecteur Hermann van Pels (Hermann, Auguste en Peter) volgt een week later. In december 1942 trekt ook tandarts Fritz Pfeffer bij hen in. In totaal wonen er dan acht mensen in het achterhuis.

Het Achterhuis
Het Achterhuis heeft verschillende kamers en verschillende verdiepingen.
Op de eerste verdieping zijn twee kamers, een washok en een toilet. Eén kamer is voor Otto, Edith en Margot. De andere voor Anne en Fritz Pfeffer.
Op de tweede verdieping is de slaapkamer van de Hermann en Auguste van Pels. Overdag doet deze kamer dienst als woon- en eetkamer. Ook Peter van Pels heeft op deze verdieping een kamer. De zolder is bereikbaar via de kamer van Peter. Daar bewaren ze het eten.

Buurtbewoners en de werknemers van het bedrijf mogen niet weten dat er bewoners zijn in het pand. Daarom moet iedereen overdag heel stil zijn. Ook worden er gelijk gordijnen gemaakt. In augustus 1942 maken ze een draaiende boekenkast voor de deur naar het Achterhuis. Zo beschermen ze de toegang.
In de ruim twee jaar dat de 8 bewoners in het Achterhuis zitten, kunnen ze niet naar buiten.

Natuurlijk ontstaan er in het Achterhuis ruzies en irritaties. Ze zitten ook zo lang op elkaars lip. Daarom komt er voor iedereen een tijdsindeling. Zo moeten de kinderen bijvoorbeeld door blijven leren. Anne besteedt haar tijd onder meer aan lezen en het schrijven in haar dagboek.

Verraad
Na ruim twee jaar worden de families Frank, Van Pels en Fritz Pfeffer verraden. Nog altijd is niet bekend door wie. Duidelijk is wel dat het hoofdkwartier van de Sicherheitsdienst in de ochtend van vrijdag 4 augustus 1944 een anoniem telefoontje krijgt. Een SS-officier en drie Nederlandse politiemannen gaan daarop naar het pand en dringen het Achterhuis binnen. Ze pakken iedereen op. Waardevolle spullen worden meegenomen en het dagboek van Anne belandt op de grond. Miep Gies ontdekt dat, neemt het mee en geeft het dagboek na de oorlog aan Otto.

Ondertussen worden de acht onderduikers naar de gevangenis van de Sicherheitsdienst gebracht en verhoord. Op 8 augustus worden ze naar Kamp Westerbork getransporteerd. Daar komen ze in de strafbarak terecht. De vrouwen moeten werken: batterijen ontmantelen, een smerig en ongezond karwei.

Auschwitz
Op 2 september worden de acht met 1011 anderen op transport gesteld naar Auschwitz. De reis duurt drie dagen. De familie is dan nog wel bij elkaar en ze overleven de reis. Bij aankomst in het kamp worden de mannen van de vrouwen gescheiden. Het is de laatste keer dat de familieleden elkaar zien.

Otto moet, samen met Hermann en Fritz, zwaar werk doen. Peter krijgt een baantje bij het postkantoor. Hermann verzwakt zienderogen en wordt een paar weken na aankomst naar de gaskamer gestuurd. In oktober moet Fritz naar concentratiekamp Neugamme. Daar sterft hij, ernstig verzwakt, op 20 december. Peter moet, omdat hij nog kan lopen, Auschwitz verlaten omdat de Russen eraan komen. Hij wordt naar Mauthausen gebracht. Hij werkt er in de steengroeve. Het is uitputtend werk en hij sterft op 5 mei 1945.

Edith, Margot en Anne blijven bij elkaar. Auguste Pels zit dan waarschijnlijk in een ander deel van het kamp. Ze moeten hard werken en staan soms urenlang buiten om geteld te worden. Als de Russen dichterbij komen, brengen de Duitsers gevangenen die nog kunnen werken naar Duitsland. Edith kan dat niet. Ze wordt ziek en sterft op 6 januari. Anne en Margot worden met de trein naar Bergen-Belsen in Duitsland gebracht.

Bergen Belsen
Na weer drie dagen in een overvolle trein komen Anne en Margot aan in kamp Bergen-Belsen. Het kamp zit overvol en Anne en Margot slapen in tenten. Als een storm de tenten verwoest, moeten ze een plaats zien te vinden in de overvolle barakken. In november komt ook Auguste naar Bergen-Belsen. Ze wordt er herenigd met de zusjes Frank. Maar na een paar maanden moet Auguste naar Raguhn en later nog naar Theresienstadt. Ze sterft in Duitsland of Tsjechoslowakije op 8 of 9 mei 1945. In de winter verslechteren de omstandigheden in Bergen-Belsen nog meer. Veel gevangenen worden ziek. Ook Margot en Anne. Ze krijgen allebei tyfus en sterven een paar weken voor de bevrijding.

Bevrijding
Otto Frank blijft in Auschwitz. Hij wordt, samen met de 7560 gevangenen die dan nog leven, door de Russen bevrijd op 27 januari 1945. Hij herstelt in de weken na de bevrijding van zijn beproevingen, maar weet nog niets over het lot van zijn familie. Omdat er overal in Europa nog wordt gevochten, kan hij niet naar huis. Dat kan pas op 31 maart. Hij hoort dan dat zijn vrouw in Auschwitz is overleden.

Op 3 juni 1945 komt Otto aan in Amsterdam. Hij gaat direct naar Miep en Jan Gies en ontdekt dat zijn helpers de oorlog hebben overleefd. Maar over zijn kinderen is geen nieuws. Hij zet een advertentie in de krant, maar daar komt geen reactie op. Van de zusjes Janny en Lien Brilleslijper hoort hij uiteindelijk dat zijn dochters zijn overleden. Als Miep Gies dat hoort, geeft ze de dagboeken van Anne aan Otto.

Dagboek
Anne kreeg haar dagboek op 12 juni 1942. Krap een maand voordat ze moest onderduiken. Ze schreef regelmatig in haar dagboek en wilde het na de oorlog zelfs uitgeven. Daarom herschreef ze haar oorspronkelijke aantekeningen in 1944. Ze heeft het karwei nooit af kunnen maken.

Otto Frank geeft het dagboek in 1947 uit. De eerste oplage bestaat uit 1500 exemplaren. Sindsdien zijn er over de hele wereld miljoenen boeken verkocht. Het verhaal van Anne Frank en het Achterhuis is daarmee één van de bekendste boeken over de Jodenvervolging en de Tweede Wereldoorlog.

Het Achterhuis na de oorlog
Het huis aan de Prinsengracht 263 is in 1954 erg vervallen. Maar als de nieuwe eigenaar, de firma Berghaus, het pand wil slopen, ontstaat er groot protest. De gemeente biedt de firma Berghaus daarop een andere plek aan.

Op 3 mei 1957 wordt de Anne Frank Stichting opgericht. De firma Berghaus besluit kort daarop het pand voor een symbolisch bedrag aan de stichting te schenken. Op 3 mei 1960 is het pand voor het eerst open voor publiek. Het aantal bezoekers stijgt daarna ieder jaar. In 1990 kan het museum dat niet meer aan. Het wordt dan ingrijpend gerenoveerd. Het voorhuis wordt gereconstrueerd, het Achterhuis blijft zo veel mogelijk in originele staat. In 1999 opent Koningin Beatrix het vernieuwde museum. In 2007 komen er meer dan een miljoen bezoekers op af.

Zoek een spoor