4meiOverlay

Oorlog in de klas (2014)


Dit kwantitatieve onderzoek is een vervolg op een onderzoek uit 2011 waarin is onderzocht in welke mate Nederlanders geïnteresseerd waren in de Tweede Wereldoorlog. Het voorliggende onderzoek is vergelijkbaar, maar dan verricht onder docenten in het primair onderwijs en vakdocenten in het voorgezet onderwijs. De vraag die in het onderzoek centraal staat is: welke aandacht besteden leraren en docenten in de les aan de Tweede Wereldoorlog en welke informatiebronnen gebruiken zij hierbij?

In het onderzoek is specifiek ingegaan op de bekendheid van oorlogsmusea, museumbezoek en de persoonlijke interesse van docenten. Er is nagegaan wat de achterliggende motieven, ervaringen en belemmeringen van docenten zijn bij een bezoek aan een oorlogsmuseum en de mate waarin docenten in de les aandacht besteden aan de Holocaust. Ook het gebruik van andere bronnen en het inzetten van gastdocenten is in kaart gebracht. Tenslotte is gekeken naar eventuele verschillen tussen oudere of jongere en mannelijke of vrouwelijke docenten.

Praktische informatie


Wat: Oorlog in de klas. Aandacht voor de Tweede Wereldoorlog in het primair en voortgezet onderwijs.
Auteur: Bart Koenen en Lisa Jorritsma van onderzoeksbureau Bureau Veldkamp in opdracht van het Nationaal Comité 4 en 5 mei.
Uitgave: Mei 2014
Volume: 30 pagina’s
Download : Lees de publicatie hieronder of download deze hier (PDF, 1 MB)

Samenvatting

Uit het onderzoek blijkt dat 91% van docenten in het primair onderwijs en 83% van de docenten in het voortgezet onderwijs extra tijd besteden aan les geven over de Tweede Wereldoorlog. De meeste docenten verbinden hun les over de oorlog aan de actualiteit. Het merendeel van de voortgezet onderwijs en primair onderwijs docenten stelt de meeste aandacht te besteden aan de Holocaust. Geschiedenisboeken, films en documentaires zijn de belangrijkste informatiebronnen die docenten gebruiken bij het lesgeven over de oorlog. Iets meer dan 40% van de docenten in het primair onderwijs nodigt gastdocenten uit; in het voorgezet onderwijs is dat 36%. Men vraagt voornamelijk mensen die zelf de oorlog hebben meegemaakt.

Oorlogsmusea

In het voorgezet onderwijs heeft 56% van de docenten wel eens in klasverband een oorlogsmuseum of -plaats bezocht. In het primair onderwijs is dat 45%. Het Anne Frank Huis is het meest bezochte museum. Belemmeringen voor een museumbezoek zijn gebrek aan budget, lestijd en vervoer. Het bezoek aan een oorlogsmuseum vindt vaak plaats in het kader van een themales, 4 en 5 mei of een schoolreis in binnen- of buitenland.

Persoonlijke interesse

Het merendeel van de docenten heeft veel interesse in de Tweede Wereldoorlog. De docenten geven in gelijke mate aan geïnteresseerd te zijn door verhalen van familie, speelfilms en museumbezoek. Vakdocenten in het voortgezet onderwijs zijn ook geïnteresseerd geraakt door (geschiedenis-) boeken en opleiding. Docenten zijn voornamelijk geïnteresseerd in de Holocaust, verzet en het leven van gewone mensen en in mindere mate in bijvoorbeeld Indische oorlogsgeschiedenis. 

Lees verder