Oorlogsmonumenten - Getuigenverhaal-detail

Aan het monument kleeft het verhaal van mijn vader

Getuigenverhaal: Ron Blankenstein, Hoge Hexel - Overijssel

Altijd is hij met de oorlog bezig. Om grip te krijgen op zijn familiegeschiedenis. Zijn moeder is anti-Duits. Maar zijn vaders familie kiest voor de NSB. Waarom? Ron Blankenstein (1943) is anderhalf als zijn vader Willem op 11 februari 1945 om het leven komt. Doodgeschoten door verzetsman kapitein Lancker. In 1949 komt er voor Lancker een monument. Zijn vader wordt met Duitse militaire eer begraven. 'Jouw vader was een rot-NSB’er', zeggen zijn vriendjes op school. Voor zijn kleinkinderen schrijft Blankenstein alles op. Wat voor impact heeft de keuze van zijn vader? En wat betekent het voor zijn moeder?

Productie: Interakt; tekst: Anita van Stel

Mijn moeder was tegen alles wat Duits was

"In de crisistijd, begin jaren dertig, was mijn vader werkloos. Zijn familie woonde in de Haagse Transvaalwijk. Uit nood maakten mijn oma en mijn vader voor diverse bedrijven lampenkapjes, waarmee hij langs de deur ging. Bij de opkomst van de NSB raakte de familie Blankenstein in de ban van Mussert. De hele familie - met uitzondering van opa, die sympathie had voor het communisme - werd lid van de NSB. Mijn vader kwam met zijn broer, zwager en een vriend bij het Nederlandse legioen van de SS terecht. Mijn ouders ontmoetten elkaar in het begin van de jaren dertig. De familie van mijn moeder was fanatiek tegenstander van de NSB en alles wat Duits was. Aan het begin van de oorlog probeerden haar broers mijn vader op andere gedachten te brengen. Dit leidde tot veel spanningen. Een broer had joodse onderduikers in huis, maar dat mocht mijn moeder niet weten. Bij het huwelijk in 1941 was van haar familie alleen oma aanwezig."

Ze hield van haar man
"Mijn moeder moest niks van het nationaal-socialisme hebben, maar ze hield van haar man. Hij moest naar Rusland, om in de buurt van Leningrad te vechten. Mijn moeder bewoog hemel en aarde om hem terug naar Nederland te laten komen. Met een brief van een huisarts aan de SS-leiding lukte dat. In 1943 was hij terug in Den Haag. Het Statenkwartier, waar ze toen woonden, werd 'Sperrgebiet' (verboden gebied) en moest geëvacueerd worden. De hele familie Blankenstein vertrok naar Zeist, waar ik ben geboren. Na zes weken ging mijn moeder weer terug naar Den Haag, omdat het niet boterde met haar schoonfamilie."

In Almelo bij de SD
"Mijn vader werd eind '43 in Almelo gestationeerd bij de Sicherheitsdienst (SD). Hij had een korte politieopleiding gevolgd, werd 'Rottenführer', een SS-rang vergelijkbaar met die van korporaal, en moest in een soort politiedienst het plaatselijke verzet in toom zien te houden. Op 24 december 1944 werd mijn zusje Yvonne geboren, maar mijn vader kon niet weg uit Almelo. Begin '45 kwam hij langs, op dringend verzoek van de familie niet in uniform. In het huis hadden de broers van mijn moeder onder een kast een hol gegraven, waarin ze zich schuilhielden. In die tijd vonden er regelmatig razzia's plaats in Den Haag. De kinderwagen werd op het luik geparkeerd."

Mijn vader was op slag dood

"Op 11 februari 1945 kreeg de patrouille van mijn vader de opdracht een aantal verzetsstrijders in Wierden te arresteren. In het bewuste huis bevonden zich acht mensen, die niet verwachtten opgepakt te worden. Kapitein Lancker, een 51-jarige voormalig militair uit Indië én hoofd van de Raad van Verzet Overijssel, was in het huis ondergedoken. Mijn vader werd in de vestibule geposteerd. Lancker vroeg of hij zijn jas mocht halen. In één van de jaszakken zat een revolver waarmee hij mijn vader en een andere SD-er Büchner direct met drie schoten velde. Mijn vader werd recht in zijn hart getroffen en was op slag dood. Büchner overleed een dag later. Lancker vluchtte de velden in, waar de twee andere SD'ers hem onder vuur namen. Onduidelijk is of deze kogels hem gedood hebben of dat hij zelfmoord heeft gepleegd."

Met hakenkruisvlaggen begraven
"Dwars door het bezette gebied en terwijl geallieerde bommenwerpers overvlogen, werd mijn moeder met haar jongere broer Jan in een Duitse auto naar Almelo gebracht, waar de begrafenis plaatsvond. Jan was ondergedoken vanwege de razzia's, maar kreeg een vrijgeleide om door oorlogsgebied te reizen. Mijn vader werd met militaire eer begraven, compleet met een detachement Erewacht SS en hakenkruisvlaggen. Ik heb er nog foto's van. Enkele jaren later is hij herbegraven op het Duitse oorlogskerkhof in Ysselsteyn."

