Oorlogsmonumenten - Spoor details

Fochteloo, Werkkampen Ybenheer en Oranje (foto: Egbert Sepp)
Werkkampen Ybenheer en Oranje
type spoor
Werkkamp
lokatie
Aan de veenweg
Fochteloo (gemeente Gemeente Ooststellingwerf)
ontstaan
1941

Werkkampen Ybenheer en Oranje

Twee kampen vlak bij elkaar. Ybenheer en Oranje. In 1941 opgezet voor werkverschaffing aan werklozen. In 1942 maakt men de kampen leeg voor de komst van joodse mannen. Na maanden bitter hard werken volgt voor hen deportatie naar vernietigingskampen. Twee gemetselde zuilen van het toegangshek, fundamenten en waterputten herinneren nu nog aan Ybenheer. Van Oranje is niets meer te zien.

Bronnen
  • 'Uit schaamte zijn we de jodenkampen vergeten', in de Volkskrant van 25 april 2003';
  • Joodse Werkkampen;
  • Encyclopedie Drenthe;
  • Oorlogspad. De bezetting voorbij, wat Nederland nog over ’40-’45 vertelt van Jeroen Wielaert. (Utrecht/Antwerpen, Kosmos-Z&K Uitgevers, 2005). ISBN 90 215 4189 0.


Werkverschaffing
In de jaren ’20 en ’30 houdt men in Nederland grote groepen werklozen aan het werk via de werkverschaffing. Een steunregeling alleen is onvoldoende en voor de overheid financieel niet bol te werken. Over heel het land worden daarom grote werkgelegenheidsprojecten gestart. Vooral in de provincies Drenthe, Gelderland, Friesland en Groningen verschijnen veel arbeiderskampen. Ybenheer en Oranje zijn voorbeelden van dit soort kampen, al zijn deze pas in het voorjaar van 1941 gereedgekomen. De werkloze, vaak oudere mannen moeten het land ontginnen en in de herfst aardappelen rooien.

Tewerkstelling joden
In mei 1942 worden de arbeiders uit het kamp gehaald. Hiervoor in de plaats stuurt men vanaf juni ’42 joodse mannen naar de kampen toe. Vanuit de grote steden in het westen van het land arriveren ze per trein in Assen. Daar worden ze op de tram naar Oosterwolde gezet. Het laatste stuk naar Fochteloo moeten ze lopend afleggen, met bepakking en al. 72 joden uit Den Haag komen in Ybenheer terecht.

Eenmaal aangekomen moeten ook de nieuwe ‘bewoners’ hard werken. Zij steken turf in het nabijgelegen Fochteloo-veen (tegenwoordig Fochteloërveen), leggen zandpaden aan, rooien aardappels en halen met kruiwagens melk op bij de melkfabriek in Oosterwolde. Uitvoerder van de werkzaamheden is de Nederlandsche Heidemaatschappij. Opdrachtgever is de Drie Provinciën, in nauwe samenwerking met de Duitse bezetter.

Joods verzet breken
Per werkkamp zitten 100 tot 200 joodse mannen opgesloten (in totaal zijn er ongeveer 50 werkkampen in Nederland). Door de mannen naar deze geïsoleerde plekken te brengen probeert men om eventueel joods verzet tegen de anti-joodse maatregelen tegen te houden. Vooral de weerbare mannen worden geselecteerd om in deze kampen te werken. Vernedering is ook een van de doelen van de Duitse bezetter. Van uitbraken of ontsnappingen in de kampen Ybenheer en Oranje is achteraf niets op papier terug te vinden. Toch kunnen gevangenen via sluipwegen naar de huizen en boerderijen in de omgeving gaan. Ze kunnen er extra eten krijgen en soms wordt ze een schuilplaats aangeboden. Maar de joodse tewerkgestelden maken daar nauwelijks gebruik van. De mannen denken dat het leven niet slechter kan worden.

Harde realiteit
Maar in de nacht van 2 op 3 augustus 1942 wordt de harde realiteit duidelijk. De gevangenen van Ybenheer en Oranje hebben weer een dag hard gewerkt. Bij terugkomst in de kampen wachten ongeveer 50 SS’ers en mannen van de Grüne Polizei hen op. Buurtbewoners proberen de terugkerende arbeiders te waarschuwen. Maar iedereen loopt door, zich niet bewust van het werkelijke gevaar. Die nacht wordt de laatste nacht voor de gevangenen in Ybenheer en Oranje. De volgende ochtend dwingen de bewakers alle mannen om te voet te vertrekken. Haastig worden koffers ingepakt of nog wat spullen in bewaring gegeven. Bewoners van Fochteloo horen dat het er niet zachtzinnig aan toe gaat. Als de gevangenen door het dorp lopen, maken veel bewoners het v-teken. Sommigen roepen opbeurende woorden. De bewakers zijn er niet van gediend en bedreigen de bewoners. Na enkele honderden meters moeten de gevangenen hun koffers langs de kant van de weg achterlaten. Ze worden gedwongen door te lopen naar Assen, waar ze op de trein naar Westerbork worden gezet.

Massaal transport
In de nacht van 2 op 3 oktober maken overal in het land de joodse gevangenen in werkkampen hetzelfde mee. Gelijktijdig worden ook de families van de joodse gevangenen uit hun huis gehaald. In Westerbork zien familieleden elkaar terug. Maar de hereniging is van korte duur. Een paar dagen later worden de mensen massaal op transport gesteld naar de concentratie- en vernietigingskampen in het oosten. In één avond en nacht worden 10.000 joden ‘opgepakt’. Slechts weinigen keren na de oorlog levend terug. Degenen die terugkomen hebben dan het betrekkelijke geluk gehad dat ze voor strafarbeid zijn geselecteerd. Ze zijn daardoor niet in een vernietigingskamp terecht gekomen.

Vervolg Ybenheer en Oranje
Na deze schokkende nacht stuurt men niet-joodse werkkrachten naar de kampen Ybenheer en Oranje. In september 1944 worden de kampen opengesteld voor evacués uit Limburg, waar de bevrijders heftige gevechten voeren met de bezetter. Na de bevrijding worden NSB’ers in de kampen gevangen gezet. Een tijd lang is het Friese Bataljon Indië in één van de kampen gevestigd. Vanaf 1951 tot 1968 vormen de kampen de thuishaven van terugkerende KNIL-militairen en hun gezinnen. Daarna worden de kampen vergeten en uiteindelijk gesloopt. Op 2 oktober 2002 is een monument geplaatst op het terrein van kamp Ybenheer.

Zoek een spoor