Oorlogsmonumenten - Vervolgden Nederland

Vervolgden Nederland

  • Hooghalen, Nationaal Monument Westerbork

    Een leven lang geluk

    Ralph Prins

    De kunst redt hem als hij in 1944 met zijn moeder en oma via Westerbork in Theresienstadt belandt. "Mijn moeder zei altijd dat ik een zondagskind ben", zegt beeldend kunstenaar Ralph Prins (1926). Hij mag van de kampcommandant naar Zwitserland om aan de 'Kunstgewerbeschule' in Zürich te studeren. Na de oorlog ontwerpt hij diverse herdenkingsstekens. 'Monument' was toen nog een te beladen woord. Van zijn vriend Otto Treumann neemt hij de opdracht over om een ontwerp te maken van wat later het Nationale Monument in Westerbork is geworden. Naarmate je de omhoog gebogen rails volgt, wordt de ramp bijna tastbaar. Lees meer

  • Doetinchem, 'Joods monument'

    In deze tijd moet je dingen uitleggen

    Wigger Bierma

    Het Joods monument in Doetinchem is een plein met vier kastanjebomen en dertien plantgaten. Vier zijn er open en negen met graniet afgedekt. Om het verhoogde plein loopt een natuurstenen rand. Daarin staan de verhalen van Joodse Doetinchemers. Na 1940 is er niemand van de Joodse gemeenschap meer over. Geen monument met zwaarbeladen oorlogssymboliek, maar een die jongeren van nu aanspreekt. De Arnhemse ontwerper Wigger Bierma (1958) vertelt waarom hij gekozen heeft voor een verhaal dat kil de werkelijkheid weergeeft. Lees meer

  • Amsterdam, Zigeunermonument

    Wij zijn altijd ongewenste vreemdelingen geweest

    Zoni Weisz

    Het blauwe jasje van zijn zusje ziet hij nog voor het raam van de treinwagon. Op 19 mei 1944 worden zijn ouders, zusjes en broertje met andere Sinti en Roma afgevoerd naar Auschwitz. Bij toeval ontsnapt Zoni Weisz (1937) aan dit Nederlandse zigeunertransport, zoals het wordt genoemd. Het monument op het Museumplein herinnert aan de 500.000 zigeuners die in de Tweede Wereldoorlog zijn omgekomen. Zoni Weisz vraagt zich af waarom Sinti en Roma eeuwenlang zijn vervolgd. Hij zet zich in voor een eigen cultuur- en herinneringscentrum bij Eindhoven. Lees meer

  • Woudenberg, oorlogsmonument

    Mijn vader is gefusilleerd om zijn socialistische idealen

    Henk Haantjes

    De vader van Henk Haantjes is SDAP-wethouder in Enschede en houdt lezingen over het socialisme. In 1942 wordt hij opgepakt. Eerst gaat hij naar een gijzelaarskamp in Haaren. Daar treft hij kustenaars, prominente politici en wetenschappers. Op 15 oktober 1942 moet hij naar Kamp Amersfoort. Een dag later wordt hij met veertien anderen doodgeschoten. In 1945 worden de lichamen opgegraven en herkent Henk Haantjes (1916-2006) de kleding van zijn vader. Op de plaats van de moord staat nu een gedenksteen. Henk Haantjes woonde daar elk jaar op 16 oktober de herdenking bij. Lees meer

  • Vught, Kindergedenkteken

    Moeder zei 'blijf jij maar hier'

    Lotty Huffener-Veffer

    Met haar vader, moeder en zusje komt ze in Vught in het Jodenkamp terecht. Ze werkt in de Philipsfabriek. Haar ouders gaan mee als haar zusje met meer dan 1.000 kinderen wordt weggevoerd. "Blijf jij maar hier, dan is er tenminste nog iemand als we terugkomen", zegt haar moeder. Het gezin komt om in de gaskamers in Sobibor. Lotty Huffener-Veffer (1921) overleeft Auschwitz. Zij zet zich in voor wat al snel het Kindermonument wordt genoemd, een monument voor de weggevoerde Joodse kinderen. Lees meer

