Oorlogsmonumenten - Getuigenverhaal-detail

Ook Surinaamse zeelieden betaalden met hun leven

Getuigenverhaal: Hugo Kooks, Amsterdam - Noord-Holland

Hugo Kooks (1928) woont in Paramaribo als de Tweede Wereldoorlog begint. Vanwege bauxiet is Suriname belangrijk. Kooks gaat in 1968 werken bij de Koninklijke Nederlandse Stoomboot Maatschappij (KNSM). Veel later gaat hij kijken bij het KNSM-monument dat in de oorlog omgekomen KNSM-ers eert. Daar ontdekt hij de namen van 29 Surinamers op het monument. In 2005 worden nog drie ontbrekende namen achterhaald. Kooks en andere Surinamers wonen elk jaar op 4 mei de herdenking bij. "Want", zegt Kooks, "herdenkingen zijn een ijkpunt voor vrijheid die mensen hebben betaald met hun leven."

door Anita van Stel


Bauxiet
"Ik herinner me het Duitse schip de Goslar, dat enkele dagen voor het uitbreken van de oorlog naar de haven van Paramaribo was uitgeweken. De Duitsers dachten daar veilig te zijn. De bemanning probeerde het schip tot zinken te brengen en ging zelf van boord. De Goslar heeft nog lang half gezonken op de rede gelegen. Mijn vader kreeg als timmerman werk op vliegveld Zanderij, dat uitgebreid moest worden voor de landingen van grote transportvliegtuigen. Amerikaanse militairen bewaakten het vliegveld en de belangrijke bauxietmijnen. Uit bauxieterts werd aluminium gesmolten voor de vliegtuigindustrie. Nederlanders kwamen uit Curaçao naar Suriname. Veel vrouwen gingen de was doen voor de buitenlanders en verdienden zo een behoorlijk inkomen. Voor Suriname betekende de oorlog ook het begin van verzelfstandiging van het bestuur, omdat de verbindingen met Nederland waren verbroken."

Sterk verbonden met Nederland
"Duitse mensen die al jaren in Suriname woonden, werden enkele dagen na 10 mei 1940 rigoureus opgepakt en buiten Paramaribo in een kamp geïnterneerd. De Duitse banketbakker van een straat verder overkwam dit. Mensen werden opgeroepen voor allerlei diensten. Vrouwen vormden het Nationale Vrouwenhulpkorps en jonge mannen maakten deel uit van de Schutterij. Het was een vorm van dienstplicht. Ze moesten wacht lopen bij bepaalde gebouwen die vanwege de avondklok inbraakgevoelig waren. De Surinaamse mensen voelden zich sterk verbonden met Nederland en het Koningshuis. Men luisterde naar Radio Oranje en wilde hulp bieden. Aan een geldinzamelingsactie voor een Spitfire - voor de Nederlandse troepen - werd massaal deelgenomen. De Surinaamse bevolking gaf op deze manier uitdrukking aan zijn steun. Voor een jongen zoals ik was de oorlogsperiode interessant en spannend. Van oorlogsgeweld was in Paramaribo geen sprake."

In Nederland aan de slag
"Tijdens en vlak na de oorlog werkte ik als metaalbankwerker met Nederlanders aan de bouw van olietankers. Zij gingen terug naar huis en ze verzekerden me dat ik ook in Nederland aan de slag zou kunnen in de scheepsbouw. Eind 1949 liet ik mijn ouders en broer achter en maakte alleen de overtocht. Ik hoopte op werk en ik wilde naar de ambachtsschool. Via het Arbeidsbureau kwam ik bij De Vriesch Lens terecht, een scheepsbouwbedrijf voor luxe jachten. Als smid maakte ik het beslag van de schepen. In 1968 werd het bedrijf geliquideerd en stapte ik over naar de KNSM, waar ik aan grote schepen ging werken."

Nooit ging het over de kolonies
"Ik hoorde tijdens het werk veel over wat mensen hebben moeten doorstaan in de oorlog. Sommigen waren in het Caraïbisch gebied en konden niet terug naar hun gezinnen in Nederland. Ze werden twee of drie keer getorpedeerd. Schepen waren gezonken en maten 'bleven op zee achter'. Maar de gesprekken gingen alleen maar over wat Nederlandse mensen was overkomen. Nooit ging het over de kolonies of over het leed van Surinamers in Nederland, van wie sommigen na verzetsdaden ook zijn gefusilleerd of omgekomen in concentratiekampen. De Vereniging Ons Suriname (VOS), waarvan ik voorzitter was, stelde zich ten doel deze vergeten, positieve kant van de Surinaamse geschiedenis in beeld te brengen. Als tegenwicht voor het negatieve imago waar Surinamers in Nederland last van hadden."

KNSM-monument
"Begin jaren negentig ben ik bij het KNSM-monument gaan kijken, waarop ik de Surinaamse namen herkende. Ik zocht contact met de Kroonvaarders, de vereniging van oud-KNSM'ers die het monument beheerde. De Kroonvaarders bevestigden dat 26 Surinaamse KNSM-zeelieden omkwamen door oorlogshandelingen. Als VOS gaven wij onszelf vervolgens de opdracht jaarlijks met een afvaardiging de herdenking bij te wonen en een krans te leggen. De herdenking bij het KNSM-monument sprak Surinaamse mensen aan, omdat het door de Surinaamse namen dichter bij huis was. De 26 zeelieden waren familie. Een man vond er de naam van zijn vader, die hij nooit gekend heeft omdat hij omkwam door een Duitse torpedo."

IJkpunt voor vrijheid
"In 2005 deed Paul Boogh, een Kroonvaarder, historisch onderzoek en hij kwam er achter dat drie namen van Surinaamse KNSM'ers op het monument ontbraken. Het ging om E.L. Boldewijn, J.A. Olff en W.A. Vrieze. Hij stelde ons hiervan op de hoogte. We zijn nu aan het nadenken hoe we de namen nog kunnen toevoegen. Dat is niet zo eenvoudig, want de andere namen zijn op alfabetische volgorde in het marmer gegraveerd. De VOS roept Surinamers op de jaarlijkse herdenking op 4 mei bij te wonen, maar ook in hun eigen buurt acte de présence te geven bij herdenkingsbijeenkomsten. Waarom? Omdat we door de offers die in de oorlog zijn gebracht nu in een vrij land leven. We roepen op tot waakzaamheid. Als fascistische ideeën ontstaan moet daar ferm tegen geprotesteerd worden, want zo is het in de dertiger jaren in Duitsland ook begonnen. De ene mens is niet beter dan de andere. Blijf dit herhalen, zeg ik altijd. Herdenkingen moeten doorgaan, want ze zijn een ijkpunt voor vrijheid, die mensen hebben betaald met hun leven."
Terug