Oorlogsmonumenten - Burgers Nederlands-Indië

Burgerslachtoffers Nederlands-Indië

  • Zwolle, 'Indië-monument'

    Ik had het gevoel dat het niet klopte

    Ted Hielckert

    Tijdens de Japanse bezetting van voormalig Nederlands-Indië is de Indische Ted Hielckert (1941) nog klein. Toch herinnert hij zich de angstige momenten uit zijn kindertijd. Tijdens de Bersiap en ook daarna keert de haat van de Indonesiërs zich tegen de nog aanwezige Nederlanders. Ook van het gezin Hielckert worden alle bezittingen afgenomen. Ze vertrekken naar Nederland, waar een moeizame aanpassing volgt. Als dienstplichtig marinier wordt Hielckert uitgezonden naar Nieuw-Guinea. Daar zijn de Indonesiërs de vijand, wat heel dubbel voor hem is. Later besluit hij in Zwolle een monument op te richten ter nagedachtenis aan alle slachtoffers die in Indonesië én in Nieuw-Guinea gevallen zijn. Lees meer

  • Arnhem, monument 'Japanse Vrouwenkampen'

    Erkenning en herkenning zijn heel belangrijk

    Judith Marijke Dalmeijer

    Als meisje van vijf jaar moet Judith Marijke Dalmeijer (1937) bijna drie oorlogsjaren doorbrengen in een kamp in Banjoebiroe, onder hevige Japanse repressie. Over de kamptijd spreekt Dalmeijer lang niet, tot ze tijdens een reünie medekampgenoten ontmoet. Dit zorgt voor erkenning en herkenning van het gezamenlijke verleden. Dalmeijer organiseert daarna vele reünies en herdenkingen, ook bij het monument voor de Japanse vrouwenkampen in Bronbeek. Het plan is dat daar in 2010 een namenmuur komt, met de namen van de 6.000 omgekomen vrouwen en kinderen. Lees meer

  • Arnhem, 'Dampit-monument'

    Voor dertien jongens betekende 'mati' echt 'dood'

    Chris van der Ven

    Oost-Java, 1944: de Japanse bezetter brengt 350 Indische jongens tussen de 15 en 20 jaar onder in werk- en strafkampen. Het Dampit-kamp is een van die kampen en Chris van der Ven (1928) een van de jongens. Ze vluchten, waarop opsluiting in de gevangenis volgt. Na hevige martelingen bekent het grootste deel voorgenomen misdaden tegen de Japanners, waarna een krijgsraad hen veroordeelt tot zware straffen. Dertien jongens worden onthoofd. Lang blijft dit deel van de oorlogsgeschiedenis onbekend. Chris van der Ven richt in 2001 samen met Philip Everaars het Dampit-monument op, om de herinnering levend te houden. Lees meer

  • Arnhem, 'Dampit-monument'

    Onze gesprekken bij een kampvuurtje werden verraden

    Philip Everaars

    Oost-Java, 1944: de Japanse bezetter brengt 350 Indische jongens tussen de 15 en 20 jaar onder in werk- en strafkampen. Philip Everaars (1930) zit vast in Dampit. Na een jaar belandt Everaars met tachtig anderen in de gevangenis. "Wij werden zogenaamd berecht", zegt hij over de rechtszaak door de Japanse krijgsraad. Hij verwacht de doodstraf te krijgen, maar de bevrijding is er eerder dan het uitvoeren van het vonnis. Een groep andere jongens wordt wel vermoord. Lang blijft dit deel van de oorlogsgeschiedenis onbekend. Philip Everaars richt in 2001 samen met Chris van der Ven het Dampit-monument op, om de herinnering levend te houden. Lees meer

  • Den Haag, 'Indisch monument'

    Door de ogen van mijn zoon zag ik het Indisch Monument

    Peter Slors

    Van zijn moeder heeft hij het meegekregen. Niet polariseren, maar cultuurverschillen tussen Japanners en westerlingen overbruggen. Anders omgaan met het vijandbeeld is waar Peter Slors (1939) zich vanaf 1995 voor inzet. De oorlog heeft hij als klein jongetje in Nederlands-Indië meegemaakt. Daarover wordt bij hem thuis niet gesproken. De onthulling van het Indisch Monument in Den Haag is voor hem een keerpunt. Door de ogen van zijn zoon ziet hij het belang van zo’n monument. Vanaf dat moment zet hij zich in voor een andere benadering van Japan. Lees meer

  • Arnhem, monument 'Jongenskampen'

    Alle mannen van tien jaar en ouder moesten op transport

    Marc van Nuffelen

    In Semarang op Oost-Java staat een kaalgeschoren kampjongen van een jaar of twaalf. Met over zijn schouder een patjol en aan zijn voeten een bosbijl. Hij staat symbool voor de jongens die de interneringskampen daar niet hebben overleefd. Marc van Nuffelen (1931) is één van de initiatiefnemers van het monument. Hij vertelt waar het voor staat. Zelf woont hij met zijn ouders en zusje op Oost-Java, als in december 1942 ook daar de oorlog begint. De Japanners vallen binnen en alle Europeanen worden geïnterneerd. Lees meer

  • Den Haag, 'Indisch monument'

    De vergeten geschiedenis levend maken

    Rudy Boekholt

    Belangstelling voor de Indische zaak en begrip voor het gezamenlijk oorlogsverleden. Dat is wat het Indisch Monument in Den Haag wil bewerkstelligen. Meer dan veertig jaar na dato, dat wel. Rudy Boekholt (1926) is bij de totstandkoming van het monument betrokken. Zelf noemt hij zich een zondagskind. Met zijn Indisch-Nederlandse ouders woont hij op Java als de oorlog uitbreekt. Met veel geluk komt hij er ongeschonden doorheen. In 1946 vertrekt hij naar Nederland. Daar volgt hij een militaire loopbaan en wordt hij uiteindelijk benoemd tot adjudant in buitengewone dienst van de Koningin, een functie voor het leven. Lees meer

Zoek een verhaal