Oorlogsmonumenten - Vervolgden Nederland

Vervolgden Nederland

  • Tienray, monument voor Hanna van de Voort

    Nog altijd dat twaalfjarige jongetje dat naar huis wil

    John Blom (1930)

    Op de dag dat de 12-jarige John Blom zal gaan onderduiken, wordt hij met zijn vader uit huis gehaald. Bij de Hollandsche Schouwburg, de plaats waar Amsterdamse Joden worden verzameld voor deportatie naar Westerbork, slaagt hij erin uit een rij te ontsnappen. Met hulp van een verzetsgroep komt hij in het Limburgse Tienray terecht, waar verzetsleden Hanna van de Voort en Nico Dohmen meer dan 100 Joodse kinderen onderbrengen bij Limburgse families. John maakt in het Zuiden de bevrijding mee. Terug in Amsterdam blijken zijn ouders en broer vermoord te zijn in Auschwitz en Sobibor. In Tienray herinnert een monument aan de heldendaden van Hanna van de Voort. Lees meer

  • Lohheide, Nederlandse plaquette op de gedenkplaats Bergen-Belsen

    Waarom overleefde ik Bergen-Belsen en Anne Frank niet?

    Ted Musaph-Andriesse

    "Mijn ouders geloofden dat het wel los zou lopen", zegt Ted Musaph-Andriesse (1927). De repressieve maatregelen tegen Joden nemen vanaf 1941 steeds ernstiger vormen aan en ook het gezin Andriesse ontkomt niet aan deportatie naar Bergen-Belsen. Vader overlijdt er aan de ontberingen. De rest van het gezin kan het concentratiekamp op 9 april 1945 verlaten, ernstig verzwakt. Overleven houdt een verplichting in, vindt Musaph. Na de oorlog zet ze zich in voor de Joodse gemeenschap en in 2006 neemt ze initiatief tot het oprichten van een gedenksteen voor alle Nederlandse slachtoffers van Bergen-Belsen. Lees meer

  • Ommen, monument 'Kamp Erika'

    Als tekenaar was ik ongewild getuige van afschuwelijke folteringen

    John Samuel Cordell

    De Amsterdamse John Samuel Cordell (1923) ontkomt aan gedwongen tewerkstelling in Duitsland door als muzikant 'illegaal' rond te trekken. Tot hij in 1943 bij een optreden gesnapt wordt. Binnen enkele dagen zit hij in strafkamp Erika, met drieduizend andere gevangenen die voor relatief kleine vergrijpen zijn opgepakt. Het kamp staat bekend om de zware mishandelingen door de bewakers, waarvan Cordell dikwijls getuige is. Na de oorlog maakt hij zich druk over het feit dat de geschiedenis van Kamp Erika vergeten wordt. In 2006 slaagt hij erin van de steen in het bos een echt monument te maken. Lees meer

  • Bourtange, plaquette voor Poolse militairen

    Om een ereschuld in te lossen

    Ruud Nobbe

    Een Gronings dorp dat grenst aan Duitsland. In de oorlog gaan Duitse en Nederlandse jongeren met elkaar uit of zwemmen samen in het kanaal. Niemand in het dorp zegt iets als Joodse gezinnen op de bus naar Westerbork worden gezet. Ruud Nobbe (1927) zwaait z’n vriendinnetje Emma Frank uit. Nu vraagt hij zich af waarom niemand wat deed. Begin april 1945 arriveren Poolse bevrijders in het dorp. Drie van hen komen om doordat een tank ontploft. Vijftig jaar na dato ontwerpt Ruud Nobbe een gedenkteken. Om een ereschuld in te lossen, zoals hij zelf zegt. Lees meer

  • Apeldoorn, monument 'Het Apeldoornsche Bosch'

    Ze zouden een krankzinnigengesticht toch niet naar Polen verplaatsen?

