Het geheim van Beugen
Getuigenverhaal: Bram Grisnigt, Beugen - Noord-Brabant
In het voorjaar van 1941 trekt Bram Grisnigt (1923) samen met een vriend vanuit Den Haag de wijde wereld in. Op de fiets. Jeugdig idealisme, zegt hij zelf. Eindbestemming? Nederlands-Indië. Daar willen ze aansluiting zoeken bij het leger om uiteindelijk Nederland te helpen bevrijden. Het werden Barcelona-Curaçao-Cuba-Canada-Schotland. In Beugen landt Bram met strijdmakker Piet Hoekman in september 1943 weer op Nederlandse bodem. Als geheimagent. Ze kunnen rekenen op de volledige steun van de mensen die ze ontmoeten. Mensen die een geheim weten te bewaren. Het leven van Bram en Piet ligt in hun handen.
door Anita van Stel
Engeland in plaats van Nederlands-Indië
"Ik vertrok uit Nederland met bestemming Nederlands-Indië. Het werd bestemming Engeland. We fietsten eerst tot in Frankrijk. Wegens geldgebrek verkochten we daar onze fietsen. Een boer bracht ons, verstopt onder de lading op zijn wagen, over de demarcatielijn. Daarna reisden we zonder veel problemen met de trein naar Lyon. We meldden ons daar bij het Nederlandse consulaat. Op advies van de consul gingen we naar Toulouse. Ik ontmoette Piet Hoekman, mijn latere krijgsmakker. Na veel mislukte pogingen om verder te komen kon ik in mei 1942 naar Barcelona vertrekken. Daar scheepten we in op het Spaanse schip Cabo de Buena Esperanza, met als tussenbestemming Curaçao. Er was voor ons geen andere weg naar Engeland."
Getorpedeerd
"Bij aankomst op Curaçao werd ik tot mijn grote schrik bij de Marine aangesteld als schrijver, omdat ik een typediploma had. Maar de marinecommandant snapte dat ik verder wilde en met zijn toestemming mocht ik proberen bij Shell aan te monsteren als matroos op een olietanker. Zo kwam ik terecht op de tanker ms. Rotterdam. Als onderdeel van een konvooi werd de 'Rotterdam' op 28 augustus 1942 met nog twee andere schepen getorpedeerd. Van de 47 bemanningsleden kwamen er dertien om het leven. Gelukkig kon ik een reddingsboot bereiken. We werden gered door de Amerikaanse marine en kwamen terecht op de marinebasis van Guantanamo Bay, Cuba."
Iets speciaals?
"Met een Filipijns vrachtschip reisde ik naar Amerika. Via New York bereikte ik uiteindelijk de Prinses Irene Brigade in Canada. In december vertrok onze compagnie met de trein naar Halifax, waar wij met duizenden Canadese en Amerikaanse militairen inscheepten op het troepentransportschip 'Queen Elisabeth'. Er zaten 15.000 man op een schip. 19 maanden na mijn vertrek uit Nederland stapte ik als soldaat in Schotland aan wal. In Wolverhampton bevond zich het opleidingskamp 'Wrottesley Park' van de Prinses Irene Brigade. Tijdens verlof in Londen werden Piet Hoekman en ik gevraagd of wij ‘iets speciaals’ wilden gaan doen. We kregen een opleiding tot geheimagent."
Geheim agent bij Bureau Inlichtingen
"Het Bureau Inlichtingen (BI) was ingesteld voor het scheppen van een geregelde verbinding tussen de regering in Londen en het verzet in Nederland. Onze opleiding bestond uit coderen en decoderen, veel sport, 'close combat', parachutespringen, motorrijden en schieten. In september 1943 waren we klaar voor het echte werk. In de nacht van 19 op 20 september zouden we in de buurt van Escharen, in Brabant aan de Maas, gedropt worden met de schuilnamen Bram Poot en Piet Zeelenberg."
Verkeerde bocht
"Onderweg zag ik al dat er veel bochten in de Maas zaten. Na een slok cognac in het vliegtuig trokken we een lucifertje wie als eerste de sprong zou maken. We zijn na elkaar gesprongen en het pakket is abusievelijk pas als derde gedropt. Door een oriëntatiefout van de piloot/waarnemer van de Halifax kwamen we bij een verkeerde bocht in de Maas terecht. Bij het dorp Beugen, twintig kilometer van de beoogde plek vandaan. Toen wij omlaag zweefden zagen wij onze bagageparachute achter een heg verdwijnen."
Goed of fout?
"Met getrokken pistool slopen wij naar de tuin waarin ons pakket was beland. Er stonden vier mannen te praten. Zonder de seintoestellen uit de koffers konden wij niets, dus we moesten de confrontatie aan. 'Handen omhoog en zijn jullie goed of fout', riepen we. Ze verzekerden ons dat ze 'goed' waren. We hebben ze cognac en sigaretten gegeven. Onze seintoestellen namen we mee. De koffers lieten we bij de mannen achter. Zij zouden ze voor ons verbergen. De nacht brachten we door in Beugen. De volgende dag bereikten Piet en ik ons contactadres, veldwachter Beuvink in Escharen. Mina van Kempen-van Vonderen uit Beugen ging diezelfde morgen vroeg de geiten hoeden en zag koffers tegen een heg liggen. De nacht ervoor had ze ons vliegtuig zien rondcirkelen. Ze bond de twee koffers en drie parachutes achter op haar bagagedrager en nam ze mee naar huis. Onderweg weigerde ze het pakket aan een ander over te dragen. Via Marius Verdijk, hoofdambtenaar van de Burgelijke Stand en actief in het plaatselijke verzet, zijn de koffers bij ons in Escharen terechtgekomen. Daar vandaan vertrokken Piet en ik naar onze standplaatsen, respectievelijk Den Haag en Amsterdam. De verbinding tussen het verzet in Nederland en Bureau Inlichtingen kwam tot stand."
Verraden
"Ongeveer twee maanden later gingen Piet en ik voor een weekend naar Escharen. De avond ervoor waren daar twee andere agenten gearriveerd. De bagage was op een boerenerf in Keent terechtgekomen. Beuvink wist dat de boer betrouwbaar was. Maar toen Beuvink, Piet en geheimagent Jan Diesfeldt het pakket gingen ophalen, bleek de zaak verraden. Er waren gewapende soldaten van de Duitse Armee aanwezig. Bij een gevecht dat ontstond, is Piet gesneuveld. Dergelijk verraad had ons ook in Beugen kunnen overkomen."
Geluk gehad
"Zelf ben ik begin februari 1944 in Amsterdam gearresteerd, doordat de Duitsers mijn seinapparatuur hadden uitgepeild. Via de Euterpestraat in Amsterdam, Scheveningen, Haren, Vught, Sachsenhausen, Neuengamme en Braunschweig ben ik in het kamp van Ravensbrück terechtgekomen. Daar zijn 20.000 mannen omgekomen. Ik heb geluk gehad. Tijdens de evacuatie - dodenmars - in april 1945 ben ik terug naar het kamp gelopen en daar door de Russen bevrijd. Aan het eind van de oorlog bleek dat 90 van de 180 vanuit Engeland aangekomen geheimagenten waren gesneuveld."
Het geheim van Beugen
"Alle mensen die in Beugen op de hoogte waren van onze aanwezigheid én die van de zendapparatuur en wapens, hebben gezwegen als het graf. Onze dropping is tot na de bevrijding geheim gebleven. Dat is heel bijzonder. Ik ben daar de mensen in Beugen ook nog altijd dankbaar voor. Marius Verdijk heeft zijn verzetsactiviteiten met de dood moeten bekopen. Hij is in juni 1944 gearresteerd en in mei 1945 in concentratiekamp Malchow overleden."
Blijvende herinnering, blijvend respect
In augustus 2003 nam een groep Beugenaren het initiatief om een monument op te richten, waarmee de gebeurtenis van 19 op 20 september 1943 blijvend herinnerd zou kunnen worden. De heer Meulensteen vormde het comité Pinpoint, dat de totstandkoming van het monument realiseerde. Het gedenkteken staat op de plaats waar de dropping plaatsvond, naast de tuin van de familie Hurkens.
Op 29 november is het monument onthuld. Daarbij sprak Bram Grisnigt zijn blijvende respect uit voor de bewoners van Beugen: "Een geheimagent in het bezette Nederland was voor het uitvoeren van zijn opdracht volledig afhankelijk van de steun en medewerking van de mannen en vrouwen - vaak getrouwd, met een jong gezin - uit het verzet. Zij hielpen met transport, verzamelen van gegevens, verschaffen van onderdak, persoonsbewijzen, distributiebonnen, seinadressen en tientallen andere zaken. Zij riskeerden arrestatie, gevangenschap en mogelijk de doodstraf. Vele van deze dappere mannen en vrouwen zijn omgekomen. Mijn vriend Piet Hoekman en ik hebben hier op deze plaats in Beugen enkele van deze bijzondere Nederlanders ontmoet."
Bron:
- Periodiek van de Vereniging Bronzen Leeuw en Bronzen Kruis
