Vliegveld Deelen
- type spoor
-
Vliegveld
- lokatie
-
Hoenderloseweg 10
Deelen (gemeente Ede) - ontstaan
- 1940
Vliegveld Deelen
Vliegveld Deelen, een schoolvoorbeeld van een militair vliegveld uit de periode 1910-1950. Oorspronkelijk gebouwd voor grenspatrouilles tijdens de Eerste Wereldoorlog. Na 1940 door de Duitsers omgebouwd tot een Fliegerhorst. Het vliegveld vervult voor de bezetter een belangrijke rol bij aanvallen op Engeland en de verdediging van het bezette gebied.
De volgende sporen zijn in de omgeving van Vliegveld Deelen te vinden (klik op de links): Bronnen
De volgende sporen zijn in de omgeving van Vliegveld Deelen te vinden (klik op de links): Bronnen
- De Rijksdienst voor Archeologie, Cultuurlandschap en Monumenten (RACM);
- Raad voor Cultuur (pdf);
- Zweefvliegclub Rotterdam - MLT Deelen;
- Oorlogspad. De bezetting voorbij, wat Nederland nog over ’40-’45 vertelt van Jeroen Wielaert. (Utrecht/Antwerpen, Kosmos-Z&K Uitgevers, 2005). ISBN 90 215 4189 0.
Jaren voor de Tweede Wereldoorlog
De spanning van de Eerste Wereldoorlog zorgt ervoor dat in Nederland verschillende vliegvelden worden aangelegd voor grenspatrouilles. Vliegveld Deelen is er één van. Veel moeten we ons daar niet bij voorstellen: een onverharde baan en wat tenten voor de vliegtuigen en het personeel.
Na de Eerste Wereldoorlog wil men vliegveld Deelen uitbouwen. Maar de financiële middelen zijn niet toereikend. Ook wil de gemeente Arnhem niet meewerken, vanwege ‘het gevaarlijke karakter van het vliegen’. In de periode 1928-1934 gebruikt de KLM de heide voor rondvluchten en demonstraties. Als eind jaren dertig de dreiging wordt gevoeld van het opkomend nazisme, vernietigt men de landingsbaan.
1940-1944
Nederland is voor de Duitse bezetter strategisch belangrijk in de strijd tegen Groot-Brittannië. Vanuit Nederland kunnen vliegtuigen opstijgen om Engeland te bombarderen. Daarvoor worden vanaf het begin van de oorlog verschillende vliegvelden aangelegd, zogenaamde Fliegerhorsten. Ook van vliegveld Deelen maakt men een Fliegerhorst.
Heimatschutz Architektur
In het diepste geheim worden onder andere Nederlandse arbeiders aan het werk gezet. De startbanen krijgen een A-vorm, typerend voor de Duitse stijl van vliegveldbouw. Ook worden verschillende gebouwen neergezet voor personeel en materieel. Deze gebouwen worden ontworpen volgens de Heimatschutz Architektur. Onopvallendheid en stevigheid kenmerken deze stijl. Van veraf meent de beschouwer boerderijen te zien liggen langs bochtige wegen die perfect opgaan in het oorspronkelijke landschap met de bestaande boerderijen. Maar van dichtbij vertellen versterkte muren, pittoreske nepvensters, plaatstalen luiken en Duitse teksten een heel ander verhaal. Deze stijl van de illusie is nog steeds zichtbaar.
Verbindingscentrum Deelen
In 1942 is het vliegveld compleet en vormt het het verbindingscentrum tussen alle vliegvelden en radarposten in Nederland. Er worden verschillende squadrons jachtvliegtuigen en bommenwerpers gestationeerd. Voor de geallieerden is het vliegveld een belangrijk doelwit. Om de geallieerde bommenwerpers af te leiden, leggen Duitse militairen een schijnvliegveld aan bij Harskamp.
De geallieerden voeren hun bombardementen aanvankelijk overdag uit. Maar de bommenwerpers blijken een zeer gemakkelijke prooi voor de Duitse jagers te zijn. De geallieerden gaan daarom over op nachtvluchten, die ze door zware verliezen?, weten te perfectioneren. Om de bombardementsvluchten te onderscheppen gaat de Duitse luchtmacht ook steeds meer nachtvluchten uitvoeren. Vliegveld Deelen speelt een belangrijke rol in dit ‘nachtwapen’.
Bunker Diogenes
Vlakbij het vliegveld bouwt de Duitse bezetter de bunker Diogenes. Dit coördinatiecentrum voor de luchtverdediging komt gereed in 1943. Hier bundelt men alle beschikbare informatie van radarcontroleposten, luchtafweerstellingen, vliegvelden en andere waarnemingen, om zo de luchtverdediging te coördineren. Ook is er een directe verbinding met het hoofdkwartier van de Luftwaffe in Berlijn.
