Ik mis mijn vader al heb ik hem nooit gekend
Getuigenverhaal: Loeki Jaeger, Rotterdam - Zuid-Holland
Het Nationaal Koopvaardijmonument in Rotterdam symboliseert de
offers en de moed van de Nederlandse koopvaardij tijdens de Tweede Wereldoorlog.
Ruim 7.000 slachtoffers vielen er. Ook de Surinaamse vader van Loeki Jaeger
(1938). In 1941 vaart hij als hoofdmachinist bij Shell in het Kanaal en wordt
de tanker getroffen door een Duitse torpedo. Er zijn geen overlevenden. Pas
veel later realiseert Jaeger zich dat het gemis van haar vader doorwerkt in
haar hele leven. En dat dit voor veel kinderen van oorlogsslachtoffers het
geval is.
Productie: Interakt; tekst: Anita van Stel
In maart 1940 toch weer de zee op
"Mijn ouders leerden elkaar leren kennen in Amsterdam. Hij was Surinaams, mijn moeder Nederlands. Ze trouwden in 1937 en gingen in Vlaardingen wonen. Mijn vader was hoofdmachinist bij Shell en omdat hij vooral tussen Curaçao en Venezuela voer, was hij vaak voor langere tijd van huis. Toen ik in augustus 1938 - drie weken te vroeg - geboren werd, was hij op zee. De marconist aan boord feliciteerde hem met de geboorte van zijn dochter. Aanvankelijk geloofde hij dit niet, omdat het te vroeg was. Na mijn geboorte werkte hij een tijdje aan de wal, bij Wilton Feijenoord. In maart 1940 ging hij toch weer de zee op, wat moedig was omdat de oorlogsdreiging levensgroot was. Anderen probeerden er onderuit te komen. Om dichter bij huis te zijn mocht hij op Londen gaan varen. Later vertelde mijn moeder dat ze bij dit laatste afscheid veel verdriet hadden, alsof ze beiden voorvoelden dat ze elkaar niet meer terug zouden zien. Op de tanker stonden toen al kanonnen."
Vermist en vermoedelijk omgekomen
"Op 26 februari 1942 werd zijn schip in het Kanaal getorpedeerd. Mijn moeder kreeg pas veel later de bevestiging van het Rode Kruis dat hij vermist en 'vermoedelijk omgekomen' was. Ik herinner me dat ik bij mijn huilende moeder op schoot zat en de kamer vol was met andere, ook huilende mensen. Later besefte ik dat mijn moeder toen het overlijdensbericht gekregen moet hebben. Het was triest voor haar. Ze had altijd nog hoop dat hij terug zou komen, zoals in andere families wel gebeurde. Van een klasgenootje kwam de vader na de oorlog ineens opdagen."
Gênant en pijnlijk dat ik geen vader had
"Ik sprak niet over mijn vader, waarschijnlijk omdat ik bedacht dat er altijd over hem gehuild werd. Als ik maar niet over hem zou praten, zou er ook niet gehuild worden, zo redeneerde ik. Op mijn kamer stond een schip, waarnaar ik als peuter altijd wees voordat ik ging slapen. Na het bericht over zijn 'vermist zijn' heb ik er nooit meer aandacht aan besteed. Mijn vader bestond niet voor mij. Ik vond het gênant en pijnlijk dat ik geen vader had. Als puber dacht ik soms dat ik een buitenechtelijk kind was, ondanks de trouwfoto’s van mijn moeder. Dat mijn vader uit Suriname kwam was in die tijd ook nog uitzonderlijk. Ik schaamde me voor Surinaamse familieleden die soms bij ons op bezoek kwamen en me dan in - in de ogen van het meisje in een provinciestadje - vreemde uitdossing van school haalden."
Afscheidsbrief
"Met deze houding heb ik mijn moeder tekort gedaan. Nu zou ik graag meer over mijn vader willen weten en kan het niet meer. Na haar overlijden in 1963 - ze had een zwakke gezondheid - vond ik een afscheidsbrief van mijn vader in haar handtas. Deze had hij aan zijn broer in Curaçao in bewaring gegeven, om aan mijn moeder te overhandigen als hem iets zou overkomen. Ze kreeg de brief na de oorlog, toen er geen hoop op terugkeer meer was, en droeg deze altijd bij zich, zonder dat ik dat wist. 'Maak er een flinke meid van', was zijn opdracht over mij. Van een zus van mijn moeder hoorde ik dat mijn vader een aardige, attente man was. Met briefjes vroeg hij haar bloemen voor mijn moeders verjaardag te kopen als hij op zee was."
Roots
"Pas veel later realiseerde ik me dat ik iets miste. Ik leefde zogezegd een beetje uit het niets: ik heb geen broers of zussen en met de Surinaamse familie van mijn vader had ik sporadisch contact. Mijn vier grootouders heb ik nooit gekend. Voor de Surinaamse neven en nichten was ik een buitenbeentje en het contact verwaterde. Langzaam kreeg ik het besef dat ik mijn vaders geschiedenis wilde kennen. Ik wilde mijn kinderen en kleinkinderen dit deel van hun roots meegeven. In 1995 ben ik naar Suriname gegaan om met oom Koos, een tien jaar jongere halfbroer van mijn vader, te spreken. Het kostte me daar toch ook moeite om naar mijn vader te vragen, omdat dat laatje immers hermetisch gesloten was. Ik moest iets overwinnen, want het was te emotioneel. In Suriname ben ik niet veel te weten gekomen, want toen mijn vader naar Nederland vertrok was oom Koos nog een kind. Het is bijzonder dat je iemand die je eigenlijk niet gekend hebt, zo kunt missen en er zo lang na dato nog onderhuids verdriet over voelt. Het ontbreken van mijn vader heeft - zonder daar dramatisch over te willen doen - doorgewerkt in mijn hele leven. Ik realiseer me dat dit voor heel veel kinderen van oorlogsslachtoffers het geval moet zijn."
Monument
"Het Nationaal Koopvaardijmonument kende ik eerst niet. Maar ik vind het mooi dat het er is. Voor mijn vader én ook voor mijn moedige moeder, die mij toch maar in haar eentje moest opvoeden. Ik ben trots op ze. Op het hoofdkantoor van Shell in Den Haag is een plaquette ter nagedachtenis aan alle medewerkers die de oorlog niet overleefd hebben. Daar staat mijn vaders naam ook op."
