Oorlogsmonumenten - Getuigenverhaal-detail

Moed moet

Getuigenverhaal: Sybout Nijdam, Neck - Noord-Holland

Hoofdonderwijzer Sybout Nijdam (1905-2005) en zijn vrouw zien het als hun plicht om verzet te plegen tegen Hitler. Hun huis staat centraal in postverkeer tussen verzetsgroepen. Sybout onderhoudt contact met een knokploeg. Vervalst persoonsbewijzen. Pieter Slooten is een buurman van een paar huizen verderop. Ze praten nooit over het verzet. Maar ze weten van elkaar dat het goed zit. Aan het eind van de oorlog gaat het opeens mis. Verraad. Boer Kramer en elf ondergrondsen worden van hun bed gelicht. Pieter is erbij en komt nooit meer terug. Samen met de anderen is hij op 8 maart 1945 doodgeschoten.

door Anita van Stel


Van de paal geslagen
"In het begin van de oorlog ging het leven vrij gewoon door, maar we voelden wel de druk van de bezetting. We luisterden elke avond naar Radio Oranje. Ik was onderwijzer en bleef lesgeven op de school. Voor de gymnastiekles wandelden we altijd naar een sportveldje aan de Ringdijk. Tot mijn ontzetting stond daar op zeker dag een bord bij de ingang met de tekst 'Voor Joden verboden'. Razend heb ik een zware hamer gehaald en het bordje van de paal geslagen. Het ging diezelfde avond de kachel in. Ik heb er nooit meer iets van gehoord."

Hitler ten val brengen
"Mijn vrouw Afke en ik voelden het als onze plicht al het mogelijke te doen om Hitler ten val te brengen. Ik werd ondercommandant van de Binnenlandse Strijdkrachten (BS) in de Wijdewormer. Afke ondersteunde me waar mogelijk. Zij hield het gezin draaiend, met twee - en later vier - kleine kinderen plus alle aanloop. Een van de taken was contact te onderhouden met een knokploeg die in een boerderij ondergedoken zat. Ik kreeg een stengun die ik in een oud gemeentearchief boven de school verborg. Omdat ik fijn kon raderen ging ik persoonsbewijzen van verzetsstrijders vervalsen. Van 1903 maakte ik 1905, zodat mannen te jong waren voor dwangarbeid in Duitsland. Ons huis werd een centraal punt voor het onderlinge postverkeer tussen verzetsgroepen in Purmerend, Zaandam en Wormerveer. De koeriersters waren vaak meisjes van een jaar of achttien. Op een morgen kregen we huiszoeking, maar de Duitser vond in ons huis niets bijzonders. Ik had Mein Kampf op de piano liggen. Ondertussen had ik twee leerlingen die ik vertrouwde op pad gestuurd om mensen te waarschuwen."

Narigheid en oplossingen
"Voor alle narigheid van de oorlog verzonnen we oplossingen. Er kwam eens een goochelaar uit de stad optreden op school en die liet zich 'betalen' met melk en boter, door de kinderen van huis meegebracht. Toen alle radio's ingeleverd moesten worden, verborg ik er een op de zolder van de school. Daar ging ik 's avonds in het geniep naar de verboden zenders luisteren. Bij het stopzetten van de elektriciteitsvoorziening door de Duitsers bouwden we een gasleiding, waarmee methaangas uit de bodem van de Beemster naar de kamers werd geleid. We hadden daardoor altijd verlichting. Later ging ik bij de burgemeester naar de radio luisteren, want die had nog wel elektriciteit. Hij stond dan op wacht. Met gruis van antraciet, oude kranten en een kachelpijp maakten we in de zomer briketten, die in de zon droogden. Zo hadden we in de winter brandstof."

Hongerwinter
"Naarmate de oorlog langer duurde kwamen er steeds vaker mensen uit Amsterdam of de Zaanstreek aan de deur voor eten. Wij prezen ons gelukkig dat we toch steeds iets konden geven van onze karige voorraad. Er bleven ook dikwijls mensen slapen, familieleden of hongerige mensen die voor 'Sperrzeit' Amsterdam niet meer konden bereiken. Toen op een dag in de winter van '44-'45 de school gesloten moest worden vanwege gebrek aan brandstof, ben ik in een soort ploegendienst les gaan geven in de voorkamer. In ruil daarvoor kreeg ik hout van gerooide bomen, die onder de bewoners van Wijdewormer verdeeld werden."