  • Nijkerk, 'Joods monument'

    Joden zijn vermoord, niet omgekomen

    Louk de Liever

    Als Joods jongetje van vijf belandt hij in 1944 in Westerbork. Louk de Liever (1939) is dan al drie jaar bij een pleeggezin. Hij is één van de vijftig kinderen die zonder ouders zijn opgepakt. Als 'Gruppe Unbekannte Kinder' gaan ze met de laatste trein uit Westerbork naar Theresienstadt. Terug in Nederland ziet hij zijn ouders weer. Het contact verloopt moeizaam. Hij is betrokken bij de oprichting van het monument voor de 62 vermoorde Joodse inwoners van zijn vroegere woonplaats Nijkerk. Samen met zijn kleinzoon onthult hij het op 9 april 2002. Lees meer

  • Hooghalen, 'Tekens in Westerbork'

    Aan de kant van de levenden

    Jules Schelvis

    Van de 34.313 joden die via Westerbork in Sobibor aankomen halen slechts achttien het einde van de oorlog. Jules Schelvis (1921) is één van hen. Dertig jaar zwijgt hij over wat zich in vernietigingskamp Sobibor heeft afgespeeld. Daarna schrijft hij er een boek over. En in 2000 komt het monument Tekens in Westerbork tot stand. Als blijvende herinnering aan allen die uit Nederland naar de kampen in Duitsland en Polen zijn weggevoerd. Lees meer

  • Amsterdam, Nationaal Dachau Monument

    Zo konden we als tweede generatie daadwerkelijk iets doen

    Sonja Holtz

    Als ze dertien is, houdt ze een toespraak in Kamp Natzweiler. Een van de zeven kampen die haar vader overleefde. Als kind van de tweede generatie hoort Sonja Holtz (1946) hoe haar vader zijn kampherinneringen deelt met anderen. Als bestuurslid van het Nationaal Dachau Comité zet ze zich in voor het Nederlands Dachau Monument. Uiteindelijk wordt dat in 1996 onthuld. Het blijft onder haar continue hoede. "Herdenken", zegt ze, "wordt steeds belangrijker, ook voor de tweede generatie. Die heeft zich lang afgezet tegen herinneringen die zoveel leed teweeg brachten." Lees meer

  • Amsterdam, monument van voetbalclub WV-HEDW

    Het project waarop ik het meest trots ben

    Hette Spoelstra

    Twee Amsterdamse voetbalclubs van begin 1900. De één met bijna alleen maar Joodse leden, de ander voor de helft. De meesten overleven de concentratiekampen niet. Na de oorlog komen er gedenktekens voor de omgekomen voetbalvrienden. Bij de fusie in 1956 worden de gedenktekens samengevoegd tot één monument. Als de club eind jaren negentig moet verhuizen, besluiten ze het monument te restaureren en alle namen van de 170 omgekomen leden te achterhalen. Hette Spoelstra krijgt nog kippenvel als hij denkt aan de speurtocht naar de namen. Lees meer

  • Espelo, monument aan de Haarlerweg

    Een zwerfkei als definitieve rustplaats

    Simon Bachrach

    De Joodse Simon Bachrach (1916) en zijn twee broers Maurits en Ben wachten in Westenbork op het transport naar Polen. Hun moeder en zusje komen om in Sobibor. Simons verloofde Alijda Jacobs slaagt erin de drie mannen Westerbork uit te smokkelen. Ze duiken onder. Bij de Sallandse razzia in 1944 wordt Maurits Bachrach gedood door Duitse kogels. Onderduiker Marinus Stevens en verzetsman Gerrit-Jan Piksen komen bij dezelfde klopjacht om. In 1998 komt er een zwerfkei als monument voor Marinus Stevens, in 2006 uitgebreid met een tweede zwerfkei voor Maurits Bachrach en Gerrit-Jan Piksen. Lees meer

Zoek een verhaal