    Eli Asser

    "We moeten onderduiken", probeert de Joodse Eli Asser (1922) zijn ouders te overtuigen. Ze weigeren dit, want ze vinden dat vluchtende Joden anderen in gevaar brengen. In 1942 ontkomt Eli Asser aan de Arbeitseinsatz door als verpleger te gaan werken in de Joodse psychiatrische inrichting Het Apeldoornse Bosch. Zijn vriendinnetje Eefje Croiset haalt hem daar op de avond voor de ontruiming over om te vluchten. Dit redt hun leven. De 1.300 patiënten en vijftig verplegers wacht de dood in Auschwitz. Vader, moeder en zusje Rebecca Asser komen om in Sobibor. Lees meer

  • Elsloo, 'De Landweer'

    Daar gaat Pijnappel

    Ben Pijnappel

    Ben Pijnappel is marktkoopman als de oorlog uitbreekt. Opeens mag hij alleen nog op een speciale Jodenmarkt verkopen. Hij moet als dwangarbeider naar een werkkamp in Friesland. Een rauwe tijd breekt aan. Er is bijna niets te eten. De kampgenoten helpen elkaar waar het kan. Een boer zorgt in het geheim voor extra eten. Ben wordt verliefd op zijn dochter. Stiekem zoekt hij haar op. Hij wordt gezien en moet onderduiken. Zo ontkomt hij maar net aan de overplaatsing naar een strafkamp of erger. Bijna al zijn kampkameraden komen uiteindelijk om in vernietigingskampen. Lees meer

  • Amsterdam, Spiegelmonument

    Voorkomen dat we dezelfde fouten maken

    Clémence Ross-van Dorp

    Jongeren van nu herinneren aan de verschrikkingen van toen. De oorlogsgeneratie is er bijna niet meer. Daarom zijn verhalen bij monumenten belangrijk. Niet allen toen, ook nu worden mensen om hun uiterlijk, religie of afkomst vervolgd. Naar 'schuldige' plaatsen gaan verruimt je bewuwstzijn, zegt Clémence Ross-van Dorp, staatssecretaris van 2004 tot 2007. Een muur met namen en leeftijden hardop voorlezen is wat ze in Westerbrok met anderen heeft gedaan: "Er rolt dan een film aan je voorbij. Is deze familie de familie van mijn klasgenootje?" Lees meer

  • Hooghalen, 'De 102.000 stenen'

    Bij een joods graf leg je geen bloemen maar stenen

    Louis de Wijze

    Anderhalf jaar verblijft hij in Kamp Westerbork voor hij naar Auschwitz en Buchenwald wordt gedeporteerd. Als 22-jarige moet hij meelopen in één van de beruchte dodenmarsen vlak voor de bevrijding. Holocaustoverlevende Louis de Wijze (1922-2009) is één van de initiatiefnemers van het monument De 102.000 stenen in Herinneringscentrum Kamp Westerbork. De Wijze: "Inspiratie kreeg ik in Kamp Buchenwald. Daar heb ik zelf gezeten. En precies op die plek lag een patroon van leisteen. De massaliteit van die steentjes doet mensen beseffen waar ze voor staan." Lees meer

  • Hooghalen, Nationaal Monument Westerbork

    Een leven lang geluk

    Ralph Prins

    De kunst redt hem als hij in 1944 met zijn moeder en oma via Westerbork in Theresienstadt belandt. "Mijn moeder zei altijd dat ik een zondagskind ben", zegt beeldend kunstenaar Ralph Prins (1926). Hij mag van de kampcommandant naar Zwitserland om aan de 'Kunstgewerbeschule' in Zürich te studeren. Na de oorlog ontwerpt hij diverse herdenkingsstekens. 'Monument' was toen nog een te beladen woord. Van zijn vriend Otto Treumann neemt hij het ontwerp over van wat later het Nationale Monument in Westerbork is geworden. Naarmate je de omhoog gebogen rails volgt, wordt de ramp bijna tastbaar. Lees meer

  • Doetinchem, 'Joods monument'

    In deze tijd moet je dingen uitleggen

    Wigger Bierma

    Het Joods monument in Doetinchem is een plein met vier kastanjebomen en dertien plantgaten. Vier zijn er open en negen met graniet afgedekt. Om het verhoogde plein loopt een natuurstenen rand. Daarin staan de verhalen van Joodse Doetinchemers. Na 1940 is er niemand van de Joodse gemeenschap meer over. Geen monument met zwaarbeladen oorlogssymboliek, maar een die jongeren van nu aanspreekt. De Arnhemse ontwerper Wigger Bierma (1958) vertelt waarom hij gekozen heeft voor een verhaal dat kil de werkelijkheid weergeeft. Lees meer

Zoek een verhaal