Blikopener
"Op oudejaarsdag 1944 kreeg ik bericht dat de secretarie van de Wijdewormer overvallen zou worden. Het bevolkingsregister zou in beslag genomen worden. Zo kon de bezetter niet langer via die weg mannen opsporen voor werk in Duitsland. Via het burgemeestershuis kon je binnendoor bij de secretarie komen. De burgemeester en zijn vrouw werden vastgebonden. Ik kreeg de opdracht hen omstreeks tien uur 's avonds uit hun benarde positie te bevrijden. Maar hoe verzin je op oudejaarsavond een smoes om bij het echtpaar langs te gaan, zonder te verraden dat je van de overval op de hoogte bent? Ik leende vooraf een blikopener die ik rond tienen terug ging brengen. Ze hebben nooit geweten van mijn ondergrondse werk."

Pieter Slooten
"Pieter Slooten woonde vier of vijf huizen verderop. Zijn moeder had een kruidenierswinkel. Pieter was 32 jaar. Ik gaf hem en twee andere jongens Engelse les. Ze kwamen 's avonds naar ons huis geslopen. We waren overtuigd van elkaars goede gezindheid en vermoedden dat de anderen in het verzet actief waren, maar we kletsten daar niet over. Pieter zat bij de afdeling Purmerend. Soms verzuimde hij van de les, maar naar de precieze reden vroeg niemand. Elke week werden aan de hand van het nieuwsbulletin en de kaarten de vorderingen van de legers besproken."

Drama
"Tot 1945 waren we in de Wijdewormer goed door de oorlog heengekomen. Je voelde dat de Bevrijding niet lang meer kon uitblijven. Toch voltrok zich nog een drama. Op de ochtend van 28 februari werd ik gewaarschuwd dat de boerderij van Kramer aan de Kanaaldijk overvallen was door de Duitsers. Daar bevonden zich elf ondergrondsen, die een injectie tegen tyfus hadden gekregen van dokter Hartman uit Purmerend. Er was verraad in het spel. De twaalf mannen, inclusief boer Kramer, werden per vrachtauto naar het Huis van Bewaring aan de Weteringschans in Amsterdam gebracht en daar verhoord. Met zijn allen zijn ze op 8 maart 1945 gefusilleerd. Dat heeft ons enorm aangegrepen."

Strijden voor een betere wereld
Bij de onthulling van het monument voor Pieter Slooten in Neck hield Sybout Nijdam een toespraak. Enkele passages: "Wij herdenken hiermee alle doden die in de onmenselijkste aller oorlogen gevallen zijn. Hun aantal is niet te schatten, maar als ze in rijen van vier langs dit monument zouden marcheren, zouden er zeker meer dan twintig dagen en nachten nodig zijn om de macabere stoet te laten voorbijtrekken. (...) Groot rijst voor ons het offer op dat Pieter Slooten voor ons gebracht heeft. Als leerling en als vriend heb ik hem hooggeacht om de ernst waarmee hij zijn werk deed, om zijn betrouwbaar karakter en om zijn bereidheid een ander te helpen. Hij had zich niet aangesloten bij de Binnenlandse Strijdkrachten om de branie uit te hangen of uit zucht naar avontuur, maar eenvoudig omdat hij het als zijn plicht vond zijn vaderland te dienen en niet te rusten, vóór de overweldiger daaruit verdreven was. Hij die in zijn hart een gruwel had aan vechten en de oorlog verafschuwde, zag deze weg als enig mogelijke. Want hij had zijn vaderland en zijn geestelijke vrijheid hartstochtelijk lief. Hij heeft het beste wat hij had, zijn leven, daarvoor gegeven. Pieter Slooten, we zullen je niet vergeten. Jouw offer en dat van miljoenen anderen legt ons de dure plicht op en zal ons ook de kracht geven te strijden voor een betere wereld, waarin niet het brute geweld, maar recht en rede richtsnoeren zijn."

Bronnen:
  • Sybout Nijdam, Uit het leven van een schoolmeester, (Bergen 1999);
  • Met dank aan de heer Van Dalsum, toespraak Sybout Nijdam
Terug