Oorlogsmonumenten - Getuigenverhaal-detail

Op 4 mei deden we altijd iets anders

Getuigenverhaal: Maarten, Jan en Piet Schaafsma , Austerlitz - Utrecht

In de bossen bij Austerlitz herinnert een monument aan 4 mei 1945. De broers Arie (1914) en Klaas Schaafsma (1922) zijn op die plek op die dag gefusilleerd. Samen met de Haagse politiecommissaris Hendricus Rijnders. Waarom zij? Niemand weet het. Waarschijnlijk gewoon pech. Als represaillemaatregel voor de executie van een Duitser. De broers Piet (1942) en Jan Schaafsma (1944) verliezen hun vader en hun oom. Hun oom Maarten Schaafsma (1927) zijn twee broers. Gedrieën vertellen ze hun verhaal.

door Anita van Stel


Flarden gordijnen in de dennenbomen

Jan: "Mijn ouders waren fel anti-Duits. We woonden in Den Dolder, pal naast vliegbasis Soesterberg, vanaf mei 1940 in handen van de Duitsers. Onder de ogen van de Duitse schildwachten waren er regelmatig onderduikers in huis. Een keer zelfs een gestrande Engelse piloot. Het was bij ons extreem veilig, zeiden wij altijd gekscherend. Het vliegveld werd uitgebreid en ons huis kwam op het vliegveldterrein te staan. Op last van de Duitsers verhuisden we daarom naar het dorp Soesterberg. In maart 1945 bombardeerden de geallieerden daar. Wij zaten in de schuilkelder in de tuin. De tas met geld van mijn oma vloog door de luchtdruk uit haar handen. Het gaatje licht van die schuilkelder zie ik nog voor me. Ook heb ik beelden van flarden gordijnen in de dennenbomen."

Aangesloten bij een sabotagegroep

Piet: "De drie broers van mijn vader Arie moesten tijdens de oorlog in Duitsland gaan werken. Maar oom Klaas dook bij het eerste verlof onder bij mijn ouders Arie en Sjieuwke." Maarten: "Arie en Klaas zaten in het verzet. Maar om ons te sparen spraken ze daar nooit over. Ik hoorde later dat ze zich in 1944 aangesloten hadden bij de sabotagegroep van luchtmachtofficier Van Aartsen. Vliegbasis Soesterberg en de spoorlijn Utrecht-Amersfoort waren regelmatig doelwit van sabotageacties. Na de avondklok op 20 april gingen ze melk halen. Maar de weg stond vol met SS-ers en ze werden gepakt. Lopend moesten ze naar Zeist, met een stok over hun schouders met aan weerszijden een emmer vol stenen. Zo konden ze niet ontsnappen. Later hoorden we pas dat ze gevangen zaten en gemarteld werden."

Een dag voor de bevrijding

Piet: "Op 4 mei 1945 zijn ze bij Austerlitz een stuk bos vlak naast de weg in gestuurd. Ze moesten knielen en kregen elk een pistoolschot in hun nek. Daarna werden ze in een sleuf gerold, er ging zand over en dat was dat. Vreselijk zinloos, een dag voor de bevrijding. Veel later hoorden we dat verzetslieden begin mei 1945 een Duitser hadden doodgeschoten en dat de executie daarvoor een represaillemaatregel was. Waarom Arie en Klaas en de Haagse politiecommissaris Rijnders zijn uitgekozen? Niemand weet het, waarschijnlijk hadden ze gewoon pech."

'Dat zijn mijn jongens niet'

Maarten: "Die eerste weken na de bevrijding waren vreselijk. We wisten niet wat er met Klaas en Arie was gebeurd. Het was een chaotische tijd. Niemand kon je iets vertellen. Maar op 28 mei kwam de dominee uit Den Dolder mijn ouders vertellen dat ze gevonden waren. Vader moest ze identificeren. 'Dat zijn mijn jongens niet', zei hij. Ze waren onherkenbaar, omdat ze al een paar weken onder de grond lagen en het in die tijd flink geregend had. De trouwring van Arie was echter genoeg bewijs. Op 2 juni werden ze begraven op de algemene begraafplaats van Zeist."

We zaten het hele jaar met ons gemis

Piet: "Mijn moeder was nu weduwe zonder huis. Want dat was gebombardeerd. Jan en ik werden elk bij een andere opa en oma ondergebracht en mijn moeder fietste tussen ons heen en weer. Eind 1946 kregen we een huis in Zeist. We hebben daarna nooit meer over de executie gesproken. De oorlog kwam sporadisch ter sprake. Ook Dodenherdenking hoefde voor ons niet. Wij zaten immers het hele jaar met ons gemis. Op 4 mei deden we altijd iets anders. Vanaf eind jaren zestig, toen ik een auto had, gingen we op 4 mei een eindje rijden en om acht uur stopten we niet."

Als je goed kijkt zie je nog een sleuf

Maarten: "Ik fietste regelmatig door de bossen bij Austerlitz. Waar waren mijn broers Arie en Klaas aan hun gruwelijke einde gekomen? Soms had ik de neiging om te roepen. Ik vertelde mijn verhaal aan Cees Biezeveld, directeur van Kamp Amersfoort. Hij beet zich vast in een zoektocht en vond uiteindelijk Bakkenes, gepensioneerd bosarbeider van Staatsbosbeheer. Die heeft ons de plek aangewezen. Hoe die dat wist? Zijn vader was op 28 mei 1945 bij de opgraving geweest. En hij nam zijn zoon daarna regelmatig mee naar de plek. Als je goed kijkt zie je nog een sleuf."

'Zij hebben zich verzet'
Piet: "In 2006 wilde burgemeester Janssen van Zeist met ons praten. Of we een gedenksteen wilden. Maarten had het over een groot brok steen in het bos, om bij stil te staan en te mediteren. De gemeente Zeist koos in overleg met ons voor een natuurstenen monument met de inscriptie 'zij hebben zich verzet tegen de bezetter'. Het lukte de gemeente niet nabestaanden van Rijnders te traceren. Op 26 april 2007 hebben we het monument onthuld: twee kinderen van de basisschool, Wim Graat van het plaatselijke 4 en 5 mei comité en ikzelf. Maarten hield een indrukwekkende toespraak. 'The Last Post' klonk door de bossen."

Basisschool adopteert het monument
Piet: "Basisschool Pirapoleon heeft het monument geadopteerd. Maarten en ik hebben op de school verteld over de arrestatie en executie van Klaas en Arie. Voortaan zorgen de kinderen voor het onderhoud van het monument. Elk jaar op 4 mei leggen ze bloemen voor de slachtoffers van de Tweede Wereldoorlog. In Austerlitz was tot nu toe geen oorlogsmonument."

We hoeven niet meer naar de plek te zoeken

Maarten: "Nog vóór de onthulling van het monument zijn de namen van Klaas en Arie Schaafsma opgenomen in de Erelijst der Gevallenen in de Tweede Kamer. De gemeentearchivaris uit Zeist heeft daarvoor gezorgd. Dát en het monument geven ons een gevoel van afsluiting. We hoeven nu niet meer naar de plek te zoeken."
Terug