Oorlogsmonumenten - Getuigenverhaal-detail

Achter elke rietkraag loerde het gevaar

Getuigenverhaal: Piet van den Hoek, Werkendam - Zuid-Holland

Piet van den Hoek (1921) moet in 1942 voor de Arbeitseinsatz naar Duitsland. Bij verlof duikt hij onder in de Brabantse Biesbosch. Een uitgestrekt gebied van kreken, bossen en rieteilandjes. Hij komt terecht in het verzetswerk. In november 1944 start een grote reeks overtochten vanuit bevrijd Brabant naar bezet gebied in Zuid-Holland. Met kano's, kajaks en roeiboten zetten Piet en zijn maten talloze personen, berichten en medicijnen over. De tochten zijn gevaarlijk. Duitse militairen patrouilleren voortdurend door het gebied. Twee van de 21 crossers overleven hun missie niet.

door Anita van Stel


Onderduiken

"Ik wilde in 1942 niet naar Duitsland, maar de politie pakte me op en stuurde me naar Keulen. Ik kwam terecht in een werkkamp, waar we de puinhopen en de lijken na de bombardementen op Keulen moesten opruimen. We sliepen in een school die door een bombardement ook in brand heeft gestaan. Het was geen mooie tijd. Bij mijn verlof in november 1943 besloot ik niet terug te gaan naar Duitsland. Ik dook onder. Ik kon terecht op een ark in de Biesbosch, waar nog drie andere jongens zaten. We kregen eten en drinken van de Onderduikersdienst (OD). Veel onderduikers vonden een schuilplaats in de Biesbosch, omdat het zo'n moeilijk toegankelijk gebied was."

De Partizanen van de Biesbosch

"Door mijn verblijf in de Biesbosch raakte ik betrokken bij het verzet. Onze verzetsgroep heette 'De Partizanen van de Biesbosch'. In november 1944 trok een groep van 75 Duitse militairen zich terug uit Brabant, dat toen net bevrijd was. Ze waren op de vlucht en wilden de Biesbosch doorsteken naar Dordrecht. Met een ploeg van veertig man namen we ze gevangen. We ontwapenden ze en brachten ze terug naar bevrijd gebied. Daar werden ze overgedragen aan de Poolse militairen."

Frontgebied

"Met de bevrijding van Brabant werd de Biesbosch frontgebied. Het geallieerde offensief liep vast bij de grote rivieren. In de herfst van 1944 waren tal van geheime zenders opgerold er konden geen berichten meer worden verstuurd. Westelijk Nederland leed enorm in de hongerwinter van '44-'45. Het doorbreken van de voorste vijandelijke linies werd van levensbelang (het woord crossen leerden wij later pas). Men koos voor een crosstraject door de Biesbosch in plaats van het langere traject over de Nieuwe Merwede, omdat je in de beschutte Biesbosch minder van het weer afhankelijk was."

Een geregelde dienst

"Er waren drie crossroutes door de Biesbosch. We begonnen in Werkendam met crossen. Ik was een van de jongste crossers. Zes maanden lang was er een geregelde dienst over het water. In april 1945 bijna dagelijks plaats. De overtochten duurden gemiddeld drie uur, maar soms door moeilijke omstandigheden ook langer. Je ging altijd met zijn tweeën. Als op bepaalde punten gevaar dreigde van Duitse patrouilles bedachten we een nieuwe route. Alleen met lichte maan konden we niet varen."

374 crossings
"In de Biesbosch was de verzetsgroep 'Albrecht' actief. De heer De Jonge, met als schuilnaam 'Albrecht', was de kapitein. Onze groep van 21 crossers maakte deel uit van zijn groep. Samen hebben we 374 crossings op onze naam staan. Ik ging 37 keer over. Uit heel Nederland kwamen spionageberichten op microfilm aan in Rotterdam. Berichten over troepenverplaatsingen en dergelijke, die vervolgens door koeriersters naar ons in Werkendam of Sliedrecht werden gebracht. Wij vervoerden de berichten of goederen vervolgens naar Brabant. Rapporten gingen daarna meteen naar Bureau Inlichtingen in Eindhoven. Ook zetten we verzetsmensen, neergeschoten piloten of andere mensen die gezocht werden over. Uit Brabant kwamen medicijnen mee terug. Kano's vol insuline zijn door de Biesbosch vervoerd."