'Jouw vader was een rot-NSB’er'

"Mijn moeder was na het overlijden in shock. Vlak na de oorlog was ze voortdurend bang dat mensen haar zouden straffen, zoals de moffenhoeren. Het is haar bespaard gebleven. Misschien wist men er in de buurt niet van of hadden ze te veel boter op hun hoofd. Een inwonende vriendin, tante Annie, papte aan met Canadese bevrijders. Dat hielp wellicht. Van het feit dat mijn vader 'bij de club' was en extra bonnen kreeg, hebben wij nooit geprofiteerd. Mijn moeder bewaarde die bonnen en kon ze na de oorlog laten zien. Vriendjes vertelden over de heldendaden van hun vaders. Ik had mijn vader generaal gemaakt - later kapitein toen ik iets meer zicht had op de legerrangen - en hij was gesneuveld in de strijd. Op school zei een klasgenootje tegen me 'jouw vader was een rot-NSB’er'. Ik ontkende het, want ik wist het niet, maar eenmaal thuis begon mijn moeder te vertellen over de oorlog. Ze is er nooit meer mee opgehouden."

Opa Blankenstein
"Met de familie van mijn vader liep het anders. Zij waren na Dolle Dinsdag, 5 september 1944, naar Duitsland vertrokken, waar ze niet met open armen ontvangen werden. Ze moesten in de Arbeidsdienst aan de slag. Opa Blankenstein was al eerder tewerkgesteld in Duitsland en voor straf - wegens weigering van bepaalde werkzaamheden - als frontarbeider ingezet. Hij moest waarschijnlijk aan loopgraven en verdedigingswerken voor het terugtrekkende Duitse leger werken. Zijn plan was de familie achterna te reizen, maar hij heeft ze niet meer bereikt. Via Danzig, Riga en Oostenrijk kwam hij als krijgsgevangene in een werkkamp - later een Russische goelag - in Sighet, Roemenië terecht, waar hij in maart 1946 aan dysenterie overleed. Ik ben daar veel later via het Rode Kruis achtergekomen. Oma zei altijd dat hij in '45 in Moldavië was gestorven. Van verdriet."

Na de bevrijding naar Kamp Amersfoort
"Begin '45 kwamen oma, haar twee dochters en een kleindochter terug in Nederland, net over de grens in Holten. Daar werden ze na de bevrijding gearresteerd en via een paar doorgangskampen naar Kamp Amersfoort overgebracht. Wij gingen oma Blankenstein daar in 1948 bezoeken. Ik zie de lange gang in de barak nog voor me. Mijn vaders broer en zwager, die de oorlog hadden overleefd, werden eind jaren '40 berecht en tewerkgesteld in de kolenmijnen in Limburg."

Mijn moeder verwachtte nog steeds te worden kaalgeschoren
"Ons hele leven is beïnvloed door de keuze van mijn vader en zijn dramatische dood. Ik had als puber een mening die niet helemaal spoorde met de gedachtegang van mijn vaders jongste zuster en verbrak daarom het contact met de familie Blankenstein. Dat heeft dertig jaar geduurd. In mijn werk wilde ik vooral 'sociaal bezig zijn', was actief in de vakbond en voorzitter van een ondernemingsraad. Op mijn werk heb ik nooit over mijn afkomst gesproken. Mijn zus wilde nooit zo over de oorlog praten. In 1983 kreeg mijn moeder een telefoontje van ene Cornelissen uit Wierden, die een boek over de regionale oorlogsgeschiedenis aan het schrijven was. Hij had veel informatie over mijn vader. Het was voor haar een schok, want ze verwachtte kennelijk nog steeds te worden kaalgeschoren. Cornelissen had belangstelling voor de begrafenisfoto’s, want daar stonden oorlogsmisdadigers op die nog gezocht werden. Via hem kreeg ik het proces-verbaal in handen van 11 februari 1945. Hij beschreef het incident in het boek In de schaduw van de adelaar, vanuit het perspectief van kapitein Lancker. Als je dan - als kille feiten - op papier ziet staan hoe jouw vader werd doodgeschoten, gaat er van alles door je heen."

Waarom lid van de NSB?
"Ik ben altijd met de oorlog bezig, zoek allerlei dingen uit in archieven en dergelijke, waarmee ik grip probeer te krijgen op onze familiegeschiedenis. Er zijn gradaties in 'goed of fout'. Veel mensen waren 'grijs', niet goed noch fout. Ik ben begonnen alles op te schrijven, voor mijn kleinkinderen. De jeugd weet nauwelijks wat er in de oorlog gebeurd is en wat families als de onze hebben moeten doormaken, door de - terecht - veroordeelde keuze van mijn vader. Ik probeer de impact in beeld te brengen. Ik ben ook geïnteresseerd in de achtergrond van kapitein Lancker. Was hij getrouwd, leven zijn kinderen nog? Ik ben bij het monument op de Hoge Hexel geweest. Aan het verhaal over Lancker bij het monument kleeft ook het verhaal van Willem Blankenstein, mijn vader. Hij was geen Duitser, zoals in de beschrijvingen over 11 februari '45 wordt vermeld. Nog altijd snap ik niet waarom hij lid van de NSB is geworden. Hij had in die crisisjaren ook voor de SDAP kunnen kiezen."
Terug