De bunker (type Ceasar) is 40 meter breed, 62 meter lang en 16 meter hoog. De muren bestaan uit drie tot vier meter dik beton. Er zijn 150 vertrekken. Het belangrijkste vertrek is het luchtruimtheater. Hier hangt een glazen paneel van 12 bij 9 meter met daarop de kaart van West-Europa. Zeshonderd personeelsleden zijn continu in de weer om alle vliegbewegingen in het luchtruim van West-Europa bij te houden. Op een tribune in de centrale zaal werken vrouwen; met schijnwerpers markeren ze de posities op de kaart die ze via telefoon- en radioberichten binnenkrijgen. Luftnachrichtenhelferinnen is de officiële naam voor deze medewerkers, maar de vrouwen worden vaker Blitzmädel genoemd. Aan de hand van de posities op de kaart geven de officieren in de zaal opdrachten aan de luchtafweer en de piloten van de nachtjagers.
Spoorlijn
In juni 1941 start men met de aanleg van een spoorlijn die station Wolfsheze verbindt met het dan nog in aanbouw zijnde Duitse Vliegveld Delen. In september van hetzelfde jaar wordt het lijntje – later ook wel het bommenlijntje genoemd – in gebruik genomen. In het begin doet de spoorlijn alleen dienst voor het vervoer van bouwmaterialen naar het vliegveld en naar Diogenes. Later worden ook bommen, munitie en V1's over het lijntje vervoerd. Op het luchtvaartterrein verbouwt men ook gewassen, die via dezelfde spoorlijn worden getransporteerd. Het voedsel is echter niet bestemd voor de burgers. Inmiddels zijn het spoor en de bielzen verdwenen; toch is het spoortracé nog goed herkenbaar.
Vernietiging
In september 1944 voeren de geallieerden de operatie Market Garden uit. Daaraan voorafgaand voeren ze hevige bombardementen uit op vliegveld Deelen en omgeving. Het vliegveld wordt onschadelijk gemaakt. Op 17 september landen de eerste van ruim 10.000 parachutisten in de omgeving van Arnhem. Vooruitlopend op de mogelijke capitulatie vernietigt men met twee vliegtuigbommen van 500 kilo de bunker van Diogenes van binnen. De bunker zelf blijft overeind. Uiteindelijk blijft een aanval op Deelen en Diogenes uit.
Na de oorlog
Direct na de oorlog wordt het vliegveld onder meer gebruikt als opslagplaats voor meer dan 30.000 voertuigen van de Canadezen. Vanaf 1951 richt men het vliegveld weer in als militaire basis. Onder andere wordt de noord-zuidbaan verlengd. Verschillende eenheden kwamen en gingen. In de jaren 1990 verandert Deelen door bezuinigen in een ‘slapende basis’. Vandaag de dag wordt het vliegveld nog wel gebruikt tijdens oefeningen en door zweefvliegtuigen. Ook is een museum aanwezig.
Bunker Diogenes bestaat nog steeds, al is het gebouw binnen verwoest. Verschillende rijksdiensten hebben na de oorlog van het gebouw gebruik gemaakt. Het is nu een depot voor het Rijksarchief en alleen te bezoeken tijdens open monumentendagen of op afspraak.
De spanning van de Eerste Wereldoorlog zorgt ervoor dat in Nederland verschillende vliegvelden worden aangelegd voor grenspatrouilles. Vliegveld Deelen is er één van. Veel moeten we ons daar niet bij voorstellen: een onverharde baan en wat tenten voor de vliegtuigen en het personeel.
Na de Eerste Wereldoorlog wil men vliegveld Deelen uitbouwen. Maar de financiële middelen zijn niet toereikend. Ook wil de gemeente Arnhem niet meewerken, vanwege ‘het gevaarlijke karakter van het vliegen’. In de periode 1928-1934 gebruikt de KLM de heide voor rondvluchten en demonstraties. Als eind jaren dertig de dreiging wordt gevoeld van het opkomend nazisme, vernietigt men de landingsbaan.
1940-1944
Nederland is voor de Duitse bezetter strategisch belangrijk in de strijd tegen Groot-Brittannië. Vanuit Nederland kunnen vliegtuigen opstijgen om Engeland te bombarderen. Daarvoor worden vanaf het begin van de oorlog verschillende vliegvelden aangelegd, zogenaamde Fliegerhorsten. Ook van vliegveld Deelen maakt men een Fliegerhorst.
Heimatschutz Architektur
In het diepste geheim worden onder andere Nederlandse arbeiders aan het werk gezet. De startbanen krijgen een A-vorm, typerend voor de Duitse stijl van vliegveldbouw. Ook worden verschillende gebouwen neergezet voor personeel en materieel. Deze gebouwen worden ontworpen volgens de Heimatschutz Architektur. Onopvallendheid en stevigheid kenmerken deze stijl. Van veraf meent de beschouwer boerderijen te zien liggen langs bochtige wegen die perfect opgaan in het oorspronkelijke landschap met de bestaande boerderijen. Maar van dichtbij vertellen versterkte muren, pittoreske nepvensters, plaatstalen luiken en Duitse teksten een heel ander verhaal. Deze stijl van de illusie is nog steeds zichtbaar.
Verbindingscentrum Deelen
In 1942 is het vliegveld compleet en vormt het het verbindingscentrum tussen alle vliegvelden en radarposten in Nederland. Er worden verschillende squadrons jachtvliegtuigen en bommenwerpers gestationeerd. Voor de geallieerden is het vliegveld een belangrijk doelwit. Om de geallieerde bommenwerpers af te leiden, leggen Duitse militairen een schijnvliegveld aan bij Harskamp.
De geallieerden voeren hun bombardementen aanvankelijk overdag uit. Maar de bommenwerpers blijken een zeer gemakkelijke prooi voor de Duitse jagers te zijn. De geallieerden gaan daarom over op nachtvluchten, die ze door zware verliezen?, weten te perfectioneren. Om de bombardementsvluchten te onderscheppen gaat de Duitse luchtmacht ook steeds meer nachtvluchten uitvoeren. Vliegveld Deelen speelt een belangrijke rol in dit ‘nachtwapen’.
Bunker Diogenes
Vlakbij het vliegveld bouwt de Duitse bezetter de bunker Diogenes. Dit coördinatiecentrum voor de luchtverdediging komt gereed in 1943. Hier bundelt men alle beschikbare informatie van radarcontroleposten, luchtafweerstellingen, vliegvelden en andere waarnemingen, om zo de luchtverdediging te coördineren. Ook is er een directe verbinding met het hoofdkwartier van de Luftwaffe in Berlijn.
De bunker (type Ceasar) is 40 meter breed, 62 meter lang en 16 meter hoog. De muren bestaan uit drie tot vier meter dik beton. Er zijn 150 vertrekken. Het belangrijkste vertrek is het luchtruimtheater. Hier hangt een glazen paneel van 12 bij 9 meter met daarop de kaart van West-Europa. Zeshonderd personeelsleden zijn continu in de weer om alle vliegbewegingen in het luchtruim van West-Europa bij te houden. Op een tribune in de centrale zaal werken vrouwen; met schijnwerpers markeren ze de posities op de kaart die ze via telefoon- en radioberichten binnenkrijgen. Luftnachrichtenhelferinnen is de officiële naam voor deze medewerkers, maar de vrouwen worden vaker Blitzmädel genoemd. Aan de hand van de posities op de kaart geven de officieren in de zaal opdrachten aan de luchtafweer en de piloten van de nachtjagers.
Spoorlijn
In juni 1941 start men met de aanleg van een spoorlijn die station Wolfsheze verbindt met het dan nog in aanbouw zijnde Duitse Vliegveld Delen. In september van hetzelfde jaar wordt het lijntje – later ook wel het bommenlijntje genoemd – in gebruik genomen. In het begin doet de spoorlijn alleen dienst voor het vervoer van bouwmaterialen naar het vliegveld en naar Diogenes. Later worden ook bommen, munitie en V1's over het lijntje vervoerd. Op het luchtvaartterrein verbouwt men ook gewassen, die via dezelfde spoorlijn worden getransporteerd. Het voedsel is echter niet bestemd voor de burgers. Inmiddels zijn het spoor en de bielzen verdwenen; toch is het spoortracé nog goed herkenbaar.
Vernietiging
In september 1944 voeren de geallieerden de operatie Market Garden uit. Daaraan voorafgaand voeren ze hevige bombardementen uit op vliegveld Deelen en omgeving. Het vliegveld wordt onschadelijk gemaakt. Op 17 september landen de eerste van ruim 10.000 parachutisten in de omgeving van Arnhem. Vooruitlopend op de mogelijke capitulatie vernietigt men met twee vliegtuigbommen van 500 kilo de bunker van Diogenes van binnen. De bunker zelf blijft overeind. Uiteindelijk blijft een aanval op Deelen en Diogenes uit.
Na de oorlog
Direct na de oorlog wordt het vliegveld onder meer gebruikt als opslagplaats voor meer dan 30.000 voertuigen van de Canadezen. Vanaf 1951 richt men het vliegveld weer in als militaire basis. Onder andere wordt de noord-zuidbaan verlengd. Verschillende eenheden kwamen en gingen. In de jaren 1990 verandert Deelen door bezuinigen in een ‘slapende basis’. Vandaag de dag wordt het vliegveld nog wel gebruikt tijdens oefeningen en door zweefvliegtuigen. Ook is een museum aanwezig.
Bunker Diogenes bestaat nog steeds, al is het gebouw binnen verwoest. Verschillende rijksdiensten hebben na de oorlog van het gebouw gebruik gemaakt. Het is nu een depot voor het Rijksarchief en alleen te bezoeken tijdens open monumentendagen of op afspraak.

Terug naar overzicht