Gevangen
"Ik ben enkele malen gepakt, maar ik heb het er goed van af gebracht. Op een avond voeren mijn maat Thijs en ik door het midden van een kreek, omdat er ijsgang in de Biesbosch was. Normaal gesproken voer je langs de kant, want daar was het donker. We werden beschoten vanaf de wal. Onmiddellijk gooiden we de spullen overboord. Dat was de opdracht, als we gesnapt dreigden te worden. Alles wat we meenamen was met stenen verzwaard, zodat het snel naar de bodem zou zinken. We besloten de tocht te voet te vervolgen richting Werkendam, maar het stikte daar overal van de Duitsers. Bij een steiger lag een roeibootje dat we wilden stelen. We waren net onderweg door het riet, toen een Duitser voor ons opdoemde. Ik was in de haast vergeten mijn Engelse nachtkijker ook weg te werken en die vonden ze. We werden gevangen gezet."

Ontsnapt
"De volgende morgen moesten we bij de Oostenrijkse commandant komen. Ik had het geluk dat hij zijn oog had laten vallen op mijn verrekijker. Hij pikte hem in en maakte rapport op. We werden naar werkkamp Waterloo in Amersfoort gestuurd, waar we met 42 andere gevangenen te voet arriveerden. We moesten putten graven. Het kamp was overvol en aan de lopende band ontsnapten gevangenen. Mijn maat en ik ook. We liepen terug naar Drimmelen. Daar kwamen we op 19 februari, een goede maand na onze arrestatie, aan. Nog diezelfde nacht ging ik weer crossen. Mijn motivatie was niet afgenomen. Angst? Nee, bang was ik niet. Je was gespannen, want je besefte wel dat het gevaarlijk was. Achter elke rietkraag kon een Duitser liggen."

Arie van Driel en Kees van de Sande
"Sommige crossings mislukten door de aanwezigheid van de Duitsers. Soms moetsen we daardoor naar het beginpunt terugkeren. Met onze commandant Arie (Aaike) van Driel en hulpcrosser Kees van de Sande liep het helemaal verkeerd af. Tegen het eind van de oorlog gingen de Duitsers met veel meer man en boten patrouilleren. Arie van Driel maakte zijn 54ste crossing. Hij moest zijn deels lekke boot, met daarin drie agenten van het Bureau Inlichtingen, alleen roeien. Bij de samenstroming van de Nieuwe Merwede en de Amer lag een Duitse stormboot te wachten. De Duitsers enterden de roeiboot en de inzittenden werden gevangen genomen."

In de laatste dagen van de oorlog

"Via de Feldgendarmerie werden de mannen overgebracht naar de gevangenis van Rotterdam. Na enige tijd volgde voor Arie van Driel transport naar de gevangenis aan het Wolvenplein in Utrecht. Kees van de Sande werd thuis opgepakt. In Utrecht werden Arie en Kees vaak en langdurig verhoord en op gruwelijke wijze mishandeld. Ze waren ernstig gewond. Op 30 april 1945 - enkele dagen voor de Bevrijding - zijn zij op Fort de Bilt in Utrecht gefusilleerd. Dit ondanks de plechtige belofte van de Duitsers aan de geallieerden dat er niet meer gefusilleerd zou worden. Een dronken Duitser heeft hen alsnog doodgeschoten."

Overal bij betrokken
"Op heel veel plekken zijn na de oorlog gedenkplaten aangebracht die herinneren aan de crossings. Een plaquette op het huis van de commandant, bij het brugje van Sint-Jan waar we de Duitsers gevangen namen, bij ons herkenningsteken - een mand aan een paal - in de Biesbosch, een bordje op het café in Drimmelen waar we altijd aankwamen. Overal ben ik bij betrokken. Ik blijf met de gebeurtenissen van de oorlog bezig. Met mijn boek en fotoverzamelingen kan ik aan mijn kinderen overdragen wat het betekend heeft. De spanningen kun je niet onder woorden brengen, die zitten in je lijf." Alle liniecrossers, inclusief de overledenen, zijn na de oorlog onderscheiden. Piet krijgt de Militaire Willemsorde (de hoogste Nederlandse militaire onderscheiding). In Werkendam is in 1989 een monument opgericht waarmee de crossers en hun werk herinnerd blijven. Piet van den Hoek is initiatiefnemer van dit monument.

Voor meer informatie over de Militaire Willemsorde: Wikipedia